Jezus, een natuurmens
- Column
Als je op vakantie bent in de (Duitstalige) Alpen, kom je in de bergen regelmatig van die mooie donkerhouten bordjes tegen met in sierlijke letters een tekst die je stilzet bij de Schepper. ‘Alles was Odem hat, lobe den Herrn!’ Als het Bijbelteksten zijn, dan meestal psalmen. Zou je er ook een tekst uit het Nieuwe Testament op kunnen zetten? Welke tekst zou jij dan kiezen?
Theoloog Miskotte schreef in 1956 in Als de goden zwijgen over ‘het tegoed van het Oude Testament’. Met dit ‘tegoed’ bedoelde Miskotte de dingen die we in het Oude Testament wel tegenkomen, maar in het Nieuwe Testament niet of minder. Onderwerpen als klacht en twijfel, politiek, seksualiteit en ook de schepping. Met zijn pleidooi om het Oude Testament niet af te schaffen stem ik helemaal in. Al was het maar omdat het Nieuwe Testament op elke bladzijde doordrenkt is van verwijzingen naar de Schriften van Israël waar Jezus en zijn leerlingen uit leefden.
Kijk naar de vogels in de lucht!
Maar als het Nieuwe Testament doortrokken is van het Oude, verwacht je er ook sporen van dat ‘tegoed’ te vinden. Die zijn er volop. Twee heel verschillende boeken hielpen mij meer zicht te krijgen op Jezus’ eigen omgang met de natuur. Als tiener woonde ik een tijdje in Engeland en las daar een boek van evangelical en vogelaar John Stott, The Birds Our Teachers. Geïnspireerd door Jezus’ woorden ‘kijk naar de vogels in de lucht’ (Mat. 6:26) trekt hij geestelijke lessen uit tal van door hemzelf gefotografeerde vogels wereldwijd. Hij laat zien hoe vaak Jezus verwijst naar de vogels – mussen, duiven, raven, gieren. Jezus keek naar de vogels en kende hun namen. Hij was geen stadsmens, maar altijd onderweg door de Galilese velden, langs vossenholen en vogelnesten.
Het andere boek is van Joan Taylor, John the Baptist within Second Temple Judaism. Zij situeert zowel Johannes de Doper als Jezus in een Joodse stroming waarin het leven in afhankelijkheid van God centraal stond. Bij Johannes werd dat uitgedrukt in zijn levenswijze in de wildernis. Hij voedde en kleedde zich daar met wat hij in de natuur aantrof – met wat God hem gaf. Sprinkhanen, wilde honing en een ruwe kameelharen zak. Zijn leefwijze illustreert wat Jezus zei over de vogels: ze zaaien niet en oogsten niet; hun hemelse Vader voedt hen (Mat. 6:26; in de geest van Psalm 104). Hij leerde zijn leerlingen zo’n vertrouwend leven met het gebed ‘geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben’ (Mat. 6:11). En zelf bad hij niet staand op de hoeken van de straat, maar op een berg, alleen, weg van de mensen, dicht bij de vogels, dicht bij zijn Vader.
Ik zou op zo’n houten bordje schrijven: ‘Kijk naar de vogels in de lucht.’ Want tussen die imposante bergtoppen zie je ook de dieren – kauw, marmot en gems. Hun hemelse Vader zorgt voor hen – en ook voor jou. Als je op vakantie gaat: ga met je Bijbel de natuur in, lees een evangelie en let eens op alle bloemen en dieren die je er tegenkomt.
Arco den Heijer is universitair docent Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit Utrecht.



