‘Het mag breder en inclusiever’

Elze Riemer | 9 februari 2024
  • Interview
  • Thema-artikelen

Emeritus-predikant Wim Rietkerk (1941) groeide op in een sterk verzuilde samenleving. Een beschermde, overzichtelijke omgeving waar het geloof vanzelfsprekend was. Toen de buitenwereld doorbrak in zijn leven, was hij uit het lood geslagen: ‘Ik las en hoorde van alles wat me diep schokte. Het bracht me aan het twijfelen over dingen die ik tot dan toe voor waar had aangenomen. Dat creëerde een leegte waarin ik moeilijk mijn weg kon vinden. Geloven werd een problematische zaak.’

Toch vond hij zijn weg terug naar het geloof zoals hij dat van zijn moeder had meegekregen, met in het centrum Gods ‘lieflijke Naam’. Daarin speelden verschillende mensen een belangrijke rol, zoals de Kampense professor C. Veenhof en via zijn boeken de Engelse C.S. Lewis, maar zijn gids was Francis Schaeffer die samen met zijn vrouw de gemeenschap L’Abri oprichtte. Een gemeenschap waarbij Wim Rietkerk zijn leven lang actief betrokken is geweest.

Wat heeft u aan geloof ontvangen van de generatie voor u?

‘Ik behoor tot de oorlogsgeneratie. Dat betekent dat we in een gesloten wereld opgroeiden. Iedereen leefde op zijn eigen eiland, verborgen voor de buitenwereld. Ze noemen dat tegenwoordig een bubbel, maar het was eigen aan de samenleving in die tijd. Ik voelde me veilig in het warme gezin waarin ik groot werd. De wereld was overzichtelijk, net zoals de overtuigingen. Mijn vader had een boekenkast vol met werken van Abraham Kuyper. Hij was van het denken en redeneren. Mijn moeder verwoordde de gevoelskant. Ik ben de elfde van twaalf kinderen, dus ze moest haar aandacht verdelen. Toch zong ze ’s avonds vaak: ‘Daar ruist langs de wolken een lieflijke Naam’. Nog altijd raakt dat een snaar bij mij. Die lieflijke Naam was en is het centrum waar alles omheen draait.’

De wereld is niet overzichtelijk; hoe heeft u desondanks kunnen vasthouden aan die lieflijke Naam?

‘Dat klopt, de buitenwereld breekt een keer door. Het nadeel van zo beschermd opgroeien is dat je slecht bewapend bent, wanneer de buitenwereld doorbreekt. In mijn late tienerjaren las en hoorde ik van alles wat me diep schokte. Geloven werd een wat problematische zaak. In de jaren zestig kwam ik op het spoor van Francis Schaeffer die een gids voor me werd. Hij maakte Abraham Kuyper missionair. Ik was tot dan toe altijd georiënteerd geweest op Nederland, op de eigen kerk, maar hij brak het open naar een wereldwijde omgeving waar ik uitgedaagd werd het evangelie bij al mijn twijfelvragen te betrekken. Dat was pittig: een van de eerste boekjes die ik schreef, gaf ik niet voor niets de titel mee: Ik wou dat ik kon geloven. Maar gaandeweg werd mijn perspectief verbreed en ging ik leven met de blik naar buiten gericht, met in het hart het evangelie van de lieflijke Naam: op zo’n manier dat het ook mensen die op zoek zijn aanspreekt.’

U moet u inloggen om dit artikel te bekijken. Inloggen om toegang te krijgen.
Over de auteur
Elze Riemer

Elze Riemer is godsdienstwetenschapper en journalist.

Wat geef ik door? Generaties en hun verhaal van heil

Wat geef ik door? Generaties en hun verhaal van heil

Hans Schaeffer
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen
‘De kerk zou een veilige haven moeten zijn’

‘De kerk zou een veilige haven moeten zijn’

Elze Riemer
  • Interview
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief