Koloniale zending

Bob Wielenga | 9 september 2022
  • Achtergrond
  • Blog

Ik herinner mij nog goed de bewonderende uitroep van minister-president Jan-Peter Balkenende in de Tweede Kamer over de geestkracht en het ondernemingsvermogen van Nederland in de Gouden Eeuw: ‘De VOC!’ Voor hem was de VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie) het symbool van een krachtig Nederland dat zelfbewust haar plek in de wereld innam. Zeehelden als Jan Pieterszoon Coen en Michiel de Ruyter werden tot voor kort in ere gehouden. Hun standbeelden stonden fier overeind in het publieke domein. De tijden zijn intussen veranderd en met hen de publieke opinie. In de Gouden Eeuw en daarna heeft Nederland in haar kolonies zich behoorlijk misdragen waarvoor langzamerhand, zij het voorzichtig, excuses worden aangeboden. Wat van kerk en zending tijdens het koloniale tijdperk?

Laat ik me beperken tot de Kaapkolonie in Zuid-Afrika vanaf de 17de eeuw. De VOC vestigde er een stopplaats voor schepen die van Nederland naar het Verre Oosten heen en weer voeren. Langzamerhand veranderde de stopplaats in een kolonie die zich naar het binnenland toe uitbreidde. Behalve VOC-personeel vestigden er zich ook veel boeren (onder wie Hugenoten). De plaatselijke bevolking, de Khoisan en later de Xosa’s, moest plaats maken voor de nieuwe intrekkers. Ook werden er veel slaven ingevoerd, want zonder slaven kon een koloniale maatschappij niet draaien. De enige manier waarop een slaaf een vrije, zij het tweederangs, burger kon worden, was door christen te worden. De doop opende de deur naar de vrijheid. De synode van Dordrecht 1618-1619 had dat besloten: een gedoopte slaaf moest vrijgelaten worden.

VOC

De VOC, een arm van de Nederlandse Staat, verbood daarom zending onder de slaven. Ze mochten niet gedoopt en vrijgelaten worden. Zending diende de socio-economische belangen van de VOC niet, al was haar deze taak wel opgedragen door de Heren Zeventien, de bestuurders van de VOC. Maar de plaatselijke bestuurders zagen de taak van de kerk meer beperkt als een soort geestelijke service voor het Europese personeel. Zending kwam pas een eeuw later op gang onder invloed van de Moravische Broeders.
Vandaag de dag is Zuid-Afrika een ‘christelijk’ land, al is de grondwet bewust religieus-neutraal. De serieuze tekortkomingen van de VOC, waarvoor ook de kerk aanvankelijk verantwoordelijk was, hebben toch de voortgang van het Evangelie in de Kaapkolonie en daarbuiten niet kunnen tegenhouden. De kerk van de Kaapkolonie, de Nederduits Gereformeerde Kerk, heeft later haar zendingsroeping binnen en buiten Zuid-Afrika zegenrijk mogen vervullen.
De verwevenheid van kerk en staat in het koloniale tijdperk heeft de zending beslist geen goed gedaan. Toch zijn er nog altijd levende kerken in de voormalige kolonies. Hoe verkeerd het ook begon, het verhinderde God niet om een vertrapt mosterdzaadje (de koloniale zending) te veranderen in een bloeiende boom. Dat zien we al gebeuren aan het begin van de heilsgeschiedenis in het Oude Testament (Genesis 34).

Vertrapt mosterdzaadje

God leek zijn beloften aan Abraham te vervullen (Genesis 12:2-3,6-7). Jacob bezat grond in het beloofde land in de buurt van Sichem, waar hij een altaar voor God bouwde. Hij was het hoofd van een groeiende familie die hier een door God gezegend leven zou gaan leiden. Dat zou andere volken aantrekken om in deze zegen van deze God te delen. Gods heilsplan leek op koers te liggen.
Ja, de inwoners van Sichem wilden wel worden zoals Jacobs familie, samen één volk vormen, verbonden door het sacrament van de besnijdenis (Genesis 34:15). Maar Jacobs zoons wilden dat helemaal niet, ook al hadden ze zelf de besnijdenis als voorwaarde voor eenwording gesteld. Ze waren uit op eerwraak: hún zus Dina was als een prostitutée behandeld (Genesis 34:31). Daarvoor zou de dader, de prins van Sichem, boeten, ook al zou dat de ondergang van de hele stad betekenen. Jacobs zoons gedroegen zich schandalig. Zelfs de besnijdenis, een verbondssacrament, misbruikten ze om hún geschonden eer te wreken. Wat dat betekende voor de eer van God, kon hun blijkbaar niet schelen. Begrijpelijk dat de naam van God in het hele verhaal niet voorkomt.
Hun vader leek alle controle over hen verloren te hebben. De zoons, maar de vader niet minder, blokkeerden intussen de vervulling van de derde belofte, de zendingsbelofte aan Abraham. Wie voelde zich nu nog aangetrokken tot Jacobs familie, laat staan tot hun God? De heidenen gedroegen zich fatsoenlijker dan Gods eigen volk, zoals zo vaak het geval was in de kerk- en zendingsgeschiedenis.

Het mosterdzaadje (Jacob) dat God in het beloofde land had geplant, werd door zijn eigen mensen vertrapt

Bloeiende boom

Toch groeide er nog iets goeds uit deze treurige geschiedenis. God greep genadig in! Hij stuurde Jacob naar Betel (Genesis 35:1) om een nieuw begin in het beloofde land te maken. Hij beschermde hem en zijn familie ook tegen inwoners van naburige steden die wraak wilden nemen op Jacobs zoons (Genesis 35:5). Het vertrapte mosterdzaadje begon weer uit te groeien en zou een bloeiende boom worden. Maar dan zijn we intussen al aangekomen in het Nieuwe Testament: Jezus wordt begraven om weer op te staan. Verbonden met hem stelt hij ons genadig in staat om steeds weer opnieuw te beginnen in de kerk- en zendingsgeschiedenis (Matteüs 28:18-20). Het gezaaide zaad levert ondanks kerk en zending onvernietigbare vruchten op. Wij kunnen de voortgang van het Evangelie niet blokkeren, wel vertragen. Desondanks blijft God zijn einddoel, het Koninkrijk, in het oog houden (Matteüs 24:14). Zelfs de koloniale zending bleef niet zonder vruchten. Uiteindelijk is zending Gods eigen werk waaraan wij mogen meedoen.

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Meest gelezen

Huis op een rots

Huis op een rots

Redactie
  • Redactioneel

Staat er eigenlijk iets spannends op de agenda van de synode? Deze maand komt de synode voor het eerst bij elkaar voor een introductieweekend. Daarna volgen in oktober een bidstond en een opening en vervolgens zijn er 8 vergaderdagen verspreid over november ’26 tot maart ‘27. 56 afgevaardigden hebben de schone taken om een stevige stapel beleidsrapporten door te nemen en daar besluiten over te nemen. 

Lees artikel
Kerknieuws september 2026

Kerknieuws september 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Lees hier het kerknieuws van de Nederlandse Gereformeerde Kerken, september 2026. Ds. Hans Riemer, verbonden aan NGK Den Haag-Morgensterkerk heeft het beroep dat de NGK Voorburg-Franse Kerk op hem heeft uitgebracht aangenomen. De gemeente in Voorburg telt ruim 150 leden. Eerder was ds. Riemer predikant van GKv, later NGK, Langerak. 

Lees artikel
Pastoraat is stilstaan en moeilijke vragen stellen

Pastoraat is stilstaan en moeilijke vragen stellen

Jelle Knol
  • Column

Regelmatig denk ik: volgens mij is de kern van mijn pastorale taak als predikant stilstaan en moeilijke vragen stellen. Dat is ook niet zo gek. De Goede Herder zelf heeft ons dat voorbeeld gegeven. Als Hij de Emmaüsgangers vraagt ‘Waar lopen jullie toch over te praten?’, dan gaan ze spontaan stilstaan (Luc. 24:17). Ze worden letterlijk stilgezet bij hun verdriet en verwarring. 

Lees artikel
Kerkvernieuwing – is dat mogelijk?

Kerkvernieuwing – is dat mogelijk?

Hans Schaeffer
  • Opinie

De kerk is Gods werk. Dat is een van de massieve kernovertuigingen van gereformeerde theologie. Zo hoog zet de Heidelbergse Catechismus ook in: ‘Dat de Zoon van God … Zich een gemeente … vergadert, beschermt en onderhoudt. Hij doet dit door zijn Geest en Woord.’ (Zondag 21, v/a 54). Kerk-zijn is voluit Gods werk. Tegelijk is je ervaring soms heel anders. Het is evengoed mensenwerk, met alle spanningen en gedoe die dat oplevert. Precies de spanning tussen Gods werk en mensenwerk maakt kerkvernieuwing als thema urgent. Hoe zit dat? En hoe ziet dat eruit in de praktijk? 

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief