Jezus’ verregaande verdraagzaamheid

Jan Mudde | 13 april 2019
  • Eyeopener

‘Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, hoe lang moet Ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet Ik jullie nog verdragen? Breng hem bij Me.’
(Matteüs 17:17)

Hoewel Jezus’ woede-uitbarsting anders doet vermoeden, getuigt die van zijn verregaande verdraagzaamheid. Op meerdere manieren kan die ons helpen om uit genade te leven.

(beeld Pearl/Lightstock)

(beeld Pearl/Lightstock)

Bij het uitspreken van de apostolische geloofsbelijdenis zeggen sommige voorgangers, in één adem: ‘die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven’. Anderen, ook ik, houden na de woorden ‘die geleden heeft’ even de adem in: ‘die geleden heeft…, onder Pontius Pilatus is gekruisigd, gestorven en begraven’. Want lang voor het moment waar de Matthäus Passion en The Passion beginnen, droeg Jezus al een ondraaglijk zwaar kruis. Een enkele keer, zoals in Matteüs 17:17, komt dat naar buiten.

Maanziek

Jezus komt de berg af. Daar mocht Hij een in elk opzicht glorieus moment beleven. Krachtig wordt Hij bemoedigd om zijn lijdensweg ten einde toe te gaan. Onder aan de berg is onrust ontstaan. Iemand komt naar voren en licht toe wat er gaande is: ‘Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en lijdt daar erg onder. Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar zij konden hem niet genezen.’ Jezus’ reactie is een diep gekrenkte en komt uit zijn tenen: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, hoe lang moet Ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet Ik jullie nog verdragen?’

Jezus zegt dit niet tegen de schriftgeleerden en farizeeën, of tegen ‘de schare die de wet niet kent’, maar tegen zijn eigen leerlingen. Later, als zij vragen waarom zij de boze geest niet konden uitdrijven, zegt Hij: ‘Vanwege jullie gebrek aan geloof!’ Dit zoveelste moment van ongeloof van zijn leerlingen is de druppel die de emmer doet overlopen.

Aaneenschakeling

Nog vers in het geheugen ligt de goedbedoelde dommigheid van Petrus tijdens de verheerlijking op de berg: ‘Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als U wilt zal ik hier drie tenten opslaan, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.’ (Matteüs 17:4) Het ontgaat Petrus volledig dat over dit moment zwaar de schaduw van Jezus’ lijdensweg hangt. Van lijden wil Petrus sowieso niet weten. Als Jezus zijn leerlingen daarop voorbereidt, wijst Petrus Hem fel terecht: ‘God verhoede het, Heer!’ (Matteüs 16:22) Waarop Jezus tegen hem zegt: ‘Ga terug, achter mij, Satan!’

Dan is daar de aaneenschakeling van pogingen van de leiders van het volk om Jezus’ bediening te ondermijnen. Hij noemt hen ‘een verdorven en trouweloze generatie’ (Matteüs 16:4). Wanneer Hij daar later op terugkomt (‘Wees terdege op je hoede voor de zuurdesem van de farizeeën en de sadduceeën’, Matteüs 16:6), zeggen de leerlingen tegen elkaar dat ze geen brood hebben meegenomen. Jezus hoort dat en zegt: ‘Kleingelovigen, hoe is het mogelijk dat jullie niet begrijpen dat Ik het niet over brood had?’ Opnieuw is Jezus verbijsterd over het beperkte denkraam van zijn leerlingen.

Zou Hij het met ons kunnen uithouden?

Zo zouden we kunnen doorgaan. Zelfs Jezus’ moeder begreep Hem niet. In het enige verhaal dat ons over Jezus’ jeugd bekend is – over de 12-jarige Jezus in de tempel – vraagt Hij haar verwijtend: ‘Waarom hebt u naar Me gezocht? Wist u niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?’ (Lucas 2:49) Later willen zijn moeder en broers Hem van zijn missie afhouden. Waarop Jezus zegt: ‘Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broers?’ Hij maakt een gebaar naar zijn leerlingen en zegt: ‘Zij zijn mijn moeder en mijn broers.’ (Matteüs 12:49)

Carnavalsliedjes

Wij kunnen ons er geen voorstelling van maken hoe eenzaam en diep vervreemd de heiland zich gevoeld heeft. Je zou kunnen denken aan mensen met een uiterst fijne neus, die permanent in de stank van een vuilnisbelt moeten leven. Of aan muzikale genieën als Bach of Mozart die de mooiste composities schrijven, maar omringd zijn door mensen die met een dronken kop alleen maar carnavalsliedjes lallen.

Omdat Hij als geen ander de macht van zijn Vader kent, weet Jezus dat je je daaraan volkomen kunt toevertrouwen. Omdat Hij de liefde, zuiverheid en goedheid in eigen persoon is, voelt Hij ragfijn aan wanneer er sprake is van dubbele bodems, valsheid, haat. En omdat Hij daar doorlopend tegenaan liep, was heel zijn aardse bestaan een lijdensweg.

Echo

Stel dat Jezus bij ons in de gemeente aanwezig zou zijn – wat Hij in de Geest ook is. Hij zit tussen ons in en maakt mee hoe wij luisteren naar het Woord, naar elkaar kijken en over de dienst spreken. Zou Hij het met ons kunnen uithouden? En stel dat Hij van dag tot dag met ons zou optrekken: op ons werk, in het verkeer, thuis voor de buis. En Hij zou van moment tot moment meemaken wat wij doen en zeggen, voelen en denken. Het kan toch niet anders of Hij zou ook nu uitroepen: ‘Onverdraaglijk!’

Uit liefde verdraagt Jezus
wat Hij eigenlijk niet verdragen kan

Van die gedachte word je heel klein. Toch hoeft de gêne, de schaamte hierover niet het enige, laat staan het laatste te zijn. Een eruptie als in Matteüs 17:17 bepaalt ons vooral bij Jezus’ verbijsterende geduld en uithoudingsvermogen. Temeer daar Hij wist wat Hem te wachten stond. Zijn woorden in Matteüs 17:17 zijn een echo van wat eeuwen eerder Mozes al zei op grond van zijn jarenlange ervaring met het volk Israël in de woestijn: ‘Vals en trouweloos is dit volk.’ (Deuteronomium 32:5) Het was de HEER al veel langer bekend wat voor vlees Hij met ons in de kuip heeft. Toen Jezus naar de aarde kwam, rekende Hij er dan ook niet op zijn tijd te gaan doorbrengen met mensen van inhoud en niveau. Toch kwam Hij. Uit liefde voor ons en voor zijn schepping heeft Hij de smerige walmen en valse klanken willen trotseren, dag in dag uit.

Leven uit genade

Uit liefde verdraagt Jezus wat Hij eigenlijk niet verdragen kan. Dat blijkt ook hier. Direct nadat Jezus uitroept: ‘Hoe lang moet Ik jullie nog verdragen?’, zegt Hij: ‘Breng die maanzieke jongen bij Mij.’ En Hij bevrijdt hem. Hoe onpasselijk Jezus soms ook van ons mensen wordt, Hij kan er nog minder tegen dat een mens ziek of bezeten is. Hoe gedeprimeerd Hij ook raakt van de duisternis die ons beheerst, Hij wil alles dragen om ons daarvan te verlossen. Daarvoor wil Hij zelfs een nog veel diepere duisternis verdragen: Golgota.

Dat mogen we bedenken als we ons kapot schamen voor de mensheid of cynisch worden en denken: hoeveel beter zou de aarde af zijn zonder de homo sapiens? Zo mogen we het ook persoonlijk beleven, als we voor de zoveelste keer geconfronteerd worden met ons kleingeloof, onze verleidbaarheid, ons egocentrisme en wat al niet. Jezus’ liefde is zo veel groter dan zijn weerzin. We mogen leven uit genade, van moment tot moment. Hoe diep ontspannend is dat!

Genadig leven

Maar laten we het lijntje dan nog een klein stukje doortrekken. Uit liefde verdraagt Jezus wat eigenlijk onverdraaglijk is. Dat geeft stof tot nadenken, zeker in een tijd als de onze, die wel als ‘onverdraagzaam’ gekwalificeerd wordt. Ja, ook wij hebben op onze manier een uiterst fijne neus voor alles wat niet deugt aan de ander en in de wereld. We kunnen het maar moeilijk verdragen, we zijn prikkelbaar en worstelen met korte lontjes. Waarbij we consequent met twee maten meten: wij zijn zo gewend aan de geur van onze eigen mestvaalt, dat we een ander altijd erger vinden stinken dan wijzelf.

Jezus’ verregaande verdraagzaamheid kan ons helpen om op meerdere niveaus te ontspannen: wie zelf leeft uit genade, gaat vervolgens vanzelf genadig leven. Zoals Paulus het ergens zegt: ‘Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven.’ (Kolossenzen 3:13)

Om over na te denken of door te praten

  • Jezus geeft te kennen dat Hij het soms niet uithoudt op aarde. In hoeverre kun je dat aanvoelen? Wat herken je er zelf van?
  • Arme apostelen, ze krijgen de zoveelste zware reprimande van hun Heer. Jezus is verre van zachtzinnig. Zijn wij in de omgang met elkaar weleens te lievig?
  • Uit genade leven, wat betekent dat voor jou?
  • Genadig leven, hoe geef jij dat vorm in het leven van alledag?
Over de auteur
Jan Mudde

Jan Mudde is predikant te Haarlem.

Op weg met muziek

Op weg met muziek

Els Veurink (HR)
  • Reisbagage
  • Thema-artikelen
Zing een nieuw lied voor de HEER

Zing een nieuw lied voor de HEER

Jaap Cramer
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief