Missionair in Oegstgeest en omstreken

Leendert de Jong | 27 mei 2016
  • Interview
  • Thema-artikelen

Het kan zomaar een quizvraag zijn. Wie weet waar Oegstgeest ligt? Het juiste antwoord: het beetje chique dorp ligt onder de rook van universiteitsstad Leiden. Sinds enkele jaren heeft Oegstgeest een nieuwbouwwijk. Daar woont Pieter Kleingeld, voorganger van de circa 600 leden tellende NGK van Oegstgeest en omstreken. Kleingeld is een visionair en stoeit graag met begrippen als missionair zijn, discipelschap en het grote verhaal van God.

Pieter Kleingeld: 'Tieners uit onze gemeente hebben pannenkoeken gegeten met mensen van vijf nationaliteiten. Zoiets is net het uitspelen van het visioen uit Jesaja 25: er is voor ons als vreemdelingen verzoening met God!' (beeld Tamara Breton)

Pieter Kleingeld: ‘Tieners uit onze gemeente hebben pannenkoeken gegeten met mensen van vijf nationaliteiten. Zoiets is net het uitspelen van het visioen uit Jesaja 25: er is voor ons als vreemdelingen verzoening met God!’ (beeld Tamara Breton)

Je komt als voorganger in een gemeente die het verlangen heeft om de liefde van Christus te laten zien aan de wereld. Wat doe je dan?
‘Mijn eerste gedachte was: de liefde van Christus zichtbaar maken is geen project, het is ons leven. Daarvoor bestaat geen stappenplan; ons leven zelf is het stappenplan. En omdat in het leven van een christen bidden belangrijk is, is dat ook hier zo. Dat was één lijn.

De andere lijn was dat ik bezig was na te denken over het begrip vreemdelingschap. Ik denk dat dit van toepassing is op de kerk. De kerk moet leren ontdekken wat het is om als minderheid te leven. Als je dat namelijk doet, dan durf je jezelf te zijn en wil en kun je aan anderen laten zien: zo zijn onze manieren. Het is belangrijk om daar rust bij te vinden: dit is wie we zijn, dit is onze identiteit. Het aardige is dat ik in die tijd zelf vreemdeling was in Oegstgeest, in de nieuwe gemeente. Ik kon mij dus in die houding verplaatsen.’

Wat leverde dit denken op?
‘Ik ben in interviewvorm gaan praten met diakenen, ouderlingen en gemeenteleden. Ik heb gevraagd of zij hier iets van herkennen, van het zijn van een minderheid. Het werd herkend, zeker in deze omgeving, waar 2 procent van de bevolking kerkelijk is. Dat percentage is beduidend lager dan het rapport God in Nederland voor heel het land noemt!’

Jij startte met het begrip vreemdeling. Waarom niet met discipelschap, een begrip dat gangbaar is in het denken over missionair zijn?
‘Dat heeft te maken met risico’s die ik zie rond het begrip discipelschap. Als je erover praat en preekt, wordt het al snel werktuigelijk: hoe doe je dat, discipel zijn? Er zit voor een preek weinig verhaal in. Bovendien ben ik beducht voor een individualistische invulling, waarbij mensen zeggen: “Ik ben een discipel.” Omdat God drie-enig is en wij geschapen zijn naar zijn beeld, zijn we bedoeld om in gemeenschap te leven. Daarom zeg ik liever: “Wij zijn discipelen.”

Toen ik hierover sprak, zeiden verschillende mensen: “Ik wil wel discipel zijn, maar ik heb het zo druk.” Toen dacht ik: dat is interessant, hier zit wel een verhaal in. Daarna ben ik gestart met een serie preken over druk zijn en discipel zijn. De les was dat het belangrijk is om je te oefenen in het leerling zijn.’

Hoe dan?
‘Naar mijzelf toe: ik preek. Eigenlijk zit daar altijd een stukje angst bij: de mensen die luisteren, vinden iets van mij, dus moet ik mijn best doen. Daar ben ik dan druk mee. Zo wordt drukte een valstrik: ik zoek de oplossing bij mezelf. Maar het is toch zo dat “wie op de Heer vertrouwt, niet beschaamd wordt”? Voordat ik preek, moet ik daarom bidden: “Heer, ik wil schuilen bij U.” Dát is discipelschap. En zoiets kun je breder maken. Voor alles wat je doet, kun je eerst vragen: “Heer, wilt U…?”

Dit grotere verhaal achter discipelschap wil ik vertellen. De vraag is niet: wat is Gods plan met mijn leven? De vraag is: welke plek heeft mijn leven in zijn grote verhaal? Als je daarover nadenkt, kom je op het begrip balling of vreemdeling. Want die rol heeft Gods volk heel vaak in Gods verhaal. Het denken over vreemdelingschap hangt trouwens al langer in de lucht. Je ziet het terug in het boek Vreemdelingen en priesters van Stefan Paas. Ik heb dat cadeau gedaan aan kerkenraadsleden.

Al lezend – onder meer in Jeremia 29, waar staat: “Bid voor de stad (…) en zet je in voor haar bloei” – kwam ik op de trits bidden, wonen en werken. Dát is waar je als vreemdeling voor staat. Het is cruciaal om die drie woorden te laten vullen en inspireren door het evangelie.’

‘Welke plek heeft mijn leven in Gods grote verhaal?’

Hoe vertaal je dit naar een gemeente die de liefde van Christus wil laten zien?
‘Zoiets bouwt zich op. Als dit in Jeremia 29 staat, waar moet je dan voor bidden? Over die vraag heb ik een gesprek gehad met drie gemeenteraadsleden die lid van onze kerk zijn. Ik heb hun gevraagd: “Hoe kijk jij naar de bloei van de stad? Waar heb je gebed voor nodig en wat kunnen wij voor jou betekenen?” Het mooie was: over zoiets moeten zij ook nadenken. Ook zij hebben een verlangen. Ze willen in het politieke leven iets van het koninkrijk laten zien en vragen zich af: wat is concreet de bloei van de stad? Dit gesprek hielp hen. Daarna vroegen ze of wij als gemeente voor hen willen bidden. Ze zeiden ook: we willen graag met anderen praten over items die in de politiek spelen. Later dacht ik: als dit voor raadsleden geldt, dan kan het ook voor anderen belangrijk zijn, bijvoorbeeld voor mensen in het onderwijs of in het bedrijfsleven.’

Waarom?
‘De leden van mijn gemeente wonen verspreid over meerdere plaatsen. We hebben geen eigen gebouw. Zoiets roept vragen op. Wie zijn we als gemeente en voor wie willen we er zijn? Juist daarom ben ik begonnen bij de mensen zelf. Wie zijn zij op de plek waar ze wonen en werken? Hoe doen zij dat als vreemdeling en wat kunnen wij hierin, als gemeente, voor elkaar en anderen betekenen?

Natuurlijk realiseer ik me dat een volgende stap nodig is: wat wil je als hele gemeente? Dat weet ik nu gewoon nog niet zo goed. Focus je op een wijk of doe je misschien iets samen met andere kerken? Maar ook hier helpen gebed, nadenken en lezen. Zo ontdek je wat God wil: wat is zijn droom voor de plek waar Hij ons geplaatst heeft? Ik hoop die volgende stap samen te kunnen zetten, met voorzichtigheid, wijsheid en een stukje stevigheid. We willen wel vooruit!’

Terug naar vreemdelingschap. Welke actie hoort daarbij?
‘In de Bijbel komen veel visioenen van het koninkrijk voor, bedoeld om aan mensen in die tijd duidelijk te maken wat Gods plan is. Visioenen dagen ons uit om mee te dromen, om die dromen te toetsen aan Gods wil en om veel te bidden. Bijvoorbeeld zo: als ik dan vreemdeling ben, samen met anderen, en ik zie andere vreemdelingen – vluchtelingen van ver weg, die nu dichtbij zijn – wat kan ik dan voor hen doen? Misschien kun je ervoor zorgen dat ze snel taalles krijgen. Of misschien kun je met een groep vluchtelingen gaan eten. In onze gemeente hebben tieners dat gedaan. Ze hebben pannenkoeken gegeten met mensen van vijf nationaliteiten: Afghanen, Irakezen, Iraniërs, Syriërs en Nederlanders. Zoiets is net het uitspelen van het visioen uit Jesaja 25: er is voor ons als vreemdelingen verzoening met God! En dan is er ook verzoening met mensen, ook met “andersoortige” vreemdelingen. Zo stap je als het ware midden in het Bijbelverhaal. Dan ga je het gelóven.’

Pieter Kleingeld: 'Ik wil het grotere verhaal achter discipelschap vertellen.' (beeld Laura Kleingeld)

Pieter Kleingeld: ‘Ik wil het grotere verhaal achter discipelschap vertellen.’ (beeld Laura Kleingeld)

Je zei: verzoening met mensen. Heb je dat zo ervaren?
‘Ja. Aan het slot van de ontmoeting zei ik: “Ik wil graag bidden.” Zoiets is lastig om te zeggen; het ging om vrijwel allemaal moslims. Maar ze begrepen het. En ze zeiden: “Wil je dan bidden voor vrede in ons land?” Dan zie je ook de rol van priester die je als vreemdeling hebt. Je weet dat mensen in de kerk niet beter of anders zijn dan anderen. Je weet dat het leven hier niet compleet is. Maar je weet ook: God is in het midden van de kerk. Laat het vervolgens maar zó, door Gods Geest, gaan werken dat mensen van buiten merken: ook al is het in de kerk niet volmaakt en zijn de mensen daar vaak een zooitje ongeregeld, ik merk dat God er is. Ook dat is priesterschap. Eigenlijk is dat het hele Bijbelse idee van de tempel.’

En zo gebruik jij een begrip als vreemdeling liever dan het begrip discipel?
‘Ja. Omdat mensen, denk ik, behoefte hebben aan het grotere plaatje. Als christenen raken we soms te veel gewend aan stukjes van het grote verhaal van God. Bijvoorbeeld: Jezus is gestorven voor onze zonden. Of: Hij wil graag dat we in en door zijn Geest zijn discipelen zijn. Elk stukje op zich is indrukwekkend, maar door slechts naar één stukje te kijken, mis je zomaar het grote verhaal: Gods plan met de wereld, de kerk, met jou.

Dat plan is dat je deel bent van een gemeenschap van Gods mensen, die vreemdelingen en ballingen zijn, die willen bidden voor elkaar, voor anderen en voor de stad en die zich willen inzetten voor de bloei van de stad. Natuurlijk zit daar ook discipelschap in. Besef daarbij: we zijn hier niet om een religie te bouwen. Hoe zou dit ook kunnen in een stad als Leiden, met 2 procent kerkelijke mensen? Vergeleken daarmee is de 5 procent in een metropool als New York een soort Biblebelt!’

‘Er zit voor een preek weinig verhaal in discipelschap’

Deze benadering van een gemeenschap van vreemdelingen die zich inzet voor anderen, slaat dat aan?
‘Ja, je merkt dat mensen met elkaar in gesprek gaan. Wat nu gebeurt, inspireert mensen. Het doel is niet zozeer om als groep nieuwe dingen te doen, maar om als hele gemeente dingen op een nieuwe manier te doen: mensen ontmoeten elkaar, ze herkennen elkaar, ze verbinden zich met elkaar. Maar natuurlijk is er nog sprake van een omslag. Zo’n benadering kost tijd.’

En je zet dit door omdat…?
‘Omdat ik wil laten zien dat het God primair om gemeenschap gaat, om de kerk, om een beweging. In dat laatste woord zit ook vaart: het is geen vrijblijvend vrijwilligerswerk. Daarbij hoort voor mij dat we steeds laten zien en zelf ervaren dat God echt is en dat Hij ons heeft opgenomen in zijn verhaal. Ik geloof in een God die een oplossing heeft voor het kwaad. Zijn boodschap ging vroeger door en gaat nog steeds door, door lijden heen naar vrijheid en naar een nieuw leven.’

Over de auteur
Leendert de Jong

Leendert de Jong werkt in de media en is oud-hoofdredacteur van
OnderWeg.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief