Opofferende liefde van een apparaat

Arie Kok | 3 april 2021
  • Literatuur

Ook al ben ik ooit opgeleid als ICT’er, boeken en films over robots en kunstmatige intelligentie laat ik al snel aan me voorbijgaan. Dat gold ook voor de nieuwe roman van Kazuo Ishiguro, de Japans-Britse winnaar van de Nobelprijs voor de literatuur van 2017, waarin een robot de hoofdrol speelt. De voorkeur voor realisme moet ergens begonnen zijn tijdens mijn hervormd-gereformeerde opvoeding. Bijbelverhalen waren geschiedenissen, daarom hadden ze betekenis.

Kazuo Ishiguro, Klara en de zon, Amsterdam (Atlas Contact), 2021. 352 pagina’s, € 22,99, ISBN 9789025470029.

Kazuo Ishiguro, Klara en de zon, Amsterdam (Atlas Contact), 2021. 352 pagina’s, € 22,99, ISBN 9789025470029.

Inmiddels heb ik ontdekt dat fictieve verhalen ook betekenissen kunnen hebben, dat ze zelfs juist vanwege de betekenis verteld worden. De laatste tijd kunnen zelfs absurde verhalen of sciencefiction me wel boeien, al zal ik er nooit een groot fan van worden. Door de werkelijkheid anders voor te stellen, kun je juist zicht krijgen op waar het op aan komt in het leven. Klara en de Zon gaat over een Kunstmatige Vriendin, een robot dus. Laat maar, dacht ik. Tot iemand me uitdaagde er toch mee aan de slag te gaan. En dat is me goed bevallen, want Ishiguro vertelt met vaardige hand een buitengewoon relevant verhaal over waartoe kunstmatige intelligentie kan leiden. Hij biedt uiteindelijk ook nog een hoopvol perspectief.

Aan een journalist van de Britse kwaliteitskrant The Guardian vertelt Ishiguro dat hij altijd eerst bepaalt welke vraag hij met het boek wil onderzoeken. Pas daarna bedenkt hij de personages en het universum waarin hij ze wil laten acteren. ‘Wat gebeurt er met de liefde als onze kijk op het individu en de eigenheid van de mens verandert? De vraag is, het klinkt nogal pompeus: hebben we werkelijk een menselijke ziel of niet?’ Verderop in het interview vertelt Ishiguro dat hij voor het eerst bang is voor de toekomst, niet in de eerste plaats vanwege klimaatverandering. Ishiguro maakt zich vooral zorgen over kunstmatige intelligentie, genetische manipulatie en big data en de gevolgen voor waarden als gelijkheid en democratie. ‘Het is de aard van het kapitalisme zelf dat het model verandert. Ik maak me er zorgen over dat we geen controle meer hebben over deze dingen.’ Een-op-een antwoorden mogen van een roman niet verwacht worden, je moet er zelf mee aan de slag.

Mijn nieuwsgierigheid naar Klara en de Zon was gewekt en ik begon te lezen. Ishiguro vertelt ons het verhaal vanuit Klara, de robot, het apparaat. Maar vanaf de eerste pagina’s krijg je sympathie voor haar. Ze staat nog in de winkel, te koop. Ondertussen bestudeert ze het leven op de straat voor de winkel. Klara heeft oog voor de kleine dingen van de mensen, voor eenzaamheid en verdriet. Op een dag wordt ze gekocht door Josie, een behoedzaam lopende intelligente tiener. Josie is ernstig ziek en zal binnenkort waarschijnlijk overlijden. Aan Klara de taak om haar 24 uur per dag gezelschap te houden. Al snel komen we erachter dat de ziekte veroorzaakt is door wat Ishiguro ‘optillen’ noemt, genetische manipulatie. Alle kinderen blijken ‘opgetild’ te zijn, anders word je niet toegelaten tot een studie. Alleen Rick niet, de aardige en slimme buurjongen van Josie. Met zijn drieën hebben ze het goed.

De relaties tussen de ouders zijn veel problematischer. Vooral de mogelijkheid dat Josie zal sterven houdt de gemoederen bezig. Het ‘optillen’ heeft de dood niet kunnen uitbannen. Klara wordt klaargestoomd om Josie te vervangen als het zover is. Maar juist Klara vindt een uitweg, waarin de Zon een grote rol speelt, Klara’s energiegever, consequent met een hoofdletter geschreven. Uiteindelijk wordt Klara bij het grofvuil gezet. Ze heeft het ultieme offer gebracht, de mensen laten zien wat echte liefde is.

Als ze op de Stort de winkeleigenaar tegenkomt, zegt Klara: ‘Er was iets heel speciaals aan Josie dat niet kon worden voortgezet. Het zat niet in Josie, maar in degenen die van haar hielden.’

In het kort

  • Als dystopie een lief en hoopvol boek.
  • Vaardig geschreven en buitengewoon origineel.
  • Stelt essentiële vragen bij technologische ontwikkelingen.
  • Vervreemdend om te lezen, daarom erg geschikt voor leeskringen.
Over de auteur
Arie Kok

Arie Kok is journalist en tekstschrijver.

Meest gelezen

Het publieke spreken van de NGK tegenover radicaal-rechts

Het publieke spreken van de NGK tegenover radicaal-rechts

George Harinck
  • Verdieping

De Raad van Kerken heeft in april van dit jaar het rapport ‘De weg van discipelschap. De omgang van de kerken met radicaal-rechts gedachtegoed’ gepubliceerd. Daarmee beweegt de raad zich in het spanningsveld van kerk en politiek. Hoe deden kerken dat in het verleden en hoe moeten we in dat licht dit rapport bezien? Deze vraag is mede interessant omdat de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK) sinds 2025 lid zijn van deze raad. 

Lees artikel
Trouw en gedeelde pijn – gemeente-zijn na een fusie

Trouw en gedeelde pijn – gemeente-zijn na een fusie

Cors Visser
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

Een bescheiden, trouwe gemeente met een gedeelde pijn en gedeeld verlangen om kerk te zijn in het dorp; dat is de NGK in IJsselmuiden. Het dorp kijkt uit over de IJssel naar wat ooit het gereformeerde Mekka was: Kampen. 

Lees artikel
Misschien heeft men in deze streken geen ontzag voor God…

Misschien heeft men in deze streken geen ontzag voor God…

Jos Colijn
  • Leespreek

Deze preek van dr. Jos Colijn (tot voor kort werkzaam als universitair docent Interculturele theologie aan de Theologische Universiteit in Utrecht) heeft een spannend onderwerp dat de gemoederen verhit: migratie. Aan de hand van het Bijbelse verhaal over Abraham en Sara die in Gerar een veilig heenkomen zoeken, laat Colijn zien dat er geen gemakkelijke antwoorden zijn als het over migratie gaat. Nee, Genesis 20 gaat niet over onze migratieproblematiek, maar er valt wel veel te leren over onze positie als vreemdeling op aarde en de manier waarop we omgaan met vreemdelingen bij ons in de straat.

Lees artikel
Wat doe jij hier?

Wat doe jij hier?

Gayle Doornbos
  • Column

Tijdens mijn eerste twee jaar aan Dordt University – de christelijke universiteit in Iowa waaraan ik doceer – begroette een van mijn collega’s van de vakgroep theologie mij met de vraag: ‘Gayle, wat doe jij hier?’ Aanvankelijk vond ik die vraag vreemd, omdat het antwoord voor de hand lag. Ik was aan Dordt University om dezelfde dingen te doen als hij: lesgeven, schrijven, studenten begeleiden en commissievergaderingen bijwonen. Maar toen ik besefte dat deze vraag zijn eigenzinnige manier was om ‘hallo’ tegen mij te zeggen, begon ik die vraag te koesteren. Zijn begroeting werd voor mij een moment om stil te staan bij wat mijn werk werkelijk betekent: niet zomaar de taken van de dag, maar leven met en voor mijn gemeenschap, in een wereld die, ondanks alle pijn, leeft van Gods genade.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief