Gezond predikantschap vraagt om gezonde ambtsvisie

Redactie | 25 februari 2026
  • Redactioneel

Het predikantschap heeft alleen toekomst met een breed gedragen theologische visie op het ambt. En deze toekomst staat onder druk. Het predikantentekort is schrijnend. In de NGK zijn er bijna 100 vacatures op ruim 300 predikantsplaatsen. Ondertussen staan de studenten niet in de rij voor de predikantsmaster. Verschillende jongere predikanten schuifelen stilletjes van de kansel af de coulissen in. En recent liet vijftiger Maarten van Loon uitgebreid horen waarom hij zijn taak als gemeentepredikant neergelegd heeft.

Daarvoor mogen we Van Loon dankbaar zijn, want het probleem ligt nu nadrukkelijk op tafel. Zijn analyse is: de werkdruk is te hoog. Het is te zwaar. De goedbedoelde adviezen vliegen over tafel. Met als hoogtepunten: ‘neem eens een dagje vrij’. Of: ‘dan doe je toch een keer geen preek.’ Als werkdruk het probleem is, dan is verlichting door snijden in je taken of in je uren de oplossing. Maar raakt dit de kern van het probleem?

Deze analyse beziet het predikantschap als een gewoon beroep. Dat gevoelen is wijdverbreid: onder predikanten zelf en onder gemeenteleden. Beroepen wordt solliciteren. Van de nieuwe voorganger wordt verwacht dat hij de jeugd weer terug de kerk in komt preken. De dominee mag op zondagochtend ‘ook zijn mening verkondigen’ en door te stemmen met de voeten zetten gemeenten predikanten onder een permanente hoogspanning. Presteert de predikant onvoldoende, dan haakt men af.

Ook predikanten zelf zijn zich anders op gaan stellen. De das maakte plaats voor een luchtig jasje boven een stel sportschoenen. De kansel werd een podium. De dominee benadrukte: ‘zeg maar gewoon Anne’ en de werktelefoon gaat op gezette tijden uit. Ook het verruilen van het ambt voor een ‘andere betrekking’ past daarbij. Dat het ambt voor het leven is, stond eeuwenlang in de gereformeerde kerkorde maar is in de huidige praktijk van de NGK verdwenen. Laat duidelijk zijn: dat het ambt moderniseert is het probleem niet. Maar een uitholling van het ambt is niet de gedroomde oplossing.

De eerste vraag bij een bevestiging van een predikant luidt: ‘Geloof je dat God zelf je door zijn gemeente tot dit ambt heeft geroepen?’ In deze vraag ligt een theologische diepte die een wezenlijkere remedie biedt tegen de crisis van het predikantschap, die vooral een crisis van het ambt is en ook zo geadresseerd moet worden. Het is de verdienste van prof. Hans Schaeffer dat hij deze diepte uitgebreid voor het voetlicht brengt. Het punt van het ambt is: deze stuntelige soms wat saaie prediker (m/v) op zijn net niet hippe gympen die graag Anne wil zijn, dat is de door God zelf geroepen ambtsdrager. Zij of hij representeert Christus ondanks en dankzij zich zelf met gezag. Het predikantschap is vergelijkbaar met een gewoon beroep, maar het is ook meer dan dat. En wie dat uit het oog verliest, maakt het ondraaglijk.

Meest gelezen

Het hart op tafel

Het hart op tafel

Redactie
  • Redactioneel

We moeten praten. Een gezond verband van kerken heeft kerkelijke pers nodig, waarin kerkelijke gesprekken gevoerd kunnen worden. Er moet ruimte zijn om te spreken over zaken die de kerken aangaan, in allerlei toonsoorten, soms vertrouwelijk en persoonlijk, soms ook argumentatief en delibererend. En soms mag het, net als in een goed huwelijk, ook scherp zijn. Is die ruimte voor gesprek en scherpte er niet, dan wordt het benauwend en lijden de kerken als geheel daar schade aan. We moeten dus praten.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief