Een tempelvisie op zending

Bob Wielenga | 5 november 2025
  • Achtergrond
  • Blog

Over Oude Testament en zending gesproken: is er een verband tussen de tempel in Jeruzalem en de zending vandaag? We kunnen met Openbaring 21:22 zeggen dat er in het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel op de nieuwe aarde zal neerdalen, geen tempel meer zal zijn. Want God zelf is de tempel. Er is geen behoefte meer aan een prachtig gebouw zoals door Salomo gebouwd of dat gebouwtje van na de ballingschap dat  door Herodes schitterend werd gerenoveerd. In 70 na Christus werd de tempel verwoest. Die hoeft echt niet meer herbouwd te worden. Toch, de tempel verheldert wat zending is vandaag. Daarover gaat het dit keer.

De eerste tempel

Beginnen we met de tempel gebouwd door Salomo. Dat gebeurde op Gods tijd op de door hem uitgekozen locatie (Deuteronomium 12:5). Ook al was de hemel Gods woonplaats (1 Koningen 8:27, 30), toch was Hij wel degelijk aanwezig in de tempel op de berg Sion. Daar kon Israël Hem ontmoeten als hun Bevrijder uit het Egyptische slavenhuis en als hun Heer die hen het door Hem beloofde land had gegeven. In het gebed dat Salomo bij de inwijding van de tempel uitsprak, vroeg hij God om zijn hulp in moeilijke rechtszaken (8:31-32), in tijden van oorlog (8:33-34), tijdens mislukte oogsten en dreigende hongersnood (8:35-40). Onder Gods zegen zal de samenleving bloeien (8:56-58). Dat zal de volken aantrekken naar de tempel toe om daar deze God te leren kennen (8:41-43, 60). Gods was aanwezig in de tempel en wilde daar gediend worden maar  met het oog op de volken. Het ging ook niet om Gods zegen op zich. Ja, daarom draaide het wel, maar het ging God om die volken die door dat gezegende volk naar Hem toegetrokken zouden worden. Het verband tussen tempeldienst en een bloeiende samenleving met het oog op de volken (Genesis 12:1-3) wordt al in Deuteronomium gelegd. Voordat God het volk instrueert over op welke manier te leven in het beloofde land, wijst Hij op de enig wettige plaats van aanbidding (12:5). Uit de zorgvuldige aanbidding van God komt er een samenleving tot stand die de volken zal bewegen om een bedevaartstocht naar de tempel te maken. Dat was de bedoeling tenminste (Deuteronomium 4:5-9; 12-26).

De tweede tempel

Salomo’s tempel werd verwoest in 539 voor Christus: het begin van de ballingschap. Slechts een restant van het volk keerde terug naar het beloofde land met besneden in plaats van stenen harten (Deuteronomium 30:6). Deze hartsverandering bleek minder effectief dan verwacht, kunnen we uit Zacharia 1:2-6 opmaken. Er waren maar weinig echte Godvrezenden onder de teruggekeerde ballingen in de vroege periode na de ballingschap. Het ging al fout toen zij wel het grote altaar in de tempelvoorhof herstelden maar niet de tempel zelf herbouwden tegen de profetie van Ezechiël 40-43 in. Zij hielden een offerdienst in stand voor een God voor wie zij geen woonplaats onder hen hadden ingeruimd. In deze politiek en economisch zware tijd was men vooral met zichzelf bezig, ook toen de tempel herbouwd was (516 voor Christus). Maleachi (om en nabij 450 voor Christus) beschrijft de puinhoop waarin de tempeldienst was veranderd door het plichtsverzuim van de priesters (2:1-9). Niet voor niets eindigt Maleachi met een oproep om vooral Mozes’ onderricht niet te vergeten (3:22). Het falende onderwijs in de tempel veroorzaakte dat het gereduceerde volk Gods instructies voor een bloeiende samenleving negeerde (3:5; Nehemia 5; 13). Er was niets in Juda dat de volken zou kunnen aantrekken. Toch hield God vast aan zijn heilsbedoelingen met de wereld (Maleachi 1:5,11,14). De tempel bleef zijn woning onder Israël, vanwaar zijn woord voor alle volken op aarde zou uitgaan. Daarom zou Hij zelf naar de tempel toekomen en de puinhoop opruimen (3:1); de verantwoordelijke priesters stond het oordeel te wachten (2:6-9). Er was één lichtpuntje in deze zich verdiepende duisternis: Hij zou eerst een bode sturen om zijn komst voor te bereiden, Elia (3:23) die in het Nieuwe Testament met Johannes de Doper wordt geïdentificeerd (Lucas 1:17). Dat schept ruimte en tijd voor terugkeer naar God en hernieuwde toewijding aan hem en zijn heilsplan voor de wereld. Zo komen we uit bij de laatste tempel, Jezus Christus, Zoon van God.

De laatste tempel

Maleachi’s aankondiging (3:1) wordt bewaarheid: in Jezus komt God met zijn oordeel naar de tempel toe. Jezus zegt dat deze tempel vervangen gaat worden, want haar rol is uitgespeeld (Johannes 2:19-22; Matteüs 24:1-2). Van nu af aan is de tempel daar waar Jezus is samen met zijn volgelingen, de kinderen van zijn Vader. Zij worden de tempel van de levende God genoemd (1 Korintiërs 3:16-17; 2 Korintiërs 6:16). God zelf woont onder hen door de heilige Geest. Waar deze tempel staat, kan God aanbeden worden en kan zijn Woord worden gehoord (Johannes 4:20-24). Een ander beeld gebruikt Petrus (1 Petrus 2:5-6): dat van een geestelijke tempel met muren die bestaan uit levende stenen, de volgelingen van Jezus en waarvan Hij de hoeksteen is. Hier functioneren wij als priesters die er geestelijke offers brengen, waaronder onszelf als een levend dankoffer (Romeinen 12:1-2). Deze tempel staat niet langer op één plaats maar overal in de wereld om daar de volken tot een zegen te zijn. Hier worden Gods grote daden verkondigd. Hier wordt het eeuwige licht in de duisternis van deze wereld brandend gehouden. Nog steeds begint zending in de tempel waar God onder ons woont door zijn Geest. Het geldt nog altijd: zonder deze geestelijke tempel is er geen zending mogelijk. Daarom lezen we ook in het Nieuwe Testament dat de poorten van het dodenrijk de kerk niet zullen overweldigen (Matteüs 16:18). Niet naar de kerk gaan, saboteert de voortgang van Gods zending!

 

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Meest gelezen

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel
De synodebesluiten over homoseksualiteit – de balans opgemaakt

De synodebesluiten over homoseksualiteit – de balans opgemaakt

Redactie
  • Kerkelijk leven
  • Ruimte en richting

In drie voorgaande edities, januari, februari en april, lieten wij verschillende personen aan het woord om een beeld te geven van hoe de synodebesluiten over het rapport ‘Ruimte en richting’ op uiteenlopende plekken in het land gevallen zijn. En we blikten terug met enkele hoofdrolspelers van de synode. Omdat duidelijk is dat verscheidenheid toeneemt, vroegen we voormalig scriba van de PKN René de Reuver zijn licht te laten schijnen over deze groeiende diversiteit binnen de NGK. In deze editie maken we de balans op.

Lees artikel
‘Ik vergelijk Alkmaarders graag met zebra’s’

‘Ik vergelijk Alkmaarders graag met zebra’s’

Wilfred Hermans
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

Ze zijn recht voor hun raap, daar in Alkmaar. Dominee Paul van der Velde weet er inmiddels alles van en kan in die cultuur goed aarden. Waar de PKN-betrokkenheid in Noord-Holland afneemt, groeit het aantal leden in de eeuwenoude Kapelkerk in hartje Alkmaar gestaag. ‘ kan een klein beetje blokfluit spelen en dat klinkt thuis voor geen meter, maar in de Kapelkerk klinkt het alsof ik een concert geef.’

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief