Zegenen met de goedheid van God

Ronald Westerbeek | 27 november 2015
  • Wandelen met God

Eén van de mooiste dingen die we in de christelijke gemeente kunnen doen, is elkaar zegenen: elkaar woorden toespreken die gevuld zijn met de goedheid van God.

In Grace Church zegenden we elkaar regelmatig op de huiskring – bij uitstek de plek waar we met elkaar optrekken in onze wandel met God. De vorm die wij kozen, is dat we in een kring gaan staan waarbij één van de kringleden wordt gezegend. Deze staat in het midden en mag ontvangen. De anderen staan eromheen en kunnen hem of haar een hand op de rug of schouder leggen. In een tijd van luisterend gebed mogen dan zegenende woorden van God worden doorgegeven.

Ons woord ‘zegenen’ komt van het Latijnse signare. Dat betekent zoveel als ‘een teken geven’ en in de rooms-katholieke en anglicaanse traditie gaat dat vaak gepaard met het maken van een kruisteken over iemand. Daarmee zeg je eigenlijk: ‘Jij bent met heel je wezen verlost en geheiligd door het kruis van Christus, in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, amen.’

Een ander woord voor zegenen is ‘benedictie’. Ook dat komt uit het Latijn: benedictus betekent ‘het goede spreken’. Dat komt heel dicht bij de connotaties van het Hebreeuwse woord voor zegenen in het Oude Testament (barach) en Griekse woord in het Nieuwe Testament (eulo’geo). Wie zegent, spreekt namens God het goede over de ander uit en brengt Gods gunst over. Daar komt kracht in mee.

Spanningsveld

In het Oude Testament waren het vooral de priesters die namens God de zegen uitspraken. Denk aan de aäronitische zegen: ‘Moge de HEER u zegenen en u beschermen, moge de HEER het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn, moge de HEER u zijn gelaat toewenden en u vrede geven’ (Numeri 6:24-26).

Wij beschikken niet over Gods zegen,
Hij is het zelf die onze woorden bekrachtigt

Er zit meteen een leerzaam moment in deze passage. In vers 22 staat dat de priesters het volk mogen zegenen. In vers 27 staat: ‘Als zij mijn naam over het volk uitspreken, zal Ik de Israëlieten zegenen.’ Wie zegent er nu, de priesters of God? Dat spanningsveld is goed om vast te houden – priesters mogen de vrijmoedigheid hebben om te zegenen, en tegelijk is er die eerbiedige erkenning: wij beschikken niet over Gods zegen, Hij is het zelf die onze woorden bekrachtigt.

Vrijmoedig

Sinds Christus zijn Geest heeft uitgestort, delen alle gelovigen in het priesterschap (1 Petrus 2:9; Heidelbergse Catechismus zondag 31 en 32). We mogen elkaar vrijmoedig zegenen, met woorden die God geeft. Dat reikt dus verder dan alleen maar je eigen goede wensen uitspreken, of alleen maar vragen om Gods zegen. Je mag jezelf opstellen als priester, ‘als instrument van de zegenende kracht van God’, schrijft Philip Troost (in: Christus ontvangen (2006), p. 213-217). ‘Je gaat zelf als het ware in de aanwezigheid van God staan, om door te geven wat je van Hem ontvangt.’

Mooi is ook wat Troost schrijft over het verschil met bidden: ‘Als ik voor iemand bid, sta ik naast hem en kijken we samen naar God. Maar als ik iemand zegen, dan sta ik aan Gods kant en kijk ik met zijn ogen naar de ander.’

Butsen

In onze huiskring en in het pastoraat in Grace Church hebben we ervaren hoe heilzaam dit elkaar zegenen is. In de weerbarstigheid van het leven lopen we allemaal butsen en deuken op. Soms vergeet je dan hoe God je ziet. Wat is het dan kostbaar om mensen om je heen te hebben die je daaraan herinneren. Die je namens Christus mogen zegenen. Gewoon met Gods beloften van heil, zoals we die kennen uit de Bijbel: zijn vrede, zijn nabijheid. Of met specifieke woorden, voor die ene persoon, op dat moment – in het vertrouwen dat God onze gedachten leidt als we ons op Hem richten en bidden in ontvankelijkheid voor zijn Geest.

Over de auteur
Ronald Westerbeek

Ronald Westerbeek werkt als theoloog voor de charismatische vernieuwingsbeweging New Wine.

Meest gelezen

Het publieke spreken van de NGK tegenover radicaal-rechts

Het publieke spreken van de NGK tegenover radicaal-rechts

George Harinck
  • Verdieping

De Raad van Kerken heeft in april van dit jaar het rapport ‘De weg van discipelschap. De omgang van de kerken met radicaal-rechts gedachtegoed’ gepubliceerd. Daarmee beweegt de raad zich in het spanningsveld van kerk en politiek. Hoe deden kerken dat in het verleden en hoe moeten we in dat licht dit rapport bezien? Deze vraag is mede interessant omdat de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK) sinds 2025 lid zijn van deze raad. 

Lees artikel
Trouw en gedeelde pijn – gemeente-zijn na een fusie

Trouw en gedeelde pijn – gemeente-zijn na een fusie

Cors Visser
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

Een bescheiden, trouwe gemeente met een gedeelde pijn en gedeeld verlangen om kerk te zijn in het dorp; dat is de NGK in IJsselmuiden. Het dorp kijkt uit over de IJssel naar wat ooit het gereformeerde Mekka was: Kampen. 

Lees artikel
Misschien heeft men in deze streken geen ontzag voor God…

Misschien heeft men in deze streken geen ontzag voor God…

Jos Colijn
  • Leespreek

Deze preek van dr. Jos Colijn (tot voor kort werkzaam als universitair docent Interculturele theologie aan de Theologische Universiteit in Utrecht) heeft een spannend onderwerp dat de gemoederen verhit: migratie. Aan de hand van het Bijbelse verhaal over Abraham en Sara die in Gerar een veilig heenkomen zoeken, laat Colijn zien dat er geen gemakkelijke antwoorden zijn als het over migratie gaat. Nee, Genesis 20 gaat niet over onze migratieproblematiek, maar er valt wel veel te leren over onze positie als vreemdeling op aarde en de manier waarop we omgaan met vreemdelingen bij ons in de straat.

Lees artikel
Wat doe jij hier?

Wat doe jij hier?

Gayle Doornbos
  • Column

Tijdens mijn eerste twee jaar aan Dordt University – de christelijke universiteit in Iowa waaraan ik doceer – begroette een van mijn collega’s van de vakgroep theologie mij met de vraag: ‘Gayle, wat doe jij hier?’ Aanvankelijk vond ik die vraag vreemd, omdat het antwoord voor de hand lag. Ik was aan Dordt University om dezelfde dingen te doen als hij: lesgeven, schrijven, studenten begeleiden en commissievergaderingen bijwonen. Maar toen ik besefte dat deze vraag zijn eigenzinnige manier was om ‘hallo’ tegen mij te zeggen, begon ik die vraag te koesteren. Zijn begroeting werd voor mij een moment om stil te staan bij wat mijn werk werkelijk betekent: niet zomaar de taken van de dag, maar leven met en voor mijn gemeenschap, in een wereld die, ondanks alle pijn, leeft van Gods genade.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief