Getuigen van het oordeel?

Bram Beute | 20 januari 2018
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Kunnen we met niet-christenen spreken over het komende oordeel? Eeuwenlang is het een belangrijk onderdeel van het missionaire spreken geweest, zoals tijdens de opwekkingsbewegingen in de afgelopen eeuwen. En ook in Jezus’ prediking speelde het oordeel over de zonden een grote rol. Veel mensen bekeerden zich juist onder deze verkondiging. Zouden we er daarom niet meer aandacht aan moeten geven?

Het is bij dit onderwerp van belang om te bedenken dat Jezus en de opwekkingspredikers refereerden aan wat mensen al geloofden. Ze riepen de mensen op om dat nu eindelijk serieus te nemen en zich te bekeren. In Nederland is er intussen veel minder ‘op te wekken’. Het (latente) geloof in God en zijn oordeel is de laatste decennia grotendeels verdwenen.

Missionair preken over het komende oordeel is echter niet alleen weggelegd voor opwekkingspredikers. Ook de apostel Paulus sprak over het komende oordeel, tegenover Grieken en Romeinen. Zijn tijd was in bepaalde opzichten vergelijkbaar met onze tijd: er was een grote religieuze diversiteit en verdraagzaamheid. Kunnen wij iets van Paulus’ missionaire oordeelsprediking leren?

Bang

In Handelingen kun je drie keer iets lezen over de inhoud van Paulus’ evangelieverkondiging aan niet-Joden. Twee van de drie keer brengt hij daarbij het oordeel ter sprake. In Lystra doet hij dat niet. Na een genezing zien de mensen daar Paulus en Barnabas aan voor Hermes en Zeus. Op de achtergrond speelt de mythe dat Hermes en Zeus de streek eerder bezocht zouden hebben. Toen werden zij door niemand herkend en ontvangen. Daarom zouden ze heel het gebied hebben laten overstromen. Paulus buit de angst van de mensen voor de goden niet uit, maar benadrukt juist dat God goed is (Handelingen 14:8-18).

Paulus maakt de bestuurder Felix daarentegen wel bang door te spreken over het komende oordeel. Felix is benieuwd wat zijn gevangene te vertellen heeft over het christelijk geloof. Maar als Paulus spreekt over gerechtigheid en zelfbeheersing en over het oordeel van God wordt Felix bang en stuurt hij Paulus terug naar de gevangenis (Handelingen 24-25). Dat lijkt toch een weinig succesvolle missionaire strategie!

De rechters op de Areopagus weten toch dat je God niet kunt vastleggen in een beeld van goud, zilver of steen?

Iets dergelijks zie je als Paulus zich voor de Areopagus, een religieuze rechtbank in Athene, moet verantwoorden. In zijn toespraak confronteert hij zijn gehoor met de tegenstrijdigheden tussen hun denken en hun religie. Beïnvloed door de filosofie van hun tijd zullen zij, zo stelt Paulus, toch niet geloven dat een god woont in een tempel of iets van mensen nodig zou hebben? Ze weten immers dat je goden niet kunt vastleggen in een beeld van goud, zilver of steen. Maar waarom doen ze dat dan toch? Daarop zegt Paulus: God ziet voorbij aan de onwetendheid van mensen en gebiedt hun nu zich te bekeren, want de dag van het oordeel komt (Handelingen 17:22-31)! Zowel voor Felix als voor de Areopagus is Paulus als boodschapper van Jezus een gevangene en aangeklaagde. Hij draait de rollen echter om en klaagt zijn verhoorders aan en plaatst ze voor God, die hen zal oordelen.

Vrijspraak

Dat het spreken van Paulus in Handelingen over het oordeel geen incident is, blijkt uit zijn brieven. In de Romeinenbrief stelt Paulus zich voor aan een gemeente die hem niet persoonlijk kent. Hij presenteert daarbij uitgebreid het evangelie dat hij verkondigt. Hier zet hij nadrukkelijk in bij Gods toorn en oordeel, die allen verdiend hebben en waarvan door Jezus Christus vrijspraak te ontvangen is (Romeinen 1-3).

In de eerste brief van Paulus aan de Tessalonicenzen, een gemeente die voor een groot deel uit niet-Joden bestond, schrijft Paulus over het positieve getuigenis dat uitgaat van hun geloof. Als hij dat geloof typeert, doet hij dat door te zeggen dat ze de levende en ware God dienen en dat ze Gods Zoon uit de hemel verwachten, ‘die ons zal redden van het komende oordeel’ (1 Tessalonicenzen 1:9-10).

Verstaanbaar

Het oordeel blijkt belangrijk in Paulus’ missionaire prediking. Voor zijn niet-Joodse tijdgenoten was dat een onbekend thema. Veel mensen waren bang voor goddelijke straffen, maar daarvan geloofden ze dat die in het leven hier en nu zouden plaatsvinden. Een kómend oordeel van God, waarmee Hij de mensen zou straffen voor hun verkeerde daden, maakte geen onderdeel uit van hun wereldbeeld.

Paulus verkondigt het evangelie, zodat zijn hoorders gered zullen worden en God zullen gehoorzamen (zie bijvoorbeeld 1 Tessalonicenzen 2:16 en Romeinen 1:5). Daarbij spant hij zich in om verstaanbaar te spreken. Hij wordt voor de Joden een Jood en voor degenen die zonder wet zijn als iemand zonder wet (1 Korintiërs 9:19-22).

040206 Getuigen_2Ondanks het feit dat het komende oordeel voor de niet-Joden een onbekend thema is, spreekt hij daarover. Maar hij doet dat wel zó dat het raakt aan hun voorstelling van de wereld. In zijn gesprek met Felix brengt hij het in verband met voor de Romein Felix bekende waarden: gerechtigheid en zelfbeheersing. In Athene sluit Paulus aan bij de filosofische ideeën over de verering van God om zijn hoorders duidelijk te maken dat zij zich moeten bekeren.

Paulus’ motivatie om het evangelie te verkondigen zal voor christenen in deze tijd niet zo heel anders zijn: dat mensen gered worden en God zullen gehoorzamen. Moeten ze het dan ook hebben over het oordeel? Misschien is dat lastig, omdat het ook onder christenen geen populair onderwerp lijkt te zijn. Maar daarom is het goed om eens na te gaan wat de hindernissen daarvoor zijn en ook waar het spreken over het oordeel kan aansluiten bij het gewone leven.

Allergisch

Onze situatie is anders dan die van Paulus. Tussen Paulus en ons ligt een tijdperk waarin het christendom de dominante en vaak ook overheersende godsdienst was.

Regelmatig hoor ik van niet-christelijke bezoekers in de kerk opmerkingen als: ‘Ik ben blij dat jij niet zo’n strenge dominee bent. Van hel en verdoemenis en zo.’ En: ‘Gelukkig is het allemaal niet meer zo streng, zo veroordelend.’ Kennelijk hebben nogal wat mensen die associatie bij het christelijk geloof: hel, verdoemenis en oordeel. Daarbij wordt nogal eens gedacht dat de kerk deze begrippen gebruikt om de mensen bang te maken en hen zo in haar macht te houden.

Bij dat laatste speelt natuurlijk ook mee dat de meeste Nederlanders met een min of meer gesloten wereldbeeld leven. Begrippen als God, hemel, hel en oordeel zien zij niet meer als begrippen die naar een werkelijkheid voorbij deze werkelijkheid verwijzen. Misschien is er wel iets, maar wat dat is, weet niemand en daar kun jij in je dagelijks leven niet echt rekening mee houden.

In de loop van de afgelopen eeuwen zijn mensen zichzelf steeds meer als het centrum van het bestaan gaan zien. Als mens ben je geen verantwoording verschuldigd aan een hogere macht, hoogstens aan ‘de menselijkheid’. Hoe zou je dan nog kunnen spreken over een oordeel dat van buitenaf naar ons toe zou komen en waarin God over ons zou kunnen oordelen? Is God, die zo veel lijden toestaat, bovendien wel competent om een oordeel te vellen? Als God zou bestaan, zou Hij eerder door ons veroordeeld moeten worden als medeplichtig aan al het menselijke leed, omdat Hij naliet om in te grijpen.

Spreken over het oordeel roept nóg een allergische reactie op: heeft het nadenken over zonde en oordeel niet tot gevolg dat we het leven niet aanvaarden zoals het is? Gaan we dan niet heel snel natuurlijke zaken veroordelen als zondig?

Zucht

Het is belangrijk om je van deze hindernissen bewust te zijn. Tegelijk zijn er ook aanknopingspunten. Het gaat daarbij vooral over sterke levenservaringen of intuïties die in het moderne, gesloten wereldbeeld gemakkelijk genegeerd worden. Zo blijkt het op bepaalde momenten moeilijk vol te houden om te geloven dat er niet méér is dan wat wij zien. Bij begrafenissen blijkt het geloof dat er na de dood toch nog wel iets moet zijn vaak weer de kop op te steken. Je zou dat kunnen zien als moeite om de werkelijkheid te aanvaarden, maar wellicht is het een waardevolle intuïtie die erop duidt dat met de dood niet werkelijk alles afgelopen is.

Een dergelijke intuïtie kun je ook zien in de ervaring van gemis en mislukking die je op diverse momenten in je leven kunt ervaren. Je bent niet geworden wie je had willen zijn. Niet zo goed of niet zo interessant als je gehoopt had. Je zou dat gevoel kunnen afdoen als een gewone teleurstelling die nu eenmaal hoort bij mensen in een midlifecrisis of aan het einde van hun leven. Maar zou het ook kunnen dat het een ervaring is van Gods toorn en oordeel over ons leven? Vergelijk het eens met Psalm 90, waarin geklaagd wordt over de vluchtigheid van het leven: ‘Al onze dagen gaan heen door uw woede, wij beëindigen onze jaren in een zucht.’

‘Ik ben blij dat jij niet zo’n strenge dominee bent, van hel en verdoemenis en zo’

Een ander aanknopingspunt is het rechtvaardigheidsgevoel. Wie bij de berichten over vreselijke misdaden de reacties van de lezers leest, komt vaak een sterk verlangen naar vergelding tegen. Voor een meervoudig verkrachter en moordenaar is een paar jaar gevangenisstraf niet genoeg. ‘Ze zouden hem…’ En dan volgen er allerlei mogelijke straffen, die eigenlijk geen van allen goed genoeg zijn. Hoe kun je iemand straffen die de levens van zo veel mensen kapot heeft gemaakt? De gedachte dat er ook misdadigers zijn die nooit gepakt worden en ongestraft kunnen leven en sterven is daarbij onverdraaglijk. Verwijst ook dat niet naar het belang van een van buiten komend, rechtvaardig oordeel?

Ten slotte doet het oordeel recht aan de mens als verantwoordelijk wezen. Je levensloop is niet alleen maar veroorzaakt door wat je overkomen is, door geluk of pech of door de evolutionair bepaalde acties van je brein. Een komend oordeel betekent dat je jezelf als mens verantwoordelijk weet voor wat je wel en niet doet of hebt gedaan.

Spreken over oordeel

Hoe kun je schuld, oordeel en genade in de praktijk ter sprake te brengen? Je kunt denken aan kerkdiensten. Voor veel niet-christenen zijn met name doop-, trouw- en rouwdiensten een gelegenheid om in aanraking te komen met het christelijk geloof. Vanwege de allergieën die er zijn bestaat de neiging om het spreken over schuld en oordeel in zulke diensten uit de weg te gaan. Maar als het zelfs in de kerk niet meer over schuld en oordeel mag gaan, waar kunnen mensen dan nog met hun schuld heen?

Ook in een persoonlijk gesprek kun je doorspreken over intuïties en de thema’s die hiervoor werden geschetst. Soms wordt een gesprek een aanklacht. Je gesprekspartner kan jou als christen voor de voeten werpen dat het christelijk geloof niet houdbaar is: hoe kun je geloven in een God die zo veel leed toestaat?

Veel christenen zullen geneigd zijn hier bescheiden op te reageren. Ze herkennen de vraag en weten er zelf ook geen antwoord op, maar vertrouwen op Gods liefde, zoals Hij die heeft laten zien in Jezus Christus. Dat is geen verkeerd antwoord. Maar het is te overwegen of er niet ook een ander antwoord gegeven kan worden, zoals Paulus deed voor Felix en voor de Areopagus, waar hij de rollen omdraaide. Is het wel terecht dat wij God beschuldigen van honger in Afrika en vreselijke oorlogen? Moeten we niet vooral naar onszelf kijken, bijvoorbeeld omdat wij ons niet volledig hebben ingespannen om aan al dat lijden een einde te maken? Als God er is, kunnen wij Hem dan wel in de beklaagdenbank (laten) zetten of dringt dan het besef zich op dat Hij komt om ons te oordelen, juist óók om zo veel leed dat wij hier op aarde laten gebeuren?

Dit artikel is gebaseerd op informatie uit diverse bronnen. Een complete literatuurlijst is te vinden in Bram Beutes masterscriptie Getuigen van het komende oordeel: Paulus’ verkondiging van het komende oordeel en de relevantie daarvan voor een seculiere tijd, TU Kampen, 2017.

Over de auteur
Bram Beute

Bram Beute is redacteur van OnderWeg en voorganger van Oase voor Nieuw-West en De Bron in Amsterdam Nieuw-West.

Meest gelezen

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel
Kerknieuws juni 2026

Kerknieuws juni 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Op 15 mei is ds. Johannes Theodoor Jonkman overleden. Hij werd op 13 januari 1950 geboren in Groningen en studeerde theologie in Kampen. In 1983 werd hij door GKv Drachten Zuid-Oost uitgezonden als zendingspredikant naar Kalimantan Barat (Indonesië). In 2000 werd hij gemeentepredikant in NGK Hardenberg-Centrum, waar hij vanaf 2015 aan verbonden was als emerituspredikant. De NGK Hardenberg-Centrum telt ruim 550 leden. Binnenkort verschijnt op onderwegonline.nl een in memoriam over ds. Jonkman.

Lees artikel
Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Lyanne De Haan-Wilts
  • Kerkelijk leven
  • Professorsprofiel

Ik ontmoet Myriam digitaal. Haar vakantie is net voorbij en dat is te zien, ze kijkt ontspannen met een kop thee de camera in. Toch geeft ze aan dat vakantie iets ingewikkelds heeft. Het leven als hoogleraar is gefragmenteerd en kent een permanente druk. De rust die vakantie brengt is elke keer weer even wennen. De adrenaline van haar dagelijks leven moet eruit en ze vindt het lastig om geen grip op zaken te hebben. Tegelijk hoopt ze dat ze de rust van de afgelopen vakantie mee kan nemen in haar werk van de komende tijd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief