Jezus als vroedvrouw
- Column
In het Johannesevangelie is ‘geboorte’ een belangrijk thema. Niet Jezus’ geboorte op aarde – die komt, anders dan bij Matteüs en Lukas, helemaal niet aan bod. De proloog van het vierde evangelie vertelt wel dat wie Jezus ontvangen, zelf ‘uit God’ geboren kunnen worden (Joh. 1:12-13). Maar als God de hemelse Ouder is, en wij kinderen van God mogen zijn, wat is dan eigenlijk de rol van Jezus?
Er zijn goede redenen om Jezus in dit evangelie te verbinden met de rol van de vroedvrouw. Johannes geeft steeds een inkijkje in dialogen die Jezus met uiteenlopende mensen aangaat. Met Nicodemus heeft hij het expliciet over ‘opnieuw geboren worden’ en geboorte uit ‘water en geest’. Een geboorte kent twee stadia, zo wist men in de oudheid: het breken van de vliezen (met de bijbehorende watergolf) en de eerste ademteug, de pneuma, die de mens tot levend wezen maakt. Voor allebei gold dat zo nodig de vroedvrouw moest ingrijpen om het nieuwe leven gezond ter wereld te brengen. Jezus geeft als vroedvrouw uitleg over een tweede geboorte ‘van boven af’, die ook beide stadia door moet maken.
Nicodemus snapt daar aanvankelijk niets van, al zien we later in het evangelie voortschrijdend inzicht (7:50-51; 19:39). Deze verwarring bij Jezus’ gesprekspartners lijkt erg op de verwarring bij de leerlingen van een andere leraar, die zichzelf als vroedvrouw van de psyche presenteerde: Socrates, in Plato’s Theaetetus. Socrates zegt zoon van een vroedvrouw te zijn, en op vergelijkbare wijze vruchtbare geesten te selecteren om in hen ‘waarheid’ ter wereld te brengen. Anders dan zijn moeder moet hij vervolgens het nageslacht ook testen: is het ‘waar’ of niet?
Vroedvrouwen gaven hun kennis alleen aan speciale leerlingen door
Zo’n zelfde test voert Jezus uit bij de Samaritaanse vrouw, als zij aangeeft geen man te hebben: ‘wat u zegt is waar’ (4:18). Ook hier gaat het gesprek over water, en wel over het worden van een ‘bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft’ (4:14). De vrouw mag het water dat zij van Jezus heeft ontvangen doorgeven aan de hele stad. Jezus voltooit zo het werk van de Vader (4:34); hij brengt Gods kinderen ter wereld.
Nu was in de oudheid de vroedvrouw niet alleen essentieel om te adviseren over vruchtbaarheid en voor moeder en kind gevaarlijke geboortes tot een goed einde te brengen. Het was ook een ambacht dat gewantrouwd werd. Mannelijke medici keken met een mengeling van respect en afgunst naar deze vrouwen, die hun kennis alleen aan speciale leerlingen doorgaven. En Jezus?
De weerstand die Jezus oproept bij tegenstanders leidt hem uiteindelijk naar het kruis, waar water en bloed uit zijn zij stromen (19:34). De vervolgde en gestorven vroedvrouw maakt nu met haar (zijn) eigen lichaam nieuw leven mogelijk. Dit betekent ook dat de leerlingen nu zelf kinderen van God mogen baren (16:21). De Geest van de waarheid neemt als Jezus’ opvolger de taak van de vroedvrouw over (16:13). Ook nu staan wij er als kerk, zelfs tijdens barensweeën of juist in perioden van onvruchtbaarheid, gelukkig niet alleen voor.
Suzan Sierksma-Agteres is (NGK-)lid van Kruispunt Vathorst en Universitair Docent Nieuwe Testament aan de PThU.



