Autisme, geloof en kerk: een moeizame combinatie?

0

Waarom vormen autisme, geloof en kerk vaak zo’n ingewikkelde combinatie? En hoe kunnen gemeenten mensen met een vorm van autisme tegemoetkomen in hun geloof en gemeenteleven?

Het is voor mensen met ASS moeilijk om overeenkomsten of verschillen tussen situaties te ontdekken, waardoor ze soms overgeneraliseren. ‘Waarom moet ik wel bidden voor mijn brood, maar niet voor een koekje?’ (beeld tiptoee/Shutterstock)

Het is voor mensen met ASS moeilijk om overeenkomsten of verschillen tussen situaties te ontdekken, waardoor ze soms overgeneraliseren. ‘Waarom moet ik wel bidden voor mijn brood, maar niet voor een koekje?’ (beeld tiptoee/Shutterstock)

Sanne heeft PDD-NOS, een vorm van autisme. Vrienden heeft ze bijna niet; sociale interactie is moeilijk voor haar. Sanne gelooft in God, maar vindt het moeilijk om haar geloof vorm te geven. Alleen al naar de kerk gaan is voor haar een grote hobbel. Op tijd komen is lastig, omdat ze moeite heeft met plannen en organiseren. Ze heeft het liefst dat het gaat ‘als altijd’. Door haar behoefte aan structuur raakt ze in paniek wanneer de liturgie verandert. Lang achter elkaar luisteren zonder afgeleid te worden door alle prikkels, is een hele opgave. Daar komt bij dat ze de preek vaak niet begrijpt, omdat veel begrippen in de kerk te abstract voor haar zijn.

Sanne wil graag doen wat God van haar vraagt. Ze is trouw in haar gebed en kan wel uit de voeten met de regels die bij het geloof horen. Maar een relatie met God hebben? Eigenlijk weet ze niet goed hoe dat werkt. Ze heeft veel vragen, maar in de kerk spreekt ze bijna niemand.

Over Jezus lopen

Ongeveer 1 procent van de Nederlanders heeft een vorm van autisme. Autisme, het syndroom van Asperger en PDD-NOS vormen samen de Autismespectrumstoornissen (ASS). Hierbij is de informatieverwerking in de hersenen verstoord. Kinderen, jongeren en volwassenen met ASS hebben moeite om zintuiglijke prikkels te verwerken tot een samenhangend geheel. Dit heeft gevolgen voor hun manier van denken en waarnemen (cognitief-psychologische processen) en voor hun gedrag. Het heeft ook gevolgen voor de manier waarop ze geloven en deel uitmaken van de gemeente.

Eén van de psychologische processen waarmee mensen met ASS vaak moeite hebben, is samenhangend denken. Ze nemen in de eerste plaats losse details waar; het is lastig voor hen om een ‘totaalplaatje’ te zien. Daarnaast ervaren ze door de verstoorde informatieverwerking alle details en prikkels als even belangrijk. Dit maakt de wereld vaak erg ingewikkeld, onder meer omdat het moeilijk is om overeenkomsten of verschillen tussen situaties te ontdekken. Ze kunnen hierdoor overgeneraliseren (‘Waarom moet ik wel bidden voor mijn brood, maar niet voor een koekje?’) of ondergeneraliseren (‘Je zei alleen dat ik niet mocht praten in de kerk, je zei niet dat ik niet mocht boeren’).

Moeite met samenhangend denken maakt de wereld verwarrend en onvoorspelbaar. Elk detail dat verandert, betekent een compleet nieuwe situatie. Daarom hechten mensen met ASS aan vaste patronen en duidelijkheid. Dit kan zich uiten in rigide gedrag, een beperkte verbeelding en weerstand tegen veranderingen. Een verandering in de liturgie, bijvoorbeeld tijdens een doopdienst, kan hen onrustig en angstig maken.

De moeite met samenhangend denken kan er ook voor zorgen dat ze Bijbelteksten en preken niet goed kunnen verbinden met hun eigen leven. Het is bijvoorbeeld onduidelijk wat het verhaal van Abraham te maken heeft met ons, mensen hier en nu, zo veel jaar later, juist omdat er denkwerk gevraagd wordt dat te maken heeft met generaliseren. De gedachtegang is: ‘Zoals God trouw was aan zijn belofte aan Abraham, zo is God ook nu trouw aan zijn Woord, want God verandert nooit. Hij zal ook in mijn leven doen wat Hij beloofd heeft.’ Maar deze lijn is voor mensen met ASS moeilijk te volgen.

Communicatie en taal kunnen sowieso als een probleem ervaren worden, want ook voor taalbegrip zijn samenhang en het leggen van verbindingen nodig. Mensen met ASS nemen taal vaak letterlijk en concreet. Abstracte taal en symbooltaal zijn lastig te begrijpen, maar juist in de kerk wordt deze taal vaak gebruikt. Denk hierbij niet alleen aan begrippen als wedergeboorte, verzoening, barmhartigheid of advent, maar ook aan uitspraken als: ‘In het geloof kun je bergen verzetten’, of: ‘Jezus zegt: Ik ben de weg’. Sanne zou dan concluderen: ‘Dus over Jezus kun je lopen.’

Bak vol feiten

Zich inleven in anderen is het tweede proces dat problematisch is voor mensen met ASS, met gevolgen op veel terreinen van het leven. Relaties met mensen zijn per definitie onvoorspelbaar, waardoor sociale interacties vaak een probleem vormen. De moeite om zich in te leven in anderen versterkt dit probleem.

Ook op geloofsgebied levert het moeilijkheden op. Bij Bijbellezen is het lastig om je te verplaatsen in de beschreven personen. Zo is het voor iemand met ASS moeilijk om te begrijpen hoe de oudste zoon uit de gelijkenis van de verloren zoon zich voelde of om iets te beseffen van waarom Christus zijn leven voor ons wilde geven.

Op gedragsniveau uit dit verstoorde proces zich regelmatig in eenrichtingverkeer, het ontbreken van wederkerigheid in relaties en het niet aanvoelen van wat andere mensen denken, voelen of willen. Hierdoor is het voor mensen met ASS niet gemakkelijk om contacten te krijgen binnen een kerkelijke gemeente. Velen voelen zich eenzaam in de kerk.

Een relatie met God hebben? Eigenlijk weet ze niet goed hoe dat werkt

Veel mensen met ASS hebben ook moeite met de affectieve kant van het geloof. In het dagelijkse leven is het al moeilijk om liefde of genegenheid van anderen te beantwoorden, laat staan als het gaat om God. Uit onderzoek blijkt dat het godsbeeld van mensen met ASS meer negatieve kenmerken heeft dan het godsbeeld van mensen zonder ASS, vooral naarmate zij meer angst ervaren in sociale interactie. Ze kunnen niet goed inschatten wat de ander van hen verwacht en zijn daardoor ook bang niet te kunnen voldoen aan de verwachtingen van God. Daarnaast ervaren ze afstand tussen God en hun leven, omdat ze Hem niet goed tastbaar kunnen maken. De boodschap die ze in de kerk horen, kunnen ze moeilijk betrekken op zichzelf. Het geloof (of de Bijbel) is voor hen ‘een bak vol feiten’.

Het derde proces dat vaak moeizaam verloopt bij mensen met ASS, is het proces van plannen en organiseren. Dit beïnvloedt hun dagelijkse leven en dus ook de praktische uitvoering van geloven. Eenvoudige dingen als op tijd in de kerk komen zijn ingewikkeld, omdat men blijft steken in de handelingen die eraan voorafgaan, zoals nadenken over de kledingkeuze.

Puur en eerlijk

Mensen met ASS hebben ook sterke persoonskenmerken. Het hechten aan vaste patronen en duidelijkheid heeft positieve kanten, waar mensen zonder ASS van kunnen leren. De behoefte aan structuur werkt bijvoorbeeld door in hun geloofsleven. Door hun regelmaat komt stille tijd niet in het gedrang. Ze hebben vaak weinig moeite met het volgen van regels die samenhangen met het geloofsleven, omdat die structuur geven en verklaarbaar zijn. Rechtvaardigheid en trouw zijn een hoog goed, waardoor ze puur en eerlijk zijn en geen dubbele agenda hebben.

Abstracte taal en symbooltaal zijn lastig te begrijpen voor mensen met een vorm van autisme, maar juist in de kerk wordt deze taal vaak gebruikt. (beeld liravega/Shutterstock)

Abstracte taal en symbooltaal zijn lastig te begrijpen voor mensen met een vorm van autisme, maar juist in de kerk wordt deze taal vaak gebruikt. (beeld liravega/Shutterstock)

Ook deze gevolgen van ASS voor het geloofs- en gemeenteleven mogen benoemd worden. Tegelijk is ieder mens uniek en zijn er dus ook tussen mensen met ASS verschillen in mogelijkheden en beperkingen. Maar de beperkingen mogen nooit het laatste woord hebben.

Plussen en minnen

Als we de vragen over autisme binnen de gemeente doordenken, is het van belang dat we niet in praktische zaken blijven steken, maar ook op een fundamenteler niveau nadenken. Een belangrijke vraag daarbij is: hoe kunnen we de kernen van het christelijk geloof zo verwoorden dat mensen met ASS zo min mogelijk belemmerd worden door hun persoonskenmerken in hun begrip van de boodschap? Hoe kunnen we onze manier van spreken (en dus niet het evangelie zelf) aanpassen? Dit laatste ligt in lijn met Calvijns ‘accommodatiegedachte': dat God zich in zijn openbaring aanpast aan het begripsvermogen van mensen.

Mensen met autisme hebben veelal een eigen logica, vaak gericht op functionaliteit: ze plussen en minnen. Begrippen als erfzonde en uitverkiezing kunnen daardoor als oneerlijk worden ervaren. Andere geloofskernen slaan beter aan, bijvoorbeeld begrippen die aansluiten bij hun sterke rechtvaardigheidsgevoel en (hang naar) betrouwbaarheid. Verzoening door voldoening is een sluitende redenering, die past bij het denken van iemand met ASS. Ook de zogenoemde forensische rechtvaardiging (ondanks je zonden en beperkingen spreekt God een positief oordeel over je uit; niet vanwege je eigen inspanningen, maar door Jezus’ werk) is een kern waar iemand met ASS mee uit de voeten kan. Dat geldt ook voor het verbond, als het verbond verwoord wordt als een kader met regels en afspraken dat structuur biedt. Deze Bijbelse noties zouden in de omgang met en het onderwijs aan mensen met ASS meer benadrukt kunnen worden.

Taal

Een andere belangrijke vraag binnen de gemeente is: hoe kunnen we als gemeente van Christus mensen met ASS recht doen? Hoe zien we iemand met ASS niet als een probleem, maar als iemand die iets te bieden heeft?

Op dit punt kan nog wel een slag gemaakt worden in de kerk. Gemeenteleden met ASS zullen zich bijvoorbeeld meer begrepen voelen als er voor hen aanpassingen gedaan worden. Denk daarbij aan het gemakkelijker maken van de kerkgang, bijvoorbeeld door een vaste plek voor hen te regelen, met de mogelijkheid om even uit de dienst te gaan als de prikkels te veel worden.

Denk ook aan het aanstellen van een aanspreekpersoon voor vragen, die gemeenteleden met ASS ook voorbereidt op wijzigingen in de liturgie. Aanpassingen vóór hen in plaats van dóór hen doorbreken wellicht de eenzaamheid en de druk die mensen met ASS binnen de kerk kunnen ervaren.

Een verandering in de liturgie, bijvoorbeeld tijdens een doopdienst, kan hen onrustig en angstig maken

Taal in de kerk is een gebied waarop voor de prediking en de catechese iets te winnen valt. Deelnemers aan een onderzoek over autisme in de kerk gaven aan behoefte te hebben aan duidelijke, concrete taal. Zou het mogelijk zijn om abstracte begrippen anders te formuleren, zodat mensen met ASS zich er een beeld bij kunnen vormen en God dichterbij komt? Kunnen we moeilijke begrippen soms even parkeren en beter bruikbare kernen uit het christelijke belijden inzetten? Is er in dat kader ook een alternatieve formulering te vinden voor wat het geloof in de kern is? Een definitie die aansluit bij de belevingswereld van mensen met ASS, zodat zij op grond van bijvoorbeeld een sluitende redenering kunnen concluderen dat God liefde is? Nieuwe woorden en anders omschreven begrippen kunnen behulpzaam zijn voor mensen met ASS.

Beelddragers

De gemeente is het lichaam van Christus. Iedereen heeft daarin een plaats. Inclusief gemeente zijn vraagt om een gesprek waarin mensen met en zonder autisme elkaar ontmoeten en verder denken over genoemde thema’s. Want de gemeente is geroepen om niet alleen te ‘dealen met’ mensen met ASS, maar hun als beelddragers van God en onderdeel van het gebroken lichaam van Christus principieel recht te doen.

God komt ons allen in liefde tegemoet. Zouden we elkaar dan niet ook tegemoet komen, zodat ook mensen als Sanne meer van Gods liefde begrijpen, zich minder eenzaam voelen en de gemeente met hun sterke kanten kunnen aanvullen?

Praktische tips

  • Ga als predikant of ouderling in gesprek met iemand met ASS om te kijken wat voor hem of haar knelpunten zijn. Wees bereid om aanpassingen te doen in de communicatie en de organisatie binnen de gemeente om iemand met ASS tegemoet te komen.
  • Bied zekerheid vanuit het Woord van God. Zó is onze God, dit zegt Hij zelf in de Bijbel en Hij verandert nooit. Hij doet altijd wat Hij zegt. Breng dit Woord dichtbij door in de communicatie rekening te houden met de beperkingen die eigen zijn aan ASS.
  • Sluit in de prediking en de catechese aan bij kernen waar iemand met ASS mee uit de voeten kan en omschrijf abstracte begrippen zo mogelijk anders. Speel niet altijd in op relatie, maar ook op logica.
  • Bied als medegemeentelid zekerheid door duidelijk te zijn in je communicatie. Zeg bijvoorbeeld niet: ‘Je kunt altijd bij me langs komen’, maar: ‘Vind je het leuk om dinsdagavond om acht uur bij mij koffie te komen drinken?’ Geef niet op wanneer het contact voornamelijk eenrichtingsverkeer is.
  • Bied zekerheid door structuur in de kerkdiensten en de kerkelijke activiteiten. Schrijf vooraf op wat er precies gaat gebeuren en in welke volgorde (wie, wat, wanneer, waar, waarom en hoe). Bereid iemand voor bij veranderingen in de liturgie.
  • Bied ruimte aan de mogelijkheden en sterke kanten van mensen met ASS. Laat merken dat je hen als persoon accepteert en dat zij er mogen zijn. Ga na welke taken bij hen passen en betrek hen bij de gemeente.
  • Bied steun aan gezinnen, bijvoorbeeld door een luisterend oor te bieden aan een vrouw die getrouwd is met een man die autisme heeft of door een kind met PDD-NOS regelmatig een middagje te spelen te vragen, zodat het thuisfront ontlast wordt.
Delen.

Over de auteur

Hanneke Schaap-Jonker is psycholoog en theoloog en werkt als rector van het Kennisinstituut christelijke ggz (KICG), een gezamenlijk initiatief van Eleos en De Hoop GGZ. Femmeke van den Berg is eveneens verbonden aan het KICG.

Laat een reactie achter