In goede handen

0

… en niemand zal ze uit mijn hand roven.
(Johannes 10:28b)

Wat een enorme hand moet dat zijn… Meer dan mensenmaat. Het is duidelijk: die hand is er niet maar voor mij alleen! Dat lijkt wel zo op de kaart op het prikbord boven het ziekbed. Met dat bemoedigende woord: ‘Je bent veilig in Gods hand’. Maar de werkelijkheid is nog veel geweldiger. De héle kudde van de goede herder past in zijn hand en is daar veilig. Een menigte die niemand tellen kan dan de eigenaar van die hand alleen: Jezus.

Houtkrullen

(beeld Mikhail Markovskiy/123rf.com)

(beeld Mikhail Markovskiy/123rf.com)

Het begon heel gewoon. Nieuwsgierige handjes die speelden met mamma’s ketting tijdens het drinken. Die lekker wilden rommelen in pappa’s houtkrullenhoop. Handjes die leerden bidden en danken. Die leerden groeten en hulpvaardig uit de mouwen komen. Handjes werden handen, handen met de eeltlaag van een timmerman.

Toen zag op zekere dag Johannes de Doper, de ziener van Israël, in die handen al de wan die het kaf van het koren ging scheiden. Maar is dat niet héél ver vooruitgekeken?

Ik zie eerst die handen zich uitstrekken naar een melaatse. Ik zie ze modder maken van zand en speeksel en het uitsmeren op de ogen van de blinde. Kijk, daar vatten ze een andere hand. Het is de dode hand van een meisje van twaalf, en daar opent ze de ogen al!

Zegenend trekt Hij het land door – kinderhoofdjes, gebogen hoofden van moedelozen, radelozen, rustelozen: een kudde zonder herder. Niets dan goeds kwam uit zijn handen.

Spijkers

Zie Hem vallen in de handen van mensen. Dat belooft niets dan slechts… Verraden nota bene door één die tegelijk met Hem zijn hand stak in de bevrijdingsschotel.

Daar gaan de spijkers – het doet pijn om naar te kijken – één voor één doorboren ze die zegenende handen. Maar zegenen blijven ze. Hoog verheven boven het volk blijven ze zegenen: ‘Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.’ En dan liggen ze stil, deze handen, in de stilte van het graf.

Littekens

Daar gáán ze weer! Actief vouwen ze de grafdoeken op, brengen ze de zegengroet, breken ze het brood aan huis. Diezelfde dag nog worden ze getoond, met littekens en al. Kijk maar, voel maar: dezelfde handen!

En door gaan ze met zegenen, tot ze zegenend uit het menselijk zicht verdwijnen. En wat doen ze op dit moment? Zegenen natuurlijk! Zegenend zullen ze jouw leven vergezellen als jij je wilt laten zegenen. Ja, zo zal het gaan met al wat leeft op aarde.

Sikkel

Sindsdien zijn wij als zijn kudde in de goede handen van onze goede herder. Een kudde die niemand meer tellen kan dan Hij alleen. Het evangelie gaat de wereld over – de Bijbel van hand tot hand, in alle denkbare talen. Wie kan dat tegenhouden? Wie kan christenen, waar ook ter wereld, ervan weerhouden te doen wat de Geest hun handen laat vinden om te doen? Wat je ook bedenkt: niets en niemand kan ons uit de handen van de goede herder roven! Geen tegenspoed, ellende of vervolging, honger of armoede.

En die wan dan, waar Johannes het over had? En die sikkel, gezonden om te oogsten? Er komt een tijd van sikkel en wan. Er komt een tijd dat Hij al wat mensen krom bogen, recht zal buigen, voorgoed. De aarde wordt stevig onder handen genomen, zoveel is zeker.

Maar wees niet bang, jij daar, in zijn handen: niemand zal je daaruit roven. Beloofd is beloofd. Sámen zijn we in goede handen. Veilig, dwars door de dood heen – alle dagen van ons eeuwige leven!

Nadenken

1. Luister naar Psalm 16 in de versie van Psalmen voor nu (= Opwekking 727): ‘Ik val niet uit zijn hand’ (zie YouTube).

2. In verschillende Zweedse steden staat het standbeeld In Guds Hand (zie foto) van de Zweedse beeldhouwer Carl Milles (1875-1955). Denk eens over het beeld na. Hoe komt het dat het zo veel mensen intrigeert?

Delen.

Over de auteur

Han Hagg is predikant van de GKv Zwolle-Zuid.

Laat een reactie achter