Paulus over de kerk en Israël

Bob Wielenga | 23 juni 2022
  • Blog

‘Het verbaast waarschijnlijk niet dat de geschriften van Paulus kristalhelder zijn over de verhouding tussen de kerk en Israël’, schrijft A. Blake White in zijn pas verschenen boek Gods uitverkoren volk. Beloofd aan Israël voor alle volken, in de ene katholieke kerk. Dit is een forse uitspraak. Denk aan de heftige discussies over Romeinen 9-11. Maar White maakt zijn uitspraak wel waar.

White plaatst Paulus’ brief tegen de achtergrond van Handelingen en hij betrekt de oudere Galatenbrief erbij voor een beter begrip van Paulus’ betoog over Israël en de kerk. Zoals bij Matteüs speelt ook bij Paulus het Oude Testament een centrale rol (Romeinen 15).

 

Van Jeruzalem naar Rome

 

De Joodse en de heidense hoofdsteden, Jeruzalem en Rome, laten de gang van het evangelie zien, zoals beschreven door Lucas in Handelingen. Het begon met de joods-christelijke gemeente, de herstelde hut van David, waarbinnen er plaats was voor ieder die de naam van Jezus aanriep, eerst de Jood maar ook de Griek, zoals aangekondigd was door de profeet Amos (Handelingen 15:16-17). De gemeente in Rome telde hoofdzakelijk heidenchristenen (Handelingen 28:28) waar ook Jodenchristenen welkom moesten zijn. De voortgang van het evangelie stuitte op joods verzet. Daardoor kreeg Paulus ruimte om zich op de heidenen te richten (Handelingen 13:45-47; 28:22-29). In Romeinen 11:12-14 komt hij hierop terug.

 

Kerk geen Joodse sekte

 

Denk bij het lezen van Romeinen 11:25-27 ook aan wat Paulus in de Galatenbrief schrijft over de kerk. In Galaten schrijft hij dat messiasbelijdende Joden en bekeerde heidenen samen het Israël van God vormen, dat is de kerk.

Paulus, een volbloed Jood, schreef dat het er niet toedoet of je een raszuivere en besneden Jood bent (Galaten 3:28; 5:6). Niet de besnijdenis van de voorhuid telt, maar die van het hart door de Geest (Romeinen 2:28-29; 4:11-12). Samen vormden gelovige Joden en heidenen het ene volk van God. Abraham is dan ook de vader van de niet-joodse volgelingen van Jezus, niet biologisch maar geestelijk: ‘Omdat u Christus toebehoort bent u nakomelingen van Abraham en zo erfgenamen volgens de belofte’ (Galaten 3:29).

 

Joodse afgunst

 

Paulus schrijft zijn volksgenoten niet af, omdat ze Jezus als de beloofde messias verwerpen. Hoe ernstig Gods oordeel over hen ook is, hij weigert te geloven dat God hen verstoten heeft (Romeinen 11: 1-11).

Bewijs? Ten eerste, volgens het patroon van Israëls geloofsgeschiedenis in het Oude Testament zij er ook nu messiasbelijdende Joden zoals Paulus er een was. Dit deel representeert Israël. Daarom schrijft hij dat slechts een deel van Israël zich verhardde.

Vervolgens is ook zijn werk onder de heidenen het bewijs van Gods liefde voor Israël. Zoals hij schrijft (Romeinen 11:11-12): door hun overtreding konden de heidenen worden gered. In de olijfboom werden edele takken afgebroken; zo kwam er ruimte voor de loten van een wilde olijfboom (11:17). God heeft Israël niet afgeschreven! De olijfboom wordt niet omgehakt. Opmerkelijk,

Paulus ziet een gouden rand om de duistere wolk van Israëls ongeloof

hun overtreding is een rijke gave voor de wereld, hun falen is een rijke gave voor de heidenen (11:12). God geeft een positieve wending aan de geschiedenis van Israëls ongeloof. Er komt ruimte voor heidenen binnen zijn volk. Dat kan een nog rijkere gave opleveren voor de Joden, afgunstig geworden op wat de heidenen ontvangen van God. Paulus wil met zijn werk onder de heidenen een deel van Israël redden, de gelovige rest (11:14).

In 2022 klinkt dit ongeloofwaardig: Joden door ons christelijke voorbeeld tot afgunst brengen zodat ze alsnog Jezus als hun messias gaan belijden. De christelijke kerk heeft de eeuwen door niet voor joodse afgunst gezorgd, maar voor joodse afkeer. Paulus’ verwachting is nauwelijks uitgekomen. Of we nu voor zending onder de Joden pleiten of voor het gesprek met Israël, een massale bekering van Joden zit er naar de mens gesproken niet in. Maar verwacht Paulus dat niet voor de toekomst: ‘Dan zal heel Israel worden gered’ (11:26)?

 

Heel Israël gered

 

Romeinen 11:25-27 is een moeilijke tekst. De vertalingen lopen uiteen, vooral van kleine woordjes als het Griekse houtōs (11:26). De een vertaalt: dan wordt heel Israël gered; de ander: zo wordt heel Israël gered. En waar slaat heel Israel op? Gaat het om letterlijk alle etnische Joden die in de eindtijd massaal worden behouden, wanneer ‘de volheid der heidenen‘, hun volle getal, is toegetreden’ (11:25)?

White kiest voor ‘zo wordt heel Israël gered’ en rekent alle gelovige Joden en heidenen samen tot heel Israël, de kerk van het nieuwe verbond. Paulus ziet consequent het Israël van God als het ene volk dat eerst alleen Joden telde maar daarna Joden en heidenen die samen de naam van Israëls messias aanroepen. Het zou inconsequent zijn als hij nu met ‘heel Israël’ ineens alleen aan de etnische Joden zou denken. Nee, hij denkt aan alle gelovigen, Jood en heiden, van alle tijden en plaatsen die door geloof in Christus alleen behouden worden. Het goddelijke geheim waarnaar Paulus hier verwijst is dat heidenen op dezelfde manier behouden worden als Joden: door het geloof alleen. De naam van Israëls messias, Jezus, is de enige op aarde die de mens – Jood of heiden – redding brengt (Handelingen 4:12).

Natuurlijk moet u dit boek lezen!

Blake White, Gods uitverkoren volk. Beloofd aan Israel voor alle volken, in de ene katholieke kerk, Utrecht (Kokboekencentrum en Boekscout), 2022.

 

 

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

‘De afgod van de jeugd blijkt een zeepbel’

‘De afgod van de jeugd blijkt een zeepbel’

Koos Tamminga
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief