Vrolijk bij vijfenzeventig jaar Vrijmaking

Erik de Boer | 12 oktober 2019
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Wat kunnen de kerken en kerkleden van nu met de Vrijmaking? Welke mooie dingen zijn er te vertellen, ook als we de gebeurtenissen van 75 jaar geleden niet meer precies kennen? Vanuit die invalshoek kijk ik naar de aardverschuiving van de Vrijmaking. Kwam er nieuwe grond vrij en bloeien er bloemen op plekken waar het eerder schraal was?

(beeld coldsnowstorm/iStock)

(beeld coldsnowstorm/iStock)

De Vrijmaking van 1944 bracht een aardverschuiving in de grote Gereformeerde Kerken in Nederland teweeg. Toen drie jaar later de uitstroom tot stilstand kwam, waren er 287 vrijgemaakte kerken met 183 predikanten en een totaal van 90.000 leden. Het ging om 12 procent van de Gereformeerde Kerken in het oude verband.

Een breuk in de kerk van Christus is altijd een verdrietige zaak. Het stemt extra triest als we bedenken dat land en volk onder de Tweede Wereldoorlog leden. De Gereformeerde Kerken scheurden toen het Joodse volksdeel al was weggevoerd en omkwam in de concentratiekampen. Hoe kan er iets vrolijks te vertellen zijn over zo’n scheur in die tijd?

Vrede

Ook in 1944 pleitten velen er bij de synode voor om behandeling van de omstreden zaken uit te stellen tot na de oorlog. Toch zetten de generale synodes door, ze bonden de predikanten aan de leeruitspraken en legden tegensprekers in de laatste oorlogsjaren het zwijgen op. Twee Kamper hoogleraren werden afgezet. Predikanten die op de kansel een synodeboodschap niet wilden voorlezen, werden met tuchtmaatregelen aangepakt. Uiteindelijk zette de synode hele kerkenraden af. Waarom? Omdat men vrede in de kerken wilde en ‘scheurmaking’ wilde bezweren, juist in een tijd waarin de wereld in brand stond.

Oorlog

Na 6 juni 1944, D-day, was de hoop opgelaaid dat de dag van de bevrijding dichtbij was. De slag bij Arnhem moest nog komen en de geallieerde opmars ging nog door. De droom van de vrijheid kleurt de taal van de ‘Acte van Vrijmaking’ van augustus 1944. Maar het was nog oorlog en de Hongerwinter kwam. Waarom zetten sommigen de Vrijmaking door, terwijl anderen een Godsvrede sloten en afspraken pas na de oorlog besluiten te nemen? Omdat het niet vreemd is als ook in de kerk een geestelijke strijd woedt. Als de duivel de wereld in brand zet, zou hij de kerk dan met rust laten? Dus was het nodig in verzet te komen tegen de overheersende synodes. Kerkleden ervoeren zo de Vrijmaking als een begin van bevrijding. Zij vertelden aan ons, hun kinderen, klein- en achterkleinkinderen ook een vrolijk verhaal over de eerste jaren van vrijgemaakt kerkelijk leven.

De kerk die belijdt, wordt gediend
door de theologie die niet heerst maar dient

Welke elementen uit dat verhaal kunnen ook na driekwart eeuw vrolijk stemmen? Ik benoem drie terreinen waarop groei mogelijk bleek na de verschraling uit de tijd ervoor. Drie ‘bloemen’ die vruchtbare grond vonden.

Ruimte

Er kwam in de eerste plaats nieuwe ruimte om de Bijbel fris te horen spreken. Daarop wijst de NGK als zij over de Schriftbeweging van de dertiger jaren spreekt (een beweging om de veronderstelde achterstand in de gereformeerde Bijbeluitleg in te halen). De Bijbel is het boek van de geschiedenis van Gods weg met zijn volk op aarde. De predikanten die zich tot de reformatorische beweging rekenden, ondervonden eerst tegenstand, maar kregen na de breuk alle ruimte. Bijbelcommentaren, studies en preekreeksen vonden gretig aftrek in de gemeenten.

Balans

Er kwam in de tweede plaats een gezondere balans tussen theologie en belijdenis. Voor de Vrijmaking was een theologisch stelsel dominant dat het gesprek over de betekenis van de belijdenis beheerste. Vandaag spreken we over de dienst van theologisch nadenken aan de kerken. Dat geeft de theologie ruimte: om vragen te beluisteren die de kerk van Christus en de leefwereld nu stellen; om creatief naar antwoorden te zoeken en de belijdenis te bevragen. De belijdenis verwijst zelf ook weer naar de Schrift. Van de Schrift gaan we via de belijdenissen naar het heden, steeds opnieuw in de beweging naar doordenkend (Gewone Catechismus) en opnieuw belijdend kerk-zijn nu. De kerk die belijdt, wordt gediend door de theologie die niet heerst maar dient.

Accent

In de derde plaats gaf de Vrijmaking een nieuw accent op Gods verbond en op Christus’ kerk mee: zijn beloften zijn betrouwbaar en zijn bekeringsoproep volle ernst. Christus is in de kerk zelf bezig om de zijnen bij elkaar te brengen, waar de kerkleden zich in die gemeenschap ook laten vinden. K. Schilder legde een zwaar accent op gehoorzaamheid aan Christus: elk mens moet zich tot de kerk laten vergaderen. In de praktijk klonk die oproep vooral aan het adres van wie zich nog niet bij de (vrijgemaakte) kerk had gevoegd. Als GKv zochten we wel meer eenheid, bijvoorbeeld met de CGK, maar we waren toch vooral bezig de vrijgemaakte kerken uit te bouwen. Het thema en het taalkleed van het verbond verschraalden na verloop van tijd.

De bloemen van het geloof krijgen steun
van de stokjes die we erlangs mogen plaatsen

Ik noemde drie ‘bloemen’ die voor de Tweede Wereldoorlog tegen de verdrukking in groeiden en na de Vrijmaking vruchtbare grond vonden. Die bloemen vragen om voortgaande verzorging door de nazaten.

Bestudering

NGK en GKv delen de intense bestudering van de heilige Schrift en de geschiedenis daarvan van 75 jaar. Wij trekken samen op in de opleiding van predikanten en de studie van de theologie. De uitleg van Oude en Nieuwe Testament, samen met de Bijbelwetenschappers en systematische theologen van de CGK, houdt ons intens bezig. Laten we dat open en eerlijk blijven doen, ook in het reageren op vragen over hermeneutiek en ethiek. Er wordt de kerken geen ‘nieuwe hermeneutiek’ opgedrongen, maar we zijn bij een open Bijbel bezig met de vragen van nu. Daarbij is ook bezinning nodig op hoe de Bijbelstudie en kennis in de gemeente geholpen worden. De digitale tijd vraagt andere vormen om die kennis te verwerven en te doorleven. En sprankelende prediking waarbij de rijkdom van de Schrift openbloeit.

Steunstokjes

Als tweede bloem noemde ik een gezondere balans tussen theologie en belijdenis. Ook die heeft verzorging nodig. De NGK heeft aan de Vrijmaking en de crisis van 1967 tegen theologie als wetenschap een allergie overgehouden. Ook werd het beroep op de belijdenis een tijd lang minder gewaardeerd, terwijl in de GKv de discipline van trouw aan de belijdenisgeschriften sterk was. De twee huizen van de Vrijmaking hervinden elkaar in een tijd dat de belijdenissen minder eenvoudig zijn over te dragen.

De dienst van het theologisch nadenken van de kerk kan zich ook hierin uiten: dat we het belijden van de kerk en het onderwijs in de geloofsleer van nieuwe steunstokjes voorzien. De bloemen van het geloof mogen groeien, maar krijgen steun van de stokjes die we erlangs mogen plaatsen: a. aandacht voor het credo en dogma van de vroegchristelijke kerk die door reformatie nieuwe uitdrukking kregen; b. een catechismus voor geloofsonderwijs; c. een belijdenis aan de Nederlanders en, zo nodig: d. leerregels om de prediking van scheefgroei weg te leiden.

Frisse taal

Ook de derde bloem die na de Vrijmaking ruimte kreeg, heeft verzorging nodig. De taal van het verbond is oer-gereformeerd, geboren uit de twee Testamenten die de Bijbel vormen. Als de kerk getuige van Gods verbond wil zijn, moeten we fris over de kerk van Christus in de tijd durven spreken. Daarbij kan de dynamiek van de kerkleer van K. Schilder helpen, juist onder het voorteken van een hereniging, hoe bescheiden ook.

Gods verbond met Israël en in Christus is de hemelse werkelijkheid die de gestalte van de christelijke kerk – uit de Joden en uit de volken – in leven roept. Het verlangen naar spiritualiteit krijgt daar inbedding: smeken om, oefenen in en beleven van geestelijk leven in de gemeenschap van de kerk. Hopend op meer eenheid van kerken in dienst aan het evangelie in de leefwereld van nu.

Misschien ligt daar ook een zaadje
dat opgekweekt kan worden tot bloem

Het was niet de bedoeling met de Vrijmaking een ander, nieuw kerkverband te stichten. Het ging om ‘vrijmaking’ van twee van bovenaf opgelegde maatregelen. Ten eerste de binding aan synode-uitspraken over doop en wedergeboorte, ten tweede de tucht over ambtsdragers. De Vrijmaking was geen afscheiding. De diepste hoop was dat zo veel kerken (ambtsdragers en leden) zouden volgen dat het oude verband haast als lege huls zou verdwijnen. Maar de werkelijkheid was anders. We wilden de voortzetting van de oude Gereformeerde Kerken zijn, maar hadden toch een iets andere naam nodig. We kozen de verbijzondering ‘onderhoudende artikel 31 KO’. Wij vinden immers dat besluiten van kerkelijke vergaderingen pas wettig zijn ‘tenzij bewezen wordt dat zij in strijd zijn met Gods Woord of met de kerkorde’.

Aardverschuiving

Na drie à vier jaar kwam de aardverschuiving tot stilstand. We bouwden een nieuw verband van kerken. Een kerkengroep die bovendien zijn bestaan moest rechtvaardigen. Dat uitte zich in strijd tegen de ‘synodale’ kerken. Het leidde ook tot de interne crisis over de betekenis van de Vrijmaking en de verhouding tot de synodale kerken, over binding aan de belijdenis en kerkelijke oordelen. Nauwelijks 25 jaar later kwam het tot opnieuw een breuk.

Toch stemt Gods genade opnieuw vrolijk. Vijftig jaar na 1967 vinden GKv en NGK elkaar weer. En kijken we vanuit (nog even) de twee huizen van de Vrijmaking terug op de doorstart die onze voorouders toen maakten. God is goed voor ons als ten minste één breuklijn hersteld kan worden: als iets meer van de eenheid van de christelijke kerk zichtbaar mag worden.

Zelfstandigheid

In de jaren waarin de Vrijmaking vorm kreeg, was de structuur van het kerkverband sterk en het gezag van synodes groot. In de postmoderne tijd spreken de kerkstructuren minder aan. Samen optrekken op de plaats waar je bij elkaar woont, trekt. Als vrijgemaakte kerken hebben we zelfstandigheid van de plaatselijke kerk hoog in het vaandel. 75 jaar later worden we met de keerzijde daarvan geconfronteerd.

Hoe houden we samen kerk-zijn in hetzelfde land en onze roeping op de plaats waar we wonen bij elkaar? De voorman van de vrijgemaakten, Klaas Schilder, sprak na de Vrijmaking graag over het kerkverband als een verbond. Een verbond van mensen en kerken binnen Gods verbond van genade in Christus. Misschien ligt ook daar een zaadje dat opgekweekt kan worden tot een bloem die in de kerkelijke verdeeldheid vrolijk kan stemmen.

Stamboom

Hoe vertellen we vandaag kerkgeschiedenis? Studenten krijgen in hun eerste jaar van mij de opdracht om hun stamboom in vier generaties uit te zoeken. Daarin moeten zij ook doop, belijdenis en kerklidmaatschap opnemen. Dat maakt voor elke student persoonlijk zichtbaar hoe dichtbij het verhaal van de vorige eeuw is, welke verscheidenheid in kerkelijke afkomst er is of hoe constant de lijn in de ene kerkformatie is. Deze werkwijze brengt ook de verschillende kerkelijke afkomsten van studenten ter sprake.

Om over door te praten:

  • Kun je iets met deze werkwijze in je eigen huiskring?
  • Is deze werkwijze, denk je, ook bruikbaar in bijvoorbeeld catechisatie?
  • Helpen het kennen van en doorpraten over de kerkgeschiedenis jou en anderen met de vragen van vandaag, bijvoorbeeld over de aanstaande hereniging van GKv en NGK?
Over de auteur
Erik de Boer

Dr. Erik de Boer is universitair docent aan de Theologische Universiteit Kampen.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief