Amos en de zending

Bob Wielenga | 2 oktober 2025
  • Achtergrond
  • Blog

Lange tijd speelde vooral het Nieuwe Testament in dit onderzoek een rol met verwijzing naar Matteüs 28:16-20. Maar sinds het einde van de vorige eeuw komt steeds meer het Oude Testament naar voren in dit onderzoek. Zo heb ik het Oude Testament leren lezen door een zendingsbril.

Ik leerde het Oude Testament lezen aan de hand van Henk de Jong en begon het steeds nadrukkelijker te verbinden met de zending. Voor mij werd Genesis 12:1-3  de belangrijkste zendingstekst van de Bijbel. Matteüs 28:16-20 is daar de finale uitwerking van. Kort samengevat: Israël moest in het beloofde land een zegen zijn voor alle volken op de aarde door hen te laten zien hoe God wilde dat ook zij leven zouden (Deuteronomium 12-26). Zo zou Israël als magneet de volken aantrekken naar God toe (Deuteronomium 4:5-9). Toen dat mislukte, nam Jezus die taak op zich en stuurde zijn volgelingen naar de volken toe met dezelfde opdracht: wees hen tot een zegen!

Mijn zendingsbril

Daarom maken wij de volken tot leerlingen van Jezus en zo tot kinderen van God. Het ging God altijd om de volken, al draaide het eerst om Israël en nu om Jezus, waarlijk God en waarlijk mens. Was eerst het beloofde land bedoeld als de magneet die de volken naar God moest toetrekken, nu is dat het Rijk van God. Overal in de wereld is dat Rijk al zichtbaar geworden: daar leven Jezus’ volgelingen als Gods kinderen die mensen aantrekken naar God toe. Onze God is ook hun God (Ruth 1:16). In het Oude Testament lezen we hoe God probeerde Israël als zijn zendingspartner in het gareel te houden en hoe dat mislukte. Israël kon alleen een zegen voor de volken worden als zij Gods onderricht door Mozes en de profeten in praktijk bracht. Dan zouden de volken zien hoe anders de God van Israël was dan hun eigen goden, hoe het leven veel beter zou worden als zij deze God zouden dienen. Ik maak aan de hand van Amos een paar opmerkingen over de zending volgens het Oude Testament.

Een schapenboer als profeet

Waarom riep God de rijke schapenboer Amos uit Juda om in het noorden, in Samaria, als profeet zijn oordeel aan te kondigen over vooral de hogere lagen van de samenleving? Hij hoorde tot hun sociale kring als rijke boer die de verleidingen van rijkdom en macht uit ervaring kende. Als geen ander kon hij Gods boodschap van toorn en oordeel daarover overbrengen. Met allerlei beelden laat Amos zien hoe verschrikkelijk Gods oordeel zal zijn over mensen die daar helemaal geen rekening mee hielden. Ze beleefden halverwege de achtste eeuw voor Christus een tijd van vrede en van welvaart als onderdeel van Gods uitverkoren volk. Ze voelden zich rijk gezegend. Amos confronteert hen met wat er allemaal fout was in hun samenleving. De bestaanszekerheid van de armen werd genadeloos ondermijnd. Recht en gerechtigheid waren voor hen nergens te vinden, ook niet in de rechtszaal. Rijkdom en macht heersten alom ten koste van de sociaal zwakken in de samenleving (8:4-6). Ze dienden God in tempels waar Hij helemaal niet te vinden was: in Betel bijvoorbeeld en niet in Jeruzalem waar God de enig ware tempel had laten bouwen. Begrijpelijk dat de priester in Betel Amos bedreigde (7:10-13). Hij moest weg wezen terug naar Juda of anders zou de koning wel met hem afrekenen. Het was een kwade tijd waarin het beter was om maar te zwijgen (5:13), wilde men overleven. Waarom zocht Amos de confrontatie, terwijl de wijsheidsleraren in Israël dat juist onverstandig vonden? Ziet een verstandig mens fouten niet door de vingers en houdt zijn woede in toom (Spreuken 19:11)? In elk geval, Amos zelf hield zich niet aan dit advies. Hij liet zich door de priester uit Betel niet monddood maken. Als God wil spreken, kan de profeet niet zwijgen (7:14).

Als God wil spreken, kan de profeet niet zwijgen

Zendingslessen van Amos

Amos kondigde Gods oordeel over Samaria aan in de meest scherpe taal en met de vreselijkste beelden: aardbevingen, veldbranden, brullende leeuwen. Hun ondergang was nabij. Inderdaad, wij weten dat in 722 voor Christus Gods oordeel zich voltrok in de Assyrische ballingschap. De tijd was dus heel kort toen Amos het aankondigde. Maar toch, het feit dat God Amos stuurde met deze verschrikkelijke boodschap om ‘mijn volk’ (7:15) een laatste kans te geven, bewijst dat Amos’ oordeelsprofetie een pastorale, ja, een missionaire intentie had. God wil de ondergang van zijn volk niet; Hij wil dat de Israëlieten als zijn volk leven zodat ze tot een zegen voor de volken op aarde kunnen zijn (Exodus 19:6; 34:5-7). Op oordeelsaankondiging volgt altijd uitstel ervan om tijd te geven voor bekering en hernieuwde toewijding aan God. Maar hoe langzaam God ook is in de uitvoering van zijn oordeel, Hij cancelt het niet. Al blijft er hoop door het oordeel heen voor een kleine rest van ware gelovigen (9:11-15). Hij zal hen een nieuwe kans geven om een zegen voor de volken te worden. Oordeelsprofetieën zijn vandaag niet populair in de kerk. Maar van Amos leren we dat een liefdevolle God er een positieve bedoeling mee heeft. In het Nieuwe Testament is dat niet anders. Het laatste oordeel komt pas, wanneer alle volken een kans gehad hebben om leerlingen van Jezus te worden (Matteüs 24:14). Wij krijgen zo de kans hen te laten zien hoe goed het leven kan zijn zelfs op een aarde die zucht en lijdt als een vrouw in barensnood (Romeinen 8:22), in een wereld vol onrecht, corruptie en oorlogsgeweld.

Jezus kwam niet om het onderricht van Amos af te schaffen (Matteüs 5:17). Als wij mensen alles leren wat Jezus ons opgedragen heeft (Matteüs 28:20), komen ook Amos’ lessen over sociale gerechtigheid aan de orde. Die brengen we ook in praktijk zoals dat in Kampen gebeurt met het kerkasiel.

 

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief