Uitstel van executie

Bob Wielenga | 17 september 2021
  • Blog

In zijn lezenswaardige boek Bijbel en evolutie. Blijvend conflict of verrassende ruimte (Buijten en Schipperheijn) schrijft professor Henk G. Geertsema over de boom van kennis van goed en kwaad, waarvan de eerste mensen niet mochten eten. Deden ze dat wel, dan zouden ze onherroepelijk sterven (Genesis 2:17). De slang zei: onzin! Jullie zullen helemaal niet sterven (Genesis 3:4). Toen ze toch aten (Genesis 3:6-7) gingen hun ogen open en zagen ze dat ze niet aan God gelijk waren, maar naakt. Vol schaamte kruipen ze voor God weg: hun relatie met God en met elkaar is stuk. Maar ze sterven niet! Daarover maakt Geertsema een paar verhelderende opmerkingen, waaraan ik een eigen beschouwing toevoeg.

(beeld Edward Lich op Pixabay)

Mens zijn op aarde betekent dat wij als Gods beelddragers de aarde ontwikkelen en onderhouden. Daaraan leek een einde te komen (Genesis 3:14-19). Mensen keren terug tot de aarde waaruit ze genomen zijn. Stof als ze zijn, keren ze tot stof terug. Maar terecht merkt Geertsema op dat ze niet onmiddellijk sterven. De dreigende taal van Genesis 2:17 deed dat wel verwachten. Maar er is uitstel van executie. God geeft eerst tijd van leven.

Er is zelfs hoop voor leven na de dood. Want kinderen worden geboren, al gaat dat niet zonder pijn en moeite. In Genesis 3:20 wordt Eva zelfs ‘moeder van alle leven’ genoemd. Geertsema concludeert dat het hier niet gaat om een beschrijving van het ontstaan van het menselijke geslacht, maar om de boodschap van Gods onverdiende genade: er is leven na de dood (Genesis 3:15).

Dat God zijn oordeel dat ze onherroepelijk zouden sterven niet onmiddellijk uitvoert, lijkt me typerend voor de oordeelsprediking van de Bijbel. Was zij, in eerste instantie, ooit bedoeld om direct vervuld te worden? Zou deze prediking haar doel niet bereikt hebben als mensen eraan gehoor zouden geven en na ongehoorzaamheid berouwvol tot God en zijn dienst zouden terugkeren? Uitvoering van het oordeel was dan overbodig. De oordeelsaankondiging had haar doel al bereikt – oordeel voorkomen! En als het oordeel toch uitgevoerd moest worden, werd het altijd uitgesteld om ruimte te scheppen voor een gelovige rest van het volk dat wél gehoor zou geven aan het gepredikte Woord. Zij zou levend door het oordeel heen komen. Uitstel van executie is in de oordeelsprofetie inbegrepen. Zij is eigenlijk heilsprofetie!

Een brandende oven

Een voorbeeld uit het Oude Testament om dit toe te lichten. In Maleachi wordt Gods oordeel aangekondigd als een brandende oven, waarin alleen as over blijft. Zo wordt de totaliteit van het oordeel over de goddelozen beschreven: geen hoop voor hen (3:18-19). De dag waarop dit zal plaatsvinden, is al aangekondigd (3:1). Opeens zal de Heer in de tempel verschijnen. Wie zal die dag kunnen doorstaan? Een datum voor de executie van Gods vonnis wordt niet gegeven; het zal opeens plaatsvinden.

Dat benadrukt de ernst van de situatie, maar ook dat er nog tijd is om in berouw tot God terug te keren. Daarom kondigt Maleachi ook een bode aan die het oordeel aankondigt en die in 3:23 met Elia wordt geïdentificeerd en in Matteüs 11:10 met Johannes de Doper. De intentie hiervan is om Israël tijd en gelegenheid te geven om tot geloof en bekering te komen.

Daarom dat datzelfde oordeel ook beschreven wordt als een louterend vuur (Maleachi 3:3). Voor mensen die ontzag hebben voor de naam van de Heer (Maleachi 3:16, 20) is er door het oordeel heen toekomst: voor hen zal de zon die gerechtigheid brengt en genezing in haar vleugels draagt, stralend opgaan (Maleachi 3:20). Oordeelsprofetie is geen hel- en verdoemenisprediking. Het is feitelijk heilsprediking. Dat is al het geval in Genesis 2:17!

Eindtijd als genadetijd

In Matteüs 24 zie ik hetzelfde patroon: oordeelsprediking als uiting van Gods liefde voor mensen die dat niet verdienen. De eindtijd wordt beschreven met dreigende beelden die ook ons vandaag nog schrik aanjagen. Hoeveel tijd en energie wordt er soms niet besteed om te berekenen wanneer precies de Heer als Rechter zal terugkomen om te oordelen de levenden en de doden? Maar wil Jezus in Matteüs 24 niet de andere kant van de eindtijd benadrukken? Het is genadetijd waarin zijn boodschappers uitgaan met het evangelie van het koninkrijk voor alle volken.

Oordeelsprediking bedoelt niet de onvermijdelijke toekomst te voorspellen waaraan niet te ontkomen valt. De intentie is gelovigen bij de les van het koninkrijk te houden en anderen daarvan te overtuigen. Daarvoor is tijd nodig en die krijgen we van onze Heer ruimhartig. Uitstel van het oordeel en zo van de komst van de Rechter is goed nieuws. Hij is niet traag met het nakomen van zijn belofte; hij heeft echter geduld omdat hij niet wil dat iemand ook maar verloren gaat (2 Petrus 3:9). We kunnen aan op zijn belofte dat door het oordeel heen het leven doorgaat voor hen die zijn naam aanroepen (Openbaring 21:4).

Ten slotte

Misschien zijn we het niet met Geertsema eens dat er verrassende ruimte is op grond van de Bijbel om de evolutietheorie te accommoderen binnen het christelijke geloof. Dan nog is zijn boek een aanrader wegens de vele inzichten in de relevante Bijbelteksten die het biedt.

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

‘De huiskamer creëert een incompleet kerkgevoel’

‘De huiskamer creëert een incompleet kerkgevoel’

Arie Kok
  • Reportage
  • Thema-artikelen
Kerkcoach Klaas Quist trekt lessen uit de coronacrisis

Kerkcoach Klaas Quist trekt lessen uit de coronacrisis

Karel Smouter
  • Interview
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief