‘Welke kleur je ook hebt, onderzoek je eigen hart’

0

Je groeit op op de Nederlandse Antillen. Je vertrekt naar Nederland om te studeren en je blijft daar. Wat maak je als mens met kleur mee tijdens je studie, in het gewone leven, in kerken waar je deel van uitmaakt? Shari van den Hout maakte deze overstap: ‘Ik werd niet gezien als Nederlander, maar meer als allochtoon. Daarmee kom je in een positie die je niet goed kunt vatten.’

(beeld Maarten Boersema)

(beeld Maarten Boersema)

‘Ik ben geboren op Curaçao. Als je daar woont en goed kunt leren, dan weet je al vroeg: ik ga het eiland af om ergens een studie op te pakken. Ik ben van eenvoudige komaf, ik zou de eerste zijn die zoiets zou doen. Mijn ouders en grootouders vonden het belangrijk om te delen van het weinige wat zij hadden, om zich in te zetten voor anderen. Dat gaven ze ons mee: je hebt verantwoordelijkheid, doe daar iets mee. Ik kon naar het vwo en ging inderdaad studeren. Er waren twee mogelijkheden, Amerika of Nederland. Ik koos, ook vanwege het vergelijkbare onderwijssysteem, voor Nederland en ging naar Tilburg, achttien jaar oud, voor de studie bedrijfseconomie.’

Ging dat besef van verantwoordelijkheid, daar moet je iets mee doen, mee naar Tilburg?
‘Ja. Ik ging ernaartoe met het doel: na mijn studie ga ik terug naar Curaçao om daar mijn bijdrage te leveren. Uiteindelijk liep het anders: ik heb hier mijn man leren kennen, we zijn getrouwd en bleven in Nederland. Wel vonden we een compromis: we wilden proberen om een keer in de twee jaar naar Curaçao te gaan. Ook tijdens de studie voelde ik die verantwoordelijkheid. Het bijwonen van feestjes liet ik aan anderen over, dat zou maar afleiden. Hierin speelde het besef van bevoorrecht zijn mee en de verantwoordelijkheid die dat met zich meebracht. Neem mijn opa. Hij groeide op in een tijd waarin huidskleur je plek in de samenleving bepaalde. Hij was politiek actief met het doel om daarin verandering te brengen. Ik weet nog hoe mijn opa huilde toen hij zag dat die verandering binnen twee generaties realiteit werd.’

Hoe kijk jij terug op je studietijd hier, als student uit Curaçao?
‘Op de Antillen leef je met het idee: wij zijn Nederlanders, we vormen één land. Maar in Nederland werd ik niet gezien als Nederlander, maar meer als allochtoon. Daarmee kom je in een positie die je niet goed kunt vatten. Ik merkte ook dat het niveau van kennis over ons en de betrokkenheid op ons niet of nauwelijks aanwezig waren. Ik hoor dat nog steeds van jonge mensen van Curaçao die hier studeren. Sommigen vertellen dat zij niet welkom zijn bij een werkgroepje, de reactie is: “liever niet”. Een kerklid, HBO-docent, vertelde vorig jaar de bijgedachte: studenten zijn bang dat een ‘buitenlander’ het niveau van de werkgroep naar beneden haalt. Van mijn studietijd herinner ik me hoe een student achter mij op verstaanbaar volume tegen een andere student zei: “Nu maar hopen dat Janmaat wint; kunnen we die buitenlanders de Noordzee in jagen.”’

Geïnspireerd door magazine OnderWeg? Neem een gratis proefabonnement.

Zoiets doet wat met je, denk ik.
‘Ja, ik worstelde ermee. Ditzelfde hoor ik terug van jongeren die nu in Nederland studeren. Zelf dacht ik toen: hoe doe ik dit? Hoe ga ik hier goed mee om, zonder mijzelf voor een ander af te sluiten? Hoe word ik deel van deze samenleving?’

Heb je hier antwoorden op gevonden?
‘Ja, hoewel de beantwoording nooit klaar is, zijn er nog steeds open vragen. Een deel van de beantwoording kwam in de tijd dat ik moest kiezen om in Nederland te blijven. Ik heb gebeden of de relatie met mijn aanstaande man, los van de liefde die er was, wel Gods wil was. Daarna wist ik mij gedragen door Psalm 45, over het kunnen loslaten van het volk en het huis van je vader. Ik mag hier zijn en mijn bijdrage leveren.’

Noem eens een vraag die nog open ligt?
‘Er zijn in het antiracismedebat enkele essentiële punten die christenen, ook in de kerken van de kleine oecumene, nauwelijks bespreken. Ik zeg dit niet om steken uit te delen of de ander de schuld te geven, maar wel om elkaar te leren begrijpen. Een zo’n punt is: hoe kan het dat sommige blanke christenen ergens, onbewust, het gevoel hebben dat een persoon met een andere kleur anders is, minder? Speelt hier iets mee van het verschil in aanpak van slaven tussen een land als Spanje en Nederland? Na het overbrengen van slaven naar een kolonie begon het rooms-katholieke Spanje snel met het willen bekeren en dopen van de Afrikanen. Dit gebeurde vanuit de gedachte: ook zij zijn kinderen van God. Protestants Nederland beperkte zich tot een winstgevende logistiek in het vervoeren van slaven als handelswaar. Mijn vraag is: merk je hier de invloed van een bepaalde uitleg van de bijbelse vloek over Cham en over zijn Afrikaanse nakomelingen? Zit hierin al iets van: ze zijn anders, minder?

‘Waarvandaan komt het gevoel dat iemand
met een andere kleur ‘minder’ is?’

Nog een paar feiten als toelichting: terwijl rooms-katholieke kerken van oudsher gemengd en divers waren, zijn de nederduits-gereformeerde kerken op de Antillen en in Zuid-Afrika dat nooit geweest. Neem nu die gereformeerde kennis. Hij had in de jaren ’70 op catechisatie geleerd dat hij zich niet met andere rassen mocht mengen. Werkt een dergelijke kerkleer of geloofsopvoeding nog steeds door in denkbeelden en politieke keuzes?’

Anders, minder, dat zijn best pittige aanduidingen.
‘Ik gebruik ze ook niet zomaar. Neem mijn opa, hij kreeg regelmatig van Nederlanders te horen: we noemen je geen kaffer vanwege je huidskleur, maar vanwege je gedrag. Zelf maakte ik op de middelbare school mee dat een leraar, een Nederlander die drie jaar op Curaçao werkte, bepaalde wie waar in zijn klaslokaal ging zitten, van blank voorin naar zwart achterin. Zoiets heeft impact op een tiener, ook later. Kortgeleden hoorde ik als coach van een havo-scholiere, kind van vluchtelingen, dat zij van een leerkracht hoort: met jullie wordt het toch nooit wat.’

(beeld Maarten Boersema)

(beeld Maarten Boersema)

Terug naar Tilburg en de jaren erna. Hoe ging het verder?
‘Tijdens de studie was ik betrokken bij de studentenvereniging Ichthus. Daar heb ik gelijkwaardigheid geproefd. Er was openheid om nieuwkomers te leren kennen en begrijpen. Tegelijk herinner ik mij dat een studente, die echt in mij geïnteresseerd was, vroeg: “Hoe voelt het dat jou je natuurgodsdienst is afgenomen en een Europees geloof is opgedrongen?” Alleen al zo’n vraag laat zien hoe eenzijdig ons denken kan zijn, ook bij een persoon die oprecht belangstelling toont. Ik dacht alleen maar: welke natuurgodsdienst? Hoezo is het christendom Europees? Hoezo vind jij dat je mij Jezus mag onthouden? Bewustwording van de donkere hoeken van mijn hart en van gelijkwaardigheid heb ik in Tilburg geleerd bij de christengemeente Hart van Brabant waar Kees Heijstek voorganger was. Hij ging samen met Cees Vork en Wout Bouman naar de Antillen om te leren: waar komen zij vandaan, wat drijft deze jongeren? Zelf leerde ik steeds meer over verzoening tussen wit en zwart in en door Jezus Christus. In de jaren erna ben ik naar die verzoening blijven zoeken.’

Later werden jullie lid van gemeenten in de NGK. Hoe was dat?
‘Aanvankelijk was dat vreemd, alsof ik op een andere planeet belandde. Voordeel was wel dat we in een gemeente kwamen met over het algemeen mensen die meer internationaal geïnteresseerd waren. Dan was het nog vreemd, ik wist niet goed hoe ik daarvan deel kon worden. Gelukkig veranderde dit toen ik moeder werd. Toen wist ik: nu moet ik handelen. Ik wil tegen mijn kind kunnen zeggen: “Jij bent deel van Gods gemeente.” Dan moest ik ook zelf een plek durven in te nemen. Ik zeg ook steeds tegen mijn dochter: “Jij bent honderd procent Nederlander, niks tweede generatie migrant.” Maar zelfs dan is het lastig. Toen onze dochter acht was en Geert Wilders nogal eens in het nieuws was, vroeg zij: “Mam, als Wilders president wordt, mag papa hier blijven en moeten wij dan naar een ander land vertrekken?” Toen de Zwarte Pietendiscussie overal gevoerd werd, wilde zij graag dat ik mijn mond daarover hield: “Anders worden we buitengesloten.” Wat in die tijd heel goed voelde, was dat de predikant naar mij toekwam en vroeg hoe dit debat voor mij voelde. Zoiets is waardevol. Ik ben dankbaar voor mensen binnen de NGK zoals Hein Griffioen en dominees zoals Boshuizen, Kleingeld en Strating die werken aan bewustwording en verzoening tussen wit en zwart.’

‘Pas op dat je gekleurde mensen een
‘aaibare’ plek in de kerk geeft’

Wat is volgens jou belangrijk voor overwegend ‘witte’ kerken als het om ‘gekleurde’ medeleden gaat?
‘Allereerst: mensen in kerken waren gewend om betrokken te zijn op zending ver weg. Ergens is het logisch dat het heel wat is als ‘mensen van ver weg’ opeens voor je staan, bij de gemeente horen. Voor beide kanten betekent dat ongemak. Zeg dat eerlijk tegen elkaar: dat het niet gemakkelijk is, dat je met elkaar een weg te gaan hebt. In de tweede plaats: pas op voor een heel andere benadering die in kerken denkbaar is, namelijk dat deze gekleurde leden als het ware aaibaar worden. Ook dan zet je mensen in feite weer op een ongelijkwaardige plek. Tenslotte: onderzoek, welke kleur je ook hebt, in je binnenkamer je eigen hart.’

Ergens denk je: het moet – gegeven het bijbelse uitgangspunt dat in Christus geen onderscheid mag bestaan – voor christenen toch niet zo moeilijk zijn?
‘Dat is het dus wel. Daarom is het zo belangrijk dat we er met elkaar aan werken. We willen samen verder, we willen Christus volgen. En, als het hierom gaat, hoe geven we dat vorm? Een eerste stap is om je ervan bewust te zijn dat het hart arglistig is. Zit daarin, onbewust, toch niet iets van: anders, minder? Als voorgangers in de preek aandacht hebben voor omgaan met anderen in navolging van Jezus, is het ook belangrijk om na te denken over wat ‘gij geheel anders’ voor dit onderwerp betekent. Bestempel de ander niet vanuit je eigen referentiekader, maar probeer zonder oordeel te luisteren en daarmee de ander echt te zien. In mijn ogen hebben wij als christenen een antwoord dat dieper gaat dan de antiracismebeweging of bepaalde regelgeving, een antwoord dat al tweeduizend jaar oud is: in Christus is er geen onderscheid.’

Dit interview komt uit de OnderWeg van 30 januari 2021. Geïnspireerd? Neem een gratis proefabonnement!

Delen.

Over de auteur

Leendert de Jong werkt in de media en is hoofdredacteur van OnderWeg.

Laat een reactie achter