Stel eens een andere vraag

0

Het kost vaak nogal wat inspanning om in gesprek te komen met kinderen en jongeren. Er zijn ongetwijfeld kinderen die je de oren van je hoofd kletsen, maar velen zullen de vraag: ‘Hoe gaat het?’ beantwoorden met niet meer dan: ‘Goed.’ Net als trouwens veel volwassenen (vooral mannen?) die uit hun werk komen. Hoe krijg je ze dan toch aan het praten?

Concrete vragen dwingen je kind om even echt na te denken over een antwoord, een standaardantwoord volstaat niet. (beeld Luckat/iStockPhoto)

Concrete vragen dwingen je kind om even echt na te denken over een antwoord, een standaardantwoord volstaat niet. (beeld Luckat/iStockPhoto)

De Amerikaanse Sara Goldstein merkte al na de tweede schooldag van haar zoon dat het niet lukte om echt in gesprek te komen over zijn ervaringen. Daarom bedacht ze dertig vragen die je zou kunnen stellen voor een goed gesprek met kinderen en jongeren. Voor dit artikel hebben we ze wat toegespitst op gesprekken met kinderen en jongeren in de kerk. Zie het kader verderop. Drie belangrijke voorwaarden daarbij zijn: geïnteresseerd zijn, creativiteit en concreet zijn.

Geïnteresseerd

Ten eerste: toon oprechte interesse. Dat betekent niet zozeer dat je het belangrijk vindt om aandacht aan de jongeren in de kerk te geven, maar dat je hun leven, wat zich daarin afspeelt en wat ze daarvan vinden, belangrijk en interessant vindt. We vragen aan veel mensen die we ontmoeten: ‘Hoe gaat het?’ zonder dat we echt een antwoord verwachten. Dat zorgt ervoor dat deze vraag steeds minder uitnodigt tot een gesprek.

Creatief

Wees daarom, ten tweede, creatief in je vraagstelling. Zo kun je op een speelse manier prikkelen om een gesprek te beginnen. De dertig vragen zijn grappig en verfrissend. Vragen die ook vaak goed werken, zijn of-ofvragen, zoals: wil je liever je hele leven alleen nog maar fietsen of alleen nog maar autorijden? Of: nooit meer chocola of nooit meer ijs? Het grote dilemma op dinsdag boek staat vol met dit soort vragen.

Concreet

Ten derde: stel concrete vragen. Dit dwingt de ander om even echt na te denken over een antwoord, een standaardantwoord volstaat niet. En concrete antwoorden geven weer aanleiding om door te vragen. Op de vraag: ‘Hoe vond je het kampweekend?’, antwoorden de meeste tieners waarschijnlijk: ‘Leuk.’ Beter is: ‘Wat vond je het leukste van het kampweekend?’ of: ‘Wie heeft je tijdens dit weekend verrast?’ Verder is het belangrijk dat je doorvraagt. Je wilt er méér over weten, toch?

Verrassend

Ga zelf aan de slag met deze ongebruikelijke vragen. Ik oefen dit de laatste tijd met mijn heel-gezellige-maar-aan-het-eind-van-de-dag-niet-zo-spraakzame man. We stellen elkaar vaker concrete vragen en dit leidt tot de meest verrassende gesprekken. Stel andere vragen aan je partner, je kinderen, je gespreksgroep. Vraag na de dienst eens een keer niet: ‘Wat vond je van de preek?’, maar bijvoorbeeld: ‘Waar haakte jij af in de preek?’ De vragen in het lijstje zijn ook niet allemaal even netjes, maar ze nodigen wel uit tot doorpraten en nuanceren kan altijd nog.

Het eerste artikel van deze serie ging over de goede basishouding voor communicatie met jongeren, het tweede over wat jongeren bij de jeugdwerker op kunnen roepen met hun woorden en gedrag. In dit derde artikel willen we je helpen om de juiste vragen te stellen.


Agenda


Dertig vragen die je wél aan kinderen en jongeren moet stellen

1. Heb je vandaag iets lekkers gegeten? Wat was het?
2. Heb je een klasgenoot betrapt op neuspeuteren?
3. Welke spelletjes heb je tijdens de pauze gespeeld?
4. Wat is het grappigste dat er vandaag gebeurd is?
5. Heeft iemand iets heel aardigs voor je gedaan?
6. Met wie moest je vandaag hard lachen?
7. Welke persoon uit de groep zou een invasie van zombies overleven? Waarom?
8. Welk nieuw feitje heb je de afgelopen tijd geleerd?
9. Wie had zondag de leukste kleren aan?
10. Waar moest je vandaag echt je best voor doen?
11. Als je de kerk moet vergelijken met een attractie in een pretpark, wat voor een attractie is het dan?
12. Welk cijfer zou je je dag geven? Waarom?
13. Als je iemand uit de groep zou mogen uitkiezen die één dag je leraar is, wie zou dat zijn? Waarom?
14. Als jij zondag de dominee zou zijn, wat zou je dan tegen de gemeente zeggen?
15. Heb je je de afgelopen week aan iemand geërgerd? Aan wie?
16. Met welke mensen zou je graag bevriend willen zijn?
17. Wat is de belangrijkste regel van je leraar?
18. Wat is het belangrijkste om te doen tijdens de pauzes?
19. Op welke beroemdheden lijken je ouders het meest?
20. Heb je een vriend(in) de afgelopen tijd beter leren kennen? Op wat voor een manier?
21. Stel dat er buitenaardse wezens komen en drie mensen in je omgeving zouden meenemen. Wie zou je dan willen dat ze meenamen en waarom?
22. Heb je vandaag iemand geholpen? Waarmee?
23. Wat heb je de afgelopen tijd gedaan waar je trots op bent?
24. Welke regel vind je het moeilijkst om je aan te houden?
25. Wat hoop je nog te leren voordat dit jaar voorbij is?
26. Wie uit jouw omgeving is totaal anders dan jij bent?
27. Waar ben je het liefst?
28. Wie uit de kerk zou je wel eens een vraag willen stellen?
29. Wie in je klas luistert het slechtst naar de leraar?
30. Als je vandaag over mocht doen, wat zou je dan anders doen?

De originele dertig vragen zijn te vinden op: www.parent.co/30-questions-to-ask-your-kid-instead-of-how-was-your-day.
Op www.dilemmaopdinsdag.nl staan nog veel meer grappige vragen.

Met bijdragen van Paul Smit (NGJ) en Anko Oussoren (Praktijkcentrum).

Delen.

Over de auteur

Karen Scheele is jeugdwerkadviseur bij het NGJ.

Laat een reactie achter