Heiligen hebben altijd status (1)

Rob van Houwelingen | 12 december 2015
  • Opinie

De meeste christenen zullen zichzelf niet gauw als ‘heilige’ betitelen. Toch spreekt de Bijbel herhaaldelijk van Gods heiligen; eerst met betrekking tot de Israëlieten, later als aanduiding van de eerste christenen. Deel één van een tweeluik over ons, heiligen.

(beeld lassedesignen/Shutterstock)

(beeld lassedesignen/Shutterstock)

Volgens Wikipedia is ‘heilige’ een titel die in het christendom wordt toegekend aan overleden personen die bijzonder rechtschapen en gelovig hebben geleefd. Velen geloven dat deze mensen ook na hun dood nog invloed uitoefenen in de hemel en op aarde. Alleen postuum en onder bepaalde voorwaarden kan iemand officieel heilig worden verklaard.

Vooral de Rooms-Katholieke Kerk kent veel van zulke heiligen. Niemand weet hoeveel het er precies zijn. Op de website heiligen.net zijn duizenden namen te vinden, compleet met afbeeldingen, levensbeschrijvingen en een handige heiligenkalender. Jaarlijks worden deze heiligen herdacht, samen met alle christelijke martelaars, tijdens Allerheiligen (1 november).

Het Bijbelse spraakgebruik verschilt op drie punten van het voorgaande. (1) Heiligen worden in de Bijbel niet pas na hun dood zo genoemd, maar nog tijdens hun aardse leven. (2) Zulke gelovigen zijn niet per se rechtschapener dan anderen (‘heilige boontjes’), het kan evengoed om doorsnee gelovigen gaan. (3) In de Bijbel wordt nergens over individuele heiligen gesproken; ze vormen een groep, de ‘gemeenschap van de heiligen’.

Kortom, in het Bijbelse spraakgebruik komt een ander soort heiligen naar voren dan waar we op basis van Wikipedia het eerst aan zouden denken. Zij bevinden zich niet op afstand, ze zijn onder ons.

Daarmee komen de heiligen ineens heel dichtbij. Het gaat om gewone mensen, die toegewijd zijn aan de heilige God, zodat ze oprecht proberen vanuit het geloof te leven, al is het met vallen en opstaan. Zulke mensen worden in de Bijbel bij hun leven al heilig verklaard.

Toevlucht

Hoe kan dit? Strikt genomen is er maar één Heilige en Hij is toch totaal anders dan wij? Onvergelijkelijk in majesteit, volkomen vlekkeloos, met zo’n hartgrondige afschuw van het kwaad dat Hij er letterlijk en figuurlijk afstand van neemt. Gaapt er niet een diepe kloof tussen God en mens, tussen schepper en schepsel (Hosea 11:9)? Ja, maar je hebt wel heilige engelen.

En Gods heiligheid straalt ook af op mensen die Hij toelaat in zijn directe nabijheid. Hij noemde zich bijvoorbeeld ‘de Heilige van Israël’. Zo heeft Hij Israël tot een heilig volk verklaard, of tot ‘heilige mensen’, zoals Exodus 22:30 letterlijk zegt. Deze mensen stonden onder zijn protectie en dat stempelde hun dagelijkse leven (Exodus 19:6; Numeri 16:3; Deuteronomium 33:3; vgl. 1 Petrus 2:9). Wat een status!

In het Bijbelse spraakgebruik komt een ander soort heiligen naar voren dan waar we op basis van Wikipedia het eerst aan zouden denken

Israël was een heilig volk en daarom ook een volk van heiligen. Het komt echter niet vaak in de Bijbel voor dat Israëlieten als heiligen worden aangesproken. Alleen wanneer zij hun toevlucht zoeken bij de HEER en zijn goedheid ervaren, zoals Psalm 34:9-10 zegt: ‘Proef en geniet: hoe zoet is de HEER; gelukkig is de mens die bij Hem gaat schuilen. Jullie, zijn heiligen, heb ontzag voor de HEER, want degenen die Hem vrezen, komen niets tekort’ (Willibrordvertaling).

En Jesaja profeteerde: ‘Ieder die nog in Sion is, ieder die in Jeruzalem is achtergebleven, zal heilig genoemd worden, alle mensen in Jeruzalem die ten leven opgeschreven zijn’ (Jesaja 4:3).

Vuurtongen

Wat in het Oude Testament slechts met aarzeling van het volk Israël kon worden gezegd, blijkt in het Nieuwe Testament een specifieke aanduiding van de eerste christenen te zijn, de messiasbelijdende Joden uit de gemeente van Jeruzalem. Een groep binnen Israël dus, mensen die zichzelf met recht konden beschouwen als Gods geheiligden.

Op de pinksterdag in Jeruzalem was de heilige Geest uitgestort op ieder die Jezus erkende als de messias. Ineens zagen zij iets opvlammen boven elkaars hoofd. Vuurtongen, die later leken te stollen tot een lichtkrans. Het straalde ervan af: deze mensen waren op een bijzondere manier verbonden met de God van Israël en daarom ook met elkaar. Dankzij de Geest kwam er een snelgroeiende groep van Gods heiligen in Jeruzalem, als nieuwtestamentische vervulling van wat Jesaja had geprofeteerd.

Waarom vonden de eerste christenen dit nu zo’n passende naam? Waarschijnlijk omdat zij goed geluisterd hadden naar Jezus. Hij had zich meer dan eens gepresenteerd als de Mensenzoon uit het visioen van Daniël 7 en het daar beloofde koninkrijk geproclameerd. En zullen volgens datzelfde visioen ‘de heiligen’ niet meeregeren in dat koninkrijk? ‘Het koningschap, de heerschappij en de grootheid van alle koninkrijken onder de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de heiligen van de hoogste God’ (Daniël 7:27).

Zodoende konden Jezus’ volgelingen zichzelf beschouwen als ‘de heiligen’ uit Daniël 7, de voortrekkers van Gods heilige volk, met een vooraanstaande plaats in het koninkrijk. Zij zouden participeren in de wereldheerschappij van de Allerhoogste en de Mensenzoon.

Uw heiligen

De Joodse autoriteiten wilden deze Jezusbeweging in de kiem smoren. Eén van de fanatiekste bestrijders was de jonge Saul. Hij reisde zelfs naar de Syrische hoofdstad Damascus, waar hij een soort razzia wilde houden in de synagogen. Totdat hij plotseling het licht zag en tegelijkertijd met blindheid werd geslagen.

In Damascus had Ananias via een droom gehoord dat hij Saul door handoplegging zijn gezichtsvermogen mocht teruggeven, als teken dat de Heer juist deze man had uitgekozen om zijn naam uit te dragen. Maar Ananias had grote moeite met deze opdracht: ‘Heer, van veel kanten heb ik gehoord over deze man en over al het kwaad dat hij Uw heiligen in Jeruzalem heeft aangedaan’ (Handelingen 9:13).

Er waren ‘heiligen van de Heer’ in Jeruzalem, gedoopt in de naam van Jezus Christus en aan Hem toegewijd. Maar Saul zou deze mensen nooit meer vervolgen. Integendeel, ook hij liet zich dopen. Vol van de heilige Geest ging hij in de synagogen van Damascus verkondigen dat Jezus de messias was, tot verbazing van zijn toehoorders.

Vele jaren later keek Saul, alias Paulus, met spijt terug op wat hij de heiligen in Jeruzalem had aangedaan, namelijk toen hij zich verantwoordde voor koning Herodes Agrippa: ‘Indertijd vond ik dat ik de verspreiding van de naam van Jezus van Nazaret met kracht moest tegengaan, en daarvoor heb ik me in Jeruzalem dan ook ingezet. Met toestemming van de hogepriesters heb ik een groot aantal heiligen in de gevangenis laten opsluiten’ (Handelingen 26:9-10).

Sinds Pinksteren was het aantal messiasbelijdende Joden enorm toegenomen. Er woonden niet alleen heiligen in de stad Jeruzalem, maar ook in dorpen als Lydda en Joppe, waar de apostel Petrus op bezoek kwam tijdens zijn inspectiereis door de kuststreek. Hij maakte namelijk een grote rondreis, en het lijkt erop dat de gemeente van Jeruzalem door heel het land te vinden was.

Zo waren er heiligen in Lydda, waar Petrus de verlamde Aeneas genas, en heiligen in het nabijgelegen Joppe, waar hij de gestorven Tabita/Dorkas weer tot leven wekte. ‘Toen Petrus door het land reisde, kwam hij ook bij de heiligen die in Lydda woonden. (…) En toen hij de heiligen (…) weer binnengeroepen had, liet hij hun zien dat ze weer leefde’ (Handelingen 9:32 en 41).

Deze joods-christelijke gelovigen – overal in Israël woonachtig, maar verbonden met de gemeente van Jeruzalem – waren mensen die leefden in ontzag voor de Heer, met de bijstand van de heilige Geest (Handelingen 9:31; zie ook Judas 3). Een gemeenschap van heiligen.

Over de auteur
Rob van Houwelingen

Rob van Houwelingen is emeritus hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit in Kampen.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief