Op het ritme van het schooljaar

Paul Smit | 31 maart 2018
  • Jeugdwerk

Biddag in maart en dankdag in november markeren de start en het eind van de agrarisch actieve periode. Dat is van oudsher de periode in de reformatorische kerken waarin geen catechese wordt gegeven, onder andere omdat vroeger de kinderen voor het werk op het land nodig waren. Dus bleven de wintermaanden over voor catechese. Een dergelijk seizoensritme is anno 2018 verdwenen. Dat levert de vraag op: hoe houd je nu contact met de jeugd door het jaar heen?

Voor scholieren wordt het ritme van de tijd tegenwoordig helemaal bepaald door het ritme van de schoolvakanties. Perioden van opbouwende spanning en momenten van pieken en van rust hebben invloed op de hoeveelheid tijd die ze beschikbaar hebben en op de intensiteit die contactmomenten kunnen hebben.

Het schooljaar is ingedeeld in vijf periodes, die elk tot op zekere hoogte een eigen karakter hebben. Die periodes zijn:

1. van zomervakantie tot herfstvakantie,
2. van herfstvakantie tot kerstvakantie,
3. van kerstvakantie tot voorjaarsvakantie,
4. van voorjaarsvakantie tot meivakantie en
5. van meivakantie tot zomervakantie.

De eerste periode is voor scholieren vooral gevuld met nieuwe indrukken en vraagt van hen het nodige aanpassingsvermogen. Ze maken kennis met de nieuwe leerkracht(en), met nieuwe manieren van doen als klas, met verandering van school of uitbreiding van het vakkenpakket of een overgang naar sector-/profielvakken. In deze weken beginnen ook alle georganiseerde sport- en hobbyactiviteiten.

In de tweede periode wordt het tempo op school opgevoerd wat betreft de hoeveelheid lesstof en de werkstukken. Met als gevolg dat tegen de tijd dat de kerstvakantie aanbreekt de gemiddelde leerling behoorlijk moe is.

De derde periode is voor de meeste scholieren de meest overzichtelijke, onder andere omdat ze dan ongeveer weten hoe ze er op school voorstaan. Bovendien blijft er vaak wat meer vrije tijd over door de winterstop van allerlei buitensporten.

Gedurende de vierde periode begint de druk weer op te lopen. Wie er niet zo goed voorstaat, moet nu echt wel aan de slag om het schooljaar te halen. En de eerste buitenactiviteiten, zoals sporttoernooien, staan op de kalender.

De vijfde periode, met name de laatste weken voor de zomervakantie, leidt voor veel scholieren tot een eindsprint. Ook worden alle georganiseerde hobby’s en sporten en de overige schoolactiviteiten afgerond, het liefst met extra gezelligheidsactiviteiten. Voor eindexamenkandidaten is deze vijfde periode het moment om nog één keer alles op alles te zetten. De praktijkexamens beginnen in 2018 overigens vanaf 2 april en de centraal schriftelijke examens zijn van 14 tot en met 29 mei.

040732 Jeugdwerk schema bElk van deze vijf periodes tussen de vakanties duurt zo’n zeven tot negen weken en vaak kennen de periodes zelf ook een bepaald ritme. De eerste week van de tweede, derde, vierde en vijfde periode is nogal eens een proefwerkweek. En in de laatste week van elke periode leeft iedereen naar de komende vakantie toe. Druk, druk, druk zo’n schooljaar.

Jaarplanning

Met het hiervoor beschreven ritme van scholieren als uitgangspunt, wil ik de jeugdwerkers oproepen tot het maken van een jaarplanning voor de activiteiten. Geef dat jaarplan aan de scholieren en aan hun ouders, zodat zij weten dat je rekening wilt houden met hun ritme.

Zo’n jaarplan begint idealiter met de eerste groepsactiviteiten eind september of begin oktober, als de eerste en meest hectische weken op school voorbij zijn. Omdat de herfstvakantie vaak de minst volgeplande vakantie van het jaar is, is dat een goed moment voor een gezamenlijke activiteit van de jeugdgroepen samen.

In de tweede periode, maar ook de derde, vierde en vijfde, gaat het jaarplan door op de vrijdag van de eerste week. Plan in de eerste week na elke vakantie het liefst geen doordeweekse activiteiten, zodat de scholieren volop tijd hebben om voor hun proefwerken te leren. Houd ook de laatste twee weken voor de kerstvakantie vrij van catechese en richt het jeugdwerk dan vooral op ontspanning. Dat is toch een periode dat de vermoeidheid vaak een rol speelt.

De derde periode is ideaal om zoiets als een Youth Alphacursus of catechese met een maaltijd te starten, ook – of misschien wel juist – voor kinderen op de basisschool (daarover vertellen we meer in een komend artikel). In deze derde periode, als het donker van de winter nog de dagen bepaalt, sluiten het samen eten en de tid nemen om te leren goed aan bij het ritme van school. De vierde periode geeft de ruimte om hiermee verder te gaan.

De vijfde periode eindigt wat betreft de jeugdwerkactiviteiten praktisch gezien eigenlijk altijd eind mei. De maanden juni en juli zijn vooral geschikt om in te zetten op ontspanning tijdens de eindsprint van het schooljaar.

Appberichten

Naast de groepsactiviteiten, waarbij de jongeren en de jeugdleiders elkaar gezamenlijk ontmoeten, gaan de persoonlijke contacten het hele jaar door, al is het maar via de appberichten. Deel wat je meemaakt als jeugdleider in de kerk met je groep en volg hun berichten. Want het uiteindelijke doel van het meebewegen met het ritme van de tijd van scholieren is toch dat we er voor hen zijn, als praktische voorbeelden van wat het betekent om discipel van Jezus Christus te zijn. En dat ben je het hele jaar door.

Agenda

040732 Jeugdwerk foto agenda7 april 2018 (Ede): Huis van Belle-dag. Bedoeld voor tienermeiden, met speciaal programma voor ouders. Zie stichtinghuisvanbelle.nl/blog/belledag2018.

26 mei 2018 (Arnhem): EO Jongerendag, met als thema ‘Walk on water’. Zie beam.eo.nl/eo-jongerendag.

Media/tips

Alle gegevens over de schoolvakanties in Nederland zijn te vinden op de site van de rijksoverheid (www.rijksoverheid.nl), zoekterm ‘schoolvakanties’.

Maya Bakker-de Jong en Ivo Mijland schreven twee handboeken voor docenten en mentoren in het voortgezet onderwijs: het Handboek voor elke mentor (Oirschot (Quirijn), 2014), en het Handboek positieve groepsvorming (Esch (Quirijn), 2009). Beide boeken gaan dieper in op het ritme van het schooljaar.

Met bijdragen van Martine Versteeg (NGK Jeugdwerk) en Anko Oussoren (Praktijkcentrum GKv).

Over de auteur
Paul Smit

Paul Smit (NGK) is jeugdwerker en werkzaam bij het Nederlands Gereformeerd Jeugdwerk (NGJ).

Meest gelezen

Hoeveelheid, urgentie, rust en ritme

Hoeveelheid, urgentie, rust en ritme

Redactie
  • Redactioneel

De verzoening, de vitaliteit van het belijden, het predikantentekort, de verhouding tussen doop en avondmaal, de eerste hoofdstukken van Genesis en de leer over de zonde, de ambtsleer, het voortgaande gesprek over homoseksuele relaties – het zijn allemaal vraagstukken die meer of minder nadrukkelijk aan de orde zijn in de NGK. Staan die verschillende vraagstukken los van elkaar of hangen ze samen? Aan deze ketting van kwesties met een bepaalde gevoeligheid rijgt dit nummer een volgende kraal: de plek en rol van de hbo-theoloog.

Lees artikel
Kerknieuws juli 2026

Kerknieuws juli 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Lees hier het kerknieuws van de Nederlandse Gereformeerde Kerken, juli 2026. Het beroep dat NGK Emmen op ds. Rik Meijer uitbracht, heeft hij aangenomen. De gemeente van Emmen zal zijn derde gemeente worden. Hij begon zijn werk in 2012 in Alblasserdam, per 1-1-2020 GKv Alblasserdam-Nieuw Lekkerland; later in dat jaar werd hij predikant in GKv Hardenberg-Baalderveld-Zuid, sinds 2021 NGK Hardenberg-Baalderveld.

Lees artikel
Predikantsprofiel Kees Smit

Predikantsprofiel Kees Smit

Melissa van der Kamp
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

Het is een terugkerend woord als ik met Kees Smit in gesprek ben over de geestelijke verzorging en zijn werk als voorzitter van de Commissie Geestelijke Verzorging (CGV). Uit alles blijkt dat hij deze rol met hart en ziel vervult. Niet in de laatste plaats gedreven door zijn eigen ervaringen als geestelijk verzorger bij Defensie. Kees stelt dat geestelijk verzorgers waardevolle gesprekspartners kunnen zijn voor gemeenten, omdat juist zij werken op het grensvlak van kerk en samenleving. Ik praat met Kees door over zijn gedrevenheid als voorzitter en wat het geestelijk verzorger-zijn voor hem heeft betekend.

Lees artikel
Wie mooi wil zijn moet pijn lijden

Wie mooi wil zijn moet pijn lijden

Jan Mudde
  • Ethiek

‘Wie mooi wil zijn, moet pijn lijden’, het kan zomaar gezegd worden als iemand de wenkbrauwen epileert of zichzelf door waxen onthaart. Maar sommige mensen gaan heel ver om aan een schoonheidsideaal te beantwoorden – veel te ver. Zoek maar eens op lotusvoeten, Victoriaanse korsetten, tattoos, lip- en bilfillers en looksmaxxing. Toch hebben mensen die willen lijden om wat heet mooi te zijn iets voorbeeldigs, zeker voor Nederlandse christenen. 

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief