Onrust, verlangen en onhandigheid

Geranne Tamminga | 28 maart 2020
  • Opinie
  • Thema-artikelen

‘Wat ons rest zijn onrust, verlangen en onhandigheid,
die drie en van die drie onhandigheid het meest.’ (Toon Tellegen)

Waar liefde de boventoon zou moeten voeren, is het avondmaal soms het toneel van strijd, verlangens en onhandigheid. Hoe komen geloof en beleving van individu en gemeenschap in het avondmaal bij elkaar? Dat is een spannend, kwetsbaar, intens mooi, maar ook ingewikkeld proces.

060706 THEMA Beschouwing foto1

(beeld Yuri Turkov/Shutterstock)

Onrust, verlangen en onhandigheid. Het zijn misschien niet de eerste woorden die je te binnen schieten wanneer je nadenkt over het vieren van avondmaal. Hopelijk ervaar je het avondmaal als hoogtepunt van kerk-zijn. Toch denk ik dat het samenzijn van de Korintiërs aan tafel, waarover Toon Tellegen dicht, je niet onbekend voor zal komen. Een klassiek Bijbels voorbeeld van hoe je als gemeenteleden beter niet bij elkaar aan tafel kunt zitten, staat in 1 Korintiërs 11. Vanuit zijn luie stoel, loom van te veel wijn, vertelt de gesettelde Korintiër over zijn ervaringen met het avondmaal: ‘Er is altijd genoeg te eten, het is als een feest, ik voel me er thuis.’

Een arm lid, aan de rand van de gemeente vertelt een heel ander verhaal: ‘Er is eten genoeg, maar het is niet voor mij, na het avondmaal ga ik vaak hongerig terug naar huis.’ Nu denk je vast: zo gaat het bij ons niet. Wij vieren avondmaal en iedereen krijgt een slok wijn en een stukje brood. Het is een gedachtenismaaltijd, geen uitbundig feestmaal waarbij mensen binnen of buitengesloten kunnen worden. Zo doen wij het en zo doen we het al vele generaties. Tot eer van God en opbouw van elkaar. We maken gebruik van een avondmaalsformulier, volgen een vastomlijnde liturgie en zingen mooie en diverse liederen. Niets mis mee, toch?

‘O nee, alweer avondmaal’

Maar is het echt zo dat er met die wijze van vieren niks mis is? Dat bij ons van onhandigheid geen sprake is? Ik denk het niet. Hieronder noem ik enkele punten.

In het avondmaal word je door Christus aan tafel genodigd. Als individu, als gemeenschap, als kinderen van hem. Dat geloven we. Dat belijden we. Maar wie zijn we eigenlijk? Met wie schuif jij aan bij de maaltijd? Weet jij wat je broers en zussen beweegt om aan te schuiven of weg te blijven van de maaltijd van de Heer?

Een paar jaar geleden mocht ik in een GKv gesprekken voeren met gemeenteleden over avondmaal en persoonlijke beleving. Het was een gemeenschap waar het avondmaal op verschillende manieren gevierd werd (aan tafel, in een kring en zittend in de rijen). De avondmaalsliturgie, afhankelijk van voorganger en musici, werd telkens weer anders en met een verschillende focus (verstild, uitbundig, missionair of gericht op de gemeenschap) ingevuld. Gemeenteleden gaven aan die diversiteit in vieringen belangrijk te vinden. Toch spraken ze vaak over ‘hoe het zou horen’ of ‘hoe het zou moeten zijn’, maar hoe anders het avondmaal in hun beleving vaak was.

‘Ik vind het doodeng om in het midden
van mijn broers en zussen te staan’

Samengevat kwam het ongeveer hierop neer:

– Ja, het avondmaal is een gedachtenismaaltijd, maar het lukt me maar zelden om me te concentreren op Christus.
– Ja, het avondmaal is een gemeenschapsmaaltijd, maar ik vind het doodeng om zo in het midden van mijn broers en zussen te staan.
– Ja, het avondmaal is het hoogtepunt van kerk-zijn. Maar meestal denk ik: o, nee, alweer avondmaal. Weer zo’n lange dienst. Eigenlijk blijf ik liever weg. Maar hierover praten met andere gemeenteleden? Nee, dat doe je niet zomaar.

Vervreemding

De meeste gemeenteleden die ik sprak, vertrouwden erop dat God, als genadig en liefdevol Vader, hen aan tafel nodigde. Het was de persoonlijke beleving van de vorm, de plek in de gemeenschap of de ongemakkelijke relatie met een broer of zus die de viering op hartsniveau in de weg stond. Waar avondmaalsmijding in reformatorische kringen vaak te maken heeft met angst voor Gods oordeel, bleven broers en zussen in deze gemeenschap soms weg, omdat vorm en gemeenschap hen in de weg stonden. Ook in mijn eigen gemeente hoor ik dat regelmatig: ‘Van mij hoeft dat niet zo hoor, vaak avondmaal vieren.’ ‘De diensten zijn lang, er gebeurt zo veel, ik moet me echt opladen om er naartoe te gaan. Doe mij maar een rustige middagdienst, niet te lang, met een goede preek en niet al te veel zingen.’

Herken je de verwarring of vervreemding van het avondmaal? Die kan zomaar ontstaan doordat je niet meer weet wat er van je verwacht wordt, wanneer vaste patronen losgelaten worden en formuliergebeden aangepast. Voorgangers kunnen soms een volledige avondmaalsliturgie verwerken in een dienst zonder dat gemeenteleden de losse elementen herkennen. Dan hoor je achteraf ‘we hebben vandaag helemaal niet…’ of ‘ik miste…’ Anderzijds kan het ook zo zijn dat je juist moeite hebt met de sobere vorm waarop het avondmaal in je gemeente gevierd wordt. ‘Als we terugdenken aan Jezus’ laatste avondmaal, aan tafel met zijn leerlingen, dan kan het toch niet zo zijn dat wij avondmaal met één stukje brood en één slokje wijn moeten vieren? En dan ook nog maar een paar keer per jaar?’

Geschiedenis

Deze laatste opmerking past in een trend die je in veel gereformeerde kerken ziet. Daarom nu een uitstapje naar onze avondmaalsgeschiedenis. Lange tijd zorgde de nadruk op de prediking ervoor dat er in protestantse kerken een weinig organische verbinding bestond tussen de avondmaalsviering en de zondagse erediensten. Uit afkeer voor de rooms-katholieke offermis werd in de protestantse en gereformeerde traditie aansluiting gezocht bij de Pronaus, de Zuid-Duitse en Zwitserse liturgie waarin vooral de prediking centraal stond. Dit is bijzonder, omdat Calvijn van mening was dat het belangrijk was wekelijks avondmaal te vieren. Maar de ideeën van de kerkhervormer Zwingli waren op dat moment al ver in de calvinistische traditie doorgedrongen, waardoor het avondmaal meerdere eeuwen in protestantse kringen slechts een paar maal per jaar gevierd werd.

(beeld Eugene_EM/iStock)

Wat wilde je nu zeggen met deze dans? (beeld Eugene_EM/iStock)

Vanuit de liturgische beweging kwam rond 1950 de oproep om wekelijks avondmaal te vieren. Weinig kerken gaven aan deze oproep gehoor, ook al kwam vanaf de jaren ’60 ook in de GKv de behoefte op om vaker avondmaal te vieren. Om in deze behoefte te voorzien, hebben die kerken in 1975 verkorte formulieren opgenomen in het Gereformeerd Kerkboek. Het avondmaal kon ook hierdoor opnieuw onderdeel worden van iedere ‘gewone’ dienst. Recent wijzigde in die kerken ook de kerkordelijke bepaling over de frequentie van avondmaalsviering: het minimumaantal vieringen (eens per twee tot drie maanden) werd vervangen door het woordje ‘regelmatig’. Het staat gemeenten vrij om zelf te kiezen hoe vaak zij vieren. In de praktijk betekent dit dat steeds meer gemeenten ervoor kiezen het avondmaal frequenter te vieren.

Proeven

Het bovenstaande geeft volgens mij aan hoe belangrijk het is om in de gemeente met elkaar te spreken over zowel de betekenis van het avondmaal, de vorm, als over de persoonlijke beleving van het avondmaal. Want ook al weten we waar het in het in het avondmaal om gaat, het proeven, slikken en doorleven van wat je voorgeschoteld krijgt, is nog iets heel anders. Als gesetteld gemeentelid proef je misschien weer heel andere dingen dan je broer of zus die het avondmaal nog maar kort meeviert.

Een mooie vraag om elkaar te stellen is dan ook: geloof je echt dat je hier nu met Christus aan tafel zit? Het is een vraag waarin het zintuiglijke (zitten, proeven, samen eten) verbonden wordt met het geloofsaspect (met Christus!) en de gemeenschap (als je om je heen kijkt, wie zie je dan?). Ik vind het ook een mooie vraag omdat in de beantwoording zowel momentane belevingen (een moment, gebeurtenis of herinnering) als levenservaringen een plek kunnen krijgen. Die ene keer dat je een lied zong en van Gods aanwezigheid overtuigd was. Dat conflict, waarna jullie weer samen aan tafel mochten zitten. Maar ook de langere periodes van twijfel, geloofsgroei, moeite en bloei.

Waar onhandige mensen struikelen,
groeit het mysterie van God

Het uitwisselen van deze momentane belevingen en langdurige ervaringen zijn zeker waardevol voor de gemeenschap. God is in zijn geschiedenis bemoedigend en ingrijpend aanwezig in het momentane, maar ook als trouwe God op een langere levensweg. We mogen en moeten deze geloofservaringen met elkaar blijven delen. Zeker, als we geloven dat de Geest ons als gemeenschap ertoe aanspoort om het avondmaal te blijven vieren tot Christus terugkomt. Daarin gaat het er niet om dat je eigen gevoelens, emoties of woorden zo goed mogelijk tot hun recht komen. Het gaat erom dat het evangelie van Gods reddende kracht gedeeld wordt. Het is als het voorbeeld van de Israëlieten die de Jordaan overstaken en twaalf stenen moesten plaatsen bij de gedenkwaardige plaats waar zij onder Gods leiding het beloofde land in getrokken zijn. Twaalf stenen die generaties lang het symbool waren van een levensreddend verhaal.

Net zo belangrijk is het om telkens weer te vertellen over het avondmaal: de viering van de levensreddende ontmoeting met God. Door aan hem te denken en hem te gedenken, zijn we van hem, mensen in zijn plan. Soms spreken we daarbij grote woorden die iets van de bijzondere ontmoeting tussen God en mensen laten zien. Mooie woorden die spreken over een geloofsgemeenschap die al eeuwen mag bestaan. Maar ook woorden die onrust met de huidige praxis, menselijke onhandigheid of verlangen benoemen. Ook dat is heel belangrijk: waar onhandige mensen over woorden struikelen, groeit het mysterie van de goede God. Hij die feilbare mensen aan tafel wil blijven ontmoeten en die ons vaak beperkte verlangen naar hem en naar zijn Zoon juist in het avondmaal opwekt en beantwoordt.

Veelzijdig avondmaal vieren

Elke keer dat je het avondmaal viert, kijk je weer anders, elke avondmaalsdienst belicht ook andere aspecten van het avondmaal. Zo leer je naar boven (naar God) kijken. Het avondmaal helpt je ook om naar achteren te kijken (verootmoediging, wat heb ik achter me liggen?), door het avondmaal leer je om je heen te kijken (wie zijn mijn broers en zussen?) en het helpt je om vooruit te kijken (waar leidt Gods weg met jou/ons heen?).

Kijk voor deze aspecten van het avondmaal op www.weetwatjegelooft.nl/les/wij-proeven-christus-binnenin met Arnold Huijgen van de TU in Apeldoorn.

Over de auteur
Geranne Tamminga

Geranne Tamminga is als projectleider valorisatie en nascholing verbonden aan de Theologische Universiteit Utrecht. Zij is ook lid van de kernredactie van Onderweg.

Meest gelezen

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel
Kerknieuws juni 2026

Kerknieuws juni 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Op 15 mei is ds. Johannes Theodoor Jonkman overleden. Hij werd op 13 januari 1950 geboren in Groningen en studeerde theologie in Kampen. In 1983 werd hij door GKv Drachten Zuid-Oost uitgezonden als zendingspredikant naar Kalimantan Barat (Indonesië). In 2000 werd hij gemeentepredikant in NGK Hardenberg-Centrum, waar hij vanaf 2015 aan verbonden was als emerituspredikant. De NGK Hardenberg-Centrum telt ruim 550 leden. Binnenkort verschijnt op onderwegonline.nl een in memoriam over ds. Jonkman.

Lees artikel
Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Lyanne De Haan-Wilts
  • Kerkelijk leven
  • Professorsprofiel

Ik ontmoet Myriam digitaal. Haar vakantie is net voorbij en dat is te zien, ze kijkt ontspannen met een kop thee de camera in. Toch geeft ze aan dat vakantie iets ingewikkelds heeft. Het leven als hoogleraar is gefragmenteerd en kent een permanente druk. De rust die vakantie brengt is elke keer weer even wennen. De adrenaline van haar dagelijks leven moet eruit en ze vindt het lastig om geen grip op zaken te hebben. Tegelijk hoopt ze dat ze de rust van de afgelopen vakantie mee kan nemen in haar werk van de komende tijd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief