Kinderen aan de tafel van de Heer

0

In een groot deel van de NGK is het al gebruikelijk, in de GKv speelt het onderwerp steeds vaker: kinderen aan het avondmaal. Er is vanuit het Oude en Nieuwe Testament, evenals vanuit de kerkgeschiedenis en -traditie, veel voor te zeggen, vindt Peter Sinia.

Voor mij was het een verrassing om te ontdekken dat een GKv in 1960/1961 als eerste protestantse kerk in Nederland kinderen toeliet aan het heilig avondmaal. Ik kende de praktijk alleen van mijn jeugd in een progressiever en vrijzinniger kerkgenootschap. Een tweede vrijgemaakte gemeente volgde in 1965. Na de breuk in 1967 lieten alleen NGK’s kinderen toe aan het avondmaal. Inmiddels gaat het om 19 van de 90 Nederlands-gereformeerde gemeenten. Andere gemeenten bezinnen zich erop. Ook in de GKv is de bezinning de laatste jaren op gang gekomen.

Dat we de vraag naar kinderen en het avondmaal vaker stellen, zal te maken hebben met onze tijdgeest en cultuur. Maar het is niet zo dat die tijdgeest en cultuur ons in één richting dwingen. Want dezelfde cultuur die de vraag naar kinderen aan het avondmaal actueel maakt, is ook de cultuur waarin ouders vragen stellen bij de kinderdoop en waarin jongeren vaak op latere leeftijd belijdenis doen. Het is de cultuur waarin kinderen al jong met seks te maken krijgen, maar pas laat hun trouwbelofte durven geven. De cultuur die kinderen vaak voor vol aanziet, maar even zo vaak ruimte biedt voor infantiliteit van wie volwassen zou moeten zijn. Maar juist zo’n cultuur, die alle kanten op beweegt of slingert, dwingt ons om opnieuw onze koers te bepalen.

Vrucht

Onze tijd is er één van emancipatie. Dat roept vanzelf de vraag op of wij als kerk met recht groepen ongelijk behandelen, bijvoorbeeld rondom het avondmaal, en of de groep die daarbij aan het kortste eind trekt emancipatie verdient. Wat zich voordoet als geest van onze tijd vraagt om onderscheidingsvermogen, want wie weet ontdekken we daarachter Gods heilige Geest. Onze cultuur is vaak werelds, maar misschien is de emancipatie in die cultuur ook een vrucht van het evangelie, dat eeuwenlang gezaaid is.

Nu kunnen tijdgeest en cultuur klinken als iets van buiten de kerk. Maar ook ontwikkelingen bínnen de kerken zetten de vraag op de agenda, zoals de toenadering tussen de GKv en de NGK. Jezus’ woorden overtuigen mij ervan dat de vraag naar de positie van kinderen aan de tafel van de Heer belangrijk en urgent is. Wat niet wil zeggen dat daarmee het antwoord al vaststaat.

Waarom mag iemand wel ondergedompeld worden in het bloed van Christus, maar van datzelfde bloed geen druppel op de lippen krijgen?

Klip-en-klaar

Het avondmaal is een zegen voor de deelnemers. Een heilsmiddel noemen we het. We weten dat Jezus het ons zeer kwalijk neemt als we kinderen onterecht verhinderen om zijn zegen te ontvangen (Matteüs 19, Marcus 10:14). Het is dus belangrijk om zeker te weten of we kinderen wel of niet mogen verhinderen aan het avondmaal te gaan.

Zoals Jezus zichzelf in Matteüs 25:40-45 identificeert met de minsten van onze broeders en zusters, zo identificeert Hij zich in Matteüs 18:5 met kleine kinderen. In beide hoofdstukken is Jezus klip-en-klaar dat er veel op het spel staat bij onze behandeling van de minsten, de kleinsten.

Tegelijkertijd maakt Paulus in 1 Korintiërs 11 namens God duidelijk dat we bij het avondmaal te maken hebben met keuzes waar zegen, vloek of zelfs oordeel aan verbonden zijn. Calvijn huiverde bij de gedachte dat kleine kinderen zich een oordeel zouden eten en dat brood en wijn zo als gif zouden werken. Belangrijk dus om antwoord te vinden op de vraag of het avondmaal voor onze kinderen een plaats van genade of van oordeel is.

Maar welk antwoord geeft de Bijbel dan op die vraag? De Bijbel laat zich er niet expliciet over uit. Jezus’ opdracht om het brood te nemen en te eten en om allen uit de beker te drinken, en om dit telkens opnieuw te doen, is duidelijk. Maar nergens wordt met zoveel woorden gezegd dat kleine kinderen het avondmaal moeten of mogen meevieren.

Wat betekent dat? Er wordt ook nergens expliciet gezegd dat kinderen gedoopt moeten worden. En er staat ook nergens dat vrouwen het avondmaal moeten vieren. Dit laat zien dat we op basis van de Bijbel met recht overtuigd kunnen zijn dat iets Gods wil en opdracht is, zonder dat we daarbij een Bijbeltekst kunnen noemen die zich daar expliciet over uitlaat.

Eis

Toch valt er meer te zeggen. Om te beginnen naar aanleiding van het Pesach in het Oude Testament. Door de eeuwen heen is er oog geweest voor het verband tussen het Pesach en het avondmaal. Wie met de nieuwste theologische kennis diepgravend het avondmaal bestudeert, komt dat verband in alle lagen tegen.

Treffend is de wijze waarop Paulus in 1 Korintiërs 5 spreekt over het offer van Jezus als ons pesachlam. Als je beseft dat destijds bij elke samenkomst het avondmaal werd gevierd, treft het wat Paulus zegt over de heilige ernst bij de viering. Vooral ook omdat Paulus daarbij het beeld gebruikt van het zoeken en verwijderen van het zuurdesem, een onderdeel van de pesachmaaltijd waarbij de kinderen spelenderwijs betrokken worden.

Een andere belangrijke reden om kinderen toe te laten aan het avondmaal is de plaats van kinderen in Gods verbond en koninkrijk. Jezus brengt het avondmaal explicieter dan de doop in verband met het nieuwe verbond. Het is goed om daarbij te onderstrepen dat Jeremia 31 in de profetie over dat nieuwe verbond spreekt over ‘van groot tot klein’, een uitdrukking waar Jeremia in een eerder hoofdstuk met nadruk ook kinderen onder verstaat.

Vaak wordt in reactie gewezen op de twee zijden van Gods verbond: Gods initiatief en onze respons, Gods belofte en ons geloof, belofte en eis. Maar nergens geeft de Bijbel aanleiding om te geloven dat de twee sacramenten bedoeld zijn om die twee zijden keurig en systematisch te weerspiegelen. Nergens geeft de Bijbel aanleiding om te geloven dat kinderen uitgesloten worden van Gods verbond – of de tekenen van dat verbond – omdat ze nog geen recht zouden kunnen doen aan het tweezijdige karakter van dat verbond. Gods liefde vraagt om onze liefde, maar dan wel liefde naar de mate van ons verstand en ons vermogen.

De Bijbelse thema’s van Gods verbond en Gods koninkrijk zijn met elkaar vervlochten. Het is daarom niet verrassend dat Jezus het avondmaal ook met het koninkrijk verbindt, zowel bij zijn laatste pesachmaal als in zijn gelijkenissen. Dat maakt het veelbetekenend dat Jezus van de kleine kinderen zegt dat het koninkrijk van de hemel toebehoort aan wie is zoals zij.

Tegenstanders van kinderen aan het avondmaal vergeestelijken Jezus’ woorden vaak zo dat alleen volwassen gelovigen nog in staat lijken te zijn om te geloven als een kind. Je zou haast vergeten dat Jezus bij deze uitspraken toch echt kleine kinderen voor zich had en zegende.

Nergens geeft de Bijbel aanleiding om te geloven dat kinderen uitgesloten worden van Gods verbond – of de tekenen van dat verbond – omdat ze nog geen recht zouden kunnen doen aan het tweezijdige karakter van dat verbond. (beeld Anelina/Shutterstock)

Nergens geeft de Bijbel aanleiding om te geloven dat kinderen uitgesloten worden van Gods verbond – of de tekenen van dat verbond – omdat ze nog geen recht zouden kunnen doen aan het tweezijdige karakter van dat verbond. (beeld Anelina/Shutterstock)

Gekunsteld

De overeenkomst tussen doop en avondmaal is groot. Zo groot dat moeilijk uit te leggen is waarom iemand wel als het ware ondergedompeld mag worden in het bloed van Christus, maar van datzelfde bloed geen druppel op de lippen mag krijgen. Of waarom iemand wel ingelijfd mag worden in het lichaam van Christus, maar vervolgens bij dat lichaam van Christus weggehouden moet worden tijdens de viering van het avondmaal.

Het argument dat de doop passief en het avondmaal actief is, komt op mij gekunsteld over en lijkt alleen met een selectief gebruik van Bijbelteksten vol te houden. We maken blijkbaar te weinig mee dat volwassen bekeerlingen gedoopt worden. Dan zouden we volgens mij beter beseffen dat de doop wel degelijk actief kan zijn.

In de discussie valt op dat voor- en tegenstanders in onze kringen het erover eens zijn dat Gods genade ook aan onze kinderen beloofd is. Dat geldt ook voor andere beloften en geestelijke zaken waar de sacramenten een teken van zijn. Mensen als Calvijn en Ursinus argumenteerden dat als de zaken waar het sacrament een teken van is jou toebehoren, dat dan ook het teken zelf jou toebehoort.

De sleuteltekst in het argument tegen kinderen aan het avondmaal is 1 Korintiërs 11. Ik noemde al even de huiver van Calvijn. Luther daarentegen leek meer oog te hebben voor de achtergrond waartegen Paulus’ woorden worden uitgesproken. In één van zijn tafelgesprekken zegt Luther: ‘Wanneer Paulus in 1 Korintiërs 11:28 zegt dat ieder zichzelf moet beproeven, spreekt hij alleen over volwassenen, want hij sprak over diegenen die onderling verdeeld waren. Dat betekent echter niet dat hij hier verbiedt dat het sacrament van het altaar ook aan de kinderen wordt gegeven.’ Het is overigens goed om te beseffen dat Luther en Calvijn in de praktijk niet zo ver uit elkaar lagen. Luther liet kinderen van 7 jaar toe, Calvijn stelde de leeftijd van ongeveer 10 jaar voor. Zie hierover ook het artikel van Luite Harm Kooij.

De Bijbel toont Gods verbondenheid met heel ons leven, van conceptie tot voorbij het graf

De context van 1 Korintiërs 11 is heel specifiek. Maar de richtlijnen die Paulus namens God moet geven, overstijgen die specifieke situatie. Pijnlijk is dat de kerk in de loop van de geschiedenis Paulus’ richtlijnen zo is gaan verstaan en toepassen dat ze een tweedeling binnen de gemeente van Christus brachten tussen wie wel en wie niet aan het avondmaal mogen aangaan.

Het helpt om ook in het uitleggen van 1 Korintiërs 11 Schrift met Schrift te verklaren. Het Oude Testament helpt om sleutelwoorden als ‘gedachtenis’ te gaan begrijpen. Wie dat doet, zal ontdekken dat daarmee in het Oude Testament geen drempel voor kinderen werd opgeworpen.

Harnas

De kerkgeschiedenis en -traditie hebben voor ons minder gewicht dan de Bijbel. Maar ze laten ons wel zien hoe broeders en zusters die voor ons geleefd en geloofd hebben de Bijbel verstonden. Zo leert de geschiedenis mij dat de traditie waarin kinderen van baby af aan aan het avondmaal gingen de oudste papieren heeft. Het is een traditie die in oosterse kerken bewaard is gebleven. Een oosters-orthodoxe priester schreef: ‘Doop zonder dat daar direct zalving en avondmaal op volgt, is als geboren worden zonder te leven.’

De geschiedenis laat ook zien waarom dat rond de dertiende eeuw en in de eeuwen daarna veranderde. Wat een minimumleeftijd voor deelname aan het avondmaal betreft, is onze traditie zelfs niet veel ouder dan een eeuw of twee. Die nieuw ontstane praktijk is het resultaat van een proces dat sterk beïnvloed is door oud bijgeloof, nieuw rationalisme en romantiek, evenals door bisschoppelijke machtspolitiek en wereldse economie.

Wie de kerkgeschiedenis bestudeert, ontdekt ook dat de praktijk vaak eerst ontstaat en dat die vervolgens met terugwerkende kracht als Bijbelgetrouw en traditioneel wordt verdedigd. Dat hoeft geen probleem te zijn als een werkelijk christelijke praktijk achteraf met Bijbelse argumenten ondersteund wordt. Maar wie het ontstaan van onze avondmaalspraktijk en de latere theologische onderbouwing daarvan eerlijk bestudeert, voelt dat het wringt.

Andersom lijkt het soms ook fout te gaan. Onze traditie kwam tot zorgvuldig geformuleerde Bijbelse waarheden. Maar die waarheden waren soms als het harnas van Saul: passend voor een grote volwassen man, zoals Saul, maar een belemmering voor een jongere en kleinere gelovige, zoals David.

De Bijbel toont Gods verbondenheid met heel ons leven, van conceptie tot voorbij het graf, in alle fases van het leven (wat mij betreft telt een zwangere vrouw dan ook voor twee aan het avondmaal). Jezus’ formulering van het gebod om God lief te hebben met heel ons verstand en met al onze kracht biedt ruimte voor gepaste gehoorzaamheid aan dat gebod als ons verstand en onze kracht nog toenemen en voor blijvende gehoorzaamheid als zij afnemen. Jezus’ opdracht om het avondmaal te vieren en Paulus’ richtlijnen hoe we het avondmaal moeten vieren, zouden we meer in die Geest moeten toepassen: passend bij ieders leeftijd, passend bij ieders vermogens.

Gelukkig is de ruimte te klein om alles te zeggen wat over kinderen aan het avondmaal gezegd zou kunnen worden. Laat al het andere maar gezegd worden in een goed gesprek rondom een geopende Bijbel. Liefst samen als vrijgemaakten en Nederlands-gereformeerden.

Leestips

M.R. van den Berg, Voor wie is het avondmaal? Sacrament voor ingewijden of verbondsmaaltijd, Kampen (Kok), 1978.

A.N. Hendriks, Kinderen aan de tafel van Christus?, Kampen (Van den Berg), 1986.

Wijnanda Hogendoorn, Heilig avondmaal voorbereiden met je gezin, Heerenveen (Groen), 2016.

Tim Gallant, Feed My Lambs. Why the Lord’s Table Should Be Restored to Covenant Children, Grande Prairie (Pactum Reformanda), 2002.

Guy Waters en Ligon Duncan (red.), Children and the Lord’s Supper. Let a man examine himself, Fearn (Mentor), 2011.

Webtips

ernstleeftink.wordpress.com/2014/11/07/een-zegen-voor-kinderen-aan-het-avondmaal
Blog van ds. Ernst Leeftink over het geven van een zegen bij het avondmaal.

www.onderwegonline.nl/3069-kinderzegen-bij-het-avondmaal
Bijdrage uit de OnderWeg-rubriek Praktijklokaal over de kinderzegen bij het avondmaal.

www.crcna.org/sites/default/files/2011agenda_appendixC.pdf
Grondig studierapport van de Christian Reformed Church over kinderen en het avondmaal.

www.onderwegonline.nl/wp-content/uploads/2016/12/Reformatie-Kinderen-en-avondmaal.pdf
Een themanummer van De Reformatie over kinderen en het avondmaal, 2011.

www.wimvanderschee.nl/?p=1787
Een reactie van Wim van der Schee op het themanummer van De Reformatie.

www.onderwegonline.nl/wp-content/uploads/2016/12/Dossier-Kinderen-en-Avondmaal.pdf
Dossier van Opbouw over kinderen aan het avondmaal.

Delen.

Over de auteur

Peter Sinia is predikant van de Proosdijkerk Ede (NGK) en werkt aan een proefschrift over kinderen en het avondmaal.

Laat een reactie achter