Besluit tegen deputaten kerk en Israël: heeft Israël prioriteit?

8

De vrijgemaakte synode heeft besloten om geen deputaten voor kerk en Israël te benoemen en niet uit te spreken dat het ‘de opdracht van de Gereformeerde Kerken is om het evangelie van Jezus Christus bekend te maken aan het Joodse volk’. Verbijsterend.

Het is zeventig jaar geleden dat Auschwitz bevrijd werd en dat de omvang van de vernietiging van het Joodse volk tot het bewustzijn van de wereld doordrong. Dezer dagen lazen in Westerbork nabestaanden de namen van de 102.000 Joodse Nederlanders voor die in de vernietigingskampen stierven. Voorlezing van de familienaam Sanders, onder wie onze verre familie, nam twintig minuten in beslag.

In dezelfde tijd nam de vrijgemaakte synode haar besluit. Eén positief element daarin: de verkondiging van het evangelie onder Joden (de naam Israël wordt vermeden?) is onderdeel van de ‘mission’ van de kerken. Dat zegt de synode gelukkig wel. Daarbij lijkt ‘Mission’ de naam van het deputaatschap voor zendingszaken te zijn geworden.

De GKv Ommen-West en de stichting Yachad hadden het voorstel voor een deputaatschap kerk en Israël ingediend. Zij mogen voortaan samenwerken met Mission en zo aan draagvlak in de kerken werken. Maar in het beleid past geen generaal deputaatschap voor evangelieverkondiging onder Joden.

Blind

Het is maar goed dat Paulus indertijd niet door Mission is uitgezonden. Anders was hij in alle drukte misschien niet aan de Joden toegekomen.

Voor de apostel had Israël in de verstrooiing prioriteit. ‘Eerst de Jood, dan de Griek’ was zijn zendingsstrategie. Dat weerspiegelt zich tot in de Openbaring van Jezus Christus. Er is duidelijk onderscheid in het visioen van de 144.000 verzegelden ‘uit elke stam van Israël’ en de onafzienbare menigte uit alle landen en volken (Openbaring 7). En toegang tot het nieuwe Jeruzalem is er via twaalf poorten met ‘de namen van de twaalf stammen van Israëls zonen’ (21:12).

De kerk ontvangt de Tenach van Israël als Oude Testament samen met de boeken van het Nieuwe Verbond, geschreven door messiasbelijdende Joden (behalve twee van de Griek Lucas). En is dit niet het volk waaruit de Christus is voortgekomen? Hoe kan het dan dat Israël geen prioriteit heeft voor de vrijgemaakte synode?

Bij al onze trouw aan de belijdenis blijven blinde vlekken blind

Dat komt door onze geschiedenis. De belijdenissen van de zestiende eeuw hebben geen oog voor de Joden, die in de meeste landen vervolgd werden, en bij al onze trouw aan de belijdenis blijven blinde vlekken blind.

De Christelijke Gereformeerde Kerk uit de Afscheiding had oog voor Israël dankzij de Bijbellezers en bidders van de Nadere Reformatie. Ook na 1892 bleef de hoop voor Israël in de CGK bestaan, op grond van Romeinen 9-11.

In de Gereformeerde Kerken werd na dat jaar echter onder invloed van Abraham Kuyper de ‘zending onder Israël’ al gauw vervangen door ‘Joden’. Zij zijn een volk als alle volken, leerde hij. De Gereformeerde Kerken investeerden wel in Jodenzending, maar de theologische fundering werd verwaarloosd.

Toen kwam de oorlog en werden onze Joodse medelanders weggevoerd, zonder dat wij al te hard protesteerden. Na bevrijding en Vrijmaking zijn we hen gauw vergeten. Hadden de Gereformeerde Kerken voor de oorlog drie ‘Jodenzendelingen’ in dienst, na 1945 hadden de vrijgemaakten de handen vol aan de opbouw van het kerkelijke leven. Niet vreemd. Wel verdrietig.

In 1948 ontvingen de Joden een thuisland in Palestina. Is dat door de bevrijde en vrijgemaakte kerken opgevat als een teken dat dat vreemde, vervolgde volk onder Gods voorzienigheid toch toekomst heeft? Drukt het voortbestaan van de Joden in de seculiere staat Israël ons met de neus op Romeinen 9-11, ook in hun volhardend verwerpen van de Jezus Christus die wij belijden? Houden wij de mogelijkheid open dat Christus bij zijn weerkomst opnieuw de messias voor Israël is (Handelingen 3:20 en Openbaring 1:7)?

Ik ben bang dat de niet-bevindelijke gereformeerden een blinde vlek voor Israël hebben. Dat zou anders zijn wanneer een preekcanon jaarlijks op minstens één zondag Romeinen 9-11 voorschreef.

Tulpenbollen

De vrijgemaakte kerken hebben bijzondere gaven in de verbondsleer en in de gedachte van de heilsgeschiedenis. De verbondsleer geeft het volle pond aan de wijze waarop God Abraham koos en zijn verbond met Abrahams volk oversloot. De God van Israël vernieuwde dat verbond in Christus en sloot en passant de volkenwereld in.

Ook het concept van heilsgeschiedenis geeft het volle pond aan het Oude Testament en de weg van de God van Israël naar vandaag. Helaas is daarin de weeffout van de evolutie opgenomen, alsof de historie gepasseerd is en hooguit in een hogere fase meekomt. Heeft God in Christus het oude Israël als station gepasseerd of moet je het zien als een spoor dat Hij doortrekt door de geschiedenis?

Vervangingstheologie: winter in het hart van de kerk

In de vrijgemaakte kerken meenden eerst Stevaj en nu Yachad dat Israël de oudste broer van de heidenchristelijke kerk is. Twee tulpenbollen in de winter. Want het is winter voor Israël in het hart van de kerk, als daar de vervangingstheologie wordt gepraktiseerd.

Die theologie leert dat de bijzondere positie van het Joodse volk voorbij is en dat de kerk de plaats en titels van Israël heeft overgenomen. Maar ook als dat niet de officiële leer is, kunnen we in de praktijk nog wel in die geest denken en handelen. Als we vinden dat de christelijke kerk rijk genoeg is en we het zonder Israël kunnen stellen. Als we ervan uitgaan dat anderen wel genoeg aandacht aan het Joodse volk besteden. Als we vergeten wat de wortel is en wie de takken zijn. Of als de takken van de wilde olijf zich verheven voelen boven de takken van de edele olijf (Romeinen 11:17-18).

CIS

Hoe staat de NGK hierin? GKv en NGK vormen ‘de twee huizen van de Vrijmaking’. Dat is een uitdrukking van Henk de Jong, die zich verzet tegen het idee dat er een bijzondere weg voor Israël tot de Vader is. Beide kerkformaties hebben een blinde vlek voor de plaats van Israël in kerk en theologie.

In de NGK ligt wel een voorstel op tafel om aansluiting te zoeken bij het Centrum voor Israëlstudies (CIS), dat uitgaat van de CGK, de Gereformeerde Zendingsbond en de CHE. Zelf mocht ik namens Yachad in een werkgroep van het CIS meedraaien. Had de synode te Ede het contact met de CGK in dezen maar gezocht. Ook de vrijgemaakte kerken hadden aansluiting bij het CIS kunnen zoeken.

Nu echter het station Ede gepasseerd is, kunnen we er in elk geval blij mee zijn dat onder het negatieve synodebesluit geen massieve gronden gelegd zijn. Daardoor is er weinig tot niets dat ons verhindert om te werken aan en te bidden voor een steviger theologisch en confessioneel denken, om zo de harde grond los te woelen. Wachtend op de lente.

Delen.

Over de auteur

Dr. Erik de Boer is universitair docent aan de Theologische Universiteit Kampen.

Laat een reactie achter