Bij God gaat de overdrive op slot!
- Leespreek
In de rubriek leespreek publiceren wij een preek geschikt voor persoonlijke meditatie, ter bespreking op een Bijbelstudiekring of voor gebruik in de eredienst. In het laatste geval dien je altijd eerst contact met de auteur op te nemen om toestemming te verkrijgen.
Schriftlezing: Prediker 7: 15-22
Gemeente van de levende Heer,
Voor de Prediker is geloven geen abc’tje. De Prediker worstelt met God. Vaak snapt hij helemaal niks van God. Een vraag die hem bezighoudt en kwelt is: Waarom vergaat mensen die met God leven het vaak minder goed dan mensen die zonder door God het leven gaan? En ook: Hoe kan het dat mensen die God dienen vaak relatief jong sterven en mensen die zich van God weinig aan trekken wel oud worden?
God is niet eerlijk. God heeft immers belooft de rechtvaardige te zegenen en de goddeloze te straffen. Daar is Zijn Woord vol van. Sla bijvoorbeeld het Spreukenboek maar eens op.
Spreuken 19:5 zegt: Een vals getuige blijft niet ongestraft, wie leugens verkondigt gaat niet vrijuit.
Spreuken 21:9 zegt: Wie rechtvaardigheid en trouw nastreeft, ontvangt leven, rechtvaardigheid en eer. Of denk aan het gebed van Jabes. Jabes bad: Zegen mij: maak mijn grondgebied groot en bescherm me tegen het kwaad, zodat ik geen pijn hoef te lijden.
In 1 Kron. 4:10 lezen we dan: God gaf Jabes wat hij had gevraagd.
Gods beloften rijmen lang niet altijd op mijn leven en op wat ik in de wereld zie.
Prachtige Bijbelteksten, maar de werkelijkheid van de Prediker is anders. Boontje komt lang niet altijd om zijn loontje. Gods beloften rijmen niet op zijn dagelijks leven. Rijmen Gods beloften altijd op jouw leven? Rijmen Gods beloften altijd op uw leven? Als ik eerlijk ben moet ik zeggen dat Gods beloften lang niet altijd op mijn leven en op wat ik in de wereld zie rijmen. Geloven is ook voor mij vaak een worsteling.
Als het om Gods beloften gaat ziet de Prediker mensen zich inspannen zo rechtvaardig mogelijk te leven. Als ik maar goed m’n best doe zal God mij vast belonen… Zulke gelovigen gaan in de overdrive. Zij werken steeds harder voor God. Ik moet denken aan student aan wie ik college gaf. Die student zet alles op alles om de schepping niet alleen te bewerken, maar die vooral ook te bewaren. Je vastplakken aan het asfalt op snelwegen of bij de ingang van BP of Shell, geen koffie uit papieren bekers drinken, veganistisch eten, geen nieuwe kleren maar alleen tweedehands kleren kopen, niet in een auto willen zitten, niet uit een gewone Bijbel maar alleen uit een groene Bijbel willen lezen, ’s winters de verwarming op 15 graden enzovoort. Niets is deze student te veel. Alles wordt op alles gezet om het ideaal van het behoud van de schepping te bereiken.
De Prediker zegt: Pas op voor de overdrive. Bijt je niet te vast in welk ideaal dan ook. Wees niet al te rechtvaardig en meet jezelf geen overdreven wijsheid aan. Waarom zou je jezelf te gronde richten?
Wie de dingen in het hier en nu al wil hebben zoals die straks op de nieuwe hemel en aarde zullen zijn, zal daar vroeg of laat aan ten ondergaan. Wie voor welk ideaal van God dan ook in de overdrive gaat botst op de muur van onze weerbarstige, zondige werkelijkheid. Je gaat je ergeren aan mensen die minder fanatiek heiliging nastreven dan jij dat doet. Frustratie, teleurstelling, depressie, overspannenheid en/of lichamelijke klachten liggen dan altijd op de loer. En of de overdrive je geloof een boost geeft is ook nog maar de vraag.
Ik las over een rabbijn voor wie zijn leerlingen groot respect hadden. Hij was werkelijk een voorbeeld van vroomheid. Een tsaddiek. Een echte rechtvaardige. Op een dag sprak de rebbe met zijn leerlingen over zijn begrafenis. Als ik overleden ben wil ik een grijs kleed worden begraven, zei hij. Jullie moeten me niet in een wit kleed begraven, want ik weet niet of ik wel genoeg voor God heb gedaan. Maar ook niet in het zwart, want of ik verloren ga weet ik ook niet zeker. Geloven, zijn fanatiek naleven van al Gods geboden, ging voor de rabbijn dus vooral gepaard met onzekerheid. Heb ik wel het goede voor God gedaan en was het wel goed genoeg?
De Prediker zegt: Pas op voor de overdrive. Bijt je niet te vast in welk ideaal dan ook. Wees niet al te rechtvaardig en meet jezelf geen overdreven wijsheid aan. Waarom zou je jezelf te gronde richten?
Als er toch geen verband is tussen je manier van leven en Gods zegen, kan ik beter mijn eigen gang gaan.
God beloften rijmen lang niet altijd op ons leven, constateert de Prediker. In reactie daarop ziet hij mensen om zich heen die zich, vanwege Gods beloften, inspannen om zo rechtvaardig mogelijk te leven. Hij ziet echter ook een andere reactie. Er zijn namelijk ook mensen die zeggen: Als er toch geen verband tussen je manier van leven en Gods zegen is, kan ik beter mijn eigen gang gaan. Ik haal uit het leven wat er inzit, dan heb ik tenminste nog iets. Ook zulke mensen gaan in de overdrive. Niet in de overdrive van de heiliging, maar in die van de zonde.
Ik moet denken aan de jongen die onlangs mijn haar knipte. Ik vroeg hem naar zijn vakantieplannen. Ik ga met vrienden naar de Spaanse kust. Leuk! Wat gaan jullie daar doen? Op het strand liggen met heel veel biertjes. Dan ergens eten. Filmpje kijken, beetje gamen. Even slapen, uitgaan, lekker veel zuipen en zoveel mogelijk meiden versieren. Ik zei: Ik heb gehoord dat je tegenwoordig ook met de trein naar Barcelona kunt. Gaan jullie met de trein, met de auto of met het vliegtuig…? De blik van die jongen verraadde hoe dom hij die vraag vond. Wat denk je? Vliegen natuurlijk.
Wie bijvoorbeeld zijn of haar gezondheid verwaarloost, onverantwoord rijdt, zich te buiten gaat aan een verslaving of roekeloos met seks omgaat loopt het risico voortijdig te overlijden. Professor Velema merkte in dit verband op: Moeten we het ook niet uitbreiden tot het onmatig gebruik van de schepping en onmatig omgaan met het milieu? Zou dit ook niet kunnen betekenen een collectief sterven vóór de tijd?
De Prediker zegt: Pas op voor de overdrive. Gedraag je ook niet al te onrechtvaardig. Wees niet al te goddeloos. Wees geen dwaas. Want waarom zou je sterven voor je tijd?
Voor de Prediker is het duidelijk: de overdrive werkt niet. Daarom adviseert hij: Wees niet al te rechtvaardig en ook niet al te onrechtvaardig. Met andere woorden, pas op voor het woord ‘te’. Wees niet te fanatiek, maar ook niet te onverschillig. Wees niet te idealistisch, maar ook niet te fatalistisch. Nu is het altijd makkelijker te zeggen hoe iets niet moet dan hoe iets wel moet. Waarschuwen is eenvoudiger dan advies geven. Oppositie voeren is makkelijker dan regeren… Gelukkig zegt de Prediker niet alleen hoe het niet moet, maar wijst hij ook de weg. Gelukkig waarschuwt hij niet alleen, maar geeft hij ook advies.
Het is altijd makkelijker te zeggen hoe iets niet moet dan hoe iets wel moet. Waarschuwen is eenvoudiger dan advies geven.
Kies de gulden middenweg. Kies niet voor de vijfde, maar voor de derde versnelling. Zo’n advies zou je verwachten. Toch adviseert de Prediker anders. Hij kiest niet voor de gulden middenweg, niet voor terugschakelen. Hij zegt: Heb ontzag voor God. Dan ontsnap je aan te veel rechtvaardigheid en ook aan te veel onrechtvaardigheid. Als je Gods beloften niet ziet rijmen op je eigen leven of op het leven in de grotere verbanden van de wereld blijf dan toch in ontzag voor God leven, blijf dan toch Hem vrezen. Dat is het devies van Prediker. Een heilzaam devies!
Want wie groot van God denkt, ontdekt steeds meer zijn of haar eigen beperkingen. Wie groot van God denkt realiseert zich hoe beperkt onze eigen bijdragen aan het verbeteren van de wereld zijn. Wie God vreest, ontdekt dat geloven altijd met vraagtekens gepaard gaat. Geen gelovige die nooit eens met God worstelt. Je leert Deuteronomium 29:29 spellen: De verborgen dingen zijn voor de HERE, onze God, maar de geopenbaarde dingen zijn voor ons en onze kinderen.
Als je in respect voor God leeft heb je niet alleen vraagtekens. Nee, dan plaats je achter Gods naam ook heel veel uitroeptekens! Je ontdekt steeds vaker en meer: God heeft voldoende in huis om Zijn idealen te realiseren. God is bijvoorbeeld machtig, rechtvaardig, wijs, trouw en creatief. Als je God vreest, in ontzag voor Hem leeft zing je:
Uw majesteit is onaantastbaar, niemand is aan U gelijk. (…) U overstijgt wat een mens ooit heeft gezien, gehoord, bedacht (Opw. 684).
In ontzag voor God leven betekent echter niet passief toekijken wat God allemaal aan het doen is. God kiest er voor ons mensen in te zetten bij het realiseren van Zijn Koninkrijk. Wij mogen onrecht niet over onze kant laten gaan en zijn geroepen in het hier en nu tekenen van Gods Koninkrijk op te richten. Uiteindelijk is het echter Zijn werk.
God is getrouw, zijn plannen falen niet. Hij heeft Zijn bestek met wijsheid uitgemeten (GK 250).
Daarom vraagt God van ons niet de overdrive.
Wie in de overdrive van te rechtvaardig willen zijn terecht komt loopt het risico op anderen te gaan neerkijken. Stiekem voel je je wat beter dan andere gelovigen. Zij zijn passief, ik niet. Wie in ontzag voor God leeft en zich spiegelt in God en Zijn wet ontdekt: Er is geen mens die niet zondigt. Ook ik ben een zondaar.
Neem nou alleen eens de zonde van het roddelen, zegt de Prediker. Je weet maar al te goed dat jij daar zelf ook wel eens aan meedoet. Op school, op het werk, in de kerk, op verjaardag, aan de bar, op het terras, op sociale media. Voordat je het weet doe je mee aan het zwart maken van een ander. Heb je ‘t al gehoord? Die en die, zus en zo. Heb je zien wat er over hem is gepost? Da’s niet best…
Roddel maakt veel kapot. Met onze tong kunnen we giftige, brandende pijlen afvuren, schrijft Jakobus. Roddel is gemeen en slecht. Onder ons zijn er die door roddel ernstig zijn beschadigd en weten hoeveel pijn roddel kan doen. Opmerkingen van familie- of gemeenteleden, van mensen uit de buurt of het werk hebben in jouw leven een verwoestende uitwerking gehad. Woorden van jaren geleden storen je vandaag nog in je dromen en gedachten. Als er doorlopend over je geroddeld wordt ga je door een hel. Roddel is als een lopend vuurtje schrijft Jakobus. Een vals portret van een medemens is zo de wereld in geholpen. Maar het door jou gestarte proces is met geen mogelijkheid meer stoppen! Roddel is een zonde die je zelf nooit, maar dan ook nooit, ongedaan kunt maken.
Onder ons zijn er die door roddel ernstig zijn beschadigd. Woorden van jaren geleden storen je vandaag nog in je gedachten.
Een hoogleraar uit de 19e eeuw maakte dit eens als volgt duidelijk. Op een dag riep hij één van de dienstbodes bij zich. Net zoals vele anderen in de stad ergerde hij zich enorm aan haar. Deze vrouw roddelde namelijk aan de lopende band.
Oef, ik moet bij de professor op het matje komen, da’s vast niet best, dacht ze. Maar gelukkig viel het mee. Zij kreeg van de professor namelijk de volgende opdracht: Luister, jij gaat voor mij naar de markt. Daar koop je een pas geslachte kip. Op de terugweg pluk je hem kaal, dan kan die meteen de pan in! De vrouw deed wat haar was opgedragen. Toen zij de professor, met gepaste trots, de vers geplukte kip overhandigde, schrok ze echter enorm. Hij gaf haar namelijk de volgende opdracht: Ga via dezelfde route terug naar de markt. Onderweg raap je alle veren die je onderweg uit de kip hebt geplukt hebt weer op. Maar, maar da’s onmogelijk meneer, zei de vrouw, die zijn in de wind naar alle kanten verwaait… Laat dit dan een les voor u zijn, want zo gaat het ook met uw boze praatjes!
Roddel is een zonde die je zelf haast niet kunt herstellen. Daarom zongen we al biddend met David:
Doe mij, Heer, te rechter tijd zwijgen, laat mij mijn niet spreken zonder grond, bewaak de deuren van mijn mond, laat niet mijn hart tot kwaad zich neigen (Ps. 141:3, LvdK).
Wie in ontzag voor God leeft ontdekt: Ook mijn hart neigt zich tot kwaad. Al die dingen in de wereld die niet op Gods beloften rijmen, komen door onze kwade harten. Mijn overdrive is niet staat de wereld totaal te veranderen. Wie zo in ontzag voor God leeft is wijs, zegt de Prediker. Zulke wijsheid heeft meer impact dan de wijsheid van tien stadsbestuurders bij elkaar.
Van alle wijsheid het begin is: vrees den Heer met ziel en zin (Ps. 111:6, LvdK).
Wie wijs is, vertelt de Bijbel ons, ontdekt dat het dwaze van God wijzer is dan de mensen. Gods wijsheid, schrijft Paulus aan de Korintiërs, is een gekruisigde Christus (1 Kor. 1:23). Aan het kruis wordt op een wonderlijke manier duidelijk dat Gods wijsheid uniek is. Je zou verwachten dat God Zijn rechtvaardige Zoon Jezus zou zegenen. Maar Jezus wordt op Golgota niet gezegend, maar gestraft. Hij stierf jong en werd maar 33 jaar. Je zou verwachten dat God ons zou straffen voor onze zonden. Maar God de Vader straft niet ons, maar Zijn Zoon. Langs die weg deelt ieder die gelooft in de zegen van Zijn genade en vrijspraak.
Jezus nam alles wat jij niet graag op je rug geplakt zou zien op Zich. Alles waar jij je voor schaamt en je niet graag op je rug geplakt zou zien bracht Jezus aan het kruis. Als wij roddelen hangen we de vuile was van een ander buiten. God is gelukkig anders! God hangt onze vuile was niet buiten. Hij houdt zo veel van u, jou en mij dat Hij Zijn eigen Zoon Jezus Zijn bloed liet geven. Bloed dat reinigt van alle zonden. Als wij Hem er om vragen wordt onze vuile was schoon gewassen in het bloed van het Lam dat onze zonden op Zich nam. Die worden dan witter dan sneeuw!
De rabbi over wie ik vertelde liet zich niet in het wit en ook niet in zwart, maar in het grijs begraven. Onzeker als hij was over waar hij na zijn dood zou uitkomen. Heb ik wel genoeg voor God gedaan en was wat ik heb gedaan wel goed genoeg? Hoe anders verging het koningin Wilhelmina! Zij werd in 1962 in het wit begraven. Voor haar dood had zij opdracht gegeven: Mijn kleding, mijn kist, de paarden voor mijn rouwkoets, de koets zelf, alles moet wit zijn. Ik wil ook dat op mijn kist er een Bijbel komt te liggen. Die Bijbel moet opgeslagen zijn bij Johannes 17.
Een prachtige en veelzeggende keuze. Want in Johannes 17 horen we de Here Jezus tot Zijn hemelse Vader bidden:
Vader, de ure is gekomen: Verheerlijk uw Zoon, opdat Uw Zoon U verheerlijke, gelijk Gij Hem macht gegeven hebt, eeuwig leven te schenken (Joh. 17:1-2, NBG’51).
Koningin Wilhelmina geloofde: Ik mag delen in Jezus’ overwinning op de zonden, de duivel en de dood. Ook mijn zonden zijn in Jezus’ bloed gewassen en wit geworden als sneeuw. In Jezus ben ik meer dan overwinnaar. Daarom wil ik in het wit begraven worden! Als ik gestorven ben is geloven geen worsteling meer, maar aanschouwen. Voor mij is er een toekomst vol van hoop!
Voor u ook…? Voor jou ook…? Ik hoop het! Want als je gelooft dat Jezus alles heeft volbracht, ontdek je: bij God gaat de overdrive op slot. Alleen Jezus was en is in staat alles echt nieuw te maken. Alleen Hijzelf is in staat Zijn Koninkrijk te voltooien. Dat mag mij ontspannen. Ik hoef niet in overdrive. Ik hoef mezelf niet te gronde te richten. Tegelijk ben ik geroepen in de kracht van de heilige Geest mijn leven te heiligen en Jezus na te volgen. Daarbij past niet de overdrive van er maar onverschillig op los leven, want dan loop ik het risico voor mijn tijd te sterven.
Broeders en zusters, leef dan in ontzag voor God. Wees actief. Richt tekenen van Zijn Koninkrijk op en waak daarbij voor de overdrive. God wil geen overspannen, maar ontspannen kinderen. Daarom gaat bij God de overdrive op slot!
Amen.
Jarenlang mocht dr. Kees de Groot (verbonden aan NGK Nunspeet) aanstaande dominees leren preken. Tot vorig jaar was hij docent homiletiek aan de TU Utrecht. Maar zelf preken doet hij nog altijd. In duidelijke taal en met veel voorbeelden schroomt hij niet om een boodschap te verkondigen, waarin ook een waarschuwing klinkt.




