Laat zien dat je christen bent

Hans-Jan Roosenbrand | 10 januari 2015
  • Wandelen met God

De rubriek Wandelen met God vertelt over wat leven met God betekent in de praktijk van elke dag. Naar aanleiding van zijn besluit om soms een boordje te dragen, daagt Hans-Jan Roosenbrand ons uit om te laten zien dat we bij Jezus horen.

Vlak voor de zomer werd ik door een collega uitgedaagd om, net als hij, een boordje te dragen. In andere landen is dat vrij gebruikelijk. In Duitsland bijvoorbeeld dragen Lutherse pfarrers vaak een boordje en in Engeland dragen anglicaanse geestelijken iets vergelijkbaars. In Nederland wordt het dragen van zo’n boordje echter vooral in verband gebracht met rooms-katholieke priesters.

In eerste instantie leek het me daarom niet de moeite waard om zoiets serieus te overwegen. Maar toen ik er later nog eens over nadacht, ging ik daar anders over denken. De kerk wordt in onze samenleving steeds minder zichtbaar, zo redeneerde ik. Natuurlijk zijn onze kerkgebouwen (vaak) wel herkenbaar als ontmoetingsplaatsen voor christenen, maar hoe zit dat met de mensen? Zou het niet mooi zijn als ik als voorganger ook herkenbaar ben naar buiten toe?

Natuurlijk zijn onze kerkgebouwen herkenbaar,
maar hoe zit dat met de mensen?

Zo gezegd, zo gedaan. Via een Duitse website bestelde ik mijn eerste polo-met-boordkraag. De eerste dagen dat ik rondliep in mijn nieuwe ‘uniform’ waren behoorlijk wennen, dat moet gezegd. Dat komt vooral doordat ik me realiseerde dat ik niet meer ‘anoniem’ over straat kon. Het dragen van een boordje betekent in veel gevallen: uit de kast komen als dominee.

Het doet niet alleen iets met de mensen die jou zien, maar vooral met hoe jij jezelf laat zien. Je bent je veel bewuster van je eigen houding en de boodschap die je daardoor uitstraalt. Oké, mensen zien dat je een kerkelijke ambtsdrager bent. Maar gaat dat dan ook gepaard met een hartelijke groet en werkelijke aandacht, interesse (en tijd) voor de verhalen die mensen bij je kwijt willen, juist omdat ze zien dat je ‘van de kerk’ bent?

Universeel herkenbaar

Waar ik een beetje bang voor was (negatieve reacties), gebeurde niet of nauwelijks. Een enkeling vraagt ernaar of vindt het vreemd. Maar in veruit de meeste gevallen werkt het drempelverlagend in de ontmoeting met niet-christenen.

Bij gemeenteleden en andere christenen is dat soms anders. Sommigen vinden het raar of associëren het uitsluitend met de Rooms-Katholieke Kerk. Daarom ben ik het boordje in de loop van de maanden wat functioneler gaan gebruiken: vooral bij gelegenheden waar ik herkenbaar wil zijn voor niet- of andersgelovigen.

In de praktijk blijkt het vooral goed te werken op de interculturele avonden die wij als kerk in Delft regelmatig organiseren met en voor internationale studenten. Daar aanwezig zijn in uniform is uiterst efficiënt. Het boordje blijkt universeel herkend te worden en levert een veelvoud aan contacten en pastorale gesprekken op, vergeleken met eerdere avonden waarop ik me niet onderscheidde van de andere aanwezigen.

Daad bij het woord

Tot zover mijn ervaringen als predikant en beroepschristen. Maar dit ‘experiment’ roept bij mij ook vragen op over de manier waarop ik herkenbaar ben, of juist niet, als ik geen boordje draag. Dat geldt voor iedere christen: hoe laat je zien en merken dat je christen bent, op de werkvloer, in de straat of bijvoorbeeld op de sportclub?

Een christen en manager van een groot bedrijf antwoordde mij onlangs iets moois toen ik hem vroeg hoe hij herkenbaar wilde zijn als christen in zijn werk. Hij zei: ‘Als ik me ergens voorstel, zeg ik er altijd bij dat ik christen ben. Dan weten anderen ook waar ze me op aan kunnen spreken.’ Dat vind ik mooi. Zeggen dat je een christen bent, gaat samen op met laten zien wat dat betekent.

Dat lijkt me inderdaad de uitdaging: ervoor uitkomen dat je bij Jezus hoort én de daad bij dat woord voegen door te laten merken wat dat dan betekent. Je kwetsbaar opstellen bijvoorbeeld, door open te staan voor kritiek van anderen, én zoeken naar mogelijkheden om duidelijk te maken dat je dat doet omdat je een christen bent. Of tijd vrijmaken voor een collega of buur die duidelijk niet goed in z’n vel zit, én de kans grijpen om te vertellen waarom je dat doet.

Jezus zegt hierover (Matteüs 10:32): ‘Iedereen die Mij zal erkennen bij de mensen, zal ook Ik erkennen bij mijn Vader in de hemel.’

Over de auteur
Hans-Jan Roosenbrand

Hans-Jan Roosenbrand is predikant van de GKv Delft.

Meest gelezen

Genesis 3 is een profetische vertelling

Genesis 3 is een profetische vertelling

Ulbe van der Meer
  • Opinie

Honderd jaar geleden sprak de synode van de Gereformeerde Kerken uit dat het spreken van de slang in Eden een zintuigelijk waarneembaar feit was. Ds. Jan Geelkerken zag dat anders en werd uit zijn ambt gezet. Aan dit ‘jubileum’ is tot nu toe slechts een podcast (Dick en Daniel geloven het wel #238) gewijd en een paar verhalen uit de oude doos in het Nederlands Dagblad. Moeten we ervan uitgaan dat het vandaag niet meer zo van belang is hoe je deze tekst leest?

Lees artikel
Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Het geheim van de kerk

Het geheim van de kerk

Cors Visser
  • Boekbespreking

Het was de ondertitel die me naar dit boek deed grijpen: herontdekken wat de kerk is. Na het omslaan van de laatste bladzijde was er een lichte teleurstelling. Dit boek gaat niet in de eerste plaats over de kerk. Maar naast teleurstelling was er ook een aangename verrassing: Wright werpt nieuw licht op Handelingen en ja, ook een beetje op de kerk. Wat de Britse nieuwtestamenticus doet, is de lezer in iets meer dan 200 bladzijden meenemen door heel Handelingen. Elk hoofdstuk behandelt drie of vier hoofdstukken, met uitzondering van Handelingen 1 en Handelingen 17 – die krijgen beide een eigen hoofdstuk. Door deze aanpak zit er vaart in het boek en komen de kwaliteiten van Wright naar voren: grote lijnen trekken en vergelijkingen maken met andere Bijbelboeken en verhalen. Voor mensen die Tom Wright doorgaans wijdlopig en ongestructureerd vinden – zoals ikzelf – is dit boek een stuk prettiger leesbaar. Een aantal hoofdthema's uit eerder werk komt voorbij: de nadruk op de opstanding van Jezus, het koninkrijk van God en de ontmoeting van hemel en aarde. Via Handelingen valt daar weer nieuw licht op.

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief