Om de preek te horen

0

Waarom zou ik naar de kerk gaan? Ik ga wekelijks ook naar de kerk om de preek te horen. Voor mij staat de preek zelfs centraal in de eredienst. Maar deze oerprotestantse notie staat tegenwoordig onder druk. Het zou een veel te verbale benadering van de liturgie verraden, afgezien nog van het feit dat veel dominees hun gemeente niet weten te boeien met hun preken. Of de preek is inhoudelijk zwak of de voordracht van de prediker is onder de maat van wat we vandaag van publieke sprekers verwachten. Vanuit mijn eigen ervaring als kerkganger begrijp ik deze kritiek wel.

Dat maant mij tot zelfonderzoek als dominee die al bijna zijn gouden ambtsjubileum heeft gehaald en zijn leven lang heeft gepreekt. Wat zullen al die hoorders van mijn preken hebben gevonden? Ik zie mijzelf niet als een groot woordkunstenaar, die met vuur en verve zijn preken over het voetlicht weet te brengen. Ik ben meer een Bijbelleraar dan een prediker van het Woord. De uitleg van een Schriftgedeelte, het liefst als onderdeel van een serie preken over een heel Bijbelboek, heeft mijn hart. De gemeente vertrouwd maken met het geschreven Woord waardoor God tot haar spreekt, is mijn passie. Uiteraard probeer ik de actualiteit van wat de Geest tot de gemeente zegt tot zijn recht te laten komen.

Mijn voordracht zal niet iedereen boeien (te papiergebonden). Mijn zware accent op de uitleg van de tekst zal zeker voor een (hoe groot?) deel van de hoorders een te groot beroep doen op hun mentale en geestelijke uithoudingsvermogen (eerder het hoofd dan het hart wordt aangesproken). Als ik zo lees wat er allemaal over de preek en de prediker geschreven wordt, en wat er van hen verwacht wordt, ben ik blij dat ik geen dienstdoend dominee meer ben.

Het geeft moed om het waagstuk
van de prediking vol te houden

Meer Bijbelleraar dan prediker ben ik dus. Daar zit wel een verschil tussen. Bij predikers denk ik aan bevlogen prekers die de kunst van het publieke spreken verstaan en die het hart van hun gehoor weten te raken. Dat kun je als dominee niet echt aanleren, al had ik er natuurlijk beter mijn best voor kunnen doen, had ik er oog en tijd voor gehad.

Gelukkig, leraren moeten er ook zijn; ze worden zelfs gaven van de Geest aan de gemeente genoemd (Efeziërs 4:11). Ik ervaar dat als een geestelijke opsteker op maandagmorgen na een teleurstellende zondagse preekbeurt. Dat geeft moed om het waagstuk van de prediking vol te houden.

Ik blijf naar de kerk gaan om de preek te horen, zelfs nog weleens om er zelf één te houden. Het gaat erom door de tekst de Geest te horen spreken; in de tekst is Gods Woord voor vandaag te vinden. Daarom draait het in de preek om de tekstuitleg.

In het voetspoor van Mozes

De preek als tekstuitleg staat in een eerbiedwaardige traditie, die teruggaat op Mozes, blijkt uit Deuteronomium. Hoe vaak lezen we daar niet: ‘Luister, Israël, naar de wetten waarin ik u onderwijs en kom ze na’ (4:1). Mozes moest het volk leren hoe om de Tien Woorden van God, door hem uitgesproken, maar ook opgeschreven, in het beloofde land te gehoorzamen.

Geloofsgehoorzaamheid volgt uit het horen van Gods Woord, zoals dat in Israël door Mozes werd uitgelegd. Zijn onderricht krijgen we in Deuteronomium 12-26. Hij heeft dat ook op schrift gesteld en de boekrol werd naast de ark bewaard, waarin de twee stenen tafels met de Tien Woorden waren opgeborgen (31:9-13). Na zijn dood moest Gods Woord en Mozes’ uitleg ervan gehoord blijven worden in een voortgaande leertraditie. Het volk hoorde zo wat God tot hen te zeggen had door te luisteren naar de voorlezing en de uitleg van de wet van Mozes.

Het voorlezen en het uitleggen van Gods Woord is vandaag net zo fundamenteel als toen. Het valt op hoe Mozes Israël als volk aanspreekt in Deuteronomium (4:1). Op de grote feestdagen moest het volk in de tempel naar het onderricht in de wet van Mozes komen luisteren. Paulus noemt Bijbelleraren een Geestesgave aan de gemeente (1 Korintiërs 12:28-29). Bijbelonderricht hoort echt thuis in het midden van de gemeente, zoals die zondags in de eredienst bijeen is. Preken in het voetspoor van Mozes gaat uit van de gemeente die in de eredienst bijeen is en zich daar voor God gesteld weet.

Vindplaats van het Woord

Lijken Bijbelleraren ondanks alle verschillen ergens niet op de Levieten die voor de ark zorg droegen? Opmerkelijk genoeg komt in Deuteronomium de ark alleen als vindplaats van de geschreven Tien Woorden voor (10:8-9); de boekrol met Mozes’ onderricht werd daarnaast bewaard. Hoe zorgvuldig zij ook met de ark omgingen, het ging om de inhoud. In het voetspoor van Mozes legden zij Gods Woord uit, dat in de ark bewaard werd. Gaat het zo vandaag ook niet?

Bijbelleraars openen de Bijbel, want daarin is Gods Woord te vinden. Hoe cruciaal de Bijbel als literaire tekst en historische bron ook is, als vindplaats van Gods Woord komt hij in de eredienst ter sprake. Zo hoort de gemeente wat de Geest tot haar zegt. Prediking is voor mij tekstuitleg!

Delen.

Over de auteur

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Laat een reactie achter