Waarom naastenliefde alles met kerkrecht te maken heeft
- Recensies
Naar aanleiding van: Leon van den Broeke, Do Not Love Your Neighbour as Yourself? The Role of Neigbourly Love in Law, Theology of Law, and Church Polity, Leiden | Boston: Brill [serie: Law and Religion, eds. John Witte Jr. and Norman Doe], 2025, IX + 61 pags.
Auteur: ds. Pieter Niemeijer, emeritus-predikant in de Nederlandse Gereformeerde Kerken, voormalig synodevoorzitter.
Na het vertrek in 2015 van prof. dr. M. te Velde viel het vak Kerkrecht aan de Theologische Universiteit Kampen (nu Utrecht) onder de leerstoel Praktische theologie. In 2016 werd Leon van den Broeke voor 20 procent benoemd als universitair docent. Vanaf 2018 was hij voor 40 procent universitair hoofddocent, gevolgd door een benoeming voor 40 procent als buitengewoon hoogleraar in 2021. Inmiddels is hij voltijds gewoon hoogleraar en kent de Theologische Universiteit Utrecht weer een leerstoel Kerkrecht.
Kende de Theologische Universiteit in Kampen hoogleraren met als leeropdracht Kerkgeschiedenis en Kerkrecht, Van den Broeke werd benoemd tot buitengewoon hoogleraar Rechtstheologie en Kerkrecht in de context van religie en samenleving. Richtten zijn voorgangers zich met name op de kerkgeschiedenis en op het kerkrecht in de eigen kerkgemeenschap in onderscheid van andere kerkrechtelijke stelsels, bij Van den Broeke strekt het aandachtsveld zich breder uit. Dat zal te maken hebben met zijn persoonlijke kwaliteiten. Hij was de oprichter van het interdisciplinaire Centrum voor Religie en Recht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en inmiddels ook aan de Theologische Universiteit Utrecht. Maar ongetwijfeld ook met de positionering van de Theologische Universiteit Utrecht in de bredere en veranderde academische en maatschappelijke context.
Naastenliefde en recht
Op 10 december 2021 aanvaardde Van den Broeke publiek zijn hoogleraarschap met een rede over de rol van naastenliefde in het recht, de rechtstheologie en het kerkrecht. Het boek waarom het in dit artikel gaat bevat de Engelstalige uitwerking en soms bijstelling van de in het Nederlands uitgesproken en gepubliceerde academische oratie.
Er worden een paar bijbelse gegevens aangetipt, maar de hoofdmoot is een voor de niet juridisch geschoolde lezer af en toe pittig rechtshistorisch relaas.
Van den Broeke laat zien hoe de Duitse kerkrechtgeleerde Erik Wolf (1902-1977) in een grootse greep de verhouding tot de naaste maakte tot het fundament en het centrum van het recht. Wie ernst maakt met het evangelie en de stem van God, kan niet onder het gebod van de naastenliefde uit. Van den Broeke schetst welke vragen en bezwaren Wolf met zijn concrete grondslagenontwerp heeft opgeroepen. Die doen echter niets af aan de noodzaak om te zoeken naar het door Wolf voorgestane juridisch vormgeven van de christelijke liefde en het geloof in God, in wiens rijk mensen zoeken naar recht en gerechtigheid.
In het Angelsaksische contractrecht werd lange tijd een directe relatie gelegd met het bijbelse verbondsdenken. Het verbreken van een overeenkomst werd beschouwd als zonde. In de negentiende eeuw werd het contractrecht in een seculariserende maatschappij echter steeds meer losgekoppeld van zijn religieuze verankering. Dit tot verdriet van christenen die vooral in Amerika hernieuwde aandacht vragen voorde verbinding van liefde en recht, liturgie en gerechtigheid.
Van den Broeke wijst vervolgens op de filosoof Emmanuel Levinas die aandacht vraagt voor het gelaat van de (weerloze) ander binnen en buiten de kerk, en op de filosoof Paul Ricoeur die het vormgeven aan liefde en gerechtigheid en het implementeren van compassie en ruimhartigheid ziet als een wezenlijke opdracht voor de mens, de kerk en de wereld. In het werk van de jurist Dorien Pessers spelen wederkerigheid, liefde, solidariteit, vrede en rechteen belangrijke rol. Dit impliceert onder andere: echt openstaan voor wat de ander nodig heeft en dat niet zelf invullen.
Ook de rechtstheologie tenslotte levert haar bijdrage aan het doordenken van de verhouding van genade en recht. De naastenliefde blijft, hoe problematisch de verhouding van naastenliefde en gecodificeerd recht ook is, een motiverende waarde in het kerkelijk en wereldlijk recht.
Naastenliefde in de kerk
Van den Broeke laat zien hoe de naastenliefde en het recht van de naaste concreet gestalte hebben gekregen in de kerkordes van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, de Protestantse Kerk in Nederland, de Unie van Baptisten Gemeenten en de Rooms Katholieke Kerk. De kerkorde van de in 2023 herenigde Nederlandse Gereformeerde Kerken was in 2021 nog niet vastgesteld. Van den Broeke verwijst ernaar in een voetnoot.
Het vastleggen van regels is niet genoeg. Er moet ook in concrete gevallen recht gedaan worden. En er moet in allerlei nieuwe situaties recht ontwikkeld en toegepast worden tussen de klippen van legalisme en autonomie door. Dat vraagt om een geest van naastenliefde. In aansluiting bij Pessers wijst Van den Broeke erop dat naastenliefde in de kerk en daarbuiten vraagt om een wederkerigheid die zowel een extra mijl durft te gaan als iets van de ander blijft verwachten. Ook dat laatste. Want naastenliefde mag niet ontaarden in een psychisch ongezond opgeven van de eigen persoonlijkheid.
Met Van Klink beklemtoont Van den Broeke dat het in de vormgeving van naastenliefde niet moet gaan om regels op zich, maar vooral ook om het verhaal dat er achter de regels zit en dat die regels willen vertellen. Daarnaast moet er in de kerk oor zijn voor de uiteenlopende stemmen die daar te beluisteren zijn. Naast de formele stem van de kerkorde zijn er de normatieve stem van de Schrift en van de belijdenis, de theoretische stem van de wetenschap waarin aan de naastenliefde uitwerking wordt gegeven, en de praktische stem van hen die haar beoefenen. Of de overheid de sociale zorg naar zichzelf getrokken heeft of daarbij de kerken nodig heeft, het gebod van de naastenliefde blijft van kracht en vraagt om concrete vormgeving intern en extern.
De rede van Van den Broeke behelst een programmatische aanzet voor zijn werk aan de Theologische Universiteit Utrecht. De opdracht om recht te doen aan de naaste klemt niet alleen in geloofsgemeenschappen en in de samenleving, maar ook in de academische context.
Dubbelgebod
Door zich ook op het recht in de wereld te richten concentreert Van den Broeke zich op wat hij ‘het dubbelgebod van de naastenliefde’ noemt. Daarmee doelt hij op naastenliefde én zelfliefde: heb uw naaste lief als uzelf. Nog afgedacht van de vraag of het woord van Christus dit gebod tot zelfliefde kent, vind ik het jammer dat hierdoor het voor de kerk cruciale ‘dubbelgebod van de liefde’ weinig aandacht krijgt. Het eerste om God lief te hebben en het tweede om de naaste lief te hebben.
Vanuit de oudtestamentische profeten die regelmatig in één adem afgoderij en sociaal onrecht aanklagen, en vanuit bijvoorbeeld de eerste brief van Johannes waar het over de liefde van God en die tot God en de naaste gaat, zou over het door Christus gelegde verband van deze twee geboden meer te zeggen zijn, zeker voor de kerk, die immers volgens Wolf en Van den Broeke christocratie wil zijn
10 december
Van den Broeke sprak zijn oratie uit op 10 december 2021. Hij herinnert aan twee historische gebeurtenissen die ook op 10 december plaatsvonden.
Allereerst de verbranding van de roomse wetboeken door Maarten Luther in 1520. Zijn afscheid van het roomse canonieke recht en zijn opkomen voor de christelijke vrijheid betekenden geen afscheid van de eis van naastenliefde. De christen die niemands onderdaan is, weet zich tegelijk aller dienaar.
In 1948 verscheen op 10 december de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens. In onze samenleving is het woord ‘mensenrechten’ sindsdien een bekend begrip. Helaas wordt het nogal eens gehanteerd als aanduiding van ‘mijn’ individuele rechten. Wat zou het mooi zijn als in onze door verachting van Gods wet verkilde samenleving het begrip ‘naastenrechten’ een even gevleugelde uitdrukking zou worden.
We feliciteren de productieve auteur en de Theologische Universiteit met deze positiekeus voor een breder dan alleen kerkelijk publiek. En we bidden hun Gods onmisbare zegen toe in de uitwerking ervan.




