Klimaatsverandering rond uitverkiezing

0

Onlangs kwam OnderWeg met een special over de uitverkiezing. Bepaald geen vrolijk onderwerp. Schrijvers als Jan Siebelink zorgden ervoor dat zelfs ongelovigen schrikken als het over de uitverkiezing gaat. Geloven in een God die volstrekt willekeurig mensen uitkiest om naar de hemel of – de meerderheid – naar de hel te gaan, moet wel een psychische afwijking zijn.

Deze weergave van de uitverkiezing zal binnen de NGK/GKv makkelijk als karikatuur worden afgedaan. Toch gaf dit leerstuk velen van ons niet veel geloofsblijdschap. Op zijn best was het een discussiestuk waarover stevig van mening werd verschild: hete hoofden en koude harten op de studieverenigingen.

Reuring

Uit mijn jeugd herinner ik me de discussies over Klaas Schilders dubbele uitverkiezingsleer, waarmee Benne Holwerda het niet eens was. Gods eeuwige verkiezing en verwerping waren in volmaakte balans. Bij ons thuis ging het over het verbond, zelden over de uitverkiezing, maar de verhouding tussen beide speelde toch op de achtergrond mee. Hou je maar aan het verbond, zei mijn vader, die zich op dit punt meer bij Holwerda dan bij Schilder thuisvoelde.

Kees Veenhof schreef zijn Prediking en uitverkiezing (1957) over de twisten rond de uitverkiezing in de afgescheiden kerken van de negentiende eeuw. Kamphuis senior en zijn kompanen Trimp en Wiskerke kwamen met publicaties over de uitverkiezing in de lijn van Schilder. Kamphuis en Veenhof stonden in de discussies over de uitverkiezing tegenover elkaar.

Ik wist al dat zijn uitverkiezingsleer verdacht was,
want die werd fel bestreden in de vrijgemaakte pers

In 1965 kreeg je de Kamper dissertatie van Harm Venema, Uitverkiezen en uitverkiezing in het Nieuwe Testament, dat voor de nodige reuring zorgde, want Schilders dubbele predestinatieleer vond bij hem geen steun.

In de roerige jaren zestig was de uitverkiezing ook één van de thema’s die de geesten binnen de GKv scheidden. Ondanks alle goede bedoelingen – daar ga ik zonder meer van uit – droegen de discussies niet veel bij aan mijn geloofsblijdschap. Het was een zorgelijk thema! Een dieptepunt in de discussies werd bereikt toen iemand de verkiezende God vergeleek met een aardappelboer die pootaardappels selecteerde. Wie wil er in zo’n God geloven?

Bron van blijdschap

Door omstandigheden kwam ik onder het gehoor van Gerrit Berkouwer, dogmaticus aan de VU en onder ons bekend als de voorzitter van ‘de synode die Schilder schorste’. Ik wist al dat zijn uitverkiezingsleer verdacht was, want die werd fel bestreden in de vrijgemaakte pers. Maar wat een verademing om hem over de uitverkiezing te horen praten. Hij gaf de grenzen aan waarbinnen we moesten blijven om recht te doen aan wat de Bijbel erover zegt. Hij waarschuwde tegen rationalistische speculaties die het geloofsleven belasten, helemaal tegen de bedoeling van de uitverkiezingsleer in.

Uiteindelijk ging het om de verankering van de genade, waardoor mensen behouden worden. Ons heil ligt vast in Gods genade, die zijn oorsprong heeft in Gods eeuwige raad. Maar dat is een constatering achteraf, die bij Paulus vooral in de lofprijzing een plaats krijgt.

We moeten af van het fatale systeemdenken
dat alle vragen denkt te kunnen beantwoorden

Uitverkiezing is geen logisch leersysteem dat de geloofszekerheid ondergraaft en tot geestelijk gewroet in onszelf leidt, maar een bron van geloofsblijdschap over een God die ook ons liefheeft en dat bewezen heeft in Jezus Christus. Voor mij is Schilders verkiezingsleer in de slag gebleven, al heb ik nog altijd veel waardering voor wat hij over het verbond geschreven heeft. Dat stond bij hem ook meer op de voorgrond. Daarin heeft Marinus de Jong gelijk.

Geheimenis

Met enige nieuwsgierigheid greep ik dus naar de OnderWeg-special. Het krampachtige, theologische klimaat rond de verkiezing is verdwenen. Het verband tussen verkiezing en geloofszekerheid staat centraal, zoals ik Berkouwer dat hoorde benadrukken. Daarin zal ook de vrijgemaakte verbondstheologie, zoals door Schilder voorgestaan, hebben doorgewerkt, vermoed ik.

Ruud de Boer geeft het heel simpel maar treffend weer: verkiezing betekent dat ik bij Jezus mag horen. Dan kan de stap van verkiezing naar geloofsblijdschap, in navolging van Paulus, zonder geestelijk gewroet in onszelf gezet worden. Zouden we deze klimaatsverandering niet als vrucht van het werk van de Geest in ons midden mogen opmerken?

Verkiezing hoeft geen angst op te roepen, want de verkiezende God is liefde. Daarmee zijn alle mogelijke vragen nog niet netjes opgelost en opgeborgen. Daar wijst Matthijs Haak terecht op. Maar het geheimenis moeten we het geheimenis laten. Om het bekende woord uit Deuteronomium 29:29 te parafraseren: hoe de eeuwige verkiezing precies werkt, komt de Heer onze God toe; het verbond komt aan ons toe. Wij en onze kinderen houden ons daaraan.

Binnen het verbond is er geen sprake van concurrentie tussen God en ons. Wat God wil en werkt en wat wij doen, hangt op een geheimvolle manier samen, en dat moeten we niet proberen te ontrafelen. Want het blijft wel genade dat we behouden worden. De verantwoordelijkheid voor ongeloof kunnen we niet op Gods eeuwige verwerping afschuiven. We moeten af van het fatale systeemdenken dat alle vragen denkt te kunnen beantwoorden, wil het verkiezingsgeheimenis een bron van vreugde kunnen zijn.

Benieuwd naar het OnderWeg-nummer over uitverkiezing? Bestel ‘m na via administratie@onderwegonline.nl.

Delen.

Over de auteur

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Laat een reactie achter