Wat als de meeste mensen deugen?

Jeroen Bakker | 28 november 2020
  • Opinie

In zijn boek De meeste mensen deugen voert Rutger Bregman een vurig pleidooi voor het verwachten van het positieve in onze medemens. Maar durven we dat wel? Ik vond het verrassend spannend om mijn wat negatieve mensbeeld even te parkeren. Ben ik afhankelijk van dat negatieve mensbeeld, als een soort donkere achtergrond die mijn geloof zinvol maakt?

In De meeste mensen deugen voert Rutger Bregman een vurig pleidooi voor het verwachten van het positieve in onze medemens. Juist onze negatieve verwachtingen zouden werken als een selffulfilling prophecy. Daarmee houdt hij de gereformeerde denktraditie een spiegel voor, die we niet gemakkelijk terzijde moeten schuiven. Het kwaad is verweven met onszelf en met onze systemen, maar Bregman herinnert ons eraan dat we ons hier niet bij neer mogen leggen. De overwinning op het kwaad is geen stip aan de horizon waar we stukje bij beetje naar toe kunnen werken, maar het ochtendgloren dat ons eraan herinnert dat het duister al overwonnen is. We zijn geroepen om al zoveel mogelijk te leven in het licht van die nieuwe dag, naar Jezus’ voorbeeld. Dit lijkt verdacht veel op leven alsof alle mensen deugen.

Dit boek kan ik niet zomaar naast me neerleggen. Dat komt niet zozeer door de spannende vragen die het oproept, maar vooral doordat het praktische eindpleidooi zoveel lijkt op de woorden van Jezus. Bregman houdt ons een spiegel voor en dwingt ons tot herbezinning op diepgewortelde overtuigingen die tot op zekere hoogte wel ‘waar’ zijn, maar door de tijd heen zijn verwilderd en vergroeid en vragen om een hoognodige snoeibeurt.

(beeld Sahil Ghosh/iStock)

(beeld Sahil Ghosh/iStock)

Rutger Bregman bestrijdt de gedachte dat de mens onder een dun laagje beschaving in wezen een soort monster is dat maar een klein zetje nodig heeft om uit te breken. Dat heet ook wel de ‘vernistheorie’. In plaats daarvan schetst hij een positiever mensbeeld: de meeste mensen deugen. Het spannende haakje aan zijn boek is de gedachte dat juist onze negatieve verwachting van onze medemensen functioneert als een selffulfilling prophecy. We creëren het kwaad in zekere zin zelf. Volgens Bregman hoeft dat niet, we kunnen daarmee ophouden.

Dit maakt het boek spannend voor mijn eigen gereformeerde denktraditie, waarin ik geleerd heb dat de mens ‘ten diepste zondig’ is. Wat als Bregman gelijk heeft? Zou het kunnen dat we het kwaad in stand houden, juist door de verwachting dat onze medemens zondig is? Dat we kwaad uitbroeden door onze lage verwachtingen, door op controle gerichte structuren, door de angst dat elke verandering een verslechtering is? Ik kan die vraag niet negeren, juist omdat ik in diezelfde traditie geleerd heb om ruimte te maken voor het overwegen van mijn eigen aandeel in het kwaad.

Subtiel verweven

Ik heb geleerd dat het kwaad venijnig is en subtiel te werk gaat. Eerlijk gezegd herken ik mezelf of de mensen om mij heen helemaal niet in het wat simplistische beeld van de ‘vernistheorie’. Het kwaad zit subtiel verweven in al mijn doen en laten, in mijn motieven en mijn keuzes. Ik heb helemaal geen zetje nodig om mijn medemensen diep te verwonden. Daarvoor heb ik ook geen wapens nodig, maar heb ik genoeg aan woorden. Beschaving biedt geen enkele garantie.

Aan de andere kant word ik tot in de diepste overwegingen van mijn hart gedreven door een verlangen naar het goede. Ik word in het leven voortgetrokken door mijn vermogen om lief te hebben. Ik ben tot barstens toe gevuld met schoonheid en verwondering. En dat geldt voor ieder mens. Niet alleen voor mij, niet alleen voor medechristenen, maar voor elk naar Gods beeld geschapen mens. Bregman draagt legio voorbeelden aan van mensen die juist in crisissituaties naar elkaar omzien, in oorlogen of natuurrampen zichzelf op het spel zetten voor de ander.

Ik ben tot barstens toe gevuld met
schoonheid en verwondering

Maar is niet juist de wrange ironie van het kwaad dat we een bom nodig hebben om ons wakker te schudden? Dat de meesten van ons geen bajonet kunnen gebruiken tegen een ander mens, maar wel heel gemakkelijk ten prooi vallen aan kwaad in haar meest triviale en banale vormen? Pestend, snerend, graaiend onszelf verstrikken in familieconflicten en mensen aan de andere kant van de wereld uitbuiten via onpersoonlijke systemen. Bregman werpt een verfrissende blik op de extremiteit van het kwaad, maar ik denk dat hij de platvloerse greep ervan onderschat. Toch ben ik geïntrigeerd door Bregmans pleidooi om de cyclus van het kwaad te bestrijden door het goede te verwachten.

Zwaartekracht

De vernistheorie lijkt me inderdaad te simplistisch, zowel in haar duiding van het kwaad als in haar waardering van het goede. Volgens mij hebben we voor dat laatste vanuit onze christelijke traditie veel meer ruimte. Als Luther bijvoorbeeld zegt: ‘de mens is niet in staat tot enig goeds’, bedoelt hij helemaal niet dat alles wat goed is een illusie is, een dun vernislaagje over ons ware ik. Het is een absolute uitspraak: uiteindelijk hebben we niet het vermogen ons boven onze gevallen staat te verheffen. Het beeld dat Luther schetst, is dat we gevangen zijn in de zwaartekracht van het kwaad.

Uiteindelijk kan geen mens zich daaruit bevrijden, hoeveel goeds hij ook doet. Toch lijkt God ons ook te behoeden voor de uiterste consequenties van het kwaad. Zolang we leven, is de heerschappij van de zwaartekracht over ons niet absoluut. Hoewel geen mens op eigen kracht kan vliegen, kan vrijwel ieder mens staan. Zwaartekracht is een ‘zwakke’ kracht. Hoe alomtegenwoordig ze ook is, bij elke stap oefenen je spieren een kracht uit die groter is. Daarom worden we als christenen ook veelvuldig opgeroepen ons op te heffen, ons niet neer te leggen bij het kwaad in onszelf en om ons heen. Niet vanuit de verwachting dat we, als we hard genoeg lopen, vanzelf het luchtruim kunnen kiezen, maar vanuit de fundamentele christelijke overtuiging dat het kwaad overwonnen is. Hoewel wijzelf uiteindelijk niet kunnen ontsnappen aan deze zwaartekracht, geloven we dat we kunnen en zullen vliegen op de kracht van Gods liefde.

Hoewel geen mens op eigen kracht kan vliegen,
kan vrijwel ieder mens staan

Dit is een geestelijke waarheid, geen stip op de horizon waar we stukje bij beetje naartoe werken, maar een ochtendgloren dat ons eraan herinnert dat het duister overwonnen is. Dat is een essentieel nuanceverschil. Maar maakt dat iets uit voor wat we nu te doen hebben? Want ook al is ons geloof in een goede afloop van mensenwerk misschien minder optimistisch, ons geloof in Gods werk spoort ons aan om al zoveel mogelijk in het licht te leven van de dag die gloort. Als er al een verschil is, dan is het dat wij ons minder hoeven te laten ontmoedigen door terugval en tegenslagen. En dat wij nog een tikje milder kunnen zijn voor medemensen in de greep van het kwaad.

Non-complementair gedrag

Want hoe strijden we dan tegen dat al overwonnen kwaad? Hoe leven we alvast in de nieuwe realiteit? Laten we kijken naar wat Jezus doet, die als geen ander scherp in beeld had hoe diep het kwaad en de zonde gingen en hoeveel ervoor nodig was om dat te overwinnen en weer recht te zetten. Dan zien we geen leider die uitgaat van het slechte in de mens, maar een die het goede ziet in de verschoppelingen. De sleutel van zijn koninkrijk is non-complementair gedrag: kwaad niet beantwoorden met kwaad, maar met liefde en mededogen. Dat is de manier waarop Hij met zijn offer het kwaad versloeg. Dat is de weg waarop wij Hem volgen in onze individuele levens, maar zou dat niet ook moeten gelden voor de structuren die we creëren? Dat we mensen nooit benaderen als levenloze stenen die in het gareel moeten worden geplaatst, maar als zaadjes die mogelijk ontkiemen in het licht van de dageraad. In het volle besef dat wij ze daartoe niet kunnen dwingen, maar ze wel kunnen voorzien van ruimte om te groeien en met ons vertrouwen kunnen begieten.

Betekent christelijk leven dan niet eigenlijk leven alsof alle mensen deugen? In de verwachting dat we dan steeds weer door het goede verrast zullen worden, omdat we geloven dat uiteindelijk niet het kwaad een selffulfilling prophecy is, maar het goede een vervulde profetie.

Over de auteur
Jeroen Bakker

Jeroen Bakker is theoloog.

Meest gelezen

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel
Kerknieuws juni 2026

Kerknieuws juni 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Op 15 mei is ds. Johannes Theodoor Jonkman overleden. Hij werd op 13 januari 1950 geboren in Groningen en studeerde theologie in Kampen. In 1983 werd hij door GKv Drachten Zuid-Oost uitgezonden als zendingspredikant naar Kalimantan Barat (Indonesië). In 2000 werd hij gemeentepredikant in NGK Hardenberg-Centrum, waar hij vanaf 2015 aan verbonden was als emerituspredikant. De NGK Hardenberg-Centrum telt ruim 550 leden. Binnenkort verschijnt op onderwegonline.nl een in memoriam over ds. Jonkman.

Lees artikel
Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Lyanne De Haan-Wilts
  • Kerkelijk leven
  • Professorsprofiel

Ik ontmoet Myriam digitaal. Haar vakantie is net voorbij en dat is te zien, ze kijkt ontspannen met een kop thee de camera in. Toch geeft ze aan dat vakantie iets ingewikkelds heeft. Het leven als hoogleraar is gefragmenteerd en kent een permanente druk. De rust die vakantie brengt is elke keer weer even wennen. De adrenaline van haar dagelijks leven moet eruit en ze vindt het lastig om geen grip op zaken te hebben. Tegelijk hoopt ze dat ze de rust van de afgelopen vakantie mee kan nemen in haar werk van de komende tijd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief