In vertrouwen het roer overgeven

0

‘Je vraagt iets heel moeilijks,’ zei Elia.
(2 Koningen 2:10)

Aan de vooravond van Hemelvaartsdag staan we een ogenblik stil bij de hemelvaart van Elia. En tegelijk bij de gedachte aan onze eigen hemelvaart. Hoe is het om los te moeten laten? Lukt dat? Hoe staat het met je vertrouwen in de volgende generatie, die het roer over gaat nemen? Zal hun dat lukken in de storm van deze tijd? Hoe is het eigenlijk met je vertrouwen in Gods leiding?

Het zou niet lang meer duren of God zou komen en zich op bijzondere wijze openbaren aan zijn profeet Elia. Dit keer zou Hij zich niet manifesteren in het geheimzinnig zachte suizen van de wind, zoals toen op de Horeb (1 Koningen 19). In een stormwind zou Hij komen, een ongekende wervelwind, die Elia zou ‘ontvoeren’. De HEER laat zich niet vastleggen. Hij blijft ons verrassen. Een rechtstreekse opname van een mensenkind in die andere dimensie. Zoeken heeft geen zin: hij is hier niet meer, want hij is opgenomen (2 Koningen 2:18). Alsof het om een oefening gaat voor later, als Jezus op een even bijzondere wijze de hemel in zal worden gehaald.

Veteraan

(beeld AlbyDeTweede/iStock)

(beeld AlbyDeTweede/iStock)

Elia – iedereen kent hem. Tot in het buitenland. ‘De HEER is mijn God’ heet hij. En zijn bestaan op zich is al een levende verkondiging. In Gods naam kondigt hij de grote droogte aan (1 Koningen 17:1). Die duurde net zo lang als later Jezus’ rondgang in Israël. Ook heeft Elia alles te maken met het wonderbaarlijke einde ervan (1 Koningen 18). In Gods kracht verricht hij op het gebed wondertekenen, net als later Jezus: tot de vermenigvuldiging van voedsel en het terugbrengen van een dode in het leven aan toe (1 Koningen 17:14, 22). Als er één de ‘tegenspeler van koningen’ genoemd kon worden in die tijd, dan was het Elia wel.

Elia, de veteraan. Wat voelt hij zich alleen na zijn tour de force op de Karmel. Hij verbeeldt zich dat hij als enige is overgebleven. Mismoedig maakt hij zijn verlangen naar de dood bekend (1 Koningen 19:4). ‘Het is genoeg geweest, HEER. Neem mijn leven maar.’ God maakt hem echter duidelijk dat het zijn tijd nog niet is. Zeker: het is ernstig gesteld met Israël, maar Elia is echt niet als enige overgebleven: zevenduizend getrouwen volharden in een leven met de HEER. En hij is ook niet de laatste profeet: zijn opvolger staat al klaar.

Trouw

Elisa heet hij en hij krijgt, met ‘vader’ Elia als mentor, een gedegen profetenopleiding. Bij hun eerste ontmoeting lezen we nog niet dat Elia Gods opdracht uitvoert door Elisa daadwerkelijk te zalven als zijn opvolger. Maar hij gooit hem wel direct zijn profetenmantel om de schouders. Dat is veelzeggend. Elisa blijkt qua karakter een soort Simon Petrus: enorm actief, spontaan en beslist, het hart op de tong en leergierig.

Elia wil er eigenlijk niet echt aan
dat deze jongen hem gaat opvolgen

Als Elia’s afscheid nadert, weigert Elisa tot drie keer toe zijn ‘vader’ alleen te laten gaan. Hij is ook zo trouw als Ruth. Onderweg blijken de andere profeten volledig op de hoogte dat de HEER vandaag Elia van zijn ‘zoon’ weg zal nemen. Vanuit Jericho bij de Jordaan aangekomen, slaat Elia, met vijftig profeten als getuigen, zijn mantel op het water en het water wijkt – net als bij Mozes en Jozua. Tijdens de wonderlijke oversteek is daar dan, op uitnodiging van Elia, Elisa’s laatste wens: ‘Laat mij dubbel in uw geest delen.’

Twijfel

‘Je vraagt iets heel moeilijks’ is het weifelende antwoord van de scheidende man. Hoezo moeilijk? Elisa vroeg toch in vol vertrouwen niets anders dan een dubbel aandeel in Elia’s geestelijke nalatenschap: het eerstgeboorterecht op het gebied van de geest van de profetie? Is dat niet geheel in lijn met de opdracht van de HEER: Elisa zalven als profeet in zijn plaats? Het is ondenkbaar dat Elia dit vergeten is. Het heeft er dan ook alles van dat hij het min of meer verdrongen heeft door, nu het erop aankomt, moeilijk te gaan doen en te zeggen: ‘Je vraagt iets heel moeilijks.’

Hij had ook welgemoed kunnen zeggen, met een twinkeling in de ogen: ‘Wacht maar rustig af, Elisa.’ En bij zichzelf blij kunnen denken: Geweldig! De Geest werkt zo te merken al in Elisa, God laat hem voelen en getuigen waarvoor Hij hem heeft bestemd.

Elia wil er eigenlijk niet echt aan dat deze jongen hem gaat opvolgen. Hij zaait twijfel door te zeggen: ‘Moeilijk, moeilijk…’ En: ‘Als je ziet hoe ik van je word weggenomen, zal je wens vervuld worden, maar als je het niet ziet, gebeurt het niet.’ Elia heeft gebrek aan vertrouwen in Elisa. En daarmee gebrek aan vertrouwen in de God van Elisa. Hij komt niet verder dan ‘misschien’. De HEER moet maar beslissen – daar komt het op neer. Alsof de HEER niet allang zijn beslissing bekend had gemaakt.

Opvolger

Het komt vaker voor dat grote mannen, die in de ogen van de mensen hun sporen hebben verdiend, ineens ineenschrompelen tot de doodgewone menselijke maat als het gaat om hun afscheid en als de beoogde opvolger in beeld komt. Je zag het bij iemand als Ruud Lubbers, die het wel heel bont maakte: toen kroonprins Eelco Brinkman hem zou opvolgen, viel hij hem in het openbaar af, tot schade en schande van zo’n beetje alles en iedereen.

Laten we niet te makkelijk over zijn
kleingelovige laatste woorden heen lezen

Hij – op mijn plaats? Zo’n gedachte zat daarachter. En die zit er vaker achter. Ze is net afgestudeerd – neemt zij mijn praktijk over?, kan de ervaren huisarts denken. Moet uitgerekend hij met zijn denkbeelden op mijn leerstoel zetelen?, kan de beroemde hoogleraar zich afvragen. Is die nieuwe generatie Kamper studenten wel uit het goede hout gesneden om in onze gemeenten predikant te worden?, kunnen emeriti zich hardop afvragen en er allerlei kanttekeningen bij maken.

Statler en Waldorf

Zeker, je kunt zo je zorgen hebben over de toekomst, maar vergeet niet dat het wel de toekomst van de HEER is en blijft. En dat het trouwens ook nooit jouw plaats was die je nu moet verlaten, maar een plek waar Hij jou in zijn genade tijdelijk gebruiken wilde. En nu geeft Hij die plek aan een ander. Het is aan jou om daar royaal in mee te gaan. In de stijl van Gods koninkrijk. ‘En zeker niet zoals Statler en Waldorf uit de Muppetshow, die de wereld als twee moppermannetjes becommentariëren, onder het motto “Het is allemaal niet meer wat het geweest is”’ – zo hoorde ik het pas iemand typeren. Dat geeft stof tot zelfreflectie, al gaat het te ver om zoiets Elia aan te wrijven. Tegelijk: laten we niet te makkelijk over zijn kleingelovige laatste woorden heen lezen.

Rakelings

De HEER zelf grijpt in: zijn vurige paarden rukken Elia uit de zonde weg. Rakelings langs de hel rijdt hij de hemel in. Hij werpt zijn mantel niet eigenhandig naar Elisa – een onzichtbare hand zorgt ervoor dat zijn mantel van hem afglijdt en voor Elisa’s voeten komt te liggen.

Ook Jezus had bij zijn hemelvaart kunnen denken: moet dit stelletje mijn werk voortzetten? Maar dat dacht Hij niet. Hij beloofde zijn Geest en zond Hem ook. Als wij vandaag bidden: ‘Kom, Schepper, Geest, daal op ons neer’ – dan zegt Hij niet: ‘Jullie vragen iets heel moeilijks.’ Hij houdt zich aan zijn opdracht: zalf deze mensen tot profeten. Jij en ik, wij weten niet wat onze laatste woorden zullen zijn. Maar we weten wel wat Jezus’ laatste woorden waren. En zo weten wij genoeg.

Om over na te denken of door te praten

Ik nodig je uit om tegen de achtergrond van deze Eyeopener te reflecteren op de vragen die ik in de introductie stelde. Ik hoop dat je erdoor geholpen wordt om de goede houding aan te nemen als je het roer over moet geven.

Delen.

Over de auteur

Han Hagg is predikant van de GKv Zwolle-Zuid.

Laat een reactie achter