Herman van Wijngaarden is zo veel meer dan homoseksueel

Ad de Boer | 27 juni 2015
  • Interview
  • Thema-artikelen

Herman van Wijngaarden is homoseksueel. Toch is dat niet zijn eerste antwoord op mijn vraag: wie ben je? ‘Ik ben christen, 52 jaar, broer en zoon. Ik sport, werk bij de HGJB en ben fan van Londen. En ja, ik ben homo. Maar dat zet ik niet voorop. Ik ben zo veel meer.’

Sinds hij lang geleden uit de kast kwam, heeft Herman van Wijngaarden gekozen voor een leven zonder homoseksuele relatie. Daarbij is het categorische nee van Romeinen 1 tegen alle homoseksuele contacten, niet alleen tegen uitspattingen of seksueel misbruik, voor hem doorslaggevend.

Maar het gaat voor hem verder dan een aantal individuele Bijbelteksten. ‘Ik wil Jezus volgen en leven volgens de principes van zijn koninkrijk. Ik vind het niet raar dat God seksuele onthouding van mij vraagt. Dit leven is niet een sinaasappel die ik moet uitpersen, omdat ik anders belangrijke dingen mis. Jezus heeft ons nooit beloofd dat het alleen maar leuk zou zijn. Er hoort ook kruisdragen bij.’

Maar getrouwde hetero’s mogen de seksuele beker wel tot op de bodem legen.
‘Ik zeg op gemeenteavonden vaak: “Als dit mijn kruis is, wilt u dan ook onderzoeken wat úw kruis is en daar niet voor weglopen?” Iedereen moet offers brengen in het volgen van Jezus. Ik heb het niet zwaarder dan iemand die weet ik wat in zijn huwelijk meemaakt.

Seksualiteit is heel belangrijk, maar je gaat echt niet dood als je geen seks hebt. We zijn zo geobsedeerd door seks, alsof onthouding het meest vreselijke is dat je iemand kunt aandoen. Ik kan me boos maken dat mij een frustratie wordt aangepraat. Er wordt gezegd dat je vóór een relatie moet zijn, omdat het alternatief onhoudbaar is. Maar beseffen mensen dat ze daarmee niet alleen wat over mij zeggen, maar ook over mijn even oude, ongetrouwde heterovriend? Hij moet zich toch ook van seks onthouden? Waarom zou ik het moeilijker hebben dan hij?’

‘Dit leven is niet een sinaasappel die ik moet uitpersen,
omdat ik anders belangrijke dingen mis’

Homo’s zeggen: seks is één ding, maar het missen van een maatje is minstens zo erg.
‘Dat begrijp ik. Kerken moeten nadenken welke ruimte daarvoor is. Nee tegen het één betekent niet automatisch nee tegen het ander. Een mens kan wel zonder seks, maar niet zonder liefde. Er zijn ook andere relatievormen mogelijk dan een homohuwelijk, zoals intieme vriendschappen. Ik sluit zelfs niet uit dat twee homo’s kunnen samenwonen met belofte van onthouding.’

Kan dat? Je homoseksueel zijn hang je bij binnenkomst toch niet aan de kapstok?
‘Natuurlijk niet. Maar niet elk seksueel gevoel is hetzelfde als het verlangen om seks met de ander te hebben. Aan die grens moet ik me houden, ook in mijn hoofd. Ik kom onder christenen vaak een typisch mannelijke beleving van seksualiteit tegen: denken dat elk seksueel gevoel het verlangen insluit om met een ander naar bed te gaan. Ik heb dat onderscheid zelf overigens wel moeten leren zien. En misschien moeten we dat breder leren: seksuele gevoelens zijn geen dingen waar je het slachtoffer van bent en waar je alleen maar aan kunt toegeven.’

Sta je ervoor open dat je ooit tot een andere opvatting over homorelaties komt?
‘Ik kan me niet voorstellen dat ik van mening verander. Maar natuurlijk moet het gesprek over wat de Bijbel zegt doorgaan. Ik vind het ook minder erg dan vroeger als mensen tot een andere conclusie komen. Ik ben voor de kinderdoop, maar erken iemand die voor de volwassendoop is graag als broeder of zuster. Dat geldt ook voor homorelaties. Het standpunt daarover vind ik geen reden om een kerk te verlaten.

Ik ben eigenlijk nog banger voor de denkwereld die daarin meekomt dan voor het standpunt op zich. Ik ben bezorgd over de gemakkelijke manier waarop christenen meegaan met de huidige cultuur, met haar nadruk op zelfontplooiing, zelfbevestiging en de authenticiteit van het ik. “Zoals ik me voel, dat kan niet verkeerd zijn. En dat vindt God ook, want God is vóór mij.” En: “Het bestaat niet dat God mij zou kunnen vragen me te onthouden van seks, want daarmee moet ik mezelf ontkennen.” Ik houd mijn hart vast dat we als christenen in deze cultuur geen tegenbeweging zijn. Waar blijf je dan met zelfverloochening en het zicht op Gods koninkrijk?’

‘Je gaat echt niet dood als je geen seks hebt’

Hoe hebben homo’s het in 2015 in de kerk?
‘Uit het feit dat veel homo’s zich niet bekendmaken, blijkt dat zij de kerk als onveilig ervaren. Ze zijn bang voor negatieve reacties en voor een nee-bij-voorbaat tegen een homoseksuele relatie. Als homojongeren dan na het “onderduiken” boven water komen, hebben ze vaak hun conclusie al getrokken, zonder hun omgeving erbij te betrekken, en verlaten ze de kerk.

Er verandert op dat punt wel wat. De ruimte om voor je geaardheid uit te komen, neemt toe. Maar ik hoor nog te vaak: “We kennen in onze kerk geen homo’s, hooguit een enkeling.” Terwijl het er in een gemeente van vijfhonderd leden toch tien of vijftien moeten zijn. Gelukkig groeit het besef dat er dan iets niet klopt. Er is verlegenheid en een verlangen naar een opener klimaat.’

Hoe kun je als kerk homo’s boven water laten komen?
‘Wat niet werkt, is een kerkbladbericht in de trant van: “Mocht iemand worstelen met homoseksuele gevoelens, dan kunt u bij ouderling Jansen terecht.” Bidden in de dienst is ook kwetsbaar. Iemand zei eens: “Fijn dat ze voor me bidden, maar waarom altijd in het rijtje van de gehandicapten? Ik wil liever gelijk na het koningshuis.”

Organiseer een gemeenteavond, dan laat je zien dat het bespreekbaar is. En begin dan niet direct met wat de Bijbel erover zegt, maar begin met inleven.

Ook voor een-op-eengesprekken geldt: voor je het gesprek aangaat, moet de ander ervaren hebben dat je van hem of haar houdt. Houd anders liever je mond.’

‘Het is nooit: geloven in Jezus-plus-het-juiste-homostandpunt’

In de christelijke homobeweging wordt gezegd: een kerk die een homoseksuele relatie uitsluit, is per definitie onveilig voor homo’s.
‘Ik vind dat wel een vraag aan de kerken: als we vinden dat de Bijbel geen ruimte laat voor een homoseksuele relatie, wat doen we dan met gemeenteleden die daar wel voor kiezen? Wat kun je met behoud van je eigen overtuiging doen om hen er toch bij te houden?

Ik heb niet de vrijmoedigheid om vanwege dit punt iemand te weren van het avondmaal. Ik was lid van een gemeente met een ruim standpunt over homorelaties, maar dat was voor mij geen breekpunt. Dat werd de manier waarop er over Jezus werd gedacht en gesproken.

Met N.T. Wright, die overigens vanuit de Bijbel geen ruimte ziet voor homorelaties, verwijs ik naar Paulus’ Galatenbrief: geloven is geloven in Jezus en niet in Jezus-plus-de-besnijdenis. En dus ook niet: geloven in Jezus-plus-het-juiste-homostandpunt. Een Bijbels homostandpunt vind ik erg belangrijk – daarom zou ik wel zeggen: leidinggevende functies voor samenlevende homo’s kunnen niet – maar het is nooit “Jezus plus”.’

Homoseksualiteit is in orthodox-christelijke kring hét sjibbolet waaraan je leerzuiverheid wordt afgemeten. Wat vind je daarvan?
‘Opnieuw zeg ik met Wright: een christen heeft maar één badge, die van Jezus. Ik erken dat kerken zich schuldig hebben gemaakt aan het eisen van een badge van Jezus-plus-een-standpunt-over-homorelaties. Maar ook andersom functioneert het als sjibbolet, als mensen zeggen: je moet voor homorelaties zijn, anders ben je liefdeloos.

Dat laatste kom ik tegenwoordig meer tegen dan het eerste. En dat irriteert me echt. Ik sta voor deze mensen buitenspel, omdat ik me, zonder overigens iemand iets op te leggen, op de Bijbel beroep. Dat is not done in de christelijke homobeweging.

Herman van Wijngaarden: 'Iedereen moet offers brengen in het volgen van Jezus.' (beeld Johanne de Heus)

Herman van Wijngaarden: ‘Iedereen moet offers brengen in het volgen van Jezus.’ (beeld Johanne de Heus)

Er is daarom behoefte aan een nieuw christelijk platform, om homojongeren te helpen, heel praktisch. Een platform waar ze zich kunnen identificeren met het verhaal van Gods koninkrijk en met homo’s die dat verhaal leven en laten zien dat ze een goed leven hebben. Dat perspectief probeer ik jongeren steeds mee te geven: geen relatie aangaan is echt niet het einde van de wereld. Ik bagatelliseer het single zijn niet, maar wie weet heeft God juist daarom wel een megaplan met jou. Houd dat open.’

Jij vindt echt dat je een goed leven hebt?
‘Anderen vinden dat ik mezelf beknot. Ik doe ook niet alsof het single zijn peanuts is. Maar ik houd vol: in vergelijking met anderen heb ik een goed leven. Veel mensen hebben iets heftigs in hun leven. Natuurlijk zijn er hetero’s met een goede seksuele relatie, maar het kunnen er weleens minder zijn dan we denken. Dat ik ongetrouwd ben, bepaalt meer mijn leven dan dat ik homo ben. Dat ik geen kinderen heb, vind ik erg. Maar ik trek veel op met de kinderen van een gescheiden vriendin in de buurt. Ik ben bij hen helemaal thuis en zij bij mij. Het ontroert me als ze mij vertellen waar ze mee zitten. Ik vind het fijn dat ik voor hen belangrijk ben. Ja, ondanks wat er soms misgaat, heb ik een goed, vervuld leven.’

Mensen zullen zeggen: het bestaat niet dat je zonder seks een vervuld leven hebt.
‘Dat is te bizar voor woorden. Nogmaals, een mens kan best zonder seks, maar niet zonder liefde. Helaas ligt er onder orthodoxe christenen zo’n nadruk op “geen seks” dat het “maar wel liefde” te weinig aandacht krijgt.

Ik geniet zelf van het contact met twee vrienden. In tweewekelijkse ontmoetingen bevragen we elkaar over alles wat we doen, voelen, geloven, verlangen. In die vriendschap ervaar ik dat ik gekend ben, dat anderen weten wat er in me omgaat en dat ik me niet vromer of heiliger hoef voor te doen dan ik ben. Zoals Toon Hermans zei: een vriend is iemand die alles van je weet en toch van je houdt.

Vriendschap mag ook iets lichamelijks hebben. We zoenen elkaar bij die ontmoetingen. Dat is misschien iets kleins, maar voor mij belangrijk. We zijn mensen van vlees en bloed, ook alleenstaanden, ook homo’s, en we moeten een relatie niet te gauw verdacht maken, in die zin dat alle intimiteit een seksuele component zou hebben.

Dat besef van het belang van lichamelijk contact is onder protestantse christenen slecht ontwikkeld. We zijn huiverig om elkaar aan te raken. Na een toespraak van mij in evangelische kring barstte een ongetrouwde vrouw, hetero, in huilen uit. “U zei net dat u vrienden hebt die u huggen, maar niemand hugt mij ooit.”

Op het punt van lichamelijke intimiteit hebben we elkaar te weinig te bieden. Maar door de andere kant wordt seks veel te veel neergezet als de enige invulling van een intieme relatie. Ik snap dat homojongeren daardoor wanhopig worden. Als seks mij ontzegd wordt, waar haal ik dan liefde en intimiteit vandaan? Dan ben ik dus veroordeeld tot een leven in eenzaamheid, zonder liefde. Daarin moet de kerk echt het andere verhaal laten zien.’

Over de auteur
Ad de Boer

Ad de Boer is actief in het NGK-kerkverband en was hoofdredacteur van OnderWeg.

Verschillende gaven, één Geest

Verschillende gaven, één Geest

Bram Beute
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen
‘Laten we minder in ons hoofd zitten’

‘Laten we minder in ons hoofd zitten’

Arie Kok
  • Interview
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief