Henk de Jong wil niet theoretiseren over de hel

0

De vraag of mensen die niet in God en Jezus geloven voor eeuwig verloren gaan, wordt steeds vaker met nee beantwoord. Het antwoord van Henk de Jong, emeritus predikant van de NGK Zeist, is ja noch nee. ‘Daar ga ik niet over’, zegt hij. Maar wat de Bijbel schrijft over oordeel en straf kan niet afgezwakt worden. ‘Geen flauwekul, lezen wat er staat.’

Met enige regelmaat laait de discussie over ‘de eeuwige straf’ weer op. Uit diverse onderzoeken blijkt dat de opvattingen van orthodox-protestanten rond dat onderwerp aan het verschuiven zijn. Niet zonder reden werd Jan Bonda’s verdediging van de alverzoening uit 1993 een paar jaar geleden heruitgegeven onder de titel Het ene doel van God. En vanuit Amerika kwamen Rob Bells ideeën over de hel, beschreven in zijn veelbesproken boek Love wins, overgewaaid naar Nederland. Theoloog Henk de Jong heeft zich als kritische meelezer van het manuscript van Bonda uitvoerig beziggehouden met dit onderwerp.

Wat is een groter risico: dat we te veel zeggen of juist dat we te weinig zeggen?
De Jong: ‘Het risico van te veel zeggen is groter. Momenteel lees ik een boek van paus Benedictus XVI. Hij zegt: “Moeten wij per se een theorie bedenken over hoe God kan redden zonder afbreuk te doen aan de uniciteit van Christus? Is het niet veel belangrijker deze uniciteit van binnenuit te begrijpen en daardoor een vermoeden te krijgen van de onmetelijkheid van haar uitstraling, zonder dat we haar in detail kunnen definiëren?” Die uitspraak maak ik graag tot de mijne. Wij hoeven er geen theorie over te maken.’

Emeritus predikant Henk de Jong. (beeld Johanne de Heus)

Emeritus predikant Henk de Jong. (beeld Johanne de Heus)

Niettemin, er doen allerlei theorieën de ronde. Daarmee ligt de verzoeking op tafel om erop te reageren.
‘Het grootste risico voor mij is er te veel over te zeggen.’

Vindt u dat ook het probleem in de discussies die van tijd tot tijd passeren?
‘Je zegt “van tijd tot tijd”. Het is inderdaad een discussie die de hele kerkgeschiedenis door speelt, maar wel in het bijzonder in deze tijd. En daar is een reden voor. Wij kennen de geloofsafval. Die gaat door alle families en gezinnen heen. Als er een hel is, komt hij dus wel heel dichtbij. Dan gaat het over je eigen kinderen, kleinkinderen of ouders. Vroeger was het ver van ons bed. Nu raakt het je in je eigen vlees. Daardoor ontstaat een belang om er genuanceerd of afgezwakt over te denken.’

Verandert daardoor ons Godsbeeld? Of is het omgekeerd: beïnvloedt ons Godsbeeld de gedachten over eeuwige straf?
‘Ik denk dat het één met het ander samenhangt. We hebben vandaag een veel softer Godsbeeld. Maar het heeft ook te maken met ons mensbeeld. Er wordt minder zwaar getild aan de menselijke verantwoordelijkheid in religieuze zaken.’

Laten we een paar veelgebruikte argumenten langslopen. Zoals: God bewijst de grootheid van zijn liefde door niemand verloren te laten gaan.
‘Als ik er nu eens een andere zin naast zet: God bewijst de nietszeggendheid van zijn liefde door niemand verloren te laten gaan. De liefde van God wordt leeg en inhoudsloos als het toch met iedereen goed komt. De grote woorden in het leven (aan deze kant van de streep) hebben een tegenpool nodig om hun waarde te behouden: liefde-haat, dood-leven, rijkdom-armoede. Ook liefde heeft een tegengestelde nodig, wil het echt liefde blijven. Dat God de grootheid van zijn liefde bewijst door niemand verloren te laten gaan, overtuigt mij niet. Wat voor liefde is dat dan? Is het niet eerder onverschilligheid?’

Het argument is dan dat een eeuwigdurende straf zich niet laat rijmen met een God die allen liefheeft.
‘God kan niet méér van zijn liefde tonen dan door zijn enige Zoon te geven. Dat is zijn liefde. Maar dan is het aan ons: “…opdat iedereen die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft”. De mogelijkheid van verloren gaan wordt niet weggenomen doordat God zijn liefde heeft geopenbaard, zo horen wij in de bekendste tekst van de Bijbel, Johannes 3:16.’

‘Ik durf van niemand te zeggen dat hij verloren is – ook van Adolf Hitler niet’

Over de gave van zijn Zoon gesproken, nog een citaat: ‘Als er maar één mens niet gered zou worden, zou dat een devaluatie zijn van het offer van Christus.’
‘Dat is een vreemde redenering. In de Schrift wordt de verantwoordelijkheid van de mens nooit uitgeschakeld. Je moet rekening houden met de hoge plaats die de mens in de schepping gekregen heeft. “Gij hebt hem bijna goddelijk gemaakt”, zegt Psalm 8:6 [citaten in dit artikel zijn uit de NBG51-vertaling, KvN]. Het is een woord waarop we ons graag beroepen. Maar deze grootheid heeft ook een keerzijde: “Aan wie veel is gegeven, van die zal ook veel worden gevraagd” (Lucas 12:48).’

De redenering is dat een mens die verloren gaat in mindering zou komen op het heilswerk van Christus, die de hele kosmos op het oog heeft. ‘God die een Heiland is voor alle mensen…’, schrijft Paulus. Als je die tekst maximaal oprekt, is iedereen inbegrepen.
‘Laten we die tekst uit 1 Timoteüs 4 wel even tot het eind lezen: “…een Heiland voor alle mensen, inzonderheid voor de gelovigen”. Daar wordt een verschil gemaakt tussen alle mensen en de gelovigen. Het evangelie heeft inderdaad een uitstraling die verder reikt dan enkel de gelovigen. Zelfs de dieren hebben daar profijt van: “Mens en dier verlost Gij, HERE” (Psalm 36:7). Maar betekent het dat die beesten in de hemel komen? En dat er een christelijke cultuur bestaat, is voor gelovigen en niet-gelovigen een weldaad. Maar nog eens, leidt dat tot eeuwig behoud?’

Henk de Jong: 'Mijn uitgangspunt is dat ieder mens staat voor zijn eigen verantwoordelijkheid.' (beeld Johanne de Heus)

Henk de Jong: ‘Mijn uitgangspunt is dat ieder mens staat voor zijn eigen verantwoordelijkheid.’ (beeld Johanne de Heus)

Zegt u wat die keerzijde betreft: ongelovigen kiezen daar bewust voor?
‘Ja, we beperken ons tot degenen die het heil bewust afwijzen. Maar of dat nu betekent dat zij ook stuk voor stuk verloren gaan, daar ga ik niet over. Dat is een belangrijke zin in mijn opvatting over dit onderwerp: daar ga ik niet over, dat is mijn loket niet. Als dienaar van het evangelie mag ik zeggen: wanneer je gelooft, word je behouden. Maar óf je gelooft en behouden wordt, is niet aan mij.’

Een ander punt in de discussie betreft de vraag wat we bedoelen met ‘eeuwige straf’. Eeuwig is niet eindeloos, is gezegd.
‘Mijn vraag is dan: geldt dat ook voor het eeuwige leven? Er wordt gemakkelijk gesjoemeld met dat woord “eeuwig”. Er is een uitleg die zegt: eeuwig staat voor onbepaalde tijd. Dan zijn er mensen die op dat woord “tijd” afvliegen en zeggen: tijd is eindig en dus eeuwigheid ook. Terwijl het in die definitie juist gaat om het onbepaalde, het onbegrensde. Dat is eigenlijk taalbederf. Het is een redenering naar een vaststaand doel, waarvoor de argumenten nog gevonden moeten worden.’

Een ander argument: als God zijn eigen wil niet kan waarmaken, is Hij in feite een zondaar, want zonde is dat je je doel mist. Het einddoel is dat alle mensen zeggen: U bent mijn Heer.
‘Weer zo’n redenering naar een van tevoren vaststaand doel. We chanteren de liefde van God als we zeggen: “Als U niet iedereen tot de zaligheid brengt, dan zondigt U.” Dan wordt niet de mens maar God de schuld in de schoenen geschoven.’

Wie wil afdingen op uitspraken als ‘uiteindelijk wordt iedereen zalig’ of ‘we hopen dat de hel leeg is’, laadt de verdenking op zich minder gul te zijn voor de medemens.
‘Daarom heeft mijn standpunt het in deze tijd moeilijk. Ik kan natuurlijk zeggen dat ook ik hoop dat de hel leeg is. Het gaat me er niet om de hel te vullen. Daarom: je zegt gauw te veel. En nog eens: ik ga daar niet over.

Soms troost ik me met de gedachte dat wellicht een schare die haast niemand tellen kan nog vlak voor sluitingstijd binnenglipt. Maar voorwaarde daarvoor is wel dat de kerk het evangelie onverkort blijft bedienen in de wereld, inclusief de mogelijkheid van verloren gaan. De weg tot behoud moet algemeen bekend blijven. Met uitzondering van de moordenaar aan het kruis zullen wij dat binnenglippen van niemand weten en misschien is dat maar goed ook. Strijdt gij om in te gaan, zei Jezus (Lucas 13:24).’

‘Soms troost ik me met de gedachte dat wellicht een schare die haast niemand tellen kan nog vlak voor sluitingstijd binnenglipt’

Is dit hele veld van vragen voor uzelf ooit een ‘worstelpunt’ geweest?
‘Ik heb er onder mijn kinderen die niet geloven. En toch kan ik niet zeggen dat deze vragen me nu naar de keel zijn gevlogen. Mijn kinderen zijn zelf verantwoordelijk voor wat ze met hun opvoeding doen. Dat is hun zaak. Natuurlijk bid ik voor ze. En ik zeg: ze geloven nóg niet – in de hoop dat ze dat zullen doen. Dat is geen lege hoop, en dat wordt ook weleens door feiten bevestigd. Maar mijn uitgangspunt is dat ieder mens staat voor zijn eigen verantwoordelijkheid.’

‘Een christen die bij de Schrift als bron en norm leeft, hoort een zwak te hebben voor de leer van de alverzoening’, schreef u indertijd in (ongepubliceerde) notities over het boek van Jan Bonda. Met andere woorden: het is een open zenuw?
‘Ja. In Romeinen 5:18-19 staan afwisselend de woordjes “allen” en “zeer velen”. Paulus maakt onbekommerd gebruik van dat woordje “allen”: ‘Derhalve, gelijk het door één daad van overtreding voor alle mensen tot veroordeling gekomen is, zo komt het ook door één daad van gerechtigheid voor alle mensen tot rechtvaardiging ten leven.’ Er is een goede redenering die zegt dat “allen” daar niet staat tegenover “weinigen”, maar tegenover die ene, Christus. Maar het is toch een verrassende spreekwijze van Paulus. Met “zeer velen” ben je eerder klaar dan met “allen”. Maar heeft de apostel niet het recht de nieuwe mensheid als een compleetheid voor te stellen: allen? Dat verklaart voor mij dat ik er een zwak voor heb.’

U schreef: ‘Als iemand zo onder de indruk is van Gods barmhartigheid in Christus dat hij moed durft op te vatten voor alle mensen, dan moet hij dat maar doen; het is geen zonde. Het kan op het geheel van de christelijke gemeente geen kwaad dat er in haar midden zijn die zo denken. Maar om deze gedachte als de boodschap van de Bijbel voor te stellen, is iets heel anders.’ U ziet met enige onbekommerdheid aan dat er mensen zijn die er anders over denken dan u?
‘Dat is waar. In een theologisch discours als dit ben ik streng met de teksten; geen flauwekul, lezen wat er staat. Maar in het pastoraat is het toch wat anders. Daar kun je een ruimhartigheid tentoonspreiden die wel degelijk in het evangelie zit.’

‘Aan de ongelovige heb ik een vraag:
wat wil je eigenlijk in de hemel doen?’

Maar in het pastoraat kun je de dogmatiek toch niet grenzeloos oprekken?
‘Nee. Het is een andere belichting. Als ik spreek over het pastoraat, dan heb ik het over mensen van wie een niet-gelovige geliefde is overleden en die zelf veraf staan van de alverzoeningsgedachte, maar die niet aan de gedachte willen dat hun geliefde verloren kan zijn gegaan. In zo’n situatie ga je naast de ander staan. Maar een man als Bonda schrijft er een hele theologie omheen. Dan zeg ik: wacht even, laten we samen de teksten nog eens lezen.

Ik durf van niemand te zeggen dat hij verloren is. Ook van Adolf Hitler niet. Daar ga ik niet over. We hoeven er geen theorie over te verzinnen. Beter is het je te verdiepen in het heil van Jezus Christus. Dan krijg je gevoel voor de geweldige uitstraling die zijn liefde heeft. Zeg dan ook maar eens een keertje “allen”. Het ongeloof heeft er geen recht op om altijd weer benoemd te worden. Bij een zonsverduistering kun je alleen met behulp van een donker glaasje het hapje uit de zon zien.

Aan de ongelovige heb ik trouwens wel een vraag: wat wil je eigenlijk in de hemel doen? Je bent God ontlopen of hebt Hem gelasterd – ik spreek over degenen die het heil bewust hebben afgewezen – dus wat wil je in de hemel? Je ontmoet daar God. En dat voor eeuwig. Dat kun je toch niet willen?’

Henk de Jong: 'Verdiep je in het heil van Jezus Christus. Dan krijg je gevoel voor de geweldige uitstraling die zijn liefde heeft.' (beeld Johanne de Heus)

Henk de Jong: ‘Verdiep je in het heil van Jezus Christus. Dan krijg je gevoel voor de geweldige uitstraling die zijn liefde heeft.’ (beeld Johanne de Heus)

Wat vindt u nu het sterkste argument voor een theologie van de alverzoening? Welke tekst?
‘H.M. van Randwijk citeerde eens het woord uit de oude berijming van Psalm 103: “Hij is het die ons zijne vriendschap biedt.” Van Randwijk was, voor zover ik weet, weinig gelovig, maar daar hield hij zich aan vast. Aan dat stralende midden van de Bijbel.

Als je Jezus Christus aan het werk ziet, staat die ruimhartigheid voorop. Tegelijk heeft Christus meer dan Paulus, van wie je dat misschien eerder zou verwachten, gesproken over de hel. Dat is toch opvallend, dat de Zoon van God met zijn stralende liefde juist dit onderwerp zo met nadruk benoemt. Maar ik kan niet zeggen dat ik door een enkele tekst geboeid word; ik probeer het geheel van de Schrift voor me te hebben.’

De predikant J.J. Buskes schreef eens: ‘Ik geloof niet in de hel. Ik heb wel wat anders te doen. Ik geloof in Jezus Christus en in de hemel, de Godsgemeenschap. Maar ik weet van de mogelijkheid van de Godverlatenheid en de vervreemding van God.’ Zou u hem dat nazeggen?
‘Hij maakt een onjuiste tegenstelling door te zeggen: ik geloof niet in de hel, maar in Jezus Christus. Bovendien neemt hij in die laatste aanvulling over “verlatenheid” en “vervreemding” weer terug wat hij gegeven heeft. Maar ik begrijp de pastorale intentie. Hij wil de mensen weghalen bij de angst voor de hel door te wijzen op Jezus. Daarin herken ik Buskes als de machtige verkondiger van het evangelie. Maar dat geeft hem niet het recht verkeerde tegenstellingen te maken.’

Bram van de Beek is van de huidige generatie theologen iemand die de klassieke opvatting over de hel onderschrijft. Eén van de redenen waarom mensen dat standpunt afwijzen, zegt hij, is dat ze van het oordeel af willen. En dat hangt er dan weer mee samen dat we in deze wereld redelijk welgesteld zijn, geen slachtoffer. Maar het feit dat er ‘aan de eindpaal van de tijden’ een oordeel plaatsvindt, dat er recht wordt gedaan, lijkt me nu juist een sterk punt voor het christendom. Je zou radeloos of cynisch worden van de journaalbeelden.
‘Helemaal mee eens. Kuitert schreef ooit dat de beul niet eeuwig een voorsprong heeft op zijn slachtoffer. Het geeft bevrediging dat er uiteindelijk iemand rechtspreekt. Maar bij mensen als Bonda is dat rechtspreken van God een daad van genade. Dat is dan weer zo’n stukje taalbederf. Rechtspreken is rechtspreken, vind ik.

Het is waar, er is een genadige kant aan de rechtvaardigheid van God. “Red mij en bevrijd mij door uw gerechtigheid”, bidt de Psalmist (Psalm 71:2). Toch kun je niet zeggen: rechtvaardigheid is genade.

Neem Romeinen 3:25: “Hem (Christus) heeft God voorgesteld tot een zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren had laten geworden, om zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt die uit het geloof in Jezus Christus is.” Wil je het duidelijker hebben, dat de rechtvaardigheid ook een straffende kant heeft? De straf is soms zelfs “overvloeiende van gerechtigheid”, lees je bij Jesaja (10:22). “Dubbel en dwars verdiend” betekent dat.

God verspeelt zijn rechtvaardigheid niet wanneer Hij ons begenadigt. Er wordt immers voldóening gegeven aan die rechtvaardigheid door het zoenmiddel van het betalend offer van de Heer. Daarom moet je zo’n woord als “rechtvaardigheid” niet verkwanselen. Er is – zeker voor mensen die hun leven lang onder de knoet hebben gezeten – een troost in gelegen dat er een rechtvaardig oordeel zal plaatshebben.’

Delen.

Over de auteur

Koos van Noppen is hoofd communicatie van de IZB, vereniging voor zending in Nederland, en lid van de PKN.

Laat een reactie achter