Preek: Rijk in God
- Leespreek
In de rubriek leespreek publiceren wij een preek geschikt voor persoonlijke meditatie, ter bespreking op een Bijbelstudiekring of voor gebruik in de eredienst. In het laatste geval dien je altijd eerst contact met de auteur op te nemen om toestemming te verkrijgen. Deze preek is overigens ook te bekijken en te beluisteren via deze link. De hier weergegeven preek is een door de redactie ingekorte transcriptie van de opname.
Deze preek van Peter Roosendaal (als predikant verbonden aan NCGK Het Anker in Lelystad) grijpt de hoorder bij de keel. Zeer indringend gaat Roosendaal de verzen en de gelijkenissen van Lucas 12 langs en brengt het onderwijs van Jezus dicht op onze huid. En dat onderwijs gaat over geld en bezit. Het is een confronterend en ongemakkelijke waarheid voor een rijk land en een rijke kerk. En daarom zo nodig. Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.
Schriftlezing: Lucas 12:1-34
Vandaag gaat de preek over rijkdom, over geld, over goederen, over waar je je ook maar rijk mee kunt rekenen. En dat is nogal wat. Ik heb centraal gezet in de verkondiging die prachtige uitdrukking: rijk zijn in God. Wat betekent dat precies? Hoe werkt dat?
En daar gaat Jezus ons vandaag iets over vertellen in de Bijbel, we hebben dat samen gelezen. En dat is op een bijzonder moment in de geschiedenis van het evangelie. Dat is namelijk op een moment waarop Jezus de kans krijgt om een megachurch te beginnen. Lucas 12 begint met te zeggen: “Intussen had er zich een enorme menigte verzameld.” Met die duizenden mensen had hij de hele wereld kunnen bereiken. En precies op dat moment geeft Jezus, denk ik, het belangrijkste onderwijs over goud en goed in heel het evangelie.
Dat is het moment waarop Jezus een megachurch had kunnen beginnen.
Als ik op Instagram zit, dan volg ik graag Taylor Ransom. Taylor Ransom is een Amerikaanse comedian. En die drijft de spot met megachurches in Amerika. En in het filmpje dat ik je nu wil laten zien doet hij alsof hij een consultant is die een megachurch adviseert.
Bekijk de video via deze link.
Het begint met ‘spirit of excellence’. Het idee dat je alleen maar een kerk kunt bouwen als alles flitsend is. Dus Taylor Ransom zegt, geen twee roltrappen die het niet doen, maar zestien. In de green room, dat is de kamer waar alle mensen die de dienst organiseren bij elkaar komen, daar moet goed te eten zijn.
Wat is nou belangrijk in de kerk? Hoe bouw je met rijkdom een gemeente op? Hoe ga je samen om met wat de Heer je gegeven heeft. Hebben we dan een ‘spirit of excellence’ nodig? Dat alleen het allerbeste goed genoeg is? En hoe ziet dan dat allerbeste eruit?
Jezus zegt er één heel simpel ding over. Dat is: waar jouw schat is daar zal ook je hart zijn. En dat zegt hij precies op het moment dat hij visitekaartjes had kunnen laten drukken, dat hij een privéjet had kunnen aanschaffen om over heel de wereld te gaan. Dat is het moment waarop hij duizenden mensen had kunnen uitzenden naar de werelddelen om filialen te starten van de Jezuskerk.
En hij doet het niet. In plaats daarvan, zegt Jezus tegen zijn leerlingen: pas op het gist van de farizeeën. Want het gist van de farizeeën, dat gaat overal doorheen zitten. Wat bedoelt Jezus? Nou, eerst is hij afgewezen. Dat gebeurde in het hoofdstuk hiervoor door de farizeeën. De farizeeën zeiden, ja, u doet wel geweldige dingen, maar dat komt omdat u uit uw vader de duivel komt. Daar komt dat door. U bent uit uw vader de duivel.
Het tweede is dat de farizeeën de mensen steeds meer regeltjes gaven. En die regeltjes gingen over de buitenkant. En Jezus zegt: aan de binnenkant is het niet op orde. En het derde is dat de farizeeën allerlei vakantiehuizen hadden in Galilea. De offergave van de weduwe namen ze mee en ze kochten een tweede huis ergens bij het meer. En daar deden ze van alles en nog wat. Maar de vroomheid lieten ze graag in Jeruzalem achter.
Jezus zegt: pas op! Als het om de hebzucht gaat, kun je hier zien wat er gebeurt. Dat je een compleet religieus bolwerk kunt bouwen. Net zoals Taylor Ransom laat zien, een geweldige megachurch met 16 roltrappen. Een liturgie met liederen die niet ouder zijn dan een jaar. En waar is God dan? Is je hart dan niet in beslag genomen door het ‘meer’ en het ‘groter’? En een ‘spirit of excellence’?
Jezus zegt: straks zijn het juist deze mensen die achter je aan zullen komen om je te vervolgen. Jullie mogen niet bang voor hen zijn. Er is maar één ding waar je bang voor moet zijn. Dat is dat jullie aan die geest gaan meedoen, dat jullie zo ook over de kerk gaan denken. Dat jullie zo gaan kijken naar de goederen van deze wereld, dat je denkt: als God me zegent, nou dan takelt hij alles bij mij naar binnen. En precies dat is niet waar.
Laat me een verhaal vertellen, zegt Jezus. Er was dus een rijke man. En die rijke man die had goed geboerd. Gods aarde had vrucht gegeven. En hij had superveel vruchten, een hele rijke oogst: veel meer binnengehaald dan zijn schuren konden bevatten. En deze man zegt in de nacht bij zichzelf: Weet je wat ik doe? Ik breek die oude schuren af en ik zet een nieuwe grote schuur neer. Ah, en dan zal ik rust hebben. Dan zal ik onbezorgd kunnen leven. Chill out. Dan kan ik rustig zitten, ik kan genieten, ik kan vakantie vieren, ik trek een biertje open. Dan heb ik het voor elkaar. Weet je wat, dat ga ik doen, zegt die man tegen zichzelf.
Doet die man niets verkeerd? Ik denk het niet. Wat kan hij eraan doen dat zijn oogst twee keer zo groot is als normaal? Het is toch een zegen van God? Dat is toch fantastisch? En dat iemand nadenkt: hoe ga ik om met die enorme zegen die ik heb ontvangen. Ik heb een schuur nodig die drie keer zo groot is. Dat heb ik nodig, anders kan ik de oogst niet inzamelen. Toch geen gekke gedachten?
Ik heb de tekst vertaald, zo letterlijk mogelijk, en ik wil hem nog een keer met jullie lezen. Lucas 12:17-19. “En hij overlegde bij zichzelf. En hij zei: Wat zal ik doen? Want ik heb geen ruimte om mijn vruchten op te slaan. En hij zei: Dit zal ik doen. Ik zal mijn schuren afbreken, grotere schuren bouwen en ik zal daarin mijn koren en mijn goederen opslaan. En dan staat er letterlijk in het Grieks: en ik zal tegen mijn ziel zeggen, ziel, u hebt veel goederen liggen voor veel jaren. Neem rust, eet, drink en wees vrolijk.”
Dit noemen we in het Frans een dialogue intérieur. Een redenering met jezelf. ‘Ik’ komt zes keer voor. En ‘mijn’ komt vier keer voor. Je voelt aan wat hier misgaat. Het punt is niet dat hij een grote oogst had of een grotere schuur wilde hebben. Het punt is dat deze man vanwege zijn rijkdom alleen nog maar in gesprek is met zichzelf. De ander, God, de Ander met een hoofdletter, komt in het hele verhaal niet meer voor. Die is er gewoon niet meer, die is uit beeld verdwenen. Met dat deze man de zegen van rijkdom ontvangt, raakt hij op zichzelf gericht. En Jezus laat ons zien: dat is wat rijkdom met je doet. Altijd.
Het punt is dat deze man vanwege zijn rijkdom alleen nog maar in gesprek is met zichzelf.
In 1 Timoteüs 6 staat: Geldzucht is de wortel van alle kwaad. Dit is wat geld met je doet. Laat dat even tot je doordringen. Jullie, ik ook hè, ik ook, 10%, wij horen allemaal bij de 10% van de piramide van rijkdom. Dus wij hebben met onze 10 procent het allergrootste deel van het bezit in deze wereld. Zelfs als je een alleenstaande figuur bent die leeft van de bijstand en heb je het echt niet makkelijk. Dan hoor je nog bij die 10% die het grootste deel van het kapitaal heeft van deze wereld.
En het akelige van dat kapitaal is dat het nooit tegen jou zegt, of dat jouw bankrekening je opbelt en zegt, goede vriend, luister, je hebt nu genoeg. Nooit. Die bankrekening belt jou altijd op en zegt. Er kan nog een nul bij. En het heeft er de lege belofte bij dat als die bankrekening jou een nul extra geeft, dat je dan uit de zorgen bent.
Maar wat gebeurt er als je meer geld hebt? Je krijgt er ook meer zorgen bij. Je ligt er ‘s nachts kennelijk van wakker. En je denkt, ik moet een grotere schuur hebben. Terwijl het verlangen van deze man, de behoefte die hij heeft, helemaal niet zo gek is. Hij zegt, ik wil eigenlijk gewoon zorgeloos leven, dat lijkt me zo lekker. Dat die enorme oogst binnenkomt, en de schuur binnen rolt en dat ik dan gewoon…, chill out, man. Laat het allemaal even zakken, het komt wel goed. Dat is geen verkeerd verlangen. Hij kiest alleen de verkeerde route. Zijn verhaal gaat over ‘ik’.
Dat is geen verkeerd verlangen. Hij kiest alleen de verkeerde route.
Zijn we nog met God in gesprek over wat we werkelijk doen? Wat we nodig hebben. Dat het niet gaat om ons comfort, dat het niet gaat over wat flitsend, groots en meeslepend is, maar dat wij ten diepste een gesprek blijven voeren met God. Heer, wat vindt u nou precies nodig voor onze stad. Wat vindt u nodig voor onze kerk? Wat wilt u?
Zie je die rijke dwaas in bed liggen? Op zijn stromatrasjes en zijn dekentje over zich heen. Lekker. Nou laat ik dat maar doen, een grotere schuur. En dan zal ik zeggen, ziel, u hebt het goed gedaan. Hier is je oogst. En wat zegt Jezus tegen hem? Dwaas. Dwaas, zegt Jezus, deze nacht zal jouw ziel worden opgeëist. Er staat niet, God komt om rekenschap van je te vragen. Nee, jouw eigen ziel mag verantwoording afleggen. Want jij hebt wel allemaal bezittingen, er is alleen één ding dat je niet bezit. En dat is? Zijn leven.
Want alles mag je je eigendom noemen, maar je ziel is niet van jezelf. Weet je wat dat betekent? Als jouw ziel niet van jezelf is, dat is je hele ik in de Bijbel. Je ziel is je hele ik. Als jouw ik niet van jezelf is, wat betekent dat dan voor je bezittingen? Die zijn dus ook niet van jou. Als dat ik niet van jou is, dan is wat het ik heeft dus ook niet van jou. En op een dag moet je het allemaal loslaten. Op een dag moet je het teruggeven.
Op een dag zegt God, wat heb jij met die spullen gedaan? Zijn die spullen nog in verbinding met de ander? Met een kleine letter en met een hoofdletter. Er loopt een lijnrecht verband tussen je bezit en je behoud. Tussen de zorg voor je ziel en je geld. Want waar je schat is, zegt de Heer Jezus, daar zal ook je hart zijn. Het punt was niet dat deze kerel te veel aan zichzelf dacht. Het punt is dat deze kerel te weinig aan zichzelf dacht.
Als hij ook aan zijn ziel gedacht had en hij had goed voor zijn ziel gezorgd, dan was het met al die vruchtjes ook wel goed gekomen. Hij begon op de verkeerde plek. Hij begon bij zijn bankrekening, hij begon bij zijn vastgoed, bij wat de aarde had opgebracht. En hij vergat dat hij zelf niet kon leven in relatie tot de eurotekens. Hij had iets anders veel meer nodig.
Precies als Jezus de kans heeft om die mega church te bouwen, waarschuwt hij voor hebzucht. Omdat hij weet: hoe dichter ik bij het kruis kom, hoe meer er van deze duizenden zullen afhaken. Hoe dichter ik kom bij de plek waar ik alles moet loslaten en zelfs mijn ziel moet overgeven, hoe meer mensen zullen zeggen, ik houd liever mezelf vast dan u. En dat terwijl Jezus degene is die rijk was in de hemel, die al zijn rijkdom aflegde en als arme naar de aarde kwam om armen rijk te maken. In Jezus Christus, broers en zussen, ligt alle rijkdom.
Hoe komt dat? Omdat zijn ziel van de Vader is. In uw handen beveel ik mijn geest, zei Jezus. En de Vader heeft alles. Van Mij is het vee op duizend bergen. Het goud en het zilver, zegt God in het Oude Testament, is van Mij. Er is niets in deze wereld waarvan God niet kan zeggen dat is van Mij en hij geeft het. Aan wie Hij het wil geven. Hij schenkt het uit genade. En wie er een beroep op doet, die mag het allemaal hebben. Wie het eigendom van Jezus Christus is, die heeft in Hem alle rijkdom van de Vader ontvangen. In het licht van dat vermogen worden aardse goederen niet meer dan een belangrijke bijzaak.
In Jezus Christus, broers en zussen, ligt alle rijkdom
Dit stelt een vraag aan jou en mij, een ongemakkelijke vraag. Een vraag waar 21e-eeuwse rijke westerlingen wat van schuiven op hun stoel. En dat is: heeft het geld jou? Of heb jij het geld? En het antwoord op die vraag hangt af van wie jouw ziel is. Als jouw ziel van jezelf is, dan zul je de neiging hebben om te zeggen, ik heb het geld. En natuurlijk doe je er ook goede dingen mee. Maar het is allemaal wel van jou. En dan kunnen we geven omdat het mij blij maakt. En dan sta ik nog steeds in het middelpunt van mijn eigen bankrekening. Of is dat het geld dat eigenlijk van de Vader is? Omdat mijn ziel van de hemelse Vader is. En hij dus ook mag zeggen wat ik met dat geld en die goederen en alles wat ik heb, mag doen.
Laten we het onder ogen zien en vandaag eens in de spiegel kijken, lieve broers en zussen. Zijn wij niet ten diepste ontzettend rijk? Met onszelf. Met ons leven. Met onze kerk. En als de Vader nou zegt, deze nacht zal ik rekenschap eisen van alles wat je hebt, durf je dan vandaag je geestelijke kasboeken open te leggen? En zeggen, Heer, het is alles van u. Zo heb ik geleefd, zo ben ik ermee omgegaan. En zo mag ik het ook weer aan u teruggeven als dat moment daar is. Weet je wat er dan gebeurt, vrienden? Als je die grondhouding in je leven kent, dan leef je onbezorgd. Dan wordt het verlangen van die rijke man vervuld.
Hij zei, als ik nou die grote schuur heb, ben ik daarna zorgeloos. Dan kan ik gaan zitten op een stoeltje, dan kan ik elke dag vrolijk zijn. Neem rust, drink, eet, want alles is voor elkaar. Zo heerlijk als je leven en je bezit je uit handen worden genomen. Als je ziet, het is eigenlijk allemaal van de Vader. Dat is niet alleen de bankrekening niet alleen je hypotheek en niet alleen de auto die hier op het kerkplein staat, maar het zijn ook de mensen om je heen. Het is je leven. Het is dat wat je krampachtig vast kunt houden.
Zeg maar, het is toch van mij? En je hebt zulke goede bedoelingen. Je voelt je zo verantwoordelijk. Ten diepste ben je er zo rijk mee. En je moet er niet aan denken dat God het uit je handen weg zou nemen. Dan stort je leven in elkaar. Ik kan het niet voor jou invullen. Dat mag jezelf doen.
Want als je het loslaat, pas dan kan ik jouw handen vullen. En als ik je handen mag vullen, dan ben je rijk in God.
Als je beseft wat het betekent dat alles van de Vader is. En je het hem maar hoeft te vragen en hij geeft het je. Waarom zou je dan op je centen gaan zitten? Zo ongemakkelijk voor rijke westerlingen. Alleen wie zichzelf om Jezus’ wil verliest die kan rijk worden in God. Dat verandert je focus voorgoed.
In de kerk zijn we in de afgelopen eeuw heel druk geweest met seks. Wie mag met wie naar bed en wanneer? Wist je dat 28% van het onderwijs van Jezus gaat over geld en bezit? Bijna een derde van wat Jezus zegt gaat over geld en bezit. Waar jouw schat is daar is ook je hart. En als jouw ziel van jezelf is, dan mis je dus de vreugde in God.
En hoe gaan we dat doen? Dat is heel simpel, zegt de Here Jezus. Geef alles weg wat je hebt. Zorg dat je een beurs krijgt in de hemel die niet verslijt en is het opgelost. Ik denk dat wij, zo verslaafd als we zijn aan goud en goed, jullie allemaal, ik ook, moeten leren te beginnen met het eerste. En dat eerste is dat je je vandaag eens afvraagt, wat is er van jou? Wat heb je in je handen? Wat knijp je bijna fijn? Wat zou je nooit durven loslaten? Omdat je ten diepste denkt, maar dit is van mij en niet van de Vader.
Ja, dat zeg je natuurlijk niet. Je zegt niet, dat is niet van de Vader. Je bent best bereid om mij vanmorgen na te zeggen, het is van de Vader. Dat weet ik zeker. Als ik vanmorgen een microfoon onder je neus druk, dan zeg je, alles wat ik heb, heb ik van de Vader. Maar ik stel je vandaag de vraag, wat ligt er in jouw hand als eerste? Waarvan jij zegt, zoals die meeuwen in Finding Nemo: “Mijn, mijn, mijn!” En dat de Heilige Geest vanmorgen daarvoor je ogen wil openen. En zegt, open nou eerst eens je hand en laat eens los. Want als je het loslaat, pas dan kan ik jouw handen vullen. En als ik je handen mag vullen, dan ben je rijk in God.
Moge de Heilige Geest dat door zijn genade aan jou laten zien vandaag wat er geklemd is in je handen. Dan mag je zo meteen in gebed je handen openen. Daar word je niet arm van hoor. Amen.
Ds. Peter Roosendaal is als predikant verbonden aan NCGK Het Anker in Lelystad.


