‘De kracht van de lokale kerk kunnen we onderschatten’
- Interview
- Thema-artikelen
Van een kerkgebouw dat openstaat voor Oekraïners tot bloemen die worden gegeven aan ondernemers in het dorp. Enthousiast vertelt Gerbram Heek, predikant van de Fonteinkerk in het Friese dorp Buitenpost, hoe de Geest van God werkt in en door de gemeente. ‘Ik ben erg onder de indruk van de kracht die uitgaat van de lokale kerk.’
Waarom is het zo belangrijk dat je als kerk in contact staat met je omgeving?
‘In de eerste plaats is dat bijbels. Een kerk is er niet voor zichzelf, maar zij is er om Gods liefde te laten zien op de plek waar je bent en zijn koninkrijk gestalte te geven. Dat doe je niet alleen intern, maar ook extern. Daarom moet je evangeliseren en het goede zoeken voor de plaats waar je woont; je moet mensen stimuleren om op hun plek hun werk zo vorm te geven dat je als geestelijke familie zichtbaar bent. Dat hoort wezenlijk bij kerk zijn. Een bekende oneliner is: “De kerk is de enige vereniging die er is voor zijn niet-leden”. Dus als er iets mis is of er komt iets op je pad, moet je als kerk daarin iets betekenen. In Nederland is dat een uitdaging, want de kerk lijkt heel erg in zijn achteruitversnelling te zitten. Maar in Nederland heeft nog steeds elke Nederlander een kerk om de hoek. Daarin zit een enorme kracht. Ooit ben ik op reis geweest naar Oeganda waar kortgeleden een heftige burgeroorlog was geweest. Het land was volop in opbouw. Mensen daar zeiden dat als het helemaal misgaat, iedereen zich terugtrekt: de Verenigde Naties, het leger en de overheid. Het enige wat overblijft, is de kerk. Toen alles was hersteld, zag je dat er een enorme opwekking plaatsvond. De kracht van een lokale kerk onderschatten we weleens.’
In de Fonteinkerk is de afgelopen jaren een aantal initiatieven ontstaan, hoe ontstaan deze?
‘In eerste instantie omdat mensen persoonlijk initiatief nemen, ongeacht wat de kerk zelf doet. Zo hebben we al jaren een klaverjasclub, heeft iemand Buitenpost Schoon, een actie om zwerfvuil op te ruimen, opgezet en heeft de diaconie weggeefkasten bedacht. We hebben als kerk deze initiatieven wel gestimuleerd. We willen heel graag dat we ons naar buiten richten. Dat is verwerkt in de preken en we hebben het project ‘Met Beide Benen in de Buurt’ van Tearfund gedaan. Wat daarvan overbleef, hebben we ‘Buitenpost Bloeit’ genoemd. We stimuleren elkaar en denken na over hoe we het naar buiten richten kunnen verdiepen en verrijken. Er bestaat bijvoorbeeld al heel lang een oliebollenactie. Die was vroeger alleen voor en door mensen in onze gemeente. Nu staat deze actie veel meer in verbinding met het dorp. Afgelopen jaar kochten ook mensen buiten onze gemeente oliebollen. We proberen steeds een sfeer te creëren waarin dit soort ideeën wordt opgepakt. Buitenpost Bloeit is eigenlijk de katalysator waarmee je dat soort ideeën steeds triggert.’
Er moet dus een sfeer zijn waarin mensen enthousiast zijn om initiatieven te nemen, maar hoe creëer je zo’n sfeer?
‘We proberen deze sfeer te creëren door de preken heen en door het delen van mooie verhalen. Zo schrijven de diakenen elke twee maanden een stukje in de nieuwsbrief waarin iets moois staat over een initiatief. Wat we hebben gemerkt is dat het ingewikkeld is om met de hele gemeente een project aan te gaan. Sommige gemeenteleden hebben meer tijd nodig om te wennen. De mensen in de gemeente die dingen enthousiast oppakken, moet je faciliteren. Zij kweken vanzelf enthousiasme waardoor anderen weer aan kunnen haken. Langzaam maar zeker wordt het zo een groeiende groep gemeenteleden die enthousiast is. Verder is toerusting belangrijk. In cursussen en andere dingen die we aanbieden, helpen we mensen om boven te krijgen wat hun gaven en verlangens zijn. Daarnaast is belangrijk dat mensen zich bewust worden van de nood die er is en hoe je er voor de ander kunt zijn.’
Welke invloed hebben dit soort processen op een kerk?
’In de eerste plaats is het verrijkend, want je ziet God aan het werk. De mensen die erbij betrokken zijn, worden gezegend. Omdat ze enthousiast worden, iets moois doen of bijzondere ontmoetingen hebben. Het is verrijkend wanneer er nieuwe mensen op je pad komen. Tegelijkertijd is het ook spannend voor een gemeente. Als je je als kerk naar buiten keert, komen er nieuwe mensen en daarmee nieuwe invloeden. Dat doorbreekt ook altijd een stukje geborgenheid. Een kerk die naar binnen is gekeerd kan het ook heel fijn hebben. Als mensen uit hun comfortzone worden getrokken, kan dat voor hen lastig zijn. Ze zeggen dan: “Er is wel veel aandacht voor buiten, maar we moeten ook aandacht hebben voor elkaar.” Dan gaat het concurreren en dat is natuurlijk niet de bedoeling.’
‘Keer je je als kerk naar buiten dan doorbreekt dat ook altijd een stukje geborgenheid’
Hoe gaan jullie om met het doorbreken van geborgenheid?
‘Dat vind ik lastig, maar tegelijkertijd moet je je bedenken dat een gemeente natuurlijk ook die geborgenheid nodig heeft. Als je dat wegneemt, verlies je de kracht waarmee je naar buiten kunt. Je moet als gemeente blijven investeren in het samen dingen doen. Alleen moet je daarbij steeds wel op zoek blijven naar die balans. In onze traditie is die balans erg naar binnen gericht. Het naar buiten gericht zijn is iets wat we moeten ontdekken. Soms moet je door die kritiek heen, omdat dit nu van ons gevraagd wordt. Je moet durven geloven dat je juist door je naar buiten te richten het binnen ook weer op orde krijgt. We proberen mensen de mooie kant ervan te laten zien door positieve verhalen te delen. Je blijft daarnaast steeds uitleggen waarom je het naar buiten richten belangrijk vindt. Zo proberen we steeds te laten zien hoe die dingen elkaar juist kunnen versterken.’
Wat is jouw taak als voorganger als nieuwe initiatieven ontstaan?
‘Dat zijn er drie. In de eerste plaats geef je als voorganger de bijbelse onderbouwing ervan. Verder probeer ik vooral enthousiasmerend te zijn. Daarin ben ik goed, ik weet niet of dat voor elke voorganger geldt. Daarnaast lever je een stuk deskundigheid. Ik heb veel gelezen, ervaringen opgedaan in mijn vorige gemeente en ik heb in het buitenland gekeken. Hierdoor heb ik wat in te brengen bij allerlei projecten als het gaat om: hoe doe je dat nu eigenlijk? En alles wat erbij komt kijken.’
In Buitenpost loopt er al heel wat, maar hoe kunnen andere kerken dit toepassen?
‘Het begint met een heldere visie waarin je zegt: “Dit is wat wij willen.” Dan creëer je een soort basis van waaruit je kunt werken, maar je moet ook domweg beginnen. Je moet de eerste stap zetten en dingen oppakken. Soms moet je de kansen pakken die op je pad komen. Wij hebben nu bijvoorbeeld Oekraïners in onze kerk zitten. Er is nooit iemand geweest die heeft bedacht: “Hé, laten we ons kerkgebouw voor de opvang van Oekraïners inzetten.” Dat kwam op ons pad. Wanneer er nood is, is het kerkgebouw er voor de gemeenschap. Als er een beroep op je wordt gedaan om daar vluchtelingen op te vangen, doe je dat. Ook al is er op zo’n moment moed voor nodig om te zeggen: “Dat gaan we gewoon doen.” Het is heel mooi dat het nu enorm wordt gezegend. De gemeente reageert positief en het gemeentehuis bleek een hele goede vervangende plek voor ons als kerk te zijn. Het is heel bijzonder dat een aantal van die Oekraïners nu bijna vaste bezoekers is in onze gemeente. Af en toe is het dus nodig om de moed te hebben om in dingen te stappen. Dat kan ook in de vorm van projecten en cursussen.
Veranderingen blijven altijd spannend, maar als kerk moet je ook juist je kracht daarin zien. Als je als kerk je vitaliteit ontleent aan naar buiten gericht zijn, maakt dat je vitaler. Buitenpost is bijvoorbeeld een dorp van nog geen zesduizend inwoners. Tien procent daarvan zit bij ons in de kerk en in elke straat woont wel een gemeentelid. Stel je voor dat je dat echt in beweging krijgt? Vol liefde en vol oog voor de omgeving. Hoeveel kracht kan daarvan uitgaan? Dat is wat God wil, daarin geloof ik.’
Dit artikel is gedeeltelijk afgeschermd. Je kunt tijdelijke toegang krijgen op dit apparaat en in deze browser.
Prijs: €1,00
Toegang is tijdelijk en gekoppeld aan dit apparaat en deze browser. Het wissen van cookies of gebruik van een andere browser betekent dat de toegang vervalt.


