Verlangen zonder gebrek
- Leespreek
In de rubriek leespreek publiceren wij een preek geschikt voor persoonlijke meditatie, ter bespreking op een Bijbelstudiekring of voor gebruik in de eredienst. In het laatste geval dien je altijd eerst contact met de auteur op te nemen om toestemming te verkrijgen.
Wie deze preek van Jeroen Bakker (als predikant verbonden aan NGK Dronten-De Lichtboei Zuid) tot zich neemt, zit als het ware in het atelier van een kunstschilder die door liefde voor zijn vak gedreven wordt. Horen is dan niet alleen een Bijbeltekst uitgelegd krijgen, maar meegenomen worden in de verwondering van de prediker zelf. Diens fijnzinnigheid en rijke taaleigen scheppen alle ruimte voor vervoering en ontroering. Mogen velen door deze preek waarin theologie en poëzie zich paren tot aanbidding van de drie-enige God, Vader, Zoon en Geest gedreven worden.
Schriftlezing: Matteüs 3
We belijden dat we geloven in de drie-enige God: Vader, Zoon en Heilige Geest. Maar wat betekent dat eigenlijk, dat God drie-enig is?
En dan bedoel ik niet, hoe dat technisch zou moeten zitten, maar: waarom doet dat ertoe?
Dat God drie-enig is, wat zegt dat eigenlijk over de God die we volgen?
En wat betekent dat voor hoe wij in het leven staan?
Want je kunt een heleboel zeggen over de drie-eenheid,
maar om dat op een vruchtbare manier te doen helpt het om je te realiseren dat het geen droog feit is, maar eerder een poëtische geloofsbelijdenis.
Zulke geloofsbelijdenissen, zoals de apostolische geloofsbelijdenis, zijn de gedenkstenen die de mensen die ons voor zijn gegaan hebben geplaatst bij de plekken waar kennen en weten overgaat in overgave en verwondering.
De grenzen van onze menselijke kennis waar gelovigen al eeuwenlang samenkomen en elkaar verhalen vertellen over God.
Ik wil met jullie aan de hand van de belijdenis van de drie-eenheid een verhaal vertellen, een verhaal over God, een verhaal over wie wij zijn en over onze toekomst.
En dat is het verhaal van liefde zonder tekort, van verlangen zonder gebrek.
God heeft meer dan genoeg aan zichzelf
Want zeggen God is drie en één, is zeggen: God heeft meer dan genoeg aan zichzelf. God is niet een soort stilstaand perfect ding, maar Hij is drie personen die vol zijn van liefde voor elkaar.
Die van elkaar houden en van elkaar genieten. Die vreugde vinden in elkaar.
Als de Vader over de Zoon zegt: Dit is mijn geliefde zoon, in Hem vind ik vreugde,
En de Geest daalt af op de Zoon om de liefde van de Vader over te brengen,
dan is dat niet iets nieuws dat daar begint.
Bij de doop van Jezus zie je iets van de dynamiek van de drie-enige God.
Maar dan zien we daar iets wat ouder is dan de tijd,
iets dat deel uitmaakt van wie God is.
Vader, Zoon en Geest maken constant ruimte voor elkaar maar zijn nooit uit balans.
In alles zijn ze volkomen op elkaar gericht.
Zoals je soms een beetje bij mensen kunt zien die al heel lang bij elkaar zijn en als het ware bewegen in hetzelfde ritme.
In de kerkgeschiedenis is daar het woord perichorese voor bedacht.
Het constant rondom elkaar bewegen en voor elkaar plaatsmaken.
De drie-ene God wordt gekenmerkt door een liefde die constant plaatsmaakt voor de ander, en daardoor is er in Hem altijd beweging, altijd dynamiek, als een dans waarbij twee de derde altijd in het midden zetten.
Drie-eenheid betekent dat God in zichzelf al relationeel is.
Wij zeggen, God is liefde. Maar Hij is dat niet als een soort v
age abstracte kracht.
Gods liefde is relationeel. De God die liefde is, is relationeel. Daar is altijd een Ander bij betrokken.
Maar God heeft daarvoor niet iets nodig buiten zichzelf.
Hij is een relationele God, Hij is vol van verlangen, maar Hij heeft genoeg aan zichzelf.
Bij ons is het zo dat onze liefde wordt voortgestuwd door behoefte.
Ons verlangen naar anderen is altijd kwetsbaar voor gemis, of tekort.
En liefde die tekortschiet slaat gemakkelijk om in wrok, of haat.
Maar zo is het niet bij God.
Hij heeft ons niet gemaakt omdat Hij eenzaam was,
Want Hij is een God die in zichzelf al overvloeit van liefde.
Hij heeft de wereld juist gemaakt om daarin te delen.
Zijn overvloed in zichzelf is de oorsprong van ons bestaan,
zijn liefde is de bron van het leven.
Hij maakte de wereld om die overvloed te delen Toen God schiep, schiep Hij voor zichzelf.
De Geest schiep voor de Zoon, de Zoon schiep voor de Vader, de Vader schiep voor de Geest.
Maar Hij schiep ook met de wil om Zijn schepping deel te laten nemen aan Zijn overvloed.
Het grote gebod dat Hij ons heeft gegeven is om Hem lief te hebben.
Maar dat is niet omdat Hij onze liefde nodig heeft,
maar omdat Hij wilde dat wij zouden delen in Zijn liefde.
Het grote gebod is meedoen met Gods liefde voor Zichzelf.
God liefhebben, is delen in de dans van de drie-enige.
Daarvoor zijn we gemaakt.
Het is de bedoeling dat we liefhebben, liefgehad worden.
Hij wilde ons maken zodat Hij ons liefhebben kan, Hij wilde dat wij zouden bestaan zodat we Hem kunnen liefhebben.
Om op die manier deel te nemen aan Zijn volmaaktheid.
En die volmaaktheid van God, die is dus niet statisch, niet stilstaand en kil. Het is geen gladde, koude perfectie, maar een werveling.
Altijd in beweging, altijd overvloeiend van liefde en vreugde en creativiteit.
Alles wat er is, is ontsprongen uit de dynamiek in God zelf.
En die is eindeloos veelkleurig en gedifferentieerd.
Dat zie je terug in de rijkheid van de schepping.
In de gesteentes en mineralen die de botten van de aarde vormen, met een gloeiende kern als kloppend hart. Je ziet het in zilver en hout. Je ziet het weerspiegeld in de duizenden gezichten van water: in staalblauwe golven, rivieren van kristal en inktzwarte meren.
Gods overvloed zie je terug in de kleuren van de lucht, in wolken als watten en regensluiers die over de aarde dansen.
Gods creativiteit zie je terug in de huiskat en de miereneter, in de hommel en de sprinkhaan. In appelbomen en varens, in eekhoorntjesbrood en korstmos.
Als je gelooft dat God de drie-enige is, kun je het stempel van zijn rijkdom overal in je leven zien.
In de vreugde om iets te maken met je handen,
in het plezier dat snelheid je kan geven als je optrekt in een auto,
of in het gewicht van absolute stilte.
Maar misschien is de echo van Gods wezen nog wel het meest te horen in ons verlangen. In ons vermogen om ons ergens naar uit te strekken.
Het meest nog in ons vermogen om lief te hebben, ons uit te strekken naar een ander.
Zijn schepping is voortgekomen uit en doordrenkt van Zijn liefde, en in ons vermogen lief te hebben lijken wij op Hem.
De dans van de drie-enige, waarin Vader Zoon en Geest elkaar liefhebben en in het midden zetten, daarvan is onze liefde een afspiegeling.
De warme genegenheid voor een oude vriend,
de liefde voor een kind.
De verwarrende zoetheid van verliefdheid,
de overgave van seks.
Dat we anderen kunnen toelaten in ons hart, daarin zijn we beeld van God.
Dat vermogen om liefgehad te worden, en om te lief te hebben, dat is bedoeld om te delen in Gods liefde.
Maar wij raakten in onszelf verstrikt
Op een fundamenteel niveau zijn we onherstelbaar de weg kwijtgeraakt.
Want we keerden ons af van God en raakten verstrikt in zelfliefde.
We raakten verstrikt in een diepe in onszelf-gekeerdheid.
In het latijn “incurvatus in se” gekruld in jezelf,
Luther gebruikt die term om te beschrijven wat volgens hem de kern is van “zonde”.
We zijn bedoeld om deel te nemen aan Gods dans, om met Hem als bron elkaar lief te hebben met Hem als doel.
Maar we zoeken de bron in onszelf en maken van onszelf ons doel.
En daarmee zijn we een soort persiflage van God.
Dat is de ironie van de zondeval, waar we elke keer weer in trappen, dat we willen worden als Hij, maar daarmee kwijtraakten wie wij zijn.
We zijn bedoeld om te delen in Zijn overvloed maar proberen genoeg te hebben aan onszelf.
Maar wij zijn God niet.
Wij zijn in onszelf niet eindeloos en overvloedig.
Wij zijn in onszelf, alleen.
De drie-enige is in zichzelf overvloedig en vol van op de ander gerichte liefde.
Doel en bron in zichzelf. Hij is een eindeloze bron van vreugde en leven.
Maar als wij ons aan Hem onttrekken en proberen God te zijn, als wij doel en bron in onszelf proberen te vinden, incurvatus in se, vallen we steeds dieper onszelf.
Als een eindeloze, naar binnengerichte spiraal.
Steeds kleiner en kleiner, tot een oneindig klein, oneindig eenzaam punt.
Dat is de hel denk ik.
Dat is natuurlijk heel extreem verwoord.
Het absolute gevolg van het je afkeren van God.
De uiterste consequentie van incuravtus in se, “gekruld zijn in jezelf”.
En soms kunnen we om ons heen daarvan wel iets zien.
Soms zien we mensen vervallen tot egoïsme.
Soms neemt de onwil of het onvermogen om de ander te zien staan schrikbarende vormen aan in onze wereld.
In de oorlogen die we om ons heen zien,
in de zelfrechtvaardiging waarmee we elkaar kapot maken,
In de waanzin van vluchtelingenkampen en overvolle opvangcentra,
Maar ook in de wrokkige agressie van een vechtscheiding,
In het naar elkaar uithalen als we zelf kwetsbaar zijn.
Soms zien we mensen dingen doen die volstrekt liefdeloos zijn.
Misschien ben je wel eens geschrokken van jezelf.
Van woorden die je sprak om stuk te maken.
Misschien ben je wel eens geschrokken van het gemak waarmee je uit kunt halen naar de mensen van wie je eigenlijk het meeste houdt.
Misschien heb je jezelf er wel eens op betrapt dat je iets wat je in een mooi verhaal verpakt had alleen voor jezelf deed.Sluit je ogen daar niet voor.
Dat is de polsslag van het kwaad dat we in ons hebben.
Zondebesef betekent dat je die zelfgerichtheid leert herkennen.
Dat je de sporen van je zelfgerichtheid leert herkennen in de keuzes die je maakt.
Zondebesef heeft te maken met het onder ogen komen van schuld die je daarmee op je laadt, naar God en mensen.
Maar zonde heeft niet alleen te maken met dingen die je verkeerd doet, maar ook, en misschien nog wel meer met onvermogen. Met gevangenschap.
Zondebesef is het onder ogen komen van je onvermogen om werkelijk onvoorwaardelijk te zijn in je verlangens en je liefde.
En het gekke is, als je dat onder ogen komt,
Dat je ook mag gaan leren zien dat dat niet erg hoeft te zijn,
Dat jij niet onvoorwaardelijk lief kan hebben, dat is alleen maar een probleem als je de bron in jezelf probeert te vinden.
Jij bent niet God.
Maar jij hoeft ook niet God te zijn.
Je hoeft alleen maar weer echt mens te worden.
En de voorwaarde voor menselijke liefde,
is geliefd zijn.
Geef je daarom over aan Zijn liefde.
Geef je daarom over aan zijn liefde
Dat Jezus daar in de Jordaan gedoopt wordt, dat is absurd.
Want die doop van Johannes, dat was een reinigingsritueel.
Het zichtbare teken van een groot verlangen om vanaf nu echt anders te gaan leven.
Daar kwamen mensen die zonde in zichzelf herkend hadden.
En Jezus was nou net de enige op de hele wereld, die daarvan vrij was.
Die niet beladen was met schuld, en die niet in de greep was van onvermogen.
Hij was de enige mens, die volstrekt niet in zichzelf gekruld was.
En juist dat Hij naar de aarde was gekomen, dat Hij was gekomen om de zonde op zich te laden om ons te bevrijden, getuigt van Zijn werkelijk onvoorwaardelijke liefde.
Getuigt van de zichzelf gevende liefde die kenmerkend is voor de drie-enige God.
Het evangelie is het verhaal van een wonderlijke tweede kans.
Maar het ontspringt uit dezelfde bron als de wereld zelf, namelijk uit de onvoorwaardelijke overvloeiende liefde waarmee God zichzelf liefheeft, en waarin Hij ons wil laten delen.
Ons begin en ons einde zijn allebei verkeerd gericht, we zoeken bron en doel in onszelf.
Incurvatus in se, maar toen Christus naar de aarde kwam en aan het kruis de zonde overwon, is er weer een weg geopend uit die naar binnengerichte spiraal.
En het eerste wat we moeten doen, als we die weg willen betreden, het eerste waar we elke keer weer bij moeten beginnen, is dat we onze bron ergens anders zoeken.
Het eerste is niet proberen onvoorwaardelijk lief te hebben, maar het eerste is je onvoorwaardelijk laten liefhebben.
De doop van Johannes was een reinigingsdoop, een teken dat je beter je best wilde doen.
Maar de doop waarmee Jezus doopt is in de basis iets heel anders.
De basis van het christelijke leven is niet dat je beter je best doet, maar dat je je weer overgeeft aan de liefde van God. De liefde die de bron is voor al het leven.
Daarvoor moet je met Christus mee-sterven zodat je ook met Hem opnieuw ingelijfd kan worden in de dans van de drie-enige.
Het is je leven zoeken niet in jezelf, maar in Christus.
Het beeld dat daarvoor door de brievenschrijvers van het Nieuwe Testament wel wordt gebruikt is dat van adoptie.
Je wordt daarmee opgenomen in Gods familie, als zoon of dochter van de Vader.
En dat betekent dat de woorden die God uitspreekt over Jezus als Hij weer bovenkomt uit het water,
ook uitgesproken worden over ons als wij gedoopt worden in Zijn naam. “Jij bent mijn geliefde zoon/dochter, in jouw vind ik vreugde”.
Dan kun je in Zijn liefde delen
Het eerste van christelijk leven is herbronnen in Christus. Weer opnieuw wortelen in Gods liefde.
En dan gebeurt er iets wonderlijks, want daardoor worden we veranderd.
We worden veranderd van mensen incurvatus in se, vruchteloos gericht op onszelf, ten diepste en uiteindelijk levenloos als de stenen die Johannes de Doper aanwijst, in zaadjes van Gods nieuwe schepping.
En wanneer we onze bron niet meer zoeken in onszelf maar ons wortelen in de Bron, kan ook onze gerichtheid weer veranderen. Dat we uitlopen in liefde.
Hoe meer we gevoed worden door de onvoorwaardelijke liefde van God, hoe meer ook de liefde die we geven onvoorwaardelijk kan zijn.
En dat betekent niet dat christenen nu altijd perse betere mensen zijn dan niet-christenen.
De verandering in ons is lang niet altijd zichtbaar aan de buitenkant.
De verandering in onszelf is vooral zichtbaar met geestelijke ogen.
We leven wat dat betreft in een vreemde tijd, de tijd tussen Christus komst en wederkomst.
Hij heeft het kwaad en de zonde al overwonnen, Hij heeft ons al bevrijd van de greep van de zonde, maar de nieuwe mensheid en nieuwe wereld waar we deel van uitmaken breekt pas helemaal door als Hij terugkomt.
Dat betekent dat christelijk leven in deze tussentijd, een leven van hoop is. Een leven van geduld. Een leven dat ook een beetje wordt getekend door afwachten. Het betekent dat we als christenen in deze tussentijd ook realistisch moeten zijn.
We leven aan de ene kant al in Gods nieuwe wereld, geworteld in Gods onvoorwaardelijke liefde. Deelnemend aan de dans van de drie-ene, zoals dat vanaf het begin de bedoeling was.
Maar aan de andere kant leven we ook nog in de wereld van incurvatus in se.
De wereld van doodlopende zelfgerichtheid.
We kunnen ons daar nog niet helemaal uit losmaken,
En soms is dat haast alles wat we zien.
En toch, christen zijn is geraakt zijn door dat verhaal van liefde zonder gebrek.
Het is er van overtuigd zijn, geloven, en soms alleen maar heel erg hopen,
Dat die liefde de oorsprong is van alles, dat die liefde het doel is van alles,
En je aan die liefde overgeven.
En van daaruit kun je stapje voor stapje proberen liefde uit te stralen.
Niet om iets te verdienen, of iets terug te betalen, maar omdat dat het deelnemen aan Gods nieuwe wereld ìs.
Weer ontvangen en doorgeven van Gods onvoorwaardelijke liefde,
Weer meedoen met de dans van de drie-enige,
Met Hem als bron elkaar liefhebben met Hem als doel.
Want dat is wat het betekent om echt mens te zijn.
Ook als dat nu nog struikelend en strompelend en met vallen en opstaan is.
Amen
Jeroen Bakker is theoloog.