De twee handen van God

Ad van der Dussen | 10 juni 2017
  • Opinie

Wat is dat toch, dat het voor een christen vaak lastiger is om iets zinnigs te zeggen over de heilige Geest dan over Jezus Christus? Van de Geest kun je je minder gemakkelijk een concrete voorstelling maken. En misschien zijn we eraan gewend geraakt om Christus en alles wat Hij voor ons gedaan heeft op de voorgrond te plaatsen. De Geest zou dan meer achter de schermen bezig zijn: belangrijk, maar niet opvallend, en altijd dienstbaar aan Christus. Maar bewijzen we de Geest op deze manier wel genoeg eer?

Het geeft te denken dat reeds in de vroegste geschiedenis van de kerk de accenten anders gelegd zijn. Zo zegt de kerkvader Irenaeus (geboren omstreeks 140) dat God bij de schepping van de mens als beeld van God twee handen gebruikt: de Zoon en de Geest. Zo’n uitlating doet vermoeden dat Christus en de Geest volgens Irenaeus gelijkwaardig zijn, en dat niet de één op de voorgrond en de ander op de achtergrond staat. Wijst de apostel Paulus daar niet al op als hij spreekt van twee ‘zendingen’: die van zijn Zoon en die van de Geest van zijn Zoon (Galaten 4:4-6, Herziene Statenvertaling)?

In zijn vorig jaar verschenen boek De kracht die hemel en aarde verbindt pleit oud-VU-hoogleraar Jan Veenhof ervoor om meer recht te doen aan de eigen betekenis van de heilige Geest en zijn werk. Dit is niet de plaats voor een overzicht of een beoordeling van deze originele studie, die met grote kennis van zaken geschreven is en tegelijk een warme en persoonlijke toonzetting heeft. Ik volsta met iets door te geven van Veenhofs brede beschouwing over het werk van de Geest in de schepping.

Energie

Reeds Calvijn had er oog voor dat de heilige Geest nauw betrokken is bij Gods scheppingswerk. Hij wijst op de opmerkelijke uitspraak in Psalm 104:30 dat God het gelaat van de aardbodem vernieuwt door zijn Geest uit te zenden. De Geest is Gods eigen levenskracht, waarmee Hij in de lente alle dorheid en doodsheid in de natuur verdrijft en alles weer laat tintelen van leven. Calvijn gebruikt woorden als ‘kracht’, ‘energie’, ‘potentie’ en ‘beweging’ om het eigene van de Geest aan te duiden. Volgens hem gaat niet alleen alle leven in de schepping, maar ook de menselijke creativiteit terug op Hem.

Op dit spoor gaat Jan Veenhof verder. Hij noemt de Geest ‘de bezielende adem, die permanent nodig is om de schepping met al haar delen in stand te houden’. Het boeiende is dat hij daarbij de tegenstelling tussen materie en geest doorbreekt. Verwijzend naar Max Planck typeert hij de materie als ‘geconcentreerde, samengebalde energie’. Maar dat betekent dat de Geest van God zich ook manifesteert in ‘dode stof’ en dat het universum ten diepste ‘geestelijk’ van karakter is.

Reeds Calvijn had er oog voor dat de heilige Geest nauw betrokken is bij Gods scheppingswerk

Even belangwekkend is dat Veenhof vanuit dit ‘kosmische werk van Gods Geest’ lijnen trekt naar de verlossing. De Geest, die leven brengt in de schepping, staat ook aan de oorsprong van het leven en het publieke optreden van onze Heer Jezus (Matteüs 1:21 en 3:16). Met dezelfde Geest als die waaruit alle energie in de schepping voortkomt, is Jezus gezalfd om genezend rond te trekken (Handelingen 10:38). En de gave van bijvoorbeeld genezing, waarmee de opgestane Heer zijn gemeente toerust, is ten diepste geen andere dan de kunde van ‘alternatieve geneeswijzen’.

Maar wordt op deze wijze het verschil tussen ‘christelijk’ en ‘natuurlijk’ niet uitgewist? Daarvan is volgens Veenhof geen sprake. Want hij erkent dat de schepping, hoezeer de Geest van God daarop ook voortdurend inwerkt, is aangetast door de zonde en het kwaad. Zonder het nieuwe initiatief van God om door Jezus Christus de wereld daarvan te redden, zouden wij niet ontkomen aan het verderf en baten ons al die energieën niet die in de natuur voorhanden zijn. Maar bij dat nieuwe begin dat God maakt in Christus gaat Hij zeker niet voorbij aan het kosmische werk van zijn leven gevende Geest. Veenhof drukt het uit in de volgende beeldspraak: de heilsopenbaring is als de warme golfstroom, die nooit van de wijde oceaan te isoleren valt.

Middelaar

Het mooie van deze benadering is dat het werk van de Geest dichterbij komt en herkenbaarder wordt. Het is inderdaad goed om opmerkzaam te zijn op de manifestaties van vitaliteit en creativiteit waar de schepping zo vol van is. Wat valt er veel op zijn plaats als je zowel ontroerende kunstuitingen als de levenskracht in de schepping, zowel doorbraken in de medische wetenschap als de soms verbazingwekkende veerkracht van vluchtelingen in verband mag zien met het kosmische en universele werk van Gods Geest!

We zijn nog steeds niet uitgedacht over die twee zendingen waar Paulus het over heeft

Tegelijk houd ik na lezing van dit boek wel de vraag over of Veenhof van de weeromstuit niet iets te weinig licht laat vallen op die andere hand van God, die van de Zoon. Neem de titel van het boek: De kracht die hemel en aarde verbindt. Die slaat op de Geest, die het contact en de verbinding legt tussen God en de aardse werkelijkheid. Dat doet Hij allereerst in zijn kosmische werking en vervolgens ook in bijvoorbeeld de wedergeboorte van mensen die van God vervreemd zijn. Daarmee biedt Veenhof tal van mooie gezichtspunten. Maar wat mij wel opvalt, is dat hij naar verhouding weinig zegt over die ándere kracht die hemel en aarde verbindt: het offer van Christus. Jezus heet toch niet voor niets de middelaar, die in zijn dood de vijandschap tegen God wegdraagt en in zijn opstanding de verzoening aan mensen aanbiedt?

Het is waar: als de kerk alleen maar weet te benadrukken dat er geen heil buiten de Zoon om is, loopt zij kans het werk van de Geest in te perken. Maar is het omgekeerde ook niet waar: dat de nadruk op het verbindende werk van de Geest niet ten koste mag gaan van de aandacht voor de grote scheur tussen hemel en aarde, die alleen maar overbrugd kan worden door het verzoenend sterven van Christus?

Kortom: we zijn nog steeds niet uitgedacht over die twee zendingen waar Paulus het over heeft. Maar Jan Veenhof heeft er goed aan gedaan om opnieuw, uitvoerig en met liefde aandacht te vragen voor het feit dat God werkelijk ’twee handen’ heeft.

Over de auteur
Ad van der Dussen

Ad van der Dussen is emeritus predikant van de NGK Eindhoven en docent aan de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief