Integreer het jeugdwerk in de gemeente

Anko Oussoren | 6 januari 2018
  • Jeugdwerk

Wat zijn we eigenlijk aan het doen in het jeugdwerk? En hoe kunnen we het jeugdwerk in de gemeente het beste aanpakken? In dit artikel willen we een matrix bieden om daar eens kritisch naar te kijken, omdat dat kan helpen om het jeugdwerk te integreren in het geheel van de kerk.

Het meeste jeugdwerk binnen de kerk wordt naar onze waarneming gedaan vanuit de overtuiging dat jongeren onderdeel zijn van de gemeenschap. Jongeren hebben echter binnen de gemeente vaak hun eigen activiteiten, zonder dat daar – naast de jeugdleiders – andere gemeenteleden bij betrokken zijn. Het jeugdwerk staat vaak los van het gemeenteleven als geheel. Door relaties op te bouwen met anderen en het jeugdwerk te integreren in het geheel van de gemeenschap komen jongeren beter tot hun recht. Daarom is het goed om eens van een afstandje naar het jeugdwerk te kijken.

Matrix

Het boek Four Vieuws of Youth Ministry and the Church (zie Media/tips) beschrijft vier manieren om het jeugdwerk te benaderen. De vier manieren worden in een matrix verdeeld rond twee assen (zie figuur 1).

Figuur 1. Vier benaderingen van het jeugdwerk.

Figuur 1. Vier benaderingen van het jeugdwerk.

De eerste as loopt van ‘kom naar ons’ (come) naar ‘eropuit gaan’ (go). Bij ‘kom naar ons’ staat vooral de gemeenschap centraal. Jongeren worden getraind om onderdeel te worden of te zijn van de gemeenschap en om een taak op zich te nemen binnen de gemeenschap. Bij ‘eropuit gaan’ staat vooral de missie centraal. Het jeugdwerk heeft meer een parakerkelijk karakter: kerken of organisaties willen via de jongeren die lid zijn van de gemeenschap, andere jongeren, bijvoorbeeld klasgenoten, bereiken met het evangelie en onderdeel laten zijn van een gemeenschap van gelovigen.

De tweede as heeft te maken met de ontwikkeling van jongeren, de plek die ze innemen in de kerk en de manier waarop er tegen hun ontwikkeling wordt aangekeken. Wanneer zijn jongeren geestelijk volwassen genoeg om te kunnen participeren binnen de geloofsgemeenschap? Is het jeugdwerk meer gericht op de kerk van de toekomst (church of the future), waardoor jongeren nu niet of nauwelijks participeren, of maken ze nu al volledig deel uit van de kerk (church of the present) en mogen ze, ongeacht hun geestelijke volwassenheid, participeren in de geloofsgemeenschap?

Benaderingen

Deze matrix leidt tot vier benaderingen van het jeugdwerk:

1. De inclusievegemeente-aanpak. Jongeren worden gezien, zijn volwaardig lid van de gemeente en worden daarvoor toegerust. Het jeugdwerk wordt vormgegeven binnen de verschillende bedieningen die er zijn in de gemeente, zoals prediking, aanbidding, pastoraat, organisatie, onderwijs, gemeenschap, diaconaat en getuigen. Het jeugdwerk wordt niet gezien als een extra plek voor een bediening, maar als een plek waar jongeren geholpen worden bij het vinden van hun taak in één van de bestaande bedieningen.

2. De voorbereidende aanpak. Jongeren worden opgeleid om erbij te horen en te participeren in de gemeenschap en worden voor een bepaalde taak toegerust. Jeugdwerk wordt gezien als een aparte bediening, waarbij het jeugdwerk fungeert als een plek waar jongeren kunnen experimenteren en leren. Jongeren kunnen groeien in discipelschap als ze begeleid worden door geestelijke mentoren. Ze worden opgeleid door competente jeugdwerkers, die niet zozeer gefocust zijn op een relatie met de jongeren, maar vooral op het geven van onderwijs.

3. De strategische aanpak. De jeugdgroep wordt door de jeugdleider erop voorbereid om zelf een nieuwe kerk te worden (kerkplant). De jongeren trekken vanaf ongeveer 14 jaar tot halverwege de 20 met de jeugdleider op. De jeugdgroep moet jongeren helpen om geestelijk volwassen te worden en is gericht op discipelschap en het onderkennen van potentieel leiderschap. Daardoor worden de jongeren en de jeugdwerker gezamenlijk verantwoordelijk voor de gemeenschap en voor evangelisatie. De jeugdleider wordt de predikant van de nieuwe kerkplant.

4. De missionaire aanpak. Jeugdwerk wordt gezien als de plek waar jeugdleiders de jongeren toerusten om missionair te zijn. De jongeren zijn verantwoordelijk voor de verspreiding van het evangelie onder generatiegenoten in hun omgeving. Het jeugdwerk is altijd missionair, zowel richting jongeren die lid zijn van de gemeente, als richting jongeren die nog geen lid zijn. Met als doel dat aan iedere jongere het evangelie wordt verkondigd. Programma’s zijn er niet op gericht om leeftijdsgenoten mee te nemen naar de jeugdgroep, maar om jongeren te bereiken die nog niet verbonden zijn met de gemeente.

De vier benaderingen zijn op papier helder te omschrijven, maar in de praktijk zijn ze vaak moeilijker te onderscheiden. Het zijn alle vier hulpmiddelen om het jeugdwerk op te zetten. Voor welke benadering je ook kiest, zorg dat het jeugdwerk niet losstaat van het gemeenteleven als geheel, maar dat het daarin geïntegreerd is. De benadering van het jeugdwerk vloeit voort uit de manier waarop je als gemeente kerk wil zijn. Elke benadering is er uiteindelijk op gericht om jongeren te helpen als christen te leven in een wereld waarin dat niet gewoon is.


Agenda


Media/tips

  • 040128 Jeugdwerk Tips_mediaDit artikel is een vrije samenvatting van het boek Four Vieuws of Youth Ministry and the Church, onder redactie van Mark Senter (Grand Rapids (Zondervan), 2001). Het boek schetst een dialoog tussen de vier benaderingen, waardoor de voor- en nadelen van iedere benadering naar voren worden gebracht.
  • Het is belangrijk om na te denken over de plek van jongeren in de gemeente, tijdens de eredienst, in de geloofsopvoeding thuis en als onderdeel van het gemeenteleven. Als adviseurs van het Praktijkcentrum en het NGK Jeugdwerk willen we daar graag bij helpen, bijvoorbeeld door een begeleidingstraject. Als daar behoefte aan is, neem dan gerust contact op voor meer informatie.

Met bijdragen van Paul Smit en Martine Versteeg, jeugdwerkadviseurs bij het NGK Jeugdwerk.

Over de auteur
Anko Oussoren

Anko Oussoren is jeugdwerker en adviseur bij Kerkpunt.

Meest gelezen

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel
Kerknieuws juni 2026

Kerknieuws juni 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Op 15 mei is ds. Johannes Theodoor Jonkman overleden. Hij werd op 13 januari 1950 geboren in Groningen en studeerde theologie in Kampen. In 1983 werd hij door GKv Drachten Zuid-Oost uitgezonden als zendingspredikant naar Kalimantan Barat (Indonesië). In 2000 werd hij gemeentepredikant in NGK Hardenberg-Centrum, waar hij vanaf 2015 aan verbonden was als emerituspredikant. De NGK Hardenberg-Centrum telt ruim 550 leden. Binnenkort verschijnt op onderwegonline.nl een in memoriam over ds. Jonkman.

Lees artikel
Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Lyanne De Haan-Wilts
  • Kerkelijk leven
  • Professorsprofiel

Ik ontmoet Myriam digitaal. Haar vakantie is net voorbij en dat is te zien, ze kijkt ontspannen met een kop thee de camera in. Toch geeft ze aan dat vakantie iets ingewikkelds heeft. Het leven als hoogleraar is gefragmenteerd en kent een permanente druk. De rust die vakantie brengt is elke keer weer even wennen. De adrenaline van haar dagelijks leven moet eruit en ze vindt het lastig om geen grip op zaken te hebben. Tegelijk hoopt ze dat ze de rust van de afgelopen vakantie mee kan nemen in haar werk van de komende tijd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief