Wat is een juist moment om te dopen?

Luite-Harm Kooij | 30 april 2016
  • Opinie

Regelmatig vlamt de discussie over kinderdoop versus volwassendoop op. Recent wordt ingezoomd op de vraag of verschil van inzicht hierover kerkelijke eenheid in de weg mag zitten. Het is interessant het perspectief wat verder te verbreden, naar de kerk van de eerste eeuwen. Want de discussie over het juiste moment van de doopbediening is al zo oud als de kerk.

Het doopbassin van de zesde-eeuwse Johannesbasiliek in Efeze. (beeld Bernard Gagnon/Wikimedia)

Het doopbassin van de zesde-eeuwse Johannesbasiliek in Efeze. (beeld Bernard Gagnon/Wikimedia)

De eerste keer dat er expliciet gesproken wordt over de kinderdoop is rond het jaar 200, bij Tertullianus (uit Carthago) in zijn geschrift Over de doop. Hij wil niet dat er te snel gedoopt wordt: ‘Men moet geen parels voor de zwijnen gooien!’ Ook heeft hij een aantal bedenkingen om kleine kinderen te dopen: ‘Afhankelijk van de omstandigheden en gezindheid en ook de leeftijd van de desbetreffende persoon kan het beter zijn de doop uit te stellen; en met name geldt dit in het geval van kleine kinderen.’

Je kunt beter niet te snel dopen, het is maar de vraag of de doopouders zich aan hun beloften houden! In die lijn maant hij ook tot voorzichtigheid bij de doopbediening aan jongvolwassen mannen en vrouwen.

Bevlekking

Origenes heeft een andere visie. Hij zegt in zijn veertiende preek over Lucas (Lucas 2:22), gehouden te Caesarea rond het jaar 235: ‘Geen mens is onbevlekt, nog geen dag van zijn leven op aarde (Job 14:4-5). Door het geheimenis van de doop wordt de bevlekking van de geboorte tenietgedaan. Daarom worden ook kleine kinderen gedoopt.’

En in zijn achtste preek over Leviticus, die hij rond 240 gehouden heeft, zegt hij in een uitleg over Psalm 51:7 (‘in ongerechtigheid ben ik geboren’) het volgende: ‘… omdat de doop van de kerk bediend wordt ter vergeving van zonden, wordt de doop van de kerk bediend aan de kinderen; want als er in kinderen niets zou zijn wat vergeving of genade nodig heeft, dan zou die doop overbodig zijn.’

Ook in zijn commentaar op de Romeinenbrief van Paulus, geschreven rond het jaar 245, spreekt Origenes over de zonde die al in het leven komt voor de geboorte. Hij schrijft opnieuw over Psalm 51 en zegt dan: ‘Maar volgens het Bijbelverhaal is er van (een specifieke) zonde van zijn moeder geen sprake. Daarom heeft de kerk een traditie vanaf de apostelen om de doop ook aan de kinderen te bedienen.’ Origenes betoogt dat hun zonden moeten worden weggewassen met water en Geest.

Catacomben

Uit de citaten van beide kerkvaders worden twee dingen duidelijk:

1. Er zijn schriftelijke bronnen vanaf het jaar 200 die duidelijk verwijzen naar een bestaande praktijk van kinderdoop. Deze praktijk wordt zelfs een apostolische traditie genoemd.

2. Tegelijk is er discussie over het juiste moment waarop de doop bediend wordt; kennelijk is er verscheidenheid in de praktijk van de doop. Tertullianus, die dan nog lid van de katholieke kerk is, kan hierover ongehinderd zijn gedachten de vrije loop laten.

Toch moeten we niet te snel conclusies trekken. Spiritualiteit is niet statisch, en men legde vroeger andere accenten bij de waarde van de doop dan wij nu doen.

In de catacomben van Rome zijn bijvoorbeeld twee grafschriften gevonden uit de derde eeuw met de volgende teksten: ‘(Onze) lieve Tyche leefde één jaar, tien maanden, vijftien dagen. Zij ontving genade [= werd gedoopt] op [datum]. Zij gaf haar ziel over op dezelfde dag.’ En: ‘Irene, die met haar ouders elf maanden en zes dagen leefde, ontving genade op 7 april en gaf haar ziel over op 13 april.’

De reden van deze doop vlak voor het sterven wordt in een ander grafschrift duidelijk: ‘Geheiligd tot de goddelijke dood. Florentinus maakte dit monument voor zijn verdienstelijke zoon Appronianus, die één jaar, negen maanden en vijf dagen leefde. Omdat zijn oma zo veel van hem hield, en zij zag dat hij doodging, vroeg zij het aan de kerk, zodat hij deze aarde heeft verlaten als een gelovige.’

Dit kleine fresco uit de derde eeuw in de Sint Callixtus catacomben is wellicht de oudste afbeelding van een (kinder)doop. (beeld Bernard Gagnon/Wikimedia)

Dit kleine fresco uit de derde eeuw in de Sint Callixtus catacomben is wellicht de oudste afbeelding van een (kinder)doop. (beeld Bernard Gagnon/Wikimedia)

Ook hier blijven veel vragen onbeantwoord, maar de volgende conclusie kan worden getrokken: bij een naderende dood werden er in de derde eeuw te Rome kleine kinderen gedoopt. Zelfs als de ouders kennelijk niet geloofden, maar oma wel. De kerk nam daarin geen initiatief, maar een familielid. En de doop werd gezien als een toegang naar het eeuwige leven.

Veelkleurigheid

Zo is de kerkgeschiedenis een rijke bron van informatie. Helaas wordt haar ook regelmatig geweld aangedaan als vindplaats van het eigen gelijk. Dan projecteert men een discussie van nu op een situatie van bijna tweeduizend jaar geleden en verliest men uit het oog dat rond liturgische zaken en tradities er in de kerk van de eerste eeuwen grote plaatselijke verschillen mogelijk waren. De veelkleurigheid in de ongedeelde katholieke kerk was groter dan wij ons nu kunnen voorstellen. Pas eeuwen later trad er een proces van uniformering op.

Verder spelen veel zaken die men toen heel belangrijk vond, tegenwoordig veel minder een rol, en omgekeerd. Bovenstaande grafschriften uit de derde eeuw geven de indruk dat de vergeving van zonden door de doop veel meer een levende realiteit was dan nu. Geloofsvoorstellingen en uitingen van spiritualiteit veranderen nu eenmaal; dat vind ook zijn weerslag in de liturgie en het gebruik van de sacramenten.

Volksgebruik

Er is altijd geworsteld met de ‘heiligheid’ van de doop. Tertullianus is tegen een doop als volksgebruik. Ook de wederdopers in de zestiende eeuw formuleerden daarom een ‘nieuwe’ doop van bekering.

Met het oog op de geestelijke vervlakking legden de voorgangers van de Nadere Reformatie steeds meer nadruk op de noodzaak van bekering na de doop; soms met zo veel nadruk op zelfonderzoek dat er geen geloofszekerheid meer overbleef en Gods beloften slechts voorwaardelijk leken (wat in bepaalde ‘zware’ reformatorische kerken nog altijd gebruik is).

Abraham Kuyper had meer dan honderd jaar geleden moeite met het doopautomatisme van de volkskerk (wel dopen, geen bezieling en levensheiliging) en formuleerde mede daarom zijn leer van de veronderstelde wedergeboorte. Die bracht veel beroering en leidde tot de Vrijmaking van 1944.

Begrip

Kennis van de historische achtergronden kan ons helpen om helder te krijgen waar een bepaalde discussie ten diepste over gaat. Zo kan de studie van de vroegchristelijke kerk leiden tot meer begrip voor spirituele verscheidenheid. Meer aandacht voor de wijze waarop men toen met regionale verscheidenheid één kon zijn, lijkt me een belangrijke opdracht voor de Nederlandse kerken anno 2016.

Over de auteur
Luite-Harm Kooij

Luite-Harm Kooij is predikant van de GKv Nieuwleusen en heeft een passie voor de vroegchristelijke kerk.

Meest gelezen

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel
Kerknieuws juni 2026

Kerknieuws juni 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Op 15 mei is ds. Johannes Theodoor Jonkman overleden. Hij werd op 13 januari 1950 geboren in Groningen en studeerde theologie in Kampen. In 1983 werd hij door GKv Drachten Zuid-Oost uitgezonden als zendingspredikant naar Kalimantan Barat (Indonesië). In 2000 werd hij gemeentepredikant in NGK Hardenberg-Centrum, waar hij vanaf 2015 aan verbonden was als emerituspredikant. De NGK Hardenberg-Centrum telt ruim 550 leden. Binnenkort verschijnt op onderwegonline.nl een in memoriam over ds. Jonkman.

Lees artikel
Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Lyanne De Haan-Wilts
  • Kerkelijk leven
  • Professorsprofiel

Ik ontmoet Myriam digitaal. Haar vakantie is net voorbij en dat is te zien, ze kijkt ontspannen met een kop thee de camera in. Toch geeft ze aan dat vakantie iets ingewikkelds heeft. Het leven als hoogleraar is gefragmenteerd en kent een permanente druk. De rust die vakantie brengt is elke keer weer even wennen. De adrenaline van haar dagelijks leven moet eruit en ze vindt het lastig om geen grip op zaken te hebben. Tegelijk hoopt ze dat ze de rust van de afgelopen vakantie mee kan nemen in haar werk van de komende tijd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief