‘Wij ouders zijn gestopt met spelen, dat is het probleem’

0

Johan ter Beek houdt van gamen, stond jarenlang voor de klas en schrijft boeken over theologie. Bij het jeugdwerk van de Protestantse Kerk (JOP) houdt hij zich met allerhande innovaties bezig. Hoe kijkt hij naar gamende pubers? En welke adviezen geeft hij ouders die daar moeite mee hebben?

(beeld Franckreporter/iStock)

(beeld Franckreporter/iStock)

‘Je begint als een heel klein poppetje, zonder hulpmiddelen. Met je handen breek je een boom af, van het hout maak je je eerste instrumenten. Stap voor stap krijg je meer in handen en kun je dingen gaan combineren. Dan ga je op pad, je loopt door het landschap en je loopt maar door. Onderweg kom je van alles tegen: bergen, zeeën, mensen, tempels, woestijnen, oerwoud, van alles. Weet je dat je in dit spel maar liefst zes keer een planeet ter grootte van de aarde kunt rondreizen? En weet je dat er op dit moment acht miljoen mensen op aarde dit spel aan het spelen zijn?’

Als theoloog Johan ter Beek (50) me inwijdt in de geheimen van de computergame Minecraft, komt hij echt op dreef. Hij gaf jarenlang les in het vak Levensbeschouwing op een middelbare school. In zijn eigen bedrijf legde hij zich toe op gamification, het toepassen van spelprincipes buiten spelomgevingen, zoals in de kerk of in het onderwijs. ‘Uit onderzoek blijkt dat spelprikkels, de korte-termijndoelen die je in een spel moet halen om een volgend ‘level’ te halen, stofjes in de hersenen doen aanmaken die de hersenen in een actieve stand zetten. In dat licht zou je ons huidige onderwijssysteem kunnen zien als een slecht ontworpen spel. Pas na de zomervakantie krijg je je beloning en mag je naar het volgende ‘level’, terwijl je daar nu al proefwerken en overhoringen voor moet maken. Geen wonder dat veel tieners school maar saai vinden.’

Alle 3 de zomeredities van magazine OnderWeg gratis ontvangen? Meld je aan voor een gratis (digitaal) proefabonnement!

Paste je zelf ook spelprincipes toe toen je nog voor de klas stond?
‘Ik besloot het in mijn lessen anders aan te pakken. Aan het begin van het jaar zei ik: “Jullie krijgen sowieso allemaal een voldoende. We gaan een spel spelen, een half jaar lang. Er moet een boze overheerser verslagen worden. Je gaat je avatar trainen in zwaardvechten, boogschieten en dat soort dingen. Wapens krijg je door opdrachten te doen voor Levensbeschouwing.” Ik had een speelbord en speelkaarten gemaakt. De helft van de leerlingen vond het helemaal geweldig, de andere helft vond het gewoon stom, zoals je alles op school stom hoort te vinden. Die zeiden: “Als we een spel gaan doen, kunnen we net zo goed eerder naar huis gaan.”’

‘Het huidige onderwijssysteem kun je zien
als een slecht ontworpen spel’

Inmiddels is Ter Beek werkzaam bij JOP, het jeugdwerk van de Protestantse Kerk, waar hij zich met allerhande vernieuwingsprojecten bezighoudt. Samen met een collega werkt hij deze eerste weken van het jaar aan een nieuwe ronde van de Paaschallenge, de derde alweer en tevens de laatste. In de aanloop naar Pasen zal het spel in een paar honderd kerken gespeeld worden, vooral door jeugdgroepen.

Je hebt je even losgemaakt uit de intensieve sessies waarin jullie aan het spel werken. Kun je uitleggen hoe de Paaschallenge werkt?
‘Het spel wordt gespeeld in de nacht, de deelnemers moeten diverse locaties op een route langsgaan, meestal bij gemeenteleden thuis. Iedereen krijgt een rol in het paasverhaal toebedeeld. Zo zitten ze als het ware in de tijd van Jezus. Pilatus, de Farizeeën, Judas, en al die andere personages hebben een bepaald belang in het verhaal. De afloop is te beïnvloeden door de keuzes die ze tijdens de verschillende spelonderdelen maken.

De kunst van ons als spellenmakers is om er een goede theologische lijn in te brengen. In de eerste ronde, twee jaar geleden, hebben we voor de klassieke lijn van de verzoening gekozen: jouw leed komt op Jezus, zijn leven was voor jou. Dit jaar draait het spel om Christus Victor, Jezus als overwinnaar van het kwaad. Hierin staat de strijd tussen goed en kwaad centraal. Daar zit een risico aan. Stel dat je Judas laat winnen, laat je deelnemers zich dan identificeren met een verrader? Dat is een vraag waar we over nadenken.

Een uitdaging is ook om verrassingen in het spel te stoppen. De meeste deelnemers kennen het Bijbelverhaal wel. We moeten dus iets onverwachts laten gebeuren om de aandacht vast te houden. Dat doen we door geheime identiteiten toe te voegen, zoals dat ook in het tv-spel Wie is de mol gebeurt. In elk spelonderdeel zit weer een nieuwe geheime rol. Als je die rol hebt en de boel vernachelt, krijg je meer punten. Word je ontmaskerd, minder. Zo houden we het spannend.’

Johan ter Beek: 'We zijn bedraad om te spelen.'

Johan ter Beek: ‘We zijn bedraad om te spelen.’

Leuk zo’n spel, maar wat wil je uiteindelijk bereiken?
‘We willen jongeren de kwesties die speelden in de tijd van Jezus laten meemaken. Het spel zuigt je het verhaal in. Als je met jongeren over het geloof gaat praten, hebben ze de neiging om het bij clichés te laten als: God helpt me bij mijn huiswerk en is er voor me als ik me alleen voel, dat soort dingen. Niets mis mee, natuurlijk, maar door ze een rol te laten spelen zitten ze in het drama en maken ze de dilemma’s van het verhaal door. Wat stond er op dat moment op het spel?’

Het gaat bij zo’n spel dus meer dan alleen om vermaak?
‘Johan Huizinga, de beroemde historicus uit het begin van de twintigste eeuw, schreef het boek Homo ludens, de spelende mens. Hij stelde dat de mens zo het beste tot zijn recht komt. Als je aan het gamen bent, en je daarbij houdt aan de spelregels, en je zit goed in je rol, dan vormt dat jou in je identiteit. Dan neem je die identiteit over. Je ondergaat als het ware een initiatie in de werkelijkheid van het verhaal. In de Paaschallenge is dat dus het paasverhaal. Het is inderdaad veel meer dan een spelletje spelen. Het gaat hier om niets minder dan het leren kennen van betekenissen en uiteindelijk om de zin van het leven. Zoals je dat in de kunst, op het toneel of in de literatuur ook kunt ervaren. Op dat niveau zie ik het spelen van een goed spel.’

Spelen is ook iets anders dan gamen, benadrukt Ter Beek. ‘Een kind in een zandbak is bezig met een creatief proces. Waarom vinden veel kinderen het leuk om een bal tegen de muur te trappen? Omdat hij telkens anders terugkomt. Zou hij hetzelfde terugkomen, dan is er al snel niets meer aan. Huizinga laat zien dat de moderne mens een homo economicus is geworden, gericht op het verdienen van geld en het vergaren van welvaart. Aan de lopende band was de speelsheid verdwenen. Een kind leert doordat het continu spelletjes speelt. Wordt dat een mechanisch proces, waarbij het om bezit of om macht gaat draaien, dan verliest het leven zijn spelkarakter. Daarom werken spellen ook zo goed, omdat onze werkelijkheid zo slecht in elkaar zit.’

Veel ouders klagen erover dat hun kinderen te veel gamen.
‘Ik begrijp dat wel. Bij het gamen moet je je inspannen, zo zijn ze gemaakt. Als je een tijd hebt zitten gamen, en je moet aan tafel komen om te eten, dan ben je op dat moment minder aanspreekbaar. Bovendien moet je vaak iets afmaken en kun je het spel niet altijd direct onderbreken als je moeder je roept. Toch zit er ook iets oneerlijks in deze reactie van ouders. Als een kind urenlang opgaat in een game, zeggen we al snel dat het verslaafd is. Zeg je dat ook van een kind dat verdiept zit te lezen in een boek waar het zich moeilijk van kan losmaken?’

‘Spellen werken zo goed,
omdat onze werkelijkheid zo slecht in elkaar zit’

Zie jij geen bezwaarlijke kanten aan het gamen door jongeren? Ik denk bijvoorbeeld aan gokken of geweld.
‘Van geweldsspellen is overtuigend aangetoond dat dat geen invloed heeft op het toepassen van geweld in de werkelijkheid. Daarbij spelen altijd meer factoren een rol, zoals een gebrek aan liefde, misbruik, dat soort dingen. Speelde jij vroeger ook soldaatje? Toen deed je ook een geweer of een pistool na waarmee je je vriendjes doodschoot. Toch zijn we niet gewelddadig geworden, toch? De spelwerkelijkheid wordt hier als een andere werkelijkheid ervaren dan het echte leven. Met gokken heb ik wel een probleem. Er zijn spellen waarin je een schatkistje kunt kopen, tegen echt geld. Dan weet je niet wat erin zit, maar mogelijk helpt het je wel bij het halen van een volgend level. Dat heeft een negatieve verslavende werking, met name doordat er in je hersenen dopamine wordt aangemaakt, wat ook andere verslavingen kan veroorzaken. Dat vind ik problematisch.’

Ter Beek filosofeert nog wat door op het idee van de spelende mens. ‘We zijn bedraad om te spelen, dat is onze natuurlijke manier van leven. Het alternatief is dat we de maatschappij als economie gaan zien en we ons nog slechts richten op bevrediging van basale behoeften. Door te spelen kan de mens naar een hoger transcendentieniveau worden getild. Moderne ouders die zich zorgen maken over hun gamende kinderen, zouden zich moeten afvragen hoe hun leven eruitziet. Zitten we niet zelf gevangen in een systeem van hard werken, geld verdienen, carrière maken en dan ’s avonds op de bank nog een beetje Netflixen? Het probleem is niet zozeer dat onze kinderen gamen, maar dat wij ouders met spelen zijn gestopt.’

Moet ik dus zelf maar eens een potje gaan gamen?
‘Dat zou ik zeker doen. Of laat je kind het uitleggen. Dan kun je er samen over praten. Nog beter is zelf meer spelend te leven. Keri Smith schreef het boek The wander society, waarin ze bepleit om spontaner te gaan leven. Je kunt bijvoorbeeld als je uit eten wilt gaan je favoriete restaurant boeken en voor zekerheid kiezen. Je kunt ook zeggen: we nemen de tweede straat links, het derde restaurant aan de rechterkant. Daar kijken we de kaart niet in, maar we bestellen het vijfde gerecht. Heel spannend wat je dan op je bord krijgt. Laat je maar verrassen. Of je gaat wandelen, niet je vaste route, maar steeds de eerste straat links, dan de eerste rechts en weer de eerste links, tot een half uur verstreken is. Kijk onderweg goed naar wat je tegenkomt. Op die manier kun je speelser leven, het kan je levensstijl worden. En je zult zien: je kinderen willen meedoen.’

Alle 3 de zomeredities van magazine OnderWeg gratis ontvangen? Meld je aan voor een gratis (digitaal) proefabonnement!

Delen.

Over de auteur

Arie Kok is journalist en tekstschrijver.

Laat een reactie achter