Echt zijn in de kerk: een utopie?

Philip Troost | 2 september 2016
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Op elke plek waar ik ben gaan wonen, stortte ik me op een kring of miniwijk, vanuit het geloof dat het toch mogelijk moest zijn: een plek vinden waar je echt kunt zijn, waar je geborgenheid en verbondenheid ervaart door eerlijk en kwetsbaar contact, waar je terecht kunt met jezelf. Iets in mij bleef hardnekkig geloven dat als er ergens zo’n plek zou bestaan, dat dat in de kerk moest zijn. Een jaar geleden deed ik iets wat tegen alles in mij indruiste: ik stapte uit de kring. Mijn hardnekkige geloof dat het toch moest kunnen heeft het uiteindelijk niet gehouden.

Ik heb niets tegen de mensen uit mijn ex-kring. Ik hou van ze, voel zelfs meer verbondenheid met hen sinds ik eruit gestapt ben. Binnen een week zijn ze allemaal langs geweest en ik heb me begrepen gevoeld. Kennelijk moest ik daar eerst voor vertrekken.

Een BBQ of een nieuwjaarsborrel, ik ben erbij. Maar op kringavonden kom ik niet meer. Ik ben te vaak met mijn kwetsbaarheid gekomen om vervolgens alleen achter te blijven. Ik heb te vaak geprobeerd het meer persoonlijk en eerlijk te maken, om steeds weer te merken dat het gewoon niet kan. Ik weet wel dat er kringen zijn waar mooie dingen gebeuren, maar mijn ervaring is dat er al gauw ontwijkende en terugtrekkende bewegingen komen wanneer ik het gesprek probeer te verdiepen.

Misschien doe ik het onhandig. Misschien vraag ik te veel van mensen. Tegelijkertijd is het als therapeut en pastor mijn vak om af te stemmen op de ander en zorgvuldig te zijn in het contact. Ik knap niet af op mensen die bang zijn, die het spannend vinden om met hun kwetsbaarheid te komen of die het moeilijk vinden om over hun gevoelens te praten. Ik wil de lat niet extra hoog leggen. Ik wil wél het minimum waarop ik mag rekenen in de kerk: de bereidheid om aanspreekbaar te zijn en elkaars hart te zoeken in de dingen waar het echt om gaat.

Baby

Wat bedoelen we eigenlijk met het woordje ‘echt’? Ik ijk dit woord graag aan wat Paulus zegt, dat de liefde zich niet verheugt over het onrecht, maar vreugde vindt in de waarheid (1 Korintiërs 13:6). Recht en onrecht gaan over onderlinge verhoudingen en dan betekent waarheid eerlijkheid. Ik ben echt als ik eerlijk ben over de werkelijkheid zoals die is, zonder die te vertekenen, te relativeren, te negeren, op te poetsen of vaag te houden. Wanneer ik de eerlijke waarheid over hoe het echt is op afstand houd, doe ik onrecht aan mezelf en aan de ander.

Het geeft te denken dat mensen die echt zijn vaak opvallen. We zeggen dan: ‘Die persoon is zo authentiek.’ Authentiek betekent: oorspronkelijk, overeenstemmend met het origineel. Psychologisch gezien kun je stellen dat we echter zijn naarmate we meer gaan leven zoals we oorspronkelijk waren. Aan het begin van de rit. Toen we ons nog niet gedroegen. Toen we onszelf nog niet zaten waar te nemen en van alles van onszelf en de wereld vonden. Toen we nog niet bezig waren met wat een ander van ons zou denken of met ons zou kunnen doen.

Een BBQ of een nieuwjaarsborrel, ik ben erbij. Maar op kringavonden kom ik niet meer

Als baby kwamen we ter wereld met onze behoeften en gevoelens, met de eerlijke waarheid van hoe het was. Ongegeneerd en ongeremd konden we ons uiten. Deze onbevangenheid en onschuld zijn we natuurlijk allemaal min of meer kwijtgeraakt. En om in deze wereld te leven moet je je ook tot op zekere hoogte weten te gedragen. Maar het zijn juist diegenen die zich vrij uiten en zich niet zo laten tegenhouden door de risico’s daarvan die we bewonderen als authentieke mensen.

Authentieke mensen vallen op, omdat de meesten van ons zich laten leiden door het vermijden van risico. Zo hebben we dat geleerd, als peuter en kleuter, als kind en tiener. In onze afhankelijkheid van de grote mensen hadden we geen keus. Je kon je maar beter gedragen en aanpassen.

Het punt is dat we daarmee doorgegaan zijn toen we al lang volwassen waren. Het kwetsbare deel van onze waarheid – wat we voelen, wat we nodig hebben, hoe klein ons hartje is, waar we bang voor zijn – verstoppen we. We lachen eroverheen, we houden ons flink, we houden ons op de vlakte en vul het maar aan met manieren om het veilig en comfortabel te houden. Onze kwetsbaarheid schermen we af, verhullen we, overschreeuwen we. Maar dan zijn we dus niet echt. En zonder echtheid raakt contact het hart niet en ervaren we geen verbondenheid. Dan blijft het koud in de kerk of in de kring.

Dierenvellen

Over het ontstaan van deze verstopcultuur lees ik in Genesis 3. Na de zondeval wordt de mens overvallen door gevoelens van schaamte en angst. Waar naaktheid eerst de normaalste zaak van de wereld was, is het nu opeens gekoppeld aan onveiligheid. Naaktheid gaat daarbij niet alleen over geen kleren dragen, maar is ook een beeld voor transparantie, dat je je buitenkant niet gebruikt om je binnenkant te verhullen. Die transparantie is in één klap de wereld uit geholpen. Je voelt aan alles dat je in je naakte kwetsbaarheid niet aanvaardbaar bent. De angst krijgt je in de greep: angst voor het oordeel en de afwijzing. Van mens tot mens en van mens tot God. We mijden ogen die ons willen zien, ogen die ons zoeken. Elkaars ogen, Gods ogen.

Laat duidelijk zijn: echtheid in de kerk gaat niet over maximale openheid, over altijd overal met alles komen. In Genesis 3 lezen we ook dat God kleren maakt van dierenvellen. Gods reactie is niet: jullie moeten weer gewoon in alle naaktheid met elkaar omgaan, want dat was mijn bedoeling. Het is weliswaar nog steeds de bedoeling, maar het kan niet meer. Nu de mens het kwaad macht gegeven heeft, is volledige transparantie niet meer haalbaar. We zijn niet veilig bij elkaar. En ook niet bij onszelf trouwens, met al die zelfbeschuldiging en zelfafwijzing. Met je naakte waarheid komen is niet te doen als overal oordeel en risico in de lucht hangt, om je heen en in jezelf.

Bekleed

Het kan dus niet meer. En ik maar denken: het moet toch kunnen. Dit is precies het spanningsveld waarin we leven. Gezien de onveiligheid tussen mensen is het inderdaad onmogelijk om tevoorschijn te komen met je naakte kwetsbaarheid. Maar tegelijk heb ik het hardnekkige geloof – dat soms echt onderuit gaat – dat het tóch moet kunnen.

(beeld pathdoc/Shutterstock)

(beeld pathdoc/Shutterstock)

Ik geloof dat we dankzij die dierenvellen van Adam en Eva onze verstopplek kunnen verlaten. Als je bedenkt dat voor deze kleren misschien wel voor het eerst dieren geofferd zijn, en je trekt die lijn door naar de dierenoffers in de godsdienst van het Oude Testament, en nog verder naar het Nieuwe Testament, dan komt ook het offer van Christus in beeld. En daarover zegt Paulus: ‘U die in Christus gedoopt bent, hebt u met Christus bekleed’ (Galaten 3:27).

Christus is mijn kleding. Hij is de veilige bescherming bij alles waar ik me voor schaam en waar ik bang voor ben. In Christus word ik niet veroordeeld of afgewezen. Als dat ons samenbindt in de kerk, als dat de basis is onder ons samenleven als kinderen van God – Christus en die gekruisigd! – dan moet het toch kunnen om met elkaar die verstopcultuur open te breken? Natuurlijk is dat spannend en lastig, en lukt het maar gedeeltelijk, maar als we alleen al merken dat we dit met elkaar willen – dat we tevoorschijn willen komen en met elkaar willen delen hoe het nu echt van binnen bij ons is – dan wordt het al een stuk warmer in de kerk.

Tevoorschijn

De eerste vraag van God, die als een rode draad door de geschiedenis van de gevallen mensheid loopt, was: ‘Waar ben je?’ Waar ben je ten diepste? Waar ben je met je leven, met jezelf?

Ik wil niet hard zijn over de verstopcultuur in de kerk. Ik weet uit eigen ervaring hoe spannend en eng het is om tevoorschijn te komen met mijn kwetsbaarheid. Ik ken ook de neiging om het risico op afwijzing voor te zijn en mezelf flink houden, en me mooier en vromer voor te doen dan ik ben. Ik heb het lang volgehouden, en soms doe ik het nog. Toch berust ik niet in mijn verstopneiging. Ik hoor hoe God mij roept en zoekt: ‘Waar ben je?’ Ik wil gaan voor een cultuur waarin mensen elkaar zoeken en namens God tevoorschijn roepen.

Dat gaat natuurlijk niet lukken als we vol zitten met oordelen en normen waar we elkaar aan ophangen. Ook al proberen we onze oordelende gedachten nog zo te verbergen achter een vriendelijk gezicht en een begripvolle toon, de ander voelt het als het niet echt veilig is bij ons. Mensen die in hun verstopplek zitten, verwachten oordeel en afwijzing als ze iemand horen roepen: ‘Waar ben je?’ Om deze vraag namens God te mogen stellen, zal daarom Gods aanvaardende liefde in die vraag voelbaar moeten zijn.

Ik geloof dat we dankzij die dierenvellen van Adam en Eva onze verstopplek kunnen verlaten

In de Bijbel komen we het beeld van kleren aantrekken nog een keer tegen. Als Paulus het heeft over het aantrekken van de nieuwe mens, somt hij de nodige ‘kledingstukken’ op: innig medeleven, goedheid, bescheidenheid, zachtheid, geduld, verdraagzaamheid, vergevingsgezindheid (Kolossenzen 3:12-14). Als mensen die zo gekleed zijn naar jou roepen: ‘Waar ben je?’, dan ga je het misschien weer durven: tevoorschijn komen. Want ten diepste willen we niet alleen blijven met de dingen waar we ons over schamen, waar we ons schuldig over voelen, waar we pijn aan hebben, waar we bang voor zijn. Hoewel we ons vaak laten leiden door onze schaamte en angst, is er ergens in ons het verlangen om tevoorschijn te kunnen komen en dan opgevangen te worden door genadige ogen, veilige armen en een liefdevol hart.

Oefenplek

Ik weet inmiddels niet meer of het altijd en overal kan: echt zijn. Ook de kerk is een gebroken en gevallen realiteit. En tegelijk, juist omdat het de kerk is: als het daar al niet kan, waar dan wel?

Ik ben op plekken en in kringen geweest waar ik de enige christen was en waar ik wel terecht kon met al mijn naaktheid en eerlijkheid. Ik voelde geen oordeel. Geen meetlat. Geen gedragscode. Authenticiteit was geen uitzondering, eerder de cultuur. Het kan dus wel.

Heb je Christus daar dan niet voor nodig? Laat ik het omdraaien: daar waar Christus woont, daar zou het in elk geval moeten kunnen! God geeft ons de kerk als oefenplek. Het hoeft er niet volmaakt te zijn. Maar wat je er wel mag verwachten, is bereidheid om te oefenen. Deel eens iets, ook al schaam je je, ook al vind je het eng. Probeer het, met kleine stapjes. Oefen om uitnodigend te worden, veiliger, genadiger en fijngevoeliger.

Hart

Soms twijfel ik of mijn strijd om echtheid in de kerk niet eigenlijk over mijn persoonlijke behoefte gaat. Ik hou van persoonlijk, eerlijk en kwetsbaar contact, zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Een ander heeft die behoefte niet zo. Die doet bijvoorbeeld liever een gedegen Bijbelstudie of is tevreden met alleen gezellige avondjes. Die houdt meer van preken waarin de leer stevig uiteengezet wordt dan van die moderne preken die op de ervaringstour gaan en je dwingen om opeens met je buurman of buurvrouw te delen hoe iets bij jou is. Ik snap heus: mensen zijn verschillend. Ieder z’n eigen karakter en z’n eigen behoefte. Maar als het gaat over eerlijk en kwetsbaar contact, daarin klopt het hart van de gemeenschap der heiligen. Echt zijn in de kerk is niet iets waar de één wel en de ander geen behoefte aan mag hebben. Zonder echtheid is de kerk de kerk niet.

Leestips

Philip Troost, Mindful met Jezus, Kampen (Kok), 2013.

Bert Bakker, Luisteren 2.0. Anderen tevoorschijn luisteren, Ouderkerk a/d IJssel (Ekklesia), 2013. Lezers kunnen het boek zonder verzendkosten bestellen via een mail aan info@ekklesia.nl, met de vermelding OnderWeg.

Brené Brown, De kracht van kwetsbaarheid, Houten (Bruna), 2013.
Willem Maarten Dekker schreef een kritisch commentaar op dit boek in Sophie: bit.ly/2btvhJd.

Larry Crabb, De ideale kerk, Kampen (Voorhoeve), 2010.

Larry Crabb & Dan Allender, Bemoedigen doet goed, Driebergen (Navigator), 1995.

Webtips

www.levenindekerk.nl/2016/01/10/waarom-bemoediging-zo-belangrijk-is-in-de-kerk-1
Een vierdelige blog van Jos Douma naar aan leiding van de boeken van Larry Crabb.

www.spectrum13.nl
Spectrum is een centrum voor therapie, pastoraat, opleiding en training, waaraan Philip Troost is verbonden. In alle door Spectrum aangeboden producten gaat het erom te leren echt te worden en je in echtheid te verbinden met anderen.

www.youtube.com/watch?v=tA0sJXOGeNE
Een videoclip van een nummer van de band Casting Crowns: Stained Glass Masquerade.

Over de auteur
Philip Troost

Philip Troost (NGK) werkt voor Spectrum, centrum voor therapie, pastoraat, opleiding en training.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief