Altijd online?!

Anko Oussoren | 5 maart 2016
  • Jeugdwerk

Eén van de grootste veranderingen in het leven van tieners van de afgelopen tien jaar is de opmars van internet. Jongeren van nu willen altijd toegang hebben tot internet. Volwassenen reageren daar vaak negatief op, maar is dat wel terecht? We zijn toch geschapen om relationeel verbonden te zijn? Misschien kunnen we als jeugdwerkers juist hier laten zien wat echt belangrijk is.

020528 Jeugdwerk foto a girl-925284Veel jongeren lijden aan fobo: de fear of being offline. Een ruime meerderheid van de jongeren wil altijd en overal verbonden zijn en ze voelen zich buitengesloten als ze geen toegang tot internet hebben. Daarbij gaat het er nog niet eens om dat ze iets missen (fomo: fear of missing out), maar offline zijn betekent dat ze afgesloten zijn van hun eigen leefwereld. Hun leven online is voor hen direct verbonden met het leven offline.

Het valt mij op dat volwassenen daar vaak negatief op reageren. Ze zeggen bijvoorbeeld: ‘Jongeren krijgen door het gebruik van hun smartphone te veel prikkels.’ ‘Jongeren kunnen moeilijk rust vinden.’ Of: ‘Vroeger waren jongeren veel meer met elkaar in gesprek na de (catechese)les, nu pakken ze gelijk hun smartphone.’ Ook iemand als paus Franciscus heeft zich op deze manier hierover uitgelaten: ‘Een gezin dat haast nooit samen eet, of waar men aan tafel niet praat maar de televisie of smartphone bekijkt, is een “weinig-gezin-gezin”. Wanneer aan tafel de kinderen doende zijn met computer of gsm en niet naar elkaar luisteren, dan is dat geen gezin, maar een tehuis.’

Zwart-wit

Ik herken die aarzeling wel. Ik ben zelf veel bezig met mijn smartphone en kies er bewust voor om mijn telefoon regelmatig op de vliegtuigstand te zetten, bijvoorbeeld als ik moet spreken, tijdens de kerkdienst, of als ik naar bed ga. (Voor de duidelijkheid: de vliegtuigstand is een instelling op je telefoon waarmee je de mobiele verbinding, Wi-Fi en Bluetooth op je telefoon uitschakelt, maar nog wel gebruik kunt maken van allerlei apps.) Misschien moet ik het ook doen tijdens het eten, al hanteren wij al de regel dat de telefoon niet op tafel mag liggen tijdens de maaltijd.

In onderzoeken en in de media wordt vaak gewezen op de negatieve gevolgen van het altijd online zijn. En de paus heeft zeker een punt, maar is het niet te zwart-wit, zeker als het gaat over jongeren? Hebben we hier misschien eerder te maken met een paradigmawisseling, die vooral de kloof zichtbaar maakt tussen het technologiegebruik van jongeren en van ouderen? Voor een deel is dat zeker het geval. Jongeren kennen geen wereld zonder internet meer en het is logisch om te veronderstellen dat dit consequenties heeft voor de sociale cohesie in de maatschappij.

Verbonden

In oktober 2015 promoveerde Marjon Schols op een onderzoek naar de impact van het internetgebruik van jongeren op de sociale cohesie in de maatschappij. Een verrassende uitkomst van haar onderzoek is dat het online zijn op zich geen probleem is, maar dat veel belangrijker is wat de jongeren online dóen. Jongeren die online veel bezig zijn met sociale activiteiten, zijn sterker verbonden met ‘echte’ sociale netwerken en vrienden. Het online sociale netwerk blijkt vooral een middel om het offline netwerk te versterken. Jongeren die daarentegen veel tijd besteden aan bijvoorbeeld online gamen, participeren juist minder in vriendengroepen. Schols laat zien dat online zijn een middel is dat positief of negatief gebruikt kan worden. Daarbij wordt vooral duidelijk dat online activiteiten in zichzelf geen betekenis geven aan het offline leven.

Maar dat is uiteindelijk wel waarvoor we geschapen zijn: om offline contact met elkaar te hebben. Dat IRL-contact (in real life) kan nooit vervangen worden door online activiteiten. Juist door de offline contacten beseffen we hoe waardevol relaties zijn. Tegelijkertijd geldt voor veel jongeren dat het onderscheid tussen online en offline activiteiten minder relevant is.

e activiteiten zijn weliswaar verschillend, maar ze versterken elkaar. Dat wordt zichtbaar als jongeren gedwongen of vrijwillig geen toegang hebben tot internet. Ze willen online zijn om verbonden te zijn met hun vrienden en hun familie, ook als die zich fysiek op andere locaties bevinden. Ze hanteren daarvoor een scala aan sociale media, zelfs Facebook – waarvan het gebruik onder jongeren in het afgelopen jaar sterk veranderd is – wordt nog steeds bekeken om op de hoogte te blijven van wat bijvoorbeeld papa of mama online zet.

Kansen

Voor het jeugdwerk is het belangrijk dat we niet alleen oog hebben voor mogelijke negatieve gevolgen van het constant online zijn, maar dat we vooral ook de kansen zien voor het jeugdwerk. Bijvoorbeeld dat we op de juiste manier gebruikmaken van de apps die jongeren gebruiken om online te zijn. Niet elke app is geschikt voor elke vorm van communicatie. Kijk als jeugdwerker hoe jongeren de sociale media gebruiken. Wees je ervan bewust dat het doel van de apps verschillend is, maar wees je er vooral van bewust dat het ook voor jongeren draait om het ‘echte’, offline contact.

Dus blijft het essentieel om te investeren in offline relaties. Juist in een wereld die voor jongeren steeds groter wordt, is het belangrijk om persoonlijk contact te hebben. En deze offline contacten kun je online versterken.


Agenda

  • 020528 Jeugdwerk foto AgendaZaterdag 5 maart 2016: Trainingsdag van Geloofwaardig spreken voor jeugdleiders en catecheten, met Gor Khatchikyan. Zie www.geloofwaardigspreken.nl/jeugdleiders.
  • 10 maart en 1 april 2016: Mastercourse Youth Ministry van het Onderzoekscentrum voor Jeugd, Kerk en Cultuur (OJKC), met onder meer Jos de Kock, Ronelle Sonnenberg en Andrew Root. Zie www.ojkc.nl/nl/nieuws/69-mastercourse-youth-ministry.html.
  • Zaterdag 2 april 2016: INNOV8-ontmoeting voor professionele jeugdwerkers, met als thema ‘Sociale gelaagdheid. Jongerenwerk is pas geslaagd als het gelaagd is en als de diversiteit van de groep als rijkdom wordt ervaren’. Zie www.innov8.nu/ontmoeting.
  • Zaterdag 21 mei 2016: Landelijke toerustingsdag NGK, voor iedereen die actief is in de gemeente. Thema: ‘De kerk en ik: waar we bouwen – waar we breken’. Zie www.ngk.nl/agenda/landelijke-toerustingsdag.

Tips/media

Met bijdragen van Paul Smit (NGK), jeugdwerkadviseur bij het NGJ.

Over de auteur
Anko Oussoren

Anko Oussoren is jeugdwerker en adviseur bij Kerkpunt.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief