De armen zijn altijd bij jullie…

Pieter Kleingeld | 27 juni 2015
  • Missionair

Als leden van de gemiddelde NGK en GKv al van elkaar verschillen, dan is het van mening, maar zelfs dat is kenmerkend voor hun relatieve uniformiteit. Want een mening hebben, evenals de tijd en de mogelijkheden om die te beargumenteren en naar voren te brengen, is een luxe die niet velen is gegeven.

Een kerk voor armen of een kerk van armen?

Een kerk voor armen of een kerk van armen?

De leden van de gemiddelde NGK- en GKv-gemeente zijn te omschrijven als blank, middenklasse en goed dan wel hoog opgeleid. In Marcus 14:7 zegt Jezus echter tegen zijn volgelingen: ‘De armen zijn altijd bij jullie, en jullie kunnen weldaden aan hen bewijzen wanneer je maar wilt.’ Hoe zit dat? Die uitspraak lijkt behoorlijk in tegenspraak met de werkelijkheid in onze kerken.

Ik zie twee mogelijkheden:

1. Jezus’ uitspraak is een opdracht: zorg ervoor dat jullie de armen altijd bij jullie hebben. In dat geval doen onze kerken vaak niet wat ze volgens Jezus moeten doen, of zijn ze daarin op z’n best onsuccesvol. We organiseren geen of onvoldoende activiteiten rond armoede.

2. Jezus’ uitspraak is geen opdracht, maar een beschrijving. Dat lijkt een ontsnapping te bieden. Gelukkig, Jezus zegt alleen maar dat er altijd armen zullen zijn, Hij geeft daarin geen bijzondere opdracht. In onze omgeving komen geen armen voor, back to normal dus.

Centrum

Als Jezus echter een situatie beschrijft, worden zijn woorden alleen maar indringender. Immers, als het een opdracht is, kun je daaraan nog tegemoetkomen door (externe) activiteiten op te zetten. Als Jezus de kerk beschrijft, impliceert dat volgens mij dat de kerk inherent aantrekkelijk zou moeten zijn voor de armen. Dan gaat het niet meer om een paar activiteiten, maar om het wezen van de kerk. Optie één – de opdracht – levert hooguit een kerk voor armen op. De tweede optie – de beschrijving – een kerk ván armen.

Deze tweede mogelijkheid komt volgens mij dicht in de buurt van het evangelie. Een kerk van armen, net zoals een kerk van zondaren of een kerk van disfunctionele mensen, staat veel meer in het centrum van Gods koninkrijk dan een kerk van rijken, een kerk van geslaagden of een kerk van winnaars.

Observatie

Verheerlijk ik daarmee niet armoede, zonde en disfunctionaliteit? Jezus zegt toch dat Hij gekomen is om leven en overvloed te brengen? En Paulus schrijft dat Jezus arm is geworden om ons rijk te maken. Nee, armoede, zowel materieel als geestelijk, is niet mooi of leuk.

Die tegenwerping kreeg ik van Moses Alagbe, voorganger van het Maranatha Community Transformation Centre in Amsterdam. Hij is werkzaam in de Bijlmer, dus hij weet vanuit zijn dagelijks leven waarover hij spreekt. We ontmoetten elkaar in januari op een conferentie van TEAR. Ons gesprek leidde tot de eerste van zeven ontdekkingen uit de slotverklaring van die conferentie. Het is een ontdekking die de scherpe observatie van Moses Alagbe recht doet en tegelijkertijd voor ons bijzonder uitdagend is:

God laat de kracht van zijn koninkrijk zien wanneer de plaatselijke kerk haar afhankelijkheid en tekort erkent en op God vertrouwt om daarin te voorzien. Kerken in de marge van de samenleving gaat dit vaak makkelijker af. Zij staan in de praktijk dichter bij het centrum van Gods koninkrijk dan kerken in een gegoede omgeving. Anders gezegd: de kerken in de marge zijn (vaak) kerken in het centrum. Dat is geen theologische waarheid – we moeten armoede niet verheerlijken – wel een praktische werkelijkheid.

We willen onze weg in verbondenheid gaan met kerken in het Zuiden, met kerken in Nederland in de marge en in het centrum van de samenleving. En we willen daarbij een lerende houding aannemen, die recht doet aan deze eerste ontdekking.

We willen kerken in gegoede omgevingen uitdagen om hun afhankelijkheid van God te ontdekken op geestelijk, sociaal en economisch gebied en daarbij Gods krachtige werking te verwachten.

Over de auteur
Pieter Kleingeld

Pieter Kleingeld is predikant van de NGK Oegstgeest.

Meest gelezen

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel
Kerknieuws juni 2026

Kerknieuws juni 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Op 15 mei is ds. Johannes Theodoor Jonkman overleden. Hij werd op 13 januari 1950 geboren in Groningen en studeerde theologie in Kampen. In 1983 werd hij door GKv Drachten Zuid-Oost uitgezonden als zendingspredikant naar Kalimantan Barat (Indonesië). In 2000 werd hij gemeentepredikant in NGK Hardenberg-Centrum, waar hij vanaf 2015 aan verbonden was als emerituspredikant. De NGK Hardenberg-Centrum telt ruim 550 leden. Binnenkort verschijnt op onderwegonline.nl een in memoriam over ds. Jonkman.

Lees artikel
Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Lyanne De Haan-Wilts
  • Kerkelijk leven
  • Professorsprofiel

Ik ontmoet Myriam digitaal. Haar vakantie is net voorbij en dat is te zien, ze kijkt ontspannen met een kop thee de camera in. Toch geeft ze aan dat vakantie iets ingewikkelds heeft. Het leven als hoogleraar is gefragmenteerd en kent een permanente druk. De rust die vakantie brengt is elke keer weer even wennen. De adrenaline van haar dagelijks leven moet eruit en ze vindt het lastig om geen grip op zaken te hebben. Tegelijk hoopt ze dat ze de rust van de afgelopen vakantie mee kan nemen in haar werk van de komende tijd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief