Waarom we de waarheid liever niet zien

Marianne Bronsveld | 25 maart 2026
  • Wisselrubriek

Misschien ken je het wel: Iemand vertelt je dat hij in zijn jeugd te maken heeft gehad met misbruik en het onbehaaglijke gevoel bekruipt je dat je het eigenlijk altijd al gedacht hebt. Bij veel misbruiksituaties zijn er mensen die achteraf aangeven dat ze het gemerkt hebben. Maar hoe komt dat? Waarom kijken we weg? Hoe kun je goed reageren op vermoedens van misbruik?

Het valt ouderling Sietske op dat Nora (34) veel met Johan, een van de mannelijke ouderlingen uit de gemeente, optrekt. De twee wisselen regelmatig blikken uit en ze zijn veel in elkaars buurt te vinden. Ze ziet de twee ook regelmatig samen lopen buiten de kerkdienst. Maar ja, hoewel Johan getrouwd is, trekt hij toch wel naar de vrouwen toe. Hij kan goed contact maken met ze, heeft een vlotte babbel en is goed in staat een pastorale band met hen op te bouwen. Zo is hij gewoon… 

Enkele weken later heeft Sietske een bezoek gehad van Nora. De vertrouwenspersoon had Nora gestimuleerd om eens contact op te nemen. Nora vertelt dat ze al enige tijd een relatie heeft met Johan en dat ze er steeds meer achter komt dat dit niet passend is. Nora heeft psychische problemen en ze beschrijft hoe Johan haar met Bijbelteksten en mooie woorden heeft verteld dat hij haar mag helpen en dat aanraking daarbij behulpzaam zal zijn.
Sietske krijgt het tijdens het gesprek benauwd: het voelde al zo raar hoe die twee met elkaar omgingen. 

De twee wisselen regelmatig blikken uit en ze zijn veel in elkaars buurt te vinden.

De waarheid confronteert

Mensen die misbruik maken van een ander zijn vaak heel normale mensen. Mannen en vrouwen zoals jij en ik. Mensen met een gezin, een leuke baan, een mooie plek in de kerk. We zien geregeld dat het mensen zijn die in de kerkelijke gemeente worden gezien als mensen met een goed hart, die altijd voor anderen klaar staan en die makkelijk contact maken. Er zijn natuurlijk ook andere verhalen, maar niet zelden is bovenstaande het geval. 

Maar toch zijn er ook vaak mensen die, wanneer misbruik naar buiten komt, zeggen: ‘Er viel me al iets op’. Dit geldt ook voor Sietske. Hoe komt dat toch? Waarom drukken we onderbuikgevoelens liever weg dan dat we ze onder ogen komen? 

Als mensen willen we dat de wereld om ons heen veilig is. Het is één van de basisbehoeften van ieder mens. We willen dan ook heel graag geloven dat de wereld om ons heen ook daadwerkelijk veilig is. We willen geloven dat mensen die we tegenkomen prettige mensen zijn, die niet tot kwaad in staat zijn. Onrecht, lijden en slechtheid zien we het liefst als iets dat alleen aan de andere kant van de wereld voorkomt. 

Heel vaak zijn er signalen, waardoor we zouden kunnen weten dat we alert zouden moeten zijn.

Wanneer we een onderbuikgevoel hebben dat er iets niet klopt in onze omgeving dan drukken we deze gedachte het liefst weg. In heel veel gevallen gebeurt dit wegdrukken in eerste instantie niet bewust, het is eerder een soort overlevingsmechanisme dat in werking wordt gezet. Wanneer de signalen sterker worden, proberen we onszelf ervan te overtuigen dat het wel mee zal vallen. We vertellen onszelf dat we iemand niet valselijk mogen beschuldigen en dat we het niet zeker weten. Het kan niet waar zijn, want ‘het is zo’n fijn persoon’ of ‘hij betekent zoveel voor de gemeente’. Het tegenovergestelde gebeurt ook: ‘Nora heeft psychische problemen, zij klampt zich gewoon makkelijk aan mensen vast’. 

De waarheid onder ogen zien

De waarheid is echter dat voor heel veel mannen en vrouwen op deze aarde, op zijn minst een stukje van de wereld, een onveilige plek is. Mensen maken misbruik van elkaar, zodat de eigen behoeften bevredigd kunnen worden (op seksueel vlak, maar ook financieel, materieel, psychisch, et cetera). Dit gebeurt ver weg, maar ook heel dichtbij, zelfs binnen onze kerken. Bij het Meldpunt Misbruik horen we dagelijks verhalen van mensen die hier slachtoffer van zijn geworden. 

Maar die waarheid confronteert. Het is ontzettend ongemakkelijk om te beseffen dat ook jij, en degene die jij zo graag mag ook slechte dingen kunnen doen. Het onder ogen zien van deze waarheid vraagt moed. Het vraagt van je, dat je accepteert dat ook jouw nabije omgeving voor mensen onveilig zou kunnen zijn. 

Oefenen met het aankijken van de waarheid

Heel vaak zijn er signalen, waardoor we zouden kunnen weten dat we alert zouden moeten zijn. Sietske zag bijvoorbeeld dat een mannelijke ouderling wel heel erg naar kwetsbare vrouwen trekt en ze zag het contact dat Nora met hem had. Soms zien we het gedrag van een kind veranderen, of zien we blauwe plekken of een bijzondere dynamiek tussen een vader en een zoon. 

In al die gevallen kunnen we twee dingen doen: we kunnen onszelf vertellen dat het wel mee zal vallen en dat het vanzelf wel oplost, of we kunnen de waarheid onder ogen zien en de ander bevragen op gedrag of een potentieel slachtoffer vragen waar de blauwe plekken vandaan komen. 

Mensen die misbruik maken van een ander zijn vaak heel normale mensen.

Het kan zijn dat de ander geen slachtoffer is, maar zichzelf bijvoorbeeld vaak stoot (in het geval van de hiervoor genoemde blauwe plekken). Maar stel je voor dat je zelf in nood zou zijn: zou je dan liever hebben dat iemand vraagt of het wel goed met je gaat (met het risico dat dat onterecht zou zijn) of zou je liever hebben dat niemand iets doet, maar dat je achteraf te horen krijgt dat verschillende mensen hebben gedacht dat je aan het verdrinken was, maar dat niemand het lef had om jou te vragen of dat inderdaad zo was? 

Signalen zijn er, we moeten ze alleen durven zien. En daarmee kun je oefenen, bijvoorbeeld door casussen te bespreken en door het gesprek aan te gaan. Mensen die slachtoffer zijn van misbruik of geweld hebben een omgeving nodig, waar zij hun verhaal veilig kunnen delen. Door iemand aan te spreken en te zeggen dat je er voor iemand wilt zijn, als diegene daar klaar voor is, creëer je ruimte om het geheim open te breken. Laat misbruik geen geheim zijn! 

Meldpunt Misbruik

De Nederlandse Gereformeerde Kerken zijn bij het Meldpunt Misbruik aangesloten. Heb jij zelf misbruik meegemaakt, zie je signalen of heeft iemand zijn of haar verhaal met jou gedeeld? Neem dan contact op met de vertrouwenspersoon van het Meldpunt Misbruik:

0681080117, vertrouwenspersoon@meldpuntmisbruik.nl

Wil je oefenen met het onder ogen zien van de waarheid en wil je casussen om in je team, huiskring of gemeente te bespreken? Mail dan naar info@meldpuntmisbruik.nl.

Over de auteur
Marianne Bronsveld

Marianne Bronsveld is coördinator bij Meldpunt Misbruik in kerkelijke relaties.

Meest gelezen

Zonder genade geen toekomst voor mensen van vlees en bloed 

Zonder genade geen toekomst voor mensen van vlees en bloed 

Koert van Bekkum
  • Boekbespreking

Lezers van dit blad zal de naam Jurrien Mol wellicht niet veel zeggen. Toch is hij in de Protestantse Kerk in Nederland geen onbekende. Mol studeerde in Utrecht. Als predikant in diverse dorpen in Friesland ging het studeren gewoon door, want hij promoveerde op een mooi proefschrift over de verhouding tussen collectieve en individuele verantwoordelijkheid in het Oude Testament. Hij is bovendien voorzitter van de Confessionele Beweging, de in 2020 ontstane fusiebeweging van de Confessionele Vereniging (in de Nederlandse Hervormde Kerk) en het Confessioneel Gereformeerd Beraad (in de Gereformeerde Kerken in Nederland).

Lees artikel
Het spreken van God en de sprekende slang

Het spreken van God en de sprekende slang

Bernard de Vries
  • Opinie

Heeft de slang nu wel of niet gesproken? Dat lijkt de vraag te zijn in het artikel van ds. Ulbe van der Meer  in het meinummer van Onderweg. In deze reactie wil ik op een open en eerlijke manier het gesprek aangaan. Dat is zeker nodig als het waar is wat gesteld wordt, dat de traditionele visie voor zoveel problemen heeft gezorgd onder leden van de NGK en haar voorlopers.

Lees artikel
Studentenpastoraat aan de Theologische Universiteit Utrecht

Studentenpastoraat aan de Theologische Universiteit Utrecht

Mark Janssens
  • Wisselrubriek

Sinds begin 2025 ben ik naast mijn andere taken studentenpastor aan de TUU. Het goede van deze functie – alle lof aan de TUU voor de instelling van het studentenpastoraat! – is dat studenten in alle vertrouwelijkheid met mij kunnen spreken, over alles, zonder dat dat ook maar enig mogelijk gevolg kan hebben voor het vervolg van de studie of voor beoordelingen. Denk bijvoorbeeld aan veranderingen in opvattingen over (het verstaan van) de Bijbel. Vaak zijn de gesprekken eenmalig of met een grote tussenpoos, met sommige studenten spreek ik een tijd redelijk frequent over wat er bij hen speelt, wat problematisch is. En als er zaken weer wat tot rust gekomen zijn of beter hanteerbaar, dan stoppen onze ontmoetingen. Dat er zo’n plek voor de studenten is, vindt het College van Bestuur belangrijk.

Lees artikel
Jezus, een natuurmens

Jezus, een natuurmens

Arco den Heijer
  • Column

Als je op vakantie bent in de (Duitstalige) Alpen, kom je in de bergen regelmatig van die mooie donkerhouten bordjes tegen met in sierlijke letters een tekst die je stilzet bij de Schepper. ‘Alles was Odem hat, lobe den Herrn!’ Als het Bijbelteksten zijn, dan meestal psalmen. Zou je er ook een tekst uit het Nieuwe Testament op kunnen zetten? Welke tekst zou jij dan kiezen? 

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief