Een uitdaging voor de kerkenraad

Hans Schaeffer | 18 februari 2017
  • Opinie

Wat zou het geweldig zijn wanneer ouderlingen en predikant samen – de kerkenraad – de geestelijke leiders van de gemeente zouden zijn. Want eerlijk is eerlijk: zo is het vaak niet. Allerlei zaken kunnen het geestelijke werk van een kerkenraad belemmeren. Hoe kan een kerkenraad de uitdaging aangaan?

030430 Opinie foto 1Allereerst: we vinden het moeilijk om de kerkenraad als college van ambtsdragers nog een zinvolle en relevante functie te geven. Veel kerkenraden worstelen met hun agenda, met een ouderlingentekort, met hun rol ten opzichte van de pastoraal werkers en kringleiders, met de relatie tussen praktisch-organisatorische zaken en hun pastoraat, met weinig tijd. Ieder voor zich hebben ouderlingen het moeilijk genoeg om hun rol in te vullen, laat staan dat er gezamenlijk iets kan ontstaan. Toch is de ervaring van het Praktijkcentrum met veel kerkenraden dat hier winst te behalen valt. Kerkenraden die méér dan alleen een goed startweekend organiseren en zichzelf een langer traject van toerusting en geestelijke bezinning gunnen, blijken meer plezier te hebben in en richting te geven aan hun werk.

In de tweede plaats is de onderlinge diversiteit binnen gemeenten toegenomen – en dat zie je terug in de kerkenraden. Het wordt niet gemakkelijker om samen richting te vinden wanneer je veel tijd kwijt bent met onderling gesprek. Ook hier geldt: kerkenraden die dit serieus nemen en hiervoor ruimte maken door onder goede leiding deze gesprekken te voeren, krijgen er veel voor terug. Misschien niet meteen oplossingen, maar wel een goed geestelijk klimaat waarin wegen kunnen worden uitgezet. De aandacht voor de wijze waarop gesprekken worden gevoerd is daarom belangrijk.

Veeleisend

In de derde plaats betekent de aanwas van nieuwe ambtsdragers uit jongere generaties ook een verandering in de houding ten opzichte van het kerkenraadswerk. Zij kennen het kerkenraadswerk minder goed, hechten er niet per se veel waarde aan, kennen soms nauwelijks uit eigen ervaring de waarde van huisbezoeken of kerkenraadsvergaderingen. Toch ontvangen deze jonge ambtsdragers lang niet altijd een goede introductie en toerusting voor hun werk. En de levensfase van laat-twintigers, dertigers en veertigers is tegelijkertijd enorm veeleisend. Werk, gezin en sociale contacten vragen veel van hen, terwijl hun kerkenwerk ook nog eens zo’n volstrekt andere wereld lijkt te zijn dan de rest van hun leven.

030430 Opinie foto 2Als laatste punt noteer ik dat onze kerkstructuur ook van invloed is. Onze Nederlands-gereformeerde en vrijgemaakte kerken zitten tussen twee vormen in. Kerken met een bisschop aan de ene kant, en kerken waarbij de gemeente zichzelf vormt en leidt aan de andere kant. Wij kennen een college bestaande uit een predikant en ouderlingen, die samen (collegiaal) leiding zouden moeten geven. Die constructie vergt echter nog wel wat uitleg en wordt lang niet altijd positief ervaren. Kerkrechtelijk klopt het, maar om ook zo te werken…

Eigenzinnig

Nu heeft Marius Noorloos al decennialang boeken en cursussen geschreven voor precies deze doelgroep: de kerkenraad. Predikant en ouderlingen samen zouden de motor kunnen zijn voor het gemeente zijn. Met veel zegen geeft de werkgroep ‘Leven uit de Bron’ inmiddels al weer vijf jaar cursussen aan predikanten en kerkenraden via de Permanente Educatie Predikanten (PEP) in Kampen. Het kan werken, zo’n kerkenraad die samen bij de bron leert leven, geloofsgesprekken voert rondom een open Bijbel, om vandaaruit de gemeente te betrekken in zo’n zelfde proces.

Het is wel een eigenzinnige weg die Noorloos gaat. Niet de eenzame en overbezette predikant moet als het schaap met de vele poten de gemeente redden. Niet de charismatische leider die visionair een koers uitzet. Ook niet de gemeente die geacht wordt op bijna miraculeuze wijze ineens te ontdekken waar zij heen wil en wat haar prioriteiten zouden moeten worden. Noorloos zet in aan de basis: hart voor God, hart voor elkaar als leden van Christus’ lichaam, en hart voor Gods wereld. Dat proces vraagt bekering, tijd en oefening, vraagt gesprek en bezinning. Gezamenlijk geestelijk leiderschap van een kerkenraad werk daarbij als een voorbeeld: als we de gemeente willen stimuleren tot een leven in navolging van de Heer, moet en mag de kerkenraad hierin een voorbeeld geven.

030430 Opinie foto 3Deze weg is eigenzinnig, maar uiterst waardevol. De christelijke gemeente is geen bedrijf dat je kunt leiden met een aantal managers. Ze is geen democratie waarin de meerderheid beslist. Ook is ons gereformeerd kerk zijn geen zaak van een enkele – al dan niet charismatische – leider. Als een kerkenraad wil groeien in geestelijk leiderschap, heeft hij met de weg die Noorloos schetst in elk geval een heel aantal vruchtbare bronnen tot zijn beschikking.

Geloofsgesprekken

De serie van Noorloos begint met Leven uit de Bron (Utrecht (Kok), achtste bijgewerkte druk 2014). Een praktisch opbouwplan vormt hiervan de kern, waarbij in zes dagdelen een traject van geloofsopbouw doorlopen wordt. De uitwerking van zo’n kerkenraadsbezinning in het concrete gemeenteleven staat centraal. Steeds opnieuw aangepast, met een overvloed aan werkmateriaal, is het een stevige basis voor een mooi en inspirerend kerkenraadstraject. Zeker wanneer de voorganger en (een aantal) ouderlingen samen deelnemen aan de cursus die hiermee verbonden is (www.tukampen.nl/pep). Onder leiding van deskundige begeleiders krijgt de kerkenraad een intensieve training.

Het recent in een herziene versie verschenen Groeien bij de Bron (2016, oorspronkelijk uit 2005) is hierop een vervolg. Inspirerende hoofdstukken met verwerkingsvragen leveren veel materiaal voor goede geloofsgesprekken op een kerkenraads- of commissievergadering.

Ten slotte is er een derde boek in deze serie, geschreven door Jelle de Kok: Drinken uit de Bron (Utrecht (Kok), 2015). In het eerste gedeelte van dit boekje komen de basiselementen uit Groeien bij de Bron aan de orde, geschikt om als eerste half uur van een kerkenraads- of commissievergadering te gebruiken. Het tweede deel bestaat uit gespreksmateriaal voor vijf hele avonden waarin de kerkenraad bouwstenen krijgt aangereikt voor visievorming. Het derde deel is bedoeld als follow-up: handreikingen voor het gaande houden van het geloofsgesprek in kerkenraden en commissies. Elk hoofdstuk heeft eenvoudige, goed werkbare gespreksvragen.

Rode draad in deze drie boeken en de bijbehorende cursus is dat de opbouw van de gemeente staat of valt met het intensief op geloofsniveau met elkaar doorspreken als leidinggevenden binnen Christus’ gemeente. Het is mijn hartelijke wens dat deze boeken daarvoor worden ingezet – het kerkenraadswerk is het meer dan waard.

N.a.v. Marius Noorloos, Groeien bij de Bron, Utrecht (Kok), tweede bijgewerkte druk 2016.

Over de auteur
Hans Schaeffer

Prof. dr. Hans Schaeffer is hoogleraar Praktische Theologie en wetenschappelijk directeur van het Expertisecentrum Kerkvernieuwing Kerk2030 aan de Theologische Universiteit Utrecht en lid van de brede redactie van Onderweg.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief