Geestelijk populisme

Bob Wielenga | 18 januari 2018
  • Blog

De grenzen van de democratisering komen in Nederland in het zicht. Niet iedereen kan overal over meepraten. Vandaar dat het referendum weer uit het wetboek verdwijnt. Neem nou dat referendum over Oekraïne. De grote meerderheid van de bevolking kwam niet eens opdagen voor de stemming. De populisten hadden er via de sociale media zo’n gepolariseerde poppenkast van gemaakt dat politiek gezien niemand iets met de uitslag kon.

Democratie is het beste politieke systeem dat we kennen, maar het is niet volmaakt, en er zijn grenzen. Democratie vraagt om politieke geletterdheid en opvoeding van de bevolking. Het veronderstelt ook een verdeling van de verantwoordelijkheden; niet iedereen kan en weet alles. Wil de democratie kunnen functioneren, dan moet er een basisvertrouwen zijn dat de verkozen vertegenwoordigers deskundig het volk in haar geheel dienen.

Bijbelleesdemocratie

Sinds het einde van de negentiende eeuw is de wereldwijde vertaling van de Bijbel op gang gekomen. Iedere stam, taal en natie moest de Bijbel in zijn eigen taal kunnen lezen. Het grote voorbeeld was daarbij Luthers vertaling van het Nieuwe Testament in het Duits. Wat een invloed heeft die niet gehad op de Duitse cultuur!

De vertaling van de Bijbel in de talen en dialecten van Afrika heeft eveneens een enorme impact gehad. Niet alleen op de cultuur, maar ook op het sociaal-politieke leven. In het koloniale Afrika, waar de talen van de overheersers de dienst uitmaakten, werd het zelfgevoel van de inheemse volken enorm versterkt door de Bijbelvertaling in de eigen taal. Hun taal en cultuur waren goed genoeg om de Bijbel te kunnen ontvangen! De Europese talen werden hun van bovenaf opgelegd en hun eigen talen en culturen werden als primitief weggezet. Om mee te tellen in de koloniale wereld moest men assimileren, verwestersen en de eigen taal en cultuur marginaliseren. Geen wonder dat er zo veel christenen in de bevrijdingsbewegingen zaten.

De Bijbelvertaling ging hand in hand met de stimulering van het onderwijs. Vooral de zending speelde hierbij een belangrijke rol. Men moest de Bijbel toch zelf kunnen lezen? Iemand noemde dit eens het begin van de democratisering van het Bijbellezen. Iedereen heeft recht op een bijbel in zijn of haar eigen taal, die ze ook zelf moeten kunnen lezen. Daar zijn we toch voor? Ja, als we ons maar bewust blijven van de grenzen van deze democratisering en als we de verdeling van de verantwoordelijkheden binnen deze ‘Bijbelleesdemocratie’ maar respecteren.

Grens 1: leesniveau

De eerste grens waar men bij het Bijbellezen in Afrika – want daar beperk ik me toe – tegen aanloopt, is de leesvaardigheid. Niet iedereen die heeft leren lezen is een bekwame lezer. De Bijbel vraagt om bekwame lezers. De moeilijkheidsgraad van veel Bijbelteksten is hoog genoeg om problemen te veroorzaken, zeker voor laaggeletterden in de mondelinge culturen van Afrika.

Het Bijbellezen heeft hier soms een ontstellend laag niveau, zelfs onder voorgangers in de duizenden kerken van eigen bodem. Het is begrijpelijk dat deze voorgangers liever profeet dan leraar zijn. Als profeet kunnen ze inspiratie door de Geest claimen met speciale openbaringen, ondersteund met een enkele uit zijn context gescheurde Bijbeltekst.

Dit probleem wordt gedeeltelijk verholpen door het accent niet op zelf lezen te leggen, maar op voorlezen, wat in de gemeenschapscultuur in Afrika ook goed werkt. Luisteren naar wat de Bijbel zegt, of beter: naar wat God door de Bijbel zegt, wordt dan belangrijk. Samen Bijbellezen, waarbij we elkaar helpen als lezers en luisteraars, is dan ook belangrijk.

Grens 2: leeshulp

Bekwaam Bijbellezen is nog maar de eerste stap. “Begrijpt u ook wat u leest?” vroeg Filippus de hoge ambtenaar uit Ethiopië (Handelingen 8:31) die in Jesaja aan het lezen was. Hij was als hoogopgeleid man ongetwijfeld een bekwaam lezer, maar had geen idee waarover het ging. “Leg het me eens uit”, vroeg hij Filippus. Ook bekwame lezers hebben hulp bij het Bijbellezen nodig.

Iedereen moet de Bijbel dus zelf kunnen lezen in zijn of haar eigen taal, maar niemand moet denken dat hij of zij daar geen hulp bij nodig heeft, dat het gebed om de leiding van de Geest afdoende is. Paulus zegt juist dat niet iedereen een leraar is (1 Korintiërs 12:29). Nodig zijn dus bekwame Bijbelleraren, die daarvoor ook opgeleid zijn, zoals Paulus zelf trouwens.

Daarom wordt de kerk ook lichaam van Christus genoemd: iedereen en alles heeft zijn en haar eigen plek en taak, waarop het geheel is aangewezen en waarover we om de leiding van de Geest mogen vragen. De Bijbelleesdemocratie verwordt anders tot een huis dat tegen zichzelf verdeeld is, en waar de grootste schreeuwer, profeet genoemd, het hoogste woord heeft. Geestelijk populisme!

Lerende leerlingen

Bij Bijbellezen komt heel wat kijken. Dat maakt het niet elitair, alsof alleen academische theologen ertoe in staat zouden zijn – al denken sommigen van hen dat soms wel. Van de Reformatie hebben we geleerd om geen onderscheid te maken tussen clerus en leken, tussen Bijbelleraren en -leerlingen.

En toch, Bijbellezen gaat niet vanzelf. We moeten erin opgevoed en onderwezen worden in de gemeenschap van de kerk, die daarvoor ook als gave van de Geest Bijbelleraren ontvangt. De kerk heeft leraren nodig die hun hele leven leerlingen blijven, geleerd in de Schrift, verlicht door de Geest.

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Op weg met muziek

Op weg met muziek

Els Veurink (HR)
  • Reisbagage
  • Thema-artikelen
Zing een nieuw lied voor de HEER

Zing een nieuw lied voor de HEER

Jaap Cramer
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen

Reacties zijn gesloten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief