De kerk van morgen heeft geloofsleer nodig

Bob Wielenga | 3 september 2016
  • Opinie

Bij ons thuis stond op zolder een grote kast met verstofte boeken. Niemand keek ernaar om. Als Kamper student vond ik er tot mijn verbazing Abraham Kuyper: zijn Leer van de Heilige Geest, zijn Gemeene gratie, en de Encyclopaedie van de heilige godgeleerdheid. Ook in onze kerken lijkt de aandacht voor de kerkelijke leertraditie te zijn weggezakt. Maar zonder oriëntatie op het verleden kan het geloof geen kracht zijn.

Gesprekken en debatten over de leer van de kerk zijn opgeborgen in een stoffige kast ergens in een hoek waar niemand er last van heeft. Naar mijn idee is deze verschuiving mede cultureel bepaald. Halverwege de vorige eeuw leefden we nog – onder de invloed van het modernisme – in de sfeer van de maakbaarheid van de samenleving. In de kerk leidde dat tot het streven naar beheersbaarheid van heel het kerkelijke leven. Over wat we moesten geloven, bestond geen twijfel: dat was vastgelegd in de belijdenisgeschriften. Alles wat daarmee in strijd was, werd buiten de deur gehouden. Onze eigen zuil beschermde ons tegen de aanslagen van buiten en van de boze.

In de huidige postmoderne, veel meer relativistische cultuur is het maakbaarheidsideaal opgegeven. Al zijn er nog bevlogen wetenschappers die in die waan leven; sommigen geloven zelfs dat ze hun brein zijn! Ook in de kerk lijkt het beheersingssyndroom overwonnen. Dat valt bijvoorbeeld af te lezen aan de grotere decentralisatie die in veel kerken optreedt. Er is minder controle van bovenaf op het geloof en het leven van de kerkleden. Leertuchtprocessen zijn een grote uitzondering geworden, ook in kerken waar ze voorheen regelmatig voorkwamen.

Toch is het niet zo dat de veranderingen in de kerk alleen maar een gevolg zijn van de culturele omwentelingen in de samenleving. Er is meer aan de hand, en dat ligt op een dieper niveau. Twee dingen vallen mij daarbij op.

Geloofsbeleving

Allereerst is de samenleving geseculariseerd. God verdween niet alleen uit Jorwerd, Hij verdween ook van de euro. Met de toenemende angst voor de islam komt ook het christelijke geloof meer en meer onder verdenking te staan: religie is slecht voor de mens. Dat brengt kerken over het hele spectrum dichter bij elkaar. Wat ons bindt, is meer en sterker dan wat ons scheidt. Ik heb de indruk dat de samenbindende kracht ervaren wordt in de kernen van ons zeer heilige geloof (Judas 1:20).

Dat brengt me bij het tweede: het christelijke geloof is door de evangelicale beweging heengegaan. De geloofsbeleving staat nu centraal, niet de geloofsleer. Het geloof is persoonlijker geworden. Er staan andere vragen op de agenda. Ethische problemen hebben de dogmatische uit het centrum van de aandacht verdreven. Niet de verhouding tussen verkiezing en verbond, maar de vrouw in het ambt houdt ons nu bezig. De plaats van homo’s in de gemeente levert vurige debatten op, niet de kerkleer. Als de geloofsleer, de dogmatiek, al aan de orde komt, dan gaat het vooral over de derde persoon van de drie-eenheid: de heilige Geest en zijn werk. De geloofsbeleving bindt, de leertraditie scheidt. Deze ontwikkeling stimuleert dat kerken elkaar vinden over kerkgrenzen heen die vroeger hermetisch gesloten waren.

Fundament

Zoals altijd bij dergelijke ontwikkelingen, zijn er sterke en zwakke punten in aan te wijzen. Vanuit mijn lezing van de brief van Judas maak ik drie korte notities over wat we als kerk op weg naar morgen niet mogen vergeten.

De eerste is dat het ertoe doet wat de kerk gelooft; het is niet genoeg dat ze gelooft. Judas komt op voor wat er geloofd moet worden. De geloofsleer moet van generatie op generatie worden overgeleverd. De kerk van morgen bouwt vandaag op het fundament dat in het verleden werd gelegd door apostelen en profeten. Zonder deze oriëntatie op het verleden kan het geloof geen kracht zijn in ons leven, persoonlijk, gemeentelijk, of ook maatschappelijk. Onze afkeer van leergeschillen moet ons niet onverschillig maken voor de geloofsleer. Geloofsvernieuwing zal toch op moeten komen uit de apostolische traditie zoals die in de Bijbel is overgeleverd en in de geloofsleer wordt uitgelegd.

Laten we ons wel realiseren dat het in de geloofsleer vooral gaat om de persoon van Jezus Christus en het heil dat in Hem verscheen. Vandaar dat het daarin niet maar om dorre verstandskennis gaat; ons hart als de kern van ons bestaan wordt erin aangesproken. We worden erdoor voor een keuze geplaatst. Ik zou de verhouding tussen hart en verstand in de geloofsleer als volgt willen omschrijven: het gaat in de geloofsleer om het hart, maar het draait daar wel om het verstand. Laten we oppassen voor een anti-intellectualistische tendens in de hedendaagse kerk. Daar vaart het geloof niet wel bij.

Gebed

In de tweede plaats: de inzet voor de geloofsleer gaat bij Judas hand in hand met een gebedsleven dat geleid wordt door de heilige Geest, en een verlangend uitzien naar de komst van onze Heer en meester Jezus, die ons in zijn grote barmhartigheid het eeuwige leven schenken zal (verzen 20-21). We hebben de kerkgeschiedenis niet mee. De strijd voor de geloofsleer is te vaak gevoerd in een klimaat van geestelijke armoede. De huidige aandacht voor het gebed is daarom een welkome herontdekking van de apostolische geloofstraditie, die de verschillende gebedspraktijken bijeenhoudt.

En het verlangend uitzien naar de wederkomst als geestelijke werkelijkheid lieten we als gereformeerden graag over aan Johannes de Heer en zijn nazaten. Het valt ons nog altijd niet mee – zo is mijn indruk – om te gaan met de spanning tussen de eeuwigheid hier en nu, en de eeuwigheid die ons nog te wachten staat. Verlangend uitzien, schrijft Judas. Zien wij er verlangend naar uit, en dan niet alleen op oudejaarsavond?

Liefde

De kern van Judas’ oproep is, in de derde plaats, om vast te houden aan Gods liefde. Daar draait het toch allemaal om: de heilige God heeft ons zondaren lief. Zijn liefde hebben we ontvangen door Jezus Christus die ons bij deze liefde bewaren zal (vers 1). Hier raken we aan de bestaansgrond van de kerk. Hier houden we ons als gelovigen aan vast in leven en sterven.

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Meest gelezen

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel
Kerknieuws juni 2026

Kerknieuws juni 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Op 15 mei is ds. Johannes Theodoor Jonkman overleden. Hij werd op 13 januari 1950 geboren in Groningen en studeerde theologie in Kampen. In 1983 werd hij door GKv Drachten Zuid-Oost uitgezonden als zendingspredikant naar Kalimantan Barat (Indonesië). In 2000 werd hij gemeentepredikant in NGK Hardenberg-Centrum, waar hij vanaf 2015 aan verbonden was als emerituspredikant. De NGK Hardenberg-Centrum telt ruim 550 leden. Binnenkort verschijnt op onderwegonline.nl een in memoriam over ds. Jonkman.

Lees artikel
Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Lyanne De Haan-Wilts
  • Kerkelijk leven
  • Professorsprofiel

Ik ontmoet Myriam digitaal. Haar vakantie is net voorbij en dat is te zien, ze kijkt ontspannen met een kop thee de camera in. Toch geeft ze aan dat vakantie iets ingewikkelds heeft. Het leven als hoogleraar is gefragmenteerd en kent een permanente druk. De rust die vakantie brengt is elke keer weer even wennen. De adrenaline van haar dagelijks leven moet eruit en ze vindt het lastig om geen grip op zaken te hebben. Tegelijk hoopt ze dat ze de rust van de afgelopen vakantie mee kan nemen in haar werk van de komende tijd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief