Drie voorgangers: hoe staan zij in de kerk?

1

De wereld is veranderd. Mensen zijn veranderd. En Nederland ziet er in geestelijk opzicht heel anders uit dan decennia geleden. Volgens het rapport God in Nederland woont ruim 75 procent van de bevolking geen religieuze bijeenkomsten meer bij. En dan ben je kerk, in Nederland. Een kerk die door alle veranderingen zelf ook stevig in beweging is. Hoe ervaar je dat? Welke plek wil jij in de kerk innemen? OnderWeg vraagt het drie voorgangers.


Rien van den Berg: ‘De kerk kan me roesten, de kerk is niet de kern’

Rien van den Berg is parttime predikant van de GKv Dronten-Zuid en verder dichter, schrijver en journalist bij het Nederlands Dagblad.

Rien van den Berg: 'Ik kan me niet voorstellen dat die vormende, vierende, inspirerende, irritante manier van samenzijn verdwijnt.' (beeld Ruben Timman)

Rien van den Berg: ‘Ik kan me niet voorstellen dat die vormende, vierende, inspirerende, irritante manier van samenzijn verdwijnt.’ (beeld Ruben Timman)

‘De kerk? In een ondeugende bui omschrijf ik die weleens als “de collateral damage van het geloof”. Geen gemeenschap der zaligen. Maar wel een fantastische uitvinding. In mijn gemeente zie ik mensen gered, gevormd, gekneed worden op een manier die zonder de kerk onmogelijk zou zijn. Een tiener op de rand van een foute keuze wordt “toevallig” door een heel goede ouderling op het juiste moment uit een bushokje gehaald en teruggebracht naar huis.’

Standbeeld voor die ouderling?
‘Standbeeld voor de Heer, die mensen met elkaar in verbinding brengt!’

Rien van den Berg ging dit voorjaar traditiegetrouw met (oud-)belijdeniscatechisanten op pelgrimage naar Trier en Echternach. ‘Ik wil hun graag wat katholiciteit bijbrengen. Als in de Liebfrauenkirche in Trier het orgel begint te spelen, vinden de gereformeerde jongens en meisjes het wél mooi. Ze leren: geloof is hoe jíj je verbondenheid met Christus vormgeeft. Dat is individueel. Niet individualistisch. De afsluitende viering in de crypte van Willibrord moest met ruim een halfuur worden uitgesteld omdat de jongelui in alle hoeken en gaten van de kerk aan het bidden bleken te zijn.’

Maar is een kerk per se de plek waar je God kunt vinden?
‘Vroeger dacht ik dat altijd. Maar het is niet waar, het blijven stenen. Ik moet in mezelf een gevoel van heiligheid meedragen.’

Laat nu net dat besef van heiligheid onder druk staan. Met dank aan ons mobieltje.
‘We hebben geen rust. En alles wat zich aan je opdringt, is even belangrijk. Er is geen verschil tussen een oppervlakkig bericht en een mededeling die wél ergens over gaat. Kortom: chaos in je hoofd.

Onlangs preekte een gastpredikant in onze gemeente over Genesis 1: God schiep orde in de chaos, en dat doet Hij ook nu nog. Er werd intens op die preek gereageerd. Kennelijk wordt die chaos diep ervaren.

Niet zo lang geleden ontmoette ik een jongeman die alles had: geld, seks, een mooi lijf, goede smaak. Maar hij verzuchtte: “Het is zo leeg…” Dan zou je zeggen: nu ligt de bal voor het doel van God. Maar dat is niet zo. Je moet een klap voor je bek krijgen wil je vatbaar worden voor verandering. Bekering houdt in: stilstaan, vol in de remmen, en dan de andere kant op durven rijden.’

‘De dominee is de toneelknecht die de gordijnen opendoet,
het podium is voor de Heer’

Terug naar het mobieltje. Is dat niet een soort metafoor voor het moderne levensgevoel?
‘Niets heeft waarde. Als ouderen een afspraak maken, stáát die. In een groepsapp wordt een afspraak wel driehonderd keer veranderd. Ik leer jongeren vragen te stellen bij de cultuur. Er wordt gezegd dat jongeren dom, snel en oppervlakkig zijn, maar dat is niet waar. Ze zijn de meest fundamentele zinzoekers die er zijn! Het is mijn generatie die aan de touwtjes trekt. En we weten niet hoe het moet.

Jongeren leven in een andere wereld, een wereld die ik niet begrijp. Wij als ouderen hebben geen idee. Onze taak is: sterke schouders zijn voor de nieuwe generatie. Hun dingen bijbrengen. Spiegelen: wij zien ook dingen die zij niet zien. Dat houdt in: de jeugd een belangrijke plek geven in het zoeken naar toekomstige vormen. Als de jeugd met een idee komt, moet je barrières opruimen.

In onze gemeente ontstond het plan om sportevangelisatie te doen in een wijk met veel problemen. Allerlei leuke initiatieven werden op tafel gelegd. Toen kwam de vraag: wat is de ideale dag? Dan zeggen ze eerst: “Zaterdag, nou nee, dat is niet zo handig.” En dan: “Zondag? Maar dat mag nooit! Op zondag iets organiseren, waardoor je ‘s middags niet naar de kerk kunt, denk je dat de kerkenraad dat goed vindt?”’

Rien last een veelzeggende pauze in. ‘Ja, dat denk ik.’

Waar ligt de grens, tot hoe ver kun je concessies doen als het gaat om de toekomst van de kerk?
‘De kerk kan me roesten. De kerk is niet de kern. Wat dan wel? De lotsverbondenheid in Christus. Je zult je hersens moeten trainen in het contact met de Heer.’

Concreet: wat kan er overboord?
‘Alles is opgeefbaar.’

Ook de zondagse dienst(en)? Als iemand zegt dat hij thuis prima qualitytime met God kan hebben?
‘Dan zul je toch andere christenen willen opzoeken. Als je bij Christus wilt horen, luister je naar zijn opdracht om zijn mensen te dopen en om samen te komen rond zijn tafel. Daarom zal de kerk altijd bestaan zolang er christenen bestaan. Ik kan me niet voorstellen dat die vormende, vierende, inspirerende, irritante manier van samenzijn verdwijnt. Maar hoe die kerk eruitziet? Alles kan anders. Geef de kerk maar aan de jeugd, als een uitdaging.’

De beeldcultuur dreigt de woordcultuur te vervangen, stelt Henk Geertsema in zijn analyse (zie pagina 8-11). Daar raakt Rien van den Berg niet direct van in paniek. ‘We vereenzelvigen de beeldcultuur ten onrechte met simplisme. Een kerkdienst zonder diepgang is ten dode opgeschreven, maar ook op een moderne manier kun je diepgang bereiken. Je kunt iets relevant maken door een welgekozen lied, een filmpje, een getuigenis.’

Geertsema zegt ook dat jongeren het lastig vinden de stem van God te horen.
‘Maar ze komen wel met vragen die ze bij jou neerleggen omdat ze de stem van God willen horen. En mensen bemiddelen daarin. We zeggen weleens: “De gordijnen gaan open, daar komt de dominee.” Nee! De dominee is de toneelknecht die de gordijnen opendoet. Het podium is voor de Heer.

Moderne mensen weten niet hoe het werkt met God. Ook mijn belijdeniscatechisanten zeggen: “Waarom zou ik geloven?” Dat kan ik niet uitleggen. Mensen zullen, terugkijkend, altijd zeggen: toen ik belijdenis deed, snapte ik er nog niets van. God biedt je een levenslange vorming. Belijdenis doen is zeggen: Heer Jezus, U mag mij voor de rest van mijn leven veranderen. En ja, dat is on-modern.’


Kees van Dijk: ‘Je kunt toch niet buiten de kerk?!’

Kees van Dijk is predikant van de GKv Ommen-Noord/Oost en redactielid van Nader Bekeken (het maandblad van de Stichting Woord en Wereld).

‘Trouw. Dat zou het sterke punt van de kerk moeten zijn, ook als je naar de toekomst kijkt. Een constantheid. Mensen hebben soms moeite met de kerk als instituut, en ik snap dat het badwater als vies wordt beleefd. Maar neem nou de jongeren die recent belijdenis hebben willen doen binnen de setting van een huiskerkgroep. Je kunt zeggen: “Gaaf! Het zijn jongeren, ze hebben iets gevonden bij elkaar.” Maar je kunt toch niet buiten de kerk?!’

Kees van Dijk: ‘Als je niet meer zelfstandig in staat bent de Bijbel te lezen, ben je vatbaar voor manipulatie.'

Kees van Dijk: ‘Als je niet meer zelfstandig in staat bent de Bijbel te lezen, ben je vatbaar voor manipulatie.’

Maar moet een kerk, ook in vormen, niet steeds vernieuwen?
‘Ik denk dat de kerk tamelijk gewoon moet blijven. Het gebruik van liturgische formulieren bijvoorbeeld, ik zie daar het probleem niet van. Er is juist behoefte aan duidelijkheid, aan grenzen. Anders krijg je wat onlangs in Ommen speelde rond een wandelweekend. Als kerk kozen we ervoor om niet op zondag betrokken te zijn bij dit evenement. Dat zie je ook wel anders, ik weet van situaties waarbij de sporters zo ongeveer tijdens de kerkdienst gehuldigd worden.’

Hoe moet je als kerk inspelen op ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het feit dat veel gemeenten slechts met moeite ambtsdragers kunnen vinden?
‘We hoeven niet alle structuren voor altijd te laten zoals ze nu zijn. Als je ziet dat het ambt mensen zo in beslag neemt, dan denk ik: daar moet ook een soort lightversie van bestaan. Ik herinner me een begrafenis van iemand die een geweldige ambtsdrager was geweest. Ik deed er zelf aan mee; wat die man allemaal niet voor de kerk had betekend! Maar later sprak ik zijn kinderen en hoorde ik de andere kant van het verhaal. In een naburige gemeente wordt nu geëxperimenteerd met jongeren die ouderling-in-opleiding zijn. Ze hebben nog geen eigen wijk en kunnen met ervaren broeders meekijken. Een heel interessant idee.’

Van Dijk herkent zich in de worsteling van Henk Geertsema met de beeldcultuur die de woordcultuur steeds meer vervangt. ‘Als ik mijn eigen oude preken teruglees, denk ik ook wel: dit kan op deze manier niet meer.’ Ook het Bijbellezen komt onder druk te staan. Volgens Van Dijk is dat zorgelijk. ‘De mensen moeten zelf in staat zijn om met de Bijbel om te gaan. Bij catechisanten is de Bijbel vaak een gesloten boek; ze nemen hem zelfs niet meer mee naar de kerk! De Bijbelkennis neemt zienderogen af. Als ik op catechisatie vraag: zoek 1 Korintiërs zoveel eens op, dan kan ik beter eerst koffie gaan halen.’

Is dat erg? De smartphone heeft het papier nu eenmaal vervangen.
‘Als je niet meer zelfstandig in staat bent de Bijbel te lezen, ben je vatbaar voor manipulatie. Zelf leren lezen, daar ging het nota bene om in de Reformatie. En wat komt ervoor in de plaats? Er schuift iets nieuws tussen.’

Maar de interactieve sociale media bieden toch ongekende mogelijkheden, ook op geloofsgebied?
‘Ja, we staan bijvoorbeeld dichter bij de vervolgde christenen omdat we heel veel info hebben. Maar dan zeg ik ook: een christen in Egypte zal niet spreken over “een kerk die bij me past”. Die ruimte heeft hij niet. En Guido de Brès zei dat ook niet toen hij het schavot op moest. Wat is het je waard? Het instituut kerk is de belichaming van hoe ik trouw mag ervaren. God is trouw, en Hij gaat door met ontrouwe mensen. Dan wil ik niet zomaar weglopen. Je hebt afspraken gemaakt, en al heb je tot je schade gezworen – je doet het.’

Vanuit diezelfde trouw wil Van Dijk ook naar de toekomst kijken. ‘Ik vind het heel spannend om naar de toekomst van de kerk te kijken. Waar ik zal zijn weet ik niet, maar ik weet wel dat God trouw is. Hij leidt de geschiedenis en kan ons dus in situaties brengen waarin we elkaar als nu nog aparte kerken nodig hebben. Als dat de weg van de gehoorzaamheid is, dan wil ik die met liefde gaan. Ik verwacht niet een kerk die groot gaat groeien. Op de één of andere manier zal de Heer altijd kaf en koren scheiden. En dit is misschien de dorsvloer.’

Wat is voor de kerk anno 2025 onopgeefbaar?
‘Het evangelie zelf in zijn vrijspraak voor zondaren. Dat moet blijven.’

Wat is inwisselbaar?
‘Heel veel structuren die daaromheen gebouwd zijn. Voor de ambten kun je best naar andere structuren.’

In zijn analyse eerder in deze special stelt Geertsema dat jongeren niet weten wat zij zich bij de stem van God moeten voorstellen. Van Dijk: ‘Ik denk dat de verwachting verandert. Het moet nu vooral een event zijn. Simpelweg in de kerk zitten en luisteren volstaat niet meer. Om God te ervaren moet je minstens naar Soul Survivor. Ik denk zeker dat we als oudere generatie, en de generatie voor ons, steken hebben laten vallen. Maar waar je het Woord niet beluistert, is het heel moeilijk om God te ervaren.’


Willem Smouter: ‘Dat kerkmuren tegenwoordig slechts kniehoog zijn, heeft iets moois, maar ook iets lastigs’

Willem Smouter is predikant van de NGK Apeldoorn en voorzitter van de Landelijke Vergadering van de NGK.

‘De hele samenleving verandert. Er was een tijd dat de kerkelijke betrokkenheid bestond uit het innemen van standpunten en het je afzetten tegen de ander. Maar dat gold in de hele samenleving. De communisten maakten elkaar net zo goed af als de gereformeerden. Daarom wil ik niet zeggen dat wij – ook al behoren die kerkelijke strijd en dat geruzie tot het verleden – geestelijker zijn dan toen. Als iemand tegenwoordig begint over scherpe principes, dan vertrouw ik het al niet aan het begin van zijn betoog, omdat de tijd anders is.

Ik heb weleens zitten denken: als wij over veertig jaar terugkijken op deze tijd, waar zal dan de nadruk op liggen? Was het de tijd waarin Europa in elkaar stortte? Het milieu te gronde werd gericht? Het tijdperk van het vluchtelingenvraagstuk? Het is ons niet gegeven om dat nu te zien, we zitten er middenin.’

Willem Smouter: 'Als ik geen dominee was maar gewoon vader, zou ik ook uit een kerk weggaan als ik er niet kon ademen.' (beeld EO)

Willem Smouter: ‘Als ik geen dominee was maar gewoon vader, zou ik ook uit een kerk weggaan als ik er niet kon ademen.’ (beeld EO)

Hoe houd je als kerk de jongeren erbij?
‘Ik heb veel bewondering voor de projecten van Rien van den Berg. Dat doe ik allemaal niet. Ja, met kerst koken de jongeren voor de ouderen. Dat is één van de duizend manieren waarop je het contact tussen jongeren en ouderen vorm moet geven, want dat is super belangrijk.’

Tegelijk blijft het lastig, beseft ook Smouter, om de leefwereld van de jongeren echt te begrijpen. ‘Ik haalde mijn zoon op van het Flevofestival en vroeg of het leuk was geweest. Jawel, maar de muziek was best oud, van een jaar geleden…’

Wat opvalt in kerkelijk Nederland, is dat de band met het kerkverband steeds losser wordt. Wie verhuist, kijkt in zijn nieuwe woonplaats waar hij zich het beste thuisvoelt. Smouter: ‘Misschien is het Gods oordeel over de waanzin uit het verleden dat we ons als kerk ergens vestigden omdat we dachten dat Christus daar nog niet gepredikt werd. Maar er zit ook een andere kant aan. Ik herinner me van vroeger, als er iemand uit een andere kerk overkwam, dat de argumentatie iets was als: “Je merkt dat de dominee het zelf ook allemaal niet meer gelooft.” Maar tegenwoordig hoor je vooral: “Ik kan er niet ademen, ik stik.” Dat zit me soms dwars. Wat voor instelling spreekt daaruit? Tegelijk weet ik zeker dat ik, als ik geen dominee was maar gewoon vader, ook voor het behoud van mezelf en mijn gezin ging en dat ik ook ergens zou weggaan als ik er niet kon ademen. Enerzijds is er dus de irritatie, maar anderzijds begrijp ik het van binnenuit wel. Het feit dat de kerkmuren tegenwoordig slechts kniehoog zijn – je kunt er makkelijk overheen stappen – heeft iets moois, maar ook iets lastigs.’

Wat is in de kerk onopgeefbaar?
‘De liefde van God in Jezus Christus en zijn kruis. In alle culturen geldt dat het kruis – nederigheid, dienen – niet past.’

‘Het is moeilijk om Gods wil te verstaan
als daar zo veel mee geschermd is’

Maar concreet. Een tweede dienst bijvoorbeeld, hoe (on)opgeefbaar is die?
‘Wij hebben ’s avonds de ene keer een sing-in, de andere keer een lezing. ’s Ochtends is het bomvol, ’s avonds is dat anders. Maar de apostelen zeggen nergens dat je twee keer per zondag in de kerk moet zitten. Ik zie een beetje de volgende trend ontstaan: (jonge) mensen hebben een hartelijke betrokkenheid bij de kerk, maar dan vooral of alleen bij de Bijbelkring, in een huiskamersetting. Het zijn oprechte christenen hoor, begrijp me goed. Maar ik vind het lastig in te passen. Eigenlijk denk ik, met de woorden van Arjan Plaisier: “Het evangelie is onze cultuur zo vreemd, om het daarin vol te houden, zul je geregeld je eigen deur uit moeten – naar de kerk.”’

Wat maakt de kerk voor hen minder aantrekkelijk? Is dat het idee: kom niet aan mijn zondag?
‘Misschien. Maar er is ook een positievere verklaring: pas in een kring ervaren ze de christelijke gemeenschap.’

Hoe bezorgd bent u over de ontlezing?
‘Daar moeten we niet krampachtig over doen, het is nu eenmaal een feit. Wij willen ons huis verkopen en krijgen een waarschuwing van de makelaar: niet al die boekenkasten op de foto, dat helpt niet als jij je huis wilt kwijtraken. En ach, het grootste deel van de christelijke geschiedenis hebben mensen hun geloof beleefd zonder boeken. Ik lees en schrijf niet zo veel boeken, ik preek ook niet zo lang. Ik neem wél een eerbiedige stilte. Ik denk over dingen na. En ik heb bepaalde bladen die mij daarbij helpen. Ik ben er niet zo van overtuigd dat we allemaal meer moeten lezen.’

Je hoort nogal eens dat jongeren niet goed zouden weten wat ze zich moeten voorstellen bij de stem van God.
‘Dat ís ook teer. Een vergelijking: het is moeilijk om te trouwen als je het kapotte huwelijk van je ouders als voorbeeld hebt. Zo is het ook moeilijk om Gods wil te verstaan als daar zo veel mee geschermd is. Maar als je luistert naar het Woord van God, word je – als het goed is – ineens aangeraakt. Zodanig dat je zegt: “Yes!” En daar gaat God verder. Als je met de Bijbel leeft, dan weet je ook wat zijn wil is bij het maken van keuzes. Nog voor ik erom gevraagd heb, maakt Hij mij die vaak al bekend.’

Delen.

Over de auteur

Anneke Verhoeven (PKN) is freelance journalist.

1 reactie

  1. c_hamelink@planet.nl'

    Als journalist kan ik Rien van den Berg in het algemeen erg waarderen, maar dat geldt beslist niet voor zijn uitspraak “de kerk kan me roesten”. Wat mij betreft een respect- en smakeloze provocatie – bij alles wat je verder over de werkelijkheid van de kerk kunt zeggen.

    Kees Hamelink

Laat een reactie achter