Geroepen

Bob Wielenga | 14 juni 2017
  • Blog

Maar we wisten ons door de Heer geroepen, zo luidt de titel van een pas verschenen boek onder redactie van Caspar Dullemond, Barbara Henkes en James Kennedy. Gerenommeerde historici schrijven erin over kerk en apartheid in transnationaal perspectief (Verloren, Hilversum, 2017).

Kerk en apartheidDe titel is ontleend aan wat mijn collega ds. Hans Vonkeman ooit in Opbouw schreef (1999). Hoe kwamen we erbij, vraagt hij zich af, om in Zuid-Afrika aan zending te beginnen, toen de kritiek op het groeiende Zuid-Afrikaanse apartheidsbeleid in Nederland al duidelijk te horen was? In 1957 had hij er nog weinig kijk op, maar bij zijn terugblik was hij duidelijk: apartheid was verkeerd. Maar zendelingen blijven onder welk politiek beleid ook hardnekkig doorgaan met hun werk. Dat stem ik hem toe, want het geldt ook voor mij. Bij mijn uitzending in 1979 wist ik zoveel meer dan hij in 1957.

Deze studie, die niet ongelezen mag blijven, daagde me uit om me te bezinnen op mijn verblijf van 1980-1994 in het Zuid-Afrika van de apartheid. Nu laat ik me inspireren door Caspar Dullemonds hoofdstuk over de vrijgemaakten en apartheid; in een volgende blog ga ik nader in op wat in dit boek bedoeld wordt met het transnationale perspectief.

Open ogen

In 1980 waren de belangrijke beslissingen rond Zuid-Afrika in de grote protestantse kerken in Nederland al gevallen. In 1955 publiceerde de bekende hervormde predikant J. Buskes al een studie over de christelijke onaanvaardbaarheid van het apartheidsbeleid dat sinds 1948 met kracht door de nationalistische Afrikaner regering werd ingevoerd.

De synodaal-gereformeerde missioloog Verkuyl schreef Breek de muren af! (1969) en was actief in het steunen van het Christelijk Instituut van de destijds alom bekende anti-apartheid-Afrikaner Beyers Naudé. De theologische rechtvaardiging van apartheid was wereldwijd al als een ketterij veroordeeld.

In mijn L’Abri-jaren (1976-1979) had ik al eens een lezing gegeven over Alan Boesaks dissertatie Farewell to innocence (1977). Ook Bob Goudzwaard, die in L’Abri regelmatig lezingen verzorgde en goed bekend was met de Zuid-Afrikaanse situatie, opende mijn ogen voor het onrecht van het apartheidsbeleid en de onchristelijke wortels ervan.

Ik was bepaald geen voorbeeld van blanke onschuld toen ik naar Zuid-Afrika vertrok. Ik was negatief over Zuid-Afrika en wimpelde een eerste verzoek om een beroep voor de zending naar de NGK Kampen aan te nemen af. Maar in 1979 gingen mijn vrouw en ik toch ter plaatse poolshoogte nemen, om een beroep te overwegen.

Tijdens ons bezoek spraken we vooral met Hans Vonkeman over de politieke situatie en de gevolgen daarvan voor het zendingswerk. Hij wist ons te overtuigen dat, inderdaad binnen duidelijke begrenzingen, er vrij in KwaZulu gewerkt kon worden. Ook de kennismaking met de jonge zendingsgemeenten en zwarte voorgangers hielpen ons over de streep. Het beroep van de NGK Kampen ervoeren we nu als een roeping. We vonden dat de politieke situatie ons niet mocht weerhouden om in de zending aan het werk te gaan.

De vrijgemaakte traditie

In de NGK Kampen kwam de politiek niet ter sprake tijdens onze voorbereidingen op ons vertrek naar het zendingsveld. Dat paste in het patroon van de vrijgemaakte omgang met de apartheidsproblematiek, zoals beschreven in het voornoemde boek. Zelf bracht ik het ook niet ter sprake.

Om de Kamper positie rond 1980 te begrijpen, wijs ik op een paar dingen die meespeelden. Het Kamper zendingswerk werd eind jaren vijftig opgezet binnen de vrijgemaakte traditie, die in de eerste fasen sterk gekenmerkt werd door cultureel isolement en kerkelijk absolutisme. De keuze voor zending in Zuid-Afrika kwam tot stand door bemiddeling van C. van der Waal, predikant van de vrijgemaakte kerk van Pretoria.

Na de vrijmaking sloten de emigranten zich niet meer aan bij de GKSA (de Doppers), zoals daarvoor gebruikelijk, omdat zij kerkelijk contact onderhielden met de vals geachte synodaal-gereformeerde kerk in Nederland. Maar verder burgerde men in de Afrikaner cultuur in en nam men de nationale normen en waarden daarvan over.

De GKv in het vaderland voer in hetzelfde spoor. De kerkelijke correspondentie met de GKSA hield hen bezig; de apartheidsproblematiek viel buiten hun aandachtsveld. Men voelde zich trouwens stamverwant met de Afrikaners. Met de Doppers wisten zij zich ook door de band van het calvinistisch gestempelde geloof verbonden. Zendingswerk in Zuid-Afrika was daarom geen enkel probleem, alleen kon daarvoor niet met de GKSA samengewerkt worden, zolang zij de kerkhistorische betekenis van de Vrijmaking van 1944 niet erkenden door de band met de synodalen te verbreken.

Op dit cruciale punt week de GKv van Kampen af: zij werkte in zendingszaken wel met de GKSA samen en brak zo met het kerkelijk absolutisme dat de boventoon voerde in de GKv, waaraan in 1967 de kerk stukging. Het zendingswerk werd voortgezet door de (nu) NGK Kampen. Maar wat de politiek-maatschappelijke problematiek van de apartheid aangaat: feitelijk was er op dit punt niet zo veel verschil tussen de nu gescheiden kerkgemeenschappen. Ze maakten deel uit van dezelfde cultuur, waarin ook ik me bewoog, al stond ik er kritisch in.

De prijs

Er hing wel een prijskaartje aan onze zending in Zuid-Afrika. Ik noem slechts een voorbeeld. Als zending speelden we de grote apartheid in de kaart. We hielpen mee aan de ontwikkeling van een zelfstandig thuisland, en maakten het de Afrikaner zending mogelijk de rol te vervullen die voor haar was weggelegd in de voorstellen van de Tomlinson-commissie, ingesteld door de Zuidafrikaanse regering, en die gepubliceerd werden in 1956. Pas naderhand, in 2004, kreeg ik dat door.i

Het waren bewogen jaren, waar we als zendelingen niet zonder kleerscheuren doorheen gekomen zijn. De geboortepijnen van het nieuwe Zuid-Afrika waren hevig en laten tot op heden hun sporen in kerk en samenleving na. Toch, we wisten ons geroepen.

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief