Verantwoord mens-zijn: onze wereld hunkert ernaar 

Jan Mudde | 12 maart 2026
  • Ethiek

Nederlanders rijden dagelijks gemiddeld ongeveer 130 keer door na een ongeluk. Dat gebeurt geregeld ook na ongelukken met een dodelijke afloop – in 2024 19 keer. En het gebeurt steeds vaker: het aantal doorrijders is de afgelopen vijf jaar met 40% gestegen. 

De neiging om door te rijden na een ongeluk(je) herken ik meer dan me lief is: tweemaal heb ik schade veroorzaakt aan een auto die ergens geparkeerd stond. Ook mijn allereerste impuls was ‘wegwezen’… Maar ook ken ik het gevoel van lichte buikpijn als je toch stopt en onder de ruitenwisser een briefje met je telefoonnummer doet. Hoe zal de eigenaar hiermee omgaan? Wat gaat het je kosten? 

Verantwoordelijkheid

Het zit heel diep in ons mensen om onze verantwoordelijkheid te ontlopen. Meteen al in de Bijbelse oorsprongsverhalen wordt dat op allerlei manieren belicht. 

Om te beginnen vluchten ook de mens en zijn vrouw weg van de plaats delict. Als God nadert, verbergen zij zich, als doorrijders voor de politie. Angst speelt daarin een rol: angst om God onder de ogen te komen, angst voor de gevolgen. 

Vervolgens schuiven de mens en zijn vrouw hun schuld op een ander af. ‘Ja, ik was erbij maar zij reikte het me aan.’ ‘Ja, ik nam van de vrucht, maar de slang bedroog me.’ 

Weer een heel andere manier om je verantwoordelijkheid te ontlopen belicht Genesis 4. Als de HEER Kaïn vraagt waar zijn broer Abel is, hangt hij de vermoorde onschuld uit: ‘Ik weet niet waar mijn broer is, moet ik soms over hem waken?’ Waarop de HEER Kaïn laat weten dat het bloed van Abel een appel op Hem doet. Het schreeuwt tot Hem om recht, om interventie. Zou het bloed van Abel ook geen appel op Kaïn moeten doen? 

Ten slotte belichten de Bijbelse oorsprongsverhalen dat God ons vroeg of laat ter verantwoording roept: ‘Adam, waar ben je?’, ‘Kaïn, waar is Abel, je broer?’

Adam, Eva en Kaïn laten zien wat onverantwoord mens-zijn is, maar geven zo indirect ook een beeld van wat verantwoord mens-zijn is, namelijk dat je 1. aanspreekbaar bent op je daden, daarvan rekenschap wilt afleggen; 2. de gevolgen van je daden, zo nodig de schuld op je neemt; 3. antwoord geeft op het beroep dat je naaste, een situatie, de schepping op je doet. 

Job

Het meest complete beeld van verantwoord mens-zijn geeft de Bijbel naar mijn indruk in Job 31. Een monumentaal hoofdstuk waarin Job nog één keer betuigt dat hij toch echt als een rechtvaardige geleefd heeft. En al die noties die raken aan verantwoord mens-zijn, en die je al tegenkomt in Genesis 3 en 4, spelen daarin een rol, maar dan in positieve zin.

Job is niet als Adam en Eva voor zijn verantwoordelijkheid weggelopen: 

‘Heb ik als anderen mijn overtredingen verhuld

en mijn zonden weggeborgen in mijn binnenste,

omdat ik in angst en beven voor de menigte verkeerde

en de verachting van anderen mij angst aanjoeg,

zodat ik mij stilhield en geen stap naar buiten deed?’

(Job 31:33-34)

Job is bereid de gevolgen te dragen, mocht hij anderen onrecht hebben gedaan: 

‘Als ik mijn vuisten tegen wezen heb gebald,

omdat de rechters in de poort mijn vrienden waren,

mogen mijn schouders dan ontwricht worden

en mijn arm doormidden breken bij de elleboog…’

(Job 31:21-22)

Job was zich er volstrekt van bewust dat zijn slaaf en slavin voor God net zo kostbaar zijn als hij. En dat hij, mocht hij hen respectloos bejegenen, daarvoor rekenschap moet afleggen tegenover de Allerhoogste: 

‘Als ik mijn slaaf of slavin ooit hun recht ontzegd heb

wanneer wij van mening verschilden,

wat zal ik dan beginnen als God opstaat

en mij ondervraagt – wat kan ik dan antwoorden?

Maakte Hij hen in de moederschoot niet net als mij,

vormde een en dezelfde ons niet eender in de moederbuik?’

(Job 31:13-15)

Naar Gods beeld

Job was geen Jood en al helemaal geen christen – al herken ik veel van de Bergrede in hem. Hij was een mens, een rechtvaardige uit de volken – net als de barmhartige Samaritaan in Jezus’ verhaal. Toch laat hij als weinig anderen zien wat het betekent om als mensheid naar Gods beeld geschapen te zijn. Dat impliceert naar mijn mening dat je antwoord geeft op het beroep dat God, je naaste en de schepping op je doen, en dat je verantwoord leeft, verantwoordelijkheid neemt en verantwoording wilt afleggen. 

Daar hangt een prijskaartje aan. Job had een stuk luchtiger kunnen leven. Wegrijden en wegkijken is een stuk makkelijker dan verantwoord mens-zijn. Wat bezielt Job om zo mens te willen zijn? Wel, hij ademt eerbied voor de Schepper van hemel en aarde. En dat raakt aan de meest fundamentele laag van Jobs verantwoordelijkheidsbesef: zijn heilig ontzag voor God. Onverantwoord mens-zijn staat haaks op het geloof in God de Schepper. Nieuwtestamentisch gesproken: het staat haaks op de liefde die God voor alle mensen geopenbaard heeft in zijn Zoon Jezus Christus. En niet minder haaks staat het op wat we met de kerk van alle plaatsen en eeuwen belijden: ‘Die zal komen om te oordelen de levenden en de doden’(Apostolische geloofsbelijdenis). 

Politiek

Jaren geleden beluisterde ik een interview met wijlen Willem Aantjes. Deze oud-politicus was inmiddels op hoge leeftijd. Toen hem gevraagd werd naar wat voor hem de essentie was van zijn – overigens wankelmoedige – geloof, luidde zijn doodernstig gemeende antwoord: ‘Dat ik eens rekenschap moet afleggen.’ Ik was en ben ervan onder de indruk. Het ligt helemaal in het verlengde van Job 31. Al zou ikzelf gezegd hebben dat het woordje genade voor mij de essentie van mijn geloof is: leven van en uit genade. Het lezen van Job 31 immers maakt me kleiner en kleiner: ‘Ben ik dit? Kan ik dit? Wil ik dit…?’ En opgelucht vind ik houvast bij het evangelie: ‘Door genade bent u gered!’ (Efeziërs 2:5) Maar overigens, wat een verademing dat een politicus zich ervan bewust is dat hij eens rekenschap moet afleggen, en dat ook uitspreekt, en daarnaar handelt!

Doorrijden na een ongeluk is in Nederland aan de orde van de dag. Het aantal doorrijders neemt zelfs hand over hand toe. Is het gek in een wereld waarin veel politici en wereldleiders feitelijk hetzelfde doen? Ze weigeren hun fouten toe te geven, leggen geen rekenschap af, of geven de schuld aan een ander en zijn doof voor het appel dat de kwetsbaren in deze wereld en de schepping op hen doen. Ze gebruiken soms vrome woorden, maar kennen geen ontzag voor God. 

Onze wereld hunkert naar mensen, om het even of het nu wereldleiders zijn of niet, die verantwoord mens proberen te zijn, mensen als Job. Ze zijn het zout van de aarde en het licht van de wereld. 

God roept ons vroeg of laat ter verantwoording.

Daar hangt een prijskaartje aan.

Over de auteur
Jan Mudde

Ds. Jan Mudde is als predikant verbonden aan de NGK Enschede-Lasonderkerk. Hij is ook kernredacteur van Onderweg.

Meest gelezen

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief